Posts tonen met het label literatuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label literatuur. Alle posts tonen

maandag 7 januari 2008

Nieuwjaarsboodschap

Ja, ik weet het, trouwe lezeressen en lezers: er heerst een naargeestige stilte op dit weblog. De rooieravotr heeft het eventjes gehad met bijna alles en bijna iedereen. Moe, somber, en moe.

Heel even heb ik overwogen om 2008 maar over te slaan en in 2009 te kijken hoe de zaak ervoor staat: welke van de identieke miljonairsklonen het Witte Huis heeft bezet, of het water Utrecht en Rotterdam al in de golven heeft doen verdwijnen, of het junta van Wilders en Verdonk haar deportatie- en liquidatiebeleid al op de rails heeft. Maar ik heb goede hoop dat het ruim voor die tijd wel weer zodanig gaat kriebelen dat ook dit weblog weer een wat minder grimmige vulling krijgt, in een iets hogere frequentie ook.

In de tussentijd, to keep the good customers satisfied - dank alvast aan iedereen die blijft checken nu en dan of er weer leven in komt - , een nieuw liedje, en een oud gedicht. het nieuwe liedje, een heerlijk eenvoudig banjodeuntje, een lekkere meezinger. Het heet: "Sick of the world", en is gemaakt door Chris Floyd. Ik heb het gevonden op zijn prachtige politieke sombermansweblog Empire Burlesque. Het gedicht heet "Do not go gentle into that good night", en is van één van de grootste dichters uit het Engelse taalgebied, Dylan Thomas. Beide links bevatten tekst en geluidsopname. Geniet ervan. Ennuh.... allemaal de beste wensen voor 2008...

