Posts tonen met het label klimaat. Alle posts tonen
Posts tonen met het label klimaat. Alle posts tonen

woensdag 24 oktober 2007

Klimaat op hol, alarm noodzakelijk

Begin vorige week schreef ik "Klimaat en revolutie: 12 stellingen", waarin ik probeer samen te vattten waarom ik denk dat de dreigende klimaatcatastrofe niet binnen een kapitalistische markteconomie, maar alleen door wereldwijde democratische machtsvorming van onderaf, oftewel revolutie, te keren is.

Verwijzing naar artikelen heb ik daar achterwege gelaten. Misschien maak ik van het hele stuk nog eens een veel uitgebreider betoog, met onderbouwing en verdere toelichting. Delen van zo'n onderbouwing en toelichting vind je hieronder. Ook hoop ik nog eens te omschrijven hoe een fatsoenlijk klimaatbeleid eruit zou moeten zien, en hoe we stappen in die richting kunnen zetten.

Maar uitgangspunt voor zo’n uitwerking is dan wel de erkenning dat het klimaat niet alleen flink op hol slaat, maar ook dat menselijk ingrijpen – uitstoot van broeikasgassen, met CO2 en methaan als hoofdschuldige – hiervan voor een flink deel de oorzaak is. Dat laatste wordt nog steeds ook door sommige linkse mensen in twijfel getrokken. Alexander Cockburn, redacteur van het prachtige Counterpunch, is helaas zo’n iemand, zo valt onder meer op te maken uit zijn "Is Wereldwijde Opwarming een Zonde?".

Dubieuze connecties

Klimaatsceptici – zoals mensen die zo’n standpunt huldigen veelal aangeduid worden – brengen punten naar voren die voor de discussie van belang zijn en die antwoord vragen. Tegelijk is een kijkje achter de schermen van de wereld van althans sommige van deze klimaatsceptici niet overbodig. Dingen zijn niet altijd wat ze lijken.

Een voorbeeld van dat laatste zagen we kort voordat Al Gore zijn onverdiende Nobelprijs kreeg. Een Britse rechter gaf de week daarvoor toestemming aan scholen om Gore’s film 'The Inconvenient Truth' te vertonen. Maar dan moest er wel bij gezegd worden dat de film een negental wetenschappelijke fouten bevatte. Het proces was aangespannen door Stewart Dimmock, schoolbestuurder, die zei bezwar te maken tegen politieke indoctrinatie. De BBC berichtte erover.

Een hoogwaardig achtergrondstuk van Medialens, gepubliceerd op Znet, laat zien dat Dimmock zelf echter onderdeel was van een politieke campagne. Hij blijkt lid te zijn van de Nieuwe Partij, "klaarblijkelijk gefinancierd door een zakenman met een sterke afkeer van milieu-activisten…", aldus Roger Harrabin, milieuverslaggever voor de BBC.

Het hele artikel laat trouwens prachtig de verstrengeling zien tussen zakelijke belangen, die Nieuwe Partij en het bevorderen van klimaatsceptische geluiden - tot en met de tegenhanger van Gore’s film, 'The Great Global Warming Swindle' aan toe. Achter een als wetenschap verpakte argumentatie gaat gewoon een belangenstrijd schuil, een aanval op krachten die serieus werk willen maken van een progressiever klimaatbeleid.

Heel belangrijk hierin blijkt ook het doel van dit soort klimaatscepsis: het gaat er niet eens om een wetenschappelijk debat te te winnen. Alleen al het zaaien van twijfel aan de stelling dat klimaatsverandering aan menselijk ingrijpen toegeschreven kan worden is voldoende om beleid richting reductie van CO2-uitstoot te saboteren, zo blijkt uit wat Phil Lesly, een in het Medialens-artikel aangehaalde PR- expert, zegt.

Ja, ook mensen die alarm slaan over uitstoot van broeikasgassen en klimaatrampen mogen doorgelicht worden op belangen die zij achter de schermen zouden kunnen dienen. Voorstanders van kernenergie zien bijvoorbeeld hun kans momenteel schoon om hun stokpaardje: kernenergie is schoon, kolencentrales niet – te berijden. Landen waar de energieopwekking uit biomassa al vergevorderd is, hebben er belang bij om CO2-beperking hoog op de politieke agenda te krijgen. Staten waar energiebesparing verder gevorderd is hebben een relatief voordeel bij het maken van bindende aspraken hierover tegenover landen die hier nog bijna moeten beginnen. Klimaatpolitiek is ook machtsstrijd.

Maar het is echt verkeerd om degenen die klimaatalarm slaan simpelweg af te doen als propagandisten voor kerncentrales of biobrandstofreclamemakers. En het is werkelijk opvallend hoe vaak ogenschijnlijk serieuze klimaatsceptici bij betere beschouwing verbonden zijn met oliebedrijven en/of uiterst rechtse clubs. Louis Project noemt op zijn weblog ‘Unrepentant Marxist’ als schrijnend voorbeeld Zbigniev Jaborovski, door Cockburn aangevoerd als serieus expert maar feitelijk verbonden met de uiterst-rechtse politieke beweging van Lyndon larouche. Ook heeft de man zich belachelijk gemaakt door te ‘bewijzen’dat het met de straling in de ontplofte kerncentrale Tsjernobiel wel meeviel.

Een ander geval, ook belicht door Proyect, is dat van Frederick Seitz, ooit president van de Nationale Academie van Wetenschappen in de VS, groot voorstander van kernenergie, later vooral in de weer als klimaatscepticus, en ook iemand naar wie Cockburn verwijst. Hij liet een petitie circuleren tegen het Kyoto verdrag, waarin hij de wetenschappelijke onderbouwing voor noodzakelijk klimaatbeleid afwees. Die petietie stond op papier dat sprekend leek op dat van de Nationale Academie van Wetenschappen, waar hij inmiddels allang weg was. De leiding van dat instituut nam dan ook afstand van de petitie en de conclusie erin.

Argumenten die elkaar bijten

Klimaatsceptici kiezen doorgaans drie lijnen van argumentatie. De eerste is: verandert het klimaat wel? Wordt de aarde werkelijk wel opvallend warmer? Deze discussie laat ik hier terzijde. De tweede is: ja, het klimaat verandert, maar de menselijke factor is onbewezen: het is naar alle waarschijnlijkheid een ‘gewone’ klimaatschommeling die we nu ziet, zoals er eerder wel eens grotere en kleinere ijstijden afgewisseld werden door warme perioden. De derde is: ja, het klimaat verandert, menselijk ingrijpen speelt een rol – maar de dreiging en/of de mate en het tempo waarin de uitstoot van broeikasgas moet worden teruggedrongen , wordt zwaar overdreven. Mensen als Al Gore, zo luidt de klacht kort samengevat, zaaien paniek.

Het is duidelijk dat dit niet alle drie tegelijk waar kan zijn. Je kunt niet tegelijk beweren dat er geen klimaatsverandering is momenteel én dat de klimaatsverandering een natuurlijke oorzaak heeft. Je kunt niet zeggen dat de cijfers over noodzakelijke beperking van CO2-uitstoot ongeloofwaardig, want overdreven zijn èn tegelijk zeggen da ter geen door mensen veroorzaakt klimaatprobleem is. Je kunt niet tegelijk zeggen dat ik door overdrijving ongeloofwaardig overkom als ik zeg dat de uitstoot met 80 tot 90 procent terugmoet – en niet met 60 procent – en tegelijk suggereren dat een menselijke rol in klimaatsverandering sowieso twijfelachtig is.(1) Als menselijk ingrijpen geen rol speelt, dan is 60 procent terugdringing net zo overbodig als 90 procent, ongeacht hoe geloofwaardig je 60 procent ook vindt klinken. Of we hebben een kwantitatief meningsverschil over 60 versus 90 procent. Of we hebben een kwalitatief meningsverschil over wel versus niet. Maar niet allebei tegelijk.

Golf van zorgwekkende berichten

Elke keer als bijvoorbeeld het IPPC een rapport uitbrengt zien we de weken erop twee dingen gebeuren. We horen klimaatsceptici uitleggen dat het wel mee valt, niet klopt wat het IPPC zegt, dat de wetenschappelijke onzekerheid veel te groot is voor stevige beweringen. Maar we horen vooral ook allerlei deskundigen komen met redelijk onderbouwde berichten dat de zaak nog aanzienlijk sneller verkeerd gaat dat veelal wordt aangenomen. Vandaar dat ik denk dat de noodzaak van 80 tot 90 procent terugdringing – of beter gezegd: alles beneden de 100 procent – nog aan de voorzichtige kant is.

De stroom van dat type berichten houdt aan. Zo zegt George Monbiot dat de voorspelling van het IPPC dat de zeespiegel 59 cm kan stijgen in deze eeuw, wel eens veel te voorzichtig kan zijn. Hij verwijst naar een rapport van James Hansen van NASA. Poolijs, zo geeft hij aan, smelt niet op een regelmatige trage wijze: boven een bepalde drempel van verwarmning kan het razendsnel gaan. "Toen de temperatuur 3,5 miljoen jaar geleden 2-3 graden steeg, ging de zeespiegel geen 59 cm omhoog maar 25 meter." Een catastrofale afsmelting en zeespiegelstijging die dichtbevolkte gebieden doet wegspoelen en zelf weer tot snellere temperatuurstijging leidt, kan bepaald niet worden uitgesloten.