woensdag 24 oktober 2007

Een wijze lieve man is dood

Nu is hij echt weg. De plechtigheid is geweest, de toespraken zijn uitgesproken, In Memoriams verschenen en gelezen. Het raakte me, zowel het toch nog onverwachte overlijden van de man als de waardige plechtigheid vanmiddag. Enkele persoonlijke observaties naar aanleiding van de dood van Jan Wolkers.
Vrijdagavond op station Utrecht CS zag ik het op dat grote videoscherm waar nieuwsberichten en en reclameboodschappen elkaar afwisselen: Jan Wolkers overleden, 81 jaar oud. Het raakte me, en dat lag eigenlijk niet voor de hand. Zo veel had ik immers niet met de kunstenaar Wolkers. Wat was het dan?
Na thuiskomst ben ik gaan zoeken, nadenken en formuleren, wat me zo trof. De kern ervan: ik vond het – op grond wat wat ik van hem gezien en gehoord had, zo’n geweldig lieve man, warm en wijs. Hij deed me denken aan een vriend van mij, kunstenaar, en in april van dit jaar onverwachts overleden: Ton van Boxtel. Soortgelijke warme stem, en soortgelijk markant hoofd – en soortgelijke warmte die van de man uitstraalde, al heb ik daar van Jan Wolkers nooit rechtstreeks aanraking mee gehad.
Wolkers' boeken? Die heb ik niet gelezen, op ééntje na, meen ik, in klassikaal verband op de middelbare school. Mijn herinnering zegt 'Kort Amerikaans', maar zeker ben ik daar niet eens van, en diepe indruk heeft het niet gemaakt destijds. Sowieso had ik vrij weinig met Nederlandse literatuur. Deels lag dat aan de wijze van kennismaking ermee: via school. Wie op het idee is gekomen om het verplicht lezen van literatuur op scholen in te voeren, zou wegens de hoogste graad van cultuurvijandigheid ten eeuwigen dage aan de schandpaal dienen te worden genageld. Genieten van kunst verdraagt zich niet met welke vorm van plicht en dwang dan ook.
Dat het zelfs de verplichte leeslijst op school mijn waardering voor literatuur niet preventief heeft gesmoord is te danken aan mensen die mij tips gaven, adviseerden over boeken die ik met genoegen zouden kunnen lezen. Ouders hoorden daarbij, en ook docenten. De kracht van sommige boeken deed gelukkig de rest.
Maar daar hoorden de boeken van Wolkers dus niet bij. Favoriete boeken op mijn leeslijst van destijds (we spreken de jaren 1979-1980) waren er twee. Allereerst 'De wereld gaat aan vlijt ten onder', van Max Dendermonde – een zeer geestig verhaal over een man die niets moet hebben van het gejaag en gejakker naar succes, maar het zelfs systematisch vertikt om tegen het soort maatschappij waarin dit gedrag gedijt en gevraagd wordt stelling te namen. Hij gaat gewoon zijn eigen gang en maakt zich niet druk, tot grote irritatie, maar soms ook knarsetandende bewondering, van mensen om hem heen. Het verhaal speelde in de VS in de jaren vijftig, en had op een hele milde manier een beatgeneration/ hippie-sfeertje.
Het andere boek: 'De Onrustzaaier', van Willem van Maanen. Daarin staat een onderwijzer van een kwijnende openbare school in een zwaar christelijk dorp centraal. Hij probeert de school nieuw elan te geven, en komt heftig in botsing met de normen en waarden van notabelen, pers en natuurlijk de Christelijke school die zijn positie bedreigd ziet. Het loopt niet goed af, maar toch bereikt hij met zijn strijd tegen vooroordeel niet helemaal niets.
Maar terug naar Jan Wolkers. Zijn boeken trokken me niet, en ik heb de afgelopen dagen proberen te bedenken hoe dat zat. Dat zijn romans expliciet waren over seksualiteit, en daardoor baanbrekend, kreeg ik wel mee. Maar juist in die jaren werd duidelijk dat mijn eigen seksuele interesse voor mensen van het andere geslacht – waar het bij Wolkers om ging - naarmate de puberteit verstreek er, laten we zeggen, niet bepaald groter op werd. Geleidelijk werd duidelijk waarom dat was.
Ook het feit dat Wolkers zo nadrukkelijk en diepgaand rebelleerde tegen zijn gereformeerde achtergrond en de daarbij behorende krampachtigheden en verstikking maakte zijn boeken voor mij niet speciaal extra de moeite waard. Ik deelde met hem een gereformeerde herkomst, maar in mijn geval was die niet verstikkend. Het was een nogal mild protestantisme, wel serieus maar niet bedompt, wat ik van ouders, school en kerk meekreeg. Het was zelfs niet vrij van trekjes die ik later als progressief zou herkennen, vooral rond het thema van armoede in wat steeds vaker de Derde Wereld werd genoemd. Van naastenliefde naar solidariteit was nu ook weer niet zo’n hele grote stap.
Een gereformeerde jeugd in de jaren zestig en zeventig was toch iets anders dan een gereformeerde jeugd in de jaren veertig en vijftig. Rebelse neigingen ontwikkelden zich bij mij dan ook langs andere lijnen, en opstandigheid tegen gereformeerde preutsheid was bij mij destijds geen thema. Dat ik zowel de preutsheid (voor een deel…) als het geloof der vaderen (maar niet alle trekjes die daar vaak mee samenhangen) achter me heb gelaten, dateert van latere tijden, niet uit de jaren dat voor veel anderen het werk van Jan Wolkers zo’n grote impact had.
Geen Wolkers dus destijds voor mij, al herinner ik me wel dat ik de verfilming van 'Turks Fruit' heb gezien. Hoe belangrijk Wolkers, met zijn afrekening met gereformeerde dwangmatigheid en seksuele repressie is geweest, hoe groot en bevrijdend zijn betekenis daardoor is geweest – dat realiseerde ik me pas later, veel later, voor een flink deel pas door de publiciteit na zijn dood.
In de loop der jaren zag ik Jan Wolkers af en toe op de televisie. En daarin raakte hij me op een wijze die zijn boeken niet deden. Hij was natuurliefhebber, net als ik. En hij deelde dat op een heel erg ontwapenende manier. "Kijk, die kikker! Mooi he?" Dat type van uitspraken, in een TV-fragment. 'Aandoenlijk' is een te zwak woord, kleinerend bijna. 'Ontwapenend' en 'ontroerend' komt er dichterbij. Hij hield van de natuur, niet slechts als algemene bestaansvoorwaarde voor duurzaam menselijk leven, maar als concreet en kwetsbaar leven, van een breekbare schoonheid. Ik hoop dat een omroep de hele serie van rondleidingen in zijn tuin op Texel nog eens integraal herhaalt, want meer dan een enkel fragment heb ik daar nooit van gezien.
De natuurliefhebber Wolkers was tevens ook een heel erg bezorgde Wolkers – bezorgd over de teloorgang van zoveel kwetsbaars en moois. Dat verwoordde hij, niet gewoon boos maar zielsverontwaardigd. En dat is niet hetzelfde. De oprechtheid ervan kwam over. Dat hij vorig jaar lijstduwer was voor de Partij van de Dieren lag helemaal in die lijn.
Naast zorg over de natuur was er ook zijn afkeer van oorlog. Of het een verkiezingsspotje was voor de Pacifistisch Socialistische Partij (PSP) waar ik in de jaren tachtig veelal op stemde, of een reportage waarin inzet tegen oorlog thema was, ik weet het niet meer. Maar, in de decennia dat ik geregeld demonstreerde tegen kruisraketten, en later tegen Golfoorlog en andere gewelddadigheid, herkende ik Jan Wolkers als verwante, als mens met wie ik, op grote afstand en maar half bewust, wezenlijke zaken deelde.
Maar wat ik me pas de laatste dagen , al lezend en TV-kijkend, realiseerde, hoe groot de verwantschap ook in maatschappelijk opzicht was. Wolkers was in de jaren zestig geen toevallige passant die wel eens een progressieve uitspraak deed. Hij had zich stelselmatig verbonden aan de kwesties waar links zich destijds voor inzette. "Hij was een held van zijn tijd , een bohémien, die zich (…)tegen iedere autoriteit keerde. Vietnam, de NAVO, dierenmishandeling, het regime van de Indonesische dictator Soeharto – er waren weinig 'progressieve' protesten waar hij zich niet aan verbond", schreef de NRC. Ook uit de monumenten die hij ontwierp bleek aan welke kant Wolkers’ hart klopte, niet alleen letterlijk, maar ook figuurlijk. Naast zijn bekende Auschwitz-monument zat er 'Vrouwen in Verzet' bij, en 'De Roos' op een brug genoemd naar Den Uyl, PvdA-aanvoerder toen nog niet elke sociaaal-democratische veer was afgeschud.
Zijn inzet als mens en artiest tegen onrecht en verwoesting was exemplarisch, juist omdat hij géén platte propaganda als kunst uitgaf. Tegelijk was politiek activisme eigenlijk niets voor hem. Maarten Van Rossem vertelde op de herdenking hoe Wolkers zich als twintigjarige eens bijna bij "een sekte van Spartakisten" had aangesloten. Hij deed het toch maar niet, want je moest er zo akelig consequent voor wezen…
Wolkers als artiest is dus enigszins langs me heen gegaan toen hij nog leefde. Wolkers als maatschappelijk betrokken persoon heeft mij indirect, maar wel diep, geraakt. Tegelijk is het de mens Wolkers die me iets deed en doet. Die stem, dat brok emotionele oprechtheid dat er in doordrong. Zijn warme levenslust, waar zijn vrouw en goede vrienden vandaag zo treffend over spraken. Zijn gastvrije levenskunst: op bezoek zijn bij Jan Wolkers moet een belevenis geweest zijn, niet in de laatste plaats vanwege de met aandacht zelf bereide maaltijden.
Dan was er zijn levenswijsheid, waar zijn fascinatie voor de dood onverbrekelijk bij hoorde: zonder dood was leven zinloos? En mocht er na de dood een hemel zijn dan mocht die hem bespaard worden. Immers, zoals Van Rossem memoreerde: "Want in de hemel zouden volgens de vader van Wolkers dieren niet welkom zijn. ‘Dus ook geen katten.’ En dat is een doorslaggevend argument." Treffend zijn de dichtzinnen die hij schreef:

Men tilt een blad op en daar staat geschreven
In taal, die slechts de wormen is gegeven
Dood, dood en nog eens dood, en even leven.

Jan Wolkers heeft méér dan slechts even geleefd, en onuitwisbare indrukken achter gelaten.
Een echt In Memoriam was dit niet, ik weet het. Een prachtig "eerbetoon van een bewonderaar" heeft Pepijn Brandon al geschreven. Komend jaar lees ik een boek van hem, misschien meer. En komende vrijdag drink ook ik een glas, zoals vriend en biograaf Onno Blom een ieder dat aan het slot van de uitvaartplechtigheid aanbeval. Dat is de dag die bij leven zijn 82-ste verjaardag zou zijn geworden.

zondag 12 augustus 2007

William Blake: revolutionaire poëzie

Eén van de websites die ik vrijwel dagelijks even bezoek is het webmagazine MRzine, dat behoort bij het marxistische tijdschrift Monthly Review. Rechtsboven op die website staat elke dag een andere illustratie met hyperlink naar een andere site over een persoon of gebeurtenis, doorgaans vanwege geboorte- of sterfag van die persoon, of datum van de gebeurtenis in kwestie. Het is altijd weer boeiend om te zien welke vergeten revolutionair of genegeerde opstand op deze wijze weer even onder de aandacht komt.

Zondagavond, tijdens mijn vaste bezoekje aldaar, zag ik wie er aan de beurt was: William Blake. Aanleiding was zijn sterfdag, 12 augustus 1827. Het plaatje bevatte een hyperlink naar The William Blake Archive, een website gewijd aan het werk van deze kunstenaar en dichter.