Monbiot wijst ook op het antwoord dat noodzakelijk is – en vrijwel ontbreekt. Volgens een bron die hij gesproken heeft "zegt dat de Britse regering weet dat de Britse regering best weet dat haar doelstelling – 60 procent reductie tegen 2050 – te weinig en te laat is; maar dat de regering om één reden niet verder gaat: ze is bang de steun van de CBI, de Confederatie van Britse Industrie, kwijt te raken." De CBI is de Britse versie van het VNO-NCW. Het wijst in de richting van wat ik ook heb betoogd: kapitaalsmacht blokkeert noodzakelijke ingrepen.

Ook andere berichten geven aan dat klimaatsverandering wel eens ernstiger kan worden en sneller kan toeslaan dan veel wordt aangenomen. Brett Clark en John Bellamy Foster vroegen zich in het linkse internet-magazine MR Review op 17 februari van dit jaar af: "Is het nieuwe VN-rapport over wereldwijde oipwarming te conservatief?" Ook zij verwijzen naar het werk van Hansen. Maar ook naar Richard A.Kerr , die in 2006 het blad Science uitlegde dat het afsmelten van ijskappen in Antarctica en Groenland de laatste tien jaar steeds sneller gaat.

Af en toe hoor je zeggen dat het klimaat misschien op sommige plaatsen welicht warmer wordt, maar niet overal: op Antarctica groeien immers de ijskappen. Kerr zegt dus iets anders, en ook elders vang ik andere berichten op: "Wetenschapsmensen slaan alarm over Smeltende Antarctische IJskappen" aldus The Independent in februari.

Zo kan ik doorgaan met het noemen van toch wel erg zorgwekkende berichten. "Broeikasgassen bereiken nieuwe hoogte, toename gaat steeds sneller", meldde Reuters in februari. Onderzoek van Kim Holmen, onderzoeksdirecteur van het Noorse Poolinstituut, vormt de basis voor deze uitspraak. En The Times berichtte zeer recent, 23 oktober: "Nieuw CO2-bewijs betekent dat klimaatsvoorpellingen ‘te optimistisch’ zijn".

Een heel dramatisch beeld geeft de website planetextinction.com, gevonden via het artikel "Wereldwijde Opwarming Wordt Ernstig Onderschat", op Countercurrents.org. De wel erg panisch, schrille, om niet te zeggen oververhitte toon van de argumentatie zal menigeen afschrikken. Maar daarmee is de onderbouwing niet onderuitgehaald.

Nee, klimaatwetenschapper ben ik niet. Maar ik hou het erop dat er alle reden is voor groot alarm en acute, drastische – revolutionaire – maatregelen. Anders houden we het absoluut niet droog en leefbaar op deze planeet.

(1). Een reactie op mijn vorige klimaatartikel die Jesse, gewaardeerd bezoeker en commentaargever alhier, gaf, komt naar mijn idee in de buurt van precies deze verwarring.

maandag 15 oktober 2007

Klimaat en revolutie: 12 stellingen

1. Verreweg het grootste probleem dat beschaafd menselijk samenleven op een bewoonbare planeet bedreigt, verreweg hetmeest omvangrijke en acute milieuprobleem dat ons bedreigt, is klimaatsverandering. het verhaal is bekend: uitstoor van broeikasgassen, vooral CO2, betekent dat de atmosfeer meer warmte vasthoudt, waardoor de gemiddelde temperatuur stijgt.
Ontregelde weerpatronen en extreme weersverschijnselen - meer en extremer hittegolven en tropische stormen - zijn een mogelijk gevolg met locaal soms verschrikkelijke impact. Smeltende ijskappen en een stijgende zeewaterspiegel dreigen honderden miljoenen mensen van huis en haard te verdijven. Biodiversiteit op de planeet - de verscheidenheid aan planten- en diersoorten - loopt gevaar.
Over de precieze samenhang tussen uitstoot van broeikasgas en de diverse gevolgen is nog steeds wetenschappelijke discussie. maar dát er iets ernstig loos is, en dat menselijk ingrijpen daar een serieus aandeel in heeft, staat wel vast. Klimaatsceptici doen nuttig werk waar ze wijzen op specifieke zwakke plekken in de bewijsvoering rond klimaatverandering. Over het geheel genomen voeren zij echter een achterhoedegevecht.
2. Catastrofale klimaatverandering is van menselijke makelijk. Industrieel verbruikvan fossiele brandstoffen - olie, gas en steenkool - plus het gebruik van die brandstoffen in het vervoer - auto maar vooral ook vliegverkeer - is de grote boosdoener. vervanging van fossiele door duurzame brandstoffen, plus zeer dramatische wereldwijde energiebesparing, zijn nodig om de toename van broeikasgas en de temperatuurstijging die daar het gevolg van is, tegen te gaan. Er is geen tijd te verliezen. Als we niet binnen tien tot vijftien jaar de uitstoot van onder meer CO2 met minstens 80 tot 9o procent verminderen, dan zijn we te laat, dan zijn catastrofale klimaatveranderingen niet alleen onvermijdelijk, maar leiden ze waarschijnlijk tot een escalerend effect dat niet meer in de hand te houden is.
3.Het vervangen van olie, gas en steenkool betekent een geweldige botsing tussen de bedrijven die rijk worden van winning, verwerking, verkoop en verbruik van deze energiebronnen en grondstoffen. Het gaat daarbij bedrijven en bedrijfstakken als oliewinning en -verwerking, auto-industrie, vliegtuigbouw en vliegverkeer, maar ook om grote delen van de chemische industrie die olie veelal als grondstof heeft voor allerlei synthetische producten. De drastische verbouwing of vervanging van al deze bedrijfstakken vergt een botsing met de kapitaalsmacht die deze bedrijfstakken bezit en die haar prioriteit oplegt aan de maatschappij.
4. Deze economie stelt kapitaalsaccumulatie, economische groei terwille van die groei zelf, centraal. tegenover energiebesparing per producteenheid staat dus continu de tendens om meer producteenheden te maken. Minder CO2 per auto's zal gepaard gaan met meer auto's. Het klimaat reageert echter niet op relatieve CO2-uitstoot - CO2 per auto's - maar op de absolute hoeveelheid CO2 in totaal. Binnen dit soort markteconomie bijt energiebesparing dus in zijn eigen staart.
5. De concurrentie die het kapitalisme kenmerkt, sluit effectief beleid per afzonderlijk bedrijf tegen uitstoot van broeikasgassen uit, ongeacht of de bazen van zo'n bedrijf dat willen of niet. Terugdringing van broeikasgas, door andere technieken en energiebesparing, vergt kostbare investeringen. Als een bedrijf niet de zekerheid heeft dat de concurrent dezelfde investeringen doet, dan snijdt het bedrijf dat die investeringen alvast doet, zich financieel in eigen vlees. Degene die de investeringen nalaat, krijgt een voorsprong in de concurrentie. De markt zet op deze manier zo ongeveer een premie op nalatigheid. Dat betekent dat een openbare macht, een staatsmacht, nodig is op alle bedrijven van een land te dwingen tot klimaatreddende investeringen over te gaan.
6. De concurrentie die het kapitalisme kenmerkt, sluit effectief beleid per afzonderlijke staat uit, ongeacht of de regeerders van zo'n staat dat wel of niet willen. Een economie die, door de regering gedwongen, investeert in duurzame energie, filters tegen vervuiling en energiebesparing, is duurder uit dan een economie die dat nalaat. Ook de concurrentie tussen staten zet zo ongeveer een premie op nalatigheid op klimaatgebied. Dat betekent dat er een internationale openbare macht nodig is, tegenover bedrijven maar ook tegenover afzonderlijke regeringen, om het noodzakelijke klimaatbeleid bindend, ja dwingend, op te leggen.
7. Deze internationale openbare macht kan van twee kanten komen: van boven, vanuit bestaande regeringen eb kapitaalsmachten - of van onderen, vanuit de massa van de bevolking.
8. Macht van boven ontbeert geloofwaardigheid. Het is precies het winststreven en de machtspolitiek van dit soort macht die tot de dreigende klimaatramp leidt.
9. Macht van boven zal zich verzetten tegen klimaatbeleid. De noodzakelijke verbouwing van de economie - van fossiele brandstof naar duurzame brandstoffen, van particulier autoverkeer naar een effectief en toegankelijk openbaar vervoer, van energieverspillend naar energie-zuinig - vergt planning, op landelijke en internationale schaal. Dat zou een enorme inbreuk op de markteconomie inhouden. De huidige machten worden rijk in en van deze markteconomie. Zij zullen zich met hand en tand verzetten tegen deze ommezwaai. het feit dat planning om het klimaat te redden wel eens een precedent kan worden voor planning in sectoren die juist de laatste decennia steeds meer aan de markt zijn overgelaten - en dat zo het hele marktfundamentalisme in gevaar komt - zal dit verzet nog versterken. Op macht van bovenaf, verbonden met de kapitalistische eigendom, valt niet te vertrouwen. Kapitalistische markteconomie en bijbehorend politiek bestel zijn, nationaal en wereldwijd, niet in staat om de klimaatcatastrofe te keren.
10. Macht van bovenaf vormt zich bovendien op wijzen die hetzij niet effectief zijn, hetzij levensgevaarlijk. Samenbundeling van staten in de VS schakelt de onderhuidse concurrentie tussen staten niet uit, en ondervangt het probleem niet. dat zie je aan Kyoto, dat wordt opgepikt door stat5en die al een eind op weg zijn met energiebesparingen duurzaamheid, terwijl andere staten dwars blijven liggen. In de logica van de markt, die door Kyoto en de VN wordt geaccepteerd, is zo'n belangenconflict logisch en onvermijdelijk. De VN en vergelijkbare instellingen zijn als machtsmiddel om ons klimaat te redden ongeschikt.
11. De enige andere voorstelbare vorming van een macht van bovenaf, die dwingend klimaatreddende maatregelen kan opleggen is te griezelig om uit te proberen. ja, als één staat de onbetwiste baas wordt, wereldwijd, dan kan die staat klimaatbeleid bindend opleggen. maar dat betekent dat die staat dan eerst wel de baas moet worden. Zoiets gaat met oorlogen. Concreet: de VS - de enige staat met de militaire macht om zoiets te bereiken - zou dan de Oorlog tegen Terrorisme moeten omdopen in een Oorlog voor het Klimaat. En het zou die oorlog - tegen land na lan d- moeten winnen ook.
Dat kent drie bezwaren: a. oorlog verslindt olie, en is dus in hoge mate klimaatverwoestend. Wat heb je aan de overwinning als intussen het klimaat op hol is geslagen? b. die oorlog zelf bedreigt het menselijk voortbestaan, gezien haar steeds verwoestender karakter. De VS kan uiteindelijk winnen - maar ook verliezen. En hoe de hele reeks oorlogen ook loopt, inzet van kernwapens op weg naar de wereldheerschappij - of de VS die race nu wint, of bijvoorbeeld China- zou de menselijke beschaving, het voortbestaan van het overgrote deel van het leven, acuut bedreigen. Het klimaat redden door intussen de wereld verregaand te verwoesten is geen aanvaardbare optie. c. Als de VS (of China) uiteindelijk zou winnen, dan zou dan een kapitalistisch totalitair imperium zijn waarin de prioriteiten van het kapitaal meer dan ooit zouden domineren. De wereld zou gered worden - op een manier die de overgrote meerderheid van de bevolking in een nog veel brutere vorm van uitbuiting en onderdrukking zou storten, Misschien was er in het 1984 van George Orwell geen klimaatprobleem. Maar een menselijke oplossing is zoiets evenmin. Degenen die weerstand bieden aan de opmars van zo'n imperium hebben dan ook het recht aan hun zijde
12. Als macht van bovenaf niet werkt, en/of een volslagen heilloze dynamiek en uitkomst heeft, dan zal de publieke wereldwijde macht om het klimaat te redden van onderaf moeten komen, tegenover kapitaalsgroepen en daarmee verbonden staten. Klimaatredding is een wezenlijke collectieve menselijke behoefte. Alleen een solidaire, democratisch verenigde mensheid, heeft zowel het belang al;s het vermogen om te doen wat tegen catastrofale verandering noodzakelijk is. Klimaatredding moet dan ook argument worden om een wereldwijde beweging voor menselijke behoeftenbevrediging op te bouwen - een beweging die haar collectieve kracht opbouwt en gebruikt om het kapitalisme wereldwijd opzij te schuiven omver te werpen en te vervangen door een menselijke en duurzame wereld. Klimaatredding vereist socialistische revolutie.

zondag 14 oktober 2007

Nogmaals die misplaatste vredesprijs

Gelukkig ben ik niet de enige die geen feestvreugde wist te ontlenen aan de vredesprijs die reclamefilmmaker en misdadiger tegen de menselijkheid Al Gore krijgt. Diverse reacties hebben kritiek op de beslissing. Maar niet elke kritiek is even zinnig. Ik grasduin wat in reacties her en der.
The Times maakt melding van de vreugde waarmee Democratische politici de prijs voor Gore begroeten. John Edwars, presidentskandidaat, zegt dat het “leiderschap van Al Gore in ‘verbluffende tegenstelling met het falen van de huidige administratie’” Ook twee andere kandidaten, Hillary Clinton – met ‘Congratulations’ op haar website – en Obama waren vol lof. De schrijver van het stuk zelf zegt dat de prijs "onvermijdelijk geïnterpreteerd werd als een tik op de vingers van presidente Bush”, die steeds tegen bindende maatregelen tegen uitstoot van broeikasgas is geweest.
Die lof is tamelijk over the top, net als de uitspraak van het Nobelcomite zelf: “Wellicht de persoon die het meeste heeft gedaan om het wereldwijde begrip te scheppen voor de maatregelen die aangenomen moeten worden.” Als het comité nu gezegd had: “het meeste gedaan om bewustzijn van het dreigende probleem te bevorderen” - had er nog íéts ingezeten: die film van hem, The Inconvenient Truth, heeft ongetwijfeld bijgedragen aan de alarm-stemming die inmiddels onder zeer veel mensen is gegroeid. Die stemming is terecht, en die bijdrage eraan op zich welkom.
Maar de maatregelen waar Gore mee komt gaan het niveau van een extra spaarlamp en de kachel een graadje lager niet te boven. Niet alleen is dat volstrekt niet adewquaat. Door met dist soort oplossinkjes te komen onttrekt Gore het zicht op de ingrijpende maatschappelijke verbouwing die nodig is om binnen 10 jaar tot 90 procent reductie in uistoot van broeikasgassen te komen. Daarmee is de nadruk op de oplossingen van Gore ook nog eens contraproductief, of beter gezegd: schadelijk. Dat alleen al zou reden kunnen zijn om die prijs aan een ander te geven.
De World Socialist Website komt met een analyse van het Nobel-besluit om Gore de prijs toe te kennen. Op het eerste gezicht lijkt daar een lichte parania in te zitten, een neiging om wel zeer grote krachten aan het werk te zien achter dit besluit. De schrijver van het stuk, Patrick Martin noemt het besluit “een politieke uitspraak van de Europese bourgeoisi over heb beleid van de regering-Bush en de politiek van de VS”. Verderop heet het dat de prijs “op zijn minst opgevat kan worden als een signaal van het Noorse politieke establishment (…) dat het hoopt op een Democratische overwinning in de presidentsverkiezingen van 2008.”
Het eerste – de hele kapitalistenklasse aan het woord via dat Nobelcomite – lijkt me een beetje overdreven. Hoie heeft die klasse dan input in het beleid? Worden aandelenbeurzen, denktanks, regeringskringen, directiekantoren allemaal geraadpleegd door het comité? Dat lijkt me eennnogal verregaande conclusie, en gegevens in die richting geeft Martin niet. Maar dat de Noorse heersers eenn woordje meespreken in het Nobel-besluit is zeer aannemelijk.
Martin legt uit dat het comité dat over de vredesprijs gaat niet – zoals met de wetenschapsprijzen het geval is – door een groep deskundigen wordt gevormd, de Zweedse Academie van Wetenschappen bijvoorbeeld. Nee, het Noorse parlement kiest vijf mensen, op basis van de omvang van de partijen in dat parlement. Er zitten twee ex-ministers in, en een voormalig president vanneen universiteit. Van uiterst rechts tot behoorlijk links, alle grote stromingen zijn vertegenwoordigd. Het comité verwoordt een consensus van het Noorse establishment. En volgens Martin wil dat establishment , ddoor Gore te kiezen, zowel de urgentie van het klimaatvraagstuk onderstrepen als waarschuwen voor de groeiende crisis enn onstabiliteit in de VS. Al eerder kreeg Bush indirect een veeg uit de pan van de Noorse Nobelaars: bijvoorbeeld in 2002 toen de prijs naar ex-president Carter ging.
Martin wijst er ook op dat de maatregelen waar Gore mee komt, weinig voorstellen. Het Kyoto-protocol “in het opstellen waarvan hij een groot aandeel had, was grotendeels een oefening in symboliek, en de Clinton-administratie heeft het nooit aan de Senaat ter ratificatie voorgelegd uit vanwege de intense oppositie vanuit Amerikaanse zakenbelangen.” Ook wijst hij op Gore’s rol in de tijd dat hij vice-president was: “hij was de tweede man in een administratie die Amerikaanse troepen naar Somalië, Haiti en Bosnië stuurde, doodseskaders in Colombia financierde, Irak, Soedan en Afghanistan bombardeerde, een economische blokkade van Irak in stand hield die de dood van naar schatting 500.000 kinderen ten gevolge had, en die een vernietigende luchtoorlog tegen Servië voerde”. Zo’n iemand verdient, zoals ik gisteren betoogde, een onvriendelijk etiket en een oorlogstribunaal, geen vredesprijs.
Iets dergelijks vindt ook Jan Oberg, in een artikel op Counterpunch. “Al Gore in het bijzonder – als vice-president onder Bill Clinton van 1993 tot 2001 – werd nooit gezien of gehoord als vredestichter”, merkt hij droogjes op. In die richting denkt ook Alexander Cockburn. “Al Gore’s Vredesprijs”, heet zijn stuk op Counterpunch, en daarboven: “Het is net zo belachelijk als dat d ze Goebbels in 1938 een gegeven hadden”. Te hard? Ik dacht het niet – op het eerste gezicht. Goebbels had in 1938 nog aanzienlijk minder doden mede op zijn geweten dan Gore vandaag de dag.
De narigheid is echter dat Cockburn da de vergelijking zo niet bedoelt. Hij neemt Gore op de hak als propagandist van het wereldwijde klimaatsalarm. Hij noemt de wetenschap die daaraan ten grondslag ligt ‘bogus’(nep), en ziet zelfs het internationale klimaatpanel IPCC (winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede, samen met Gore), als weinig meer dan oplichters. Hier slaat Cockburn de plank goed mis. Hij is klimaatscepticus, ik niet. Hoe slap en deels averechts zijn oplossingen voor het klimaatprobleem ook zijn, in zijn waarschuwingen dat er iets grondig misgaat, door menselijk toedoen, heeft Gore gelijk en Cockburn niet. En het wat erg dramatisch waarschuwen voor een klimaatcatastrofe op één lijn zetten met de antisemitische haatpropaganda van Goebbels is laag, en Cockburn volstrekt onwaardig.
Sterk is echter weer wel Cockburns kritiek over Gore’s rol als tweede man onder Clinton. Die ligt in de lijn van die van Martin en Oberg, en van mijn eigen vorige stuk. Maar Cockburn haalt dingen naar voren die ik alweer kwijt was, of die me waren ontgaan. In de verkiezingen van 1992 schilderde hij opponent Bush af als bijna een maatje van Saddam. Zijn kritiek op de samenwerking tussen Bush en Saddam vóór de Koeweitcrisis en de Golfoorlog (1990-1991) was geen onzin. Maar de oproep om een nog harder beleid tegen Irak te voeren was kwalijk.
Die kwalijke houding ging door toen Gore tot vice-president was gekozen. Waar Clinton de Amerikaanse houding tegenover Saddam wilde laten afhangen door de opstelling van Saddam, daar wilde Gore niets weten van welke normalisering van betrekkingen tussen de VS en Irak dan ook. En binnen de Cinton-regering werd Gore verantwoordelijk voor het Irak-beleid. Werken aan een staatsgreep in Irak, maar ook herhaalde bommengooierij met een opgelegde ‘no-fly-zone’ als excuus, en keihard volgehouden sancties kenmerkten dat beleid.
Danny Muller, een vredesactivist, sprak Gore in een bijeenkomst in verkiezingsjaar 2000 aan. “'Ik verhief mijn stem en vroeg ‘Mijnheer Gore, waarom zou iemand op een administratie stemmen die elke maand 5000 kinderen doodt door de sancties in Irak?' Gore stopte. En hij lachte. Hij lachte daadwerkelijk. Hij zei dat hij dat later op de dag zou bespreken. Ik antwoordde door te zeggen dat er elke tien minuten een kind vanwege de sancties sterft, en dat we geen tijd hebben om te wachten.” Een massamoordenaar die lacht als hij aan zijn misdaden wordt herinnerd. Een presidentschap heeft zijn cynisme dan niet opgeleverd, maar een 'vredesprijs' heeft hij toch maar binnen weten te slepen.

zaterdag 25 augustus 2007

Griekenland: de brandstichter heet kapitalisme

Griekenland brandt, en de naam van de brandstichter is kapitalisme. Op drie manieren is dat aannemelijk te maken: plaatselijk winstbejag van ondernemers, asociale prioriteiten van een kapitalistische regering, en de gevolgen van een door kapitalistisch beleid ontsporend klimaat hebben beslissend bijgedragen aan de huidige catastrofe de al minstens 44 mensenlevens heeft gekost.

Inmiddels heeft de regering - maanden na de eerste bosbranden van deze zomer - de noodtoestand afgekondigd. Zou het nog uitmaken? Gaat ze de vlammen arresteren of zo, en zonder vorm van proces opsluiten? Iets anders gezegd: is het iets anders dan verlaat machtsvertoon, om haar asociale onvermogen te verbloemen en nog iets van haar gehavende gezicht te redden enkele weken voor landelijke verkiezingen?

Hoe kom ik er bij om het kapitalisme tot brandstichter uit te roepen? Is het niet gewoon een combinatie van extreme hitte, harde wind, enkele brandstichtende criminelen en wellicht een wat traag reagerend bestuur?

Was het maar waar. Om te beginnen is er de hitte zelf. nee, je kunt niet één-op-één zeggen dat een hittegolf veroorzaakt wordt door het broeikaseffect, en dat het een onderdeel is van de klimaatverandering die - zo staat nu toch wel ongeveer vast - door de industriële uitstoor van broeikasgassen op gang wordt gebracht.

Máár 1. dit is niet de eerste hittegolf van deze zomer, maar de derde; en 2. een samenvatting van het klimaatrapport van het VN-klimaatspanel IPPC van begin dit jaar noemde toenemende frequentie en intensiteit van hittegolven wel als één van de mogelijke en min of meer waarschijnlijke gevolgen van het broeikaseffect.

Dus is het leggen van verband tussen broeikaseffect en een erg ontvlambaar Griekenland wel degelijk redelijk. Dat broeikaseffect, die CO2-uitstoot. is een effect van wereldwijde, op winstbejag gerichte industriële groei - enen gevolg van het kapitalisme. En mensen die hier willen komen betogen dat ook Rusland onder Stalinistische en China onder (post)Maoistische leiding alles ondergeschikt maakte aan industriële groei, mogen er dan wel meteen bij uitleggen wat er dan niet-kapitalistisch was aan die twee staten. Maar dit terzijde.

Dan de prioriteiten van de conservatieve regering van premier Karamanlis. Die vormen het tweede verband tussen het kapitalisme en de branden. Op het NOS-journaal van 20 uur deze zaterdagavond was een boze bewoner van een brandend gebied aan het woord. Die vroeg zich af waarom de regering geen brandweerwagens en dergelijke had gekocht, maar F-16 straaljagers aanschafte. Het land was toch niet in oorlog?

Kennelijk geeft de regering stelselmatig weinig - te weinig - uit aan de brandweer. En dat in een land dat elke zomer met grote bosbranden te kampen heeft. bezuinigen is, in Griekenland net als in zoveel andere landen - prioriteit nummer één. Het is een prioriteit afgedwongen door bedrijven die lagere belastingen willen om hogere winsten te kunnen boeken. Voor militaire uitgaven - nodig voor het handhaven van een positie in de internationale kapitalistische pikorde - maken regering een uitzondering. Voor het redden van mensenlevens blijkbaar niet. kapitalistische prioriteitsstelling leidt tot volstrekt onvoldoende voorbereiding op deze bosbrand.

En laat niemand doen alsof de huidige catastrofe niet te voorzien was. Een burgermeester van een deel van Athene waar al drie eerdere grote branden waren geweest sinds 1982, riep een week van te voren dat er hier en daar al brandhaarden waren. Serieuze reactie bleef uit.

Dezelfde burgemeester wees op een sinister aspect dat het derde verband is tussen de werking van het kapitalisme en de bosbranden. Hij wees op de grondprijzen: inmiddels een miljoen euro per tiende hectare, dus tien miljoen per hectare. Voer voor projectontwikkelaars en grondspeculanten! Er is alleen een kleine beperking: zolang er bos op de grond staat mag je er, volgens wetgeving, geen huizen op bouwen.

Het NOS-journaal van deze zaterdag - in een opvallend goede en kritische reportage over de bosbranden - wees op deze kleinigheid en gaf er mee aan dat er dus wat bij te winnen viel als het bos zou verdwijnen. Bij dat verdwijnen kunnen vlammen een aanzienlijke hand helpen. Je kunt in hete zomers op de vlammen gaan wachten. Je kunt ze ook een handje gaan helpen.

Daar hebben we dan ook een hebzuchtig motief om brand te stichten en ruimte te scheppen voor lucratieve projectontwikkeling. Daar hebben we het derde verband tussen kapitalisme en branden te pakken: rechtstreeks winstbejag van ondernemers. Als de Griekse bossen in gemeenschapshanden zouden zijn en de grond eronder niet verhandeld kon worden, zou dit motief voor brandstichting ontbreken.

Klimaatverandering, neoliberale bezuinigingen en het winstbejag van prjectontwikkelaars - groot en klein - die drie dingen maken deze branden tot niet de zoveelste natuurramp, maar tot onderdeel van het huidige politiek-economisch systeem. In de fik dus, dat systeem, voor het ons allemaal verschroeit of in de golven verzuipt.