Wie was hij? Dichter dus, een maker van gravures - maar in zijn werk en leven tegelijk rebel, messcherp waarnemer van kapitalistische wantoestanden en schepper van schetsen van menselijke bevrijding, sympathisant van de Franse Revolutie en zelf ook soms in botsing met de autoriteiten van zijn tijd. James Daugherty heeft een heldere schets van zijn leven en zijn rol gegeven, te lezen via Bookrags.com.

Zijn gedichten en andere geschriften kun je lezen op Contents: The Complete Poetry and Prose of William Blake. Helaas zijn de teksten op nogal lelijke wijze neergezet, met opmerkingen in de kantlijn en zo. Erg aangenaam lezen doet het op deze manier niet. Maar hoor ik daar niet een bevriend dichter in mijn oor fluisteren dat je poëzie ook niet on-line moet lezen , maar gewoon vanaf echt beschreven en bedrukt papier?

Enkele fascinerende observaties over leven en werken van deze poetische dwarsligger geeft Paul Foot in een boekrecensie onder de titel "A Passionate Prophet of Liberation" in de Socialist Review nr. 71, juni 1996. De mij totaal onbekende ex-Trotskistische en post-Leninistische marxist Cyril Smith schreef in 2002 het mooie artikel "Marx and the fourfold vision of William Blake", waarin hij laat zien dat de visionaire inzichten van Blake op een wezenlijke wijze verwant is aan visie van Karl Marx - als je verder kijkt dan de steriele versie die te vaak als 'Marxisme' te boek staat.

Stof tot nadenken levert hij, in combinatie met het verrijkende genoegen dat het lezen van Blakes poëzie biedt. Het betreft hier revolutionaire poëzie in drie betekenissen. Hoe hij de taal hanteert, beelden gebruikt, schrille contrasten schetst van onschuld en verschrikking, idyllische taferelen van ongereptheid die plots veranderen in visioenen van angst en terreur - het is dichtwerkt dat een ontregelende uitwerking heeft op de ontvankelijke lezeres en lezer..

Dit hangt samen met het tweede revolutionaire aspect van Blake's schrijfwerk: het onderwerp ervan. Soms bezingt hij letterlijk revolutie, zoals in - het lange gedicht dat niet voor niets The French Revolution heet. Veelal beschrijft hij hoe het proces dat als Industriële Revolutie bekend staat huishoudt in het leven van kwetsbare mensen, veelal kinderen.

De twee versies van The Chimney Sweeper zijn daarvan aangrijpende voorbeelden. Het eerste maakt deel uit van de reeks Songs of Innocence; het tweede van de serie Songs of Experience; de twee bundels horen bij elkaar en vormen samen een zeer toegankelijk hoogtepunt in Blake's poëzie.

Hoofdpersoon in beide gedichten is Tom, de jonge schoorsteenveger, een jongen in de leeftijd waarop kinderen horen te spelen of onderwijs te genieten, en geen zwaar werk horen te doen. Aan het slot van de eerste versie schetst Blake hoe Tom uiteindelijk tevreden is:

And so Tom awoke and rose in the dark
And got with our bags & our brushes to work.
Tho'the morning was cold, Tom was happy and warm,
So if all do their duty, they need not fear harm.


De tweede versie eindigt heel anders. Daarin spreekt Tom zelf:

And because I am happy, & dance and sing,
They think they have done me no injury:
And are gone to praise God & his Priest & King
Who make up a heaven of our misery.


En hier zien we meteen het derde aspect waarin Blake's werk revolutionair is: de meedogenloze afwijzing van de machten, religieus en politiek, die mensen knevelen, klein houden, kapotmaken. Heel vaak haalt Blake uit naar allerhande machthebbers, vaak op symbolische wijze.

Uit zijn werk komt iemand naar voren die, vanuit een diep religieuze visie - de man was een religieus mysticus - de opgelegde godsdienstigheid van hogerhand met grote felheid afwees. Prachtig komt dat naar voren in The Garden of Love - een tuin van liefde waarin opeens een kapel was neergezet:

And the door of this Chapel was shut
And Thou Shalt not. writ over the door

en even verder:

And I saw it was filled with graves
And tomb-stones where flowers should be
And Priest with black gowns, were walking their rounds
And binding with briars, my joys and desires.


William Blakes visie was die van een rebel, in permanente oppositie tegen de Orde en het gezag van zijn tijd. In zijn visionaire opstandigheid loopt hij vooruit op een dichter als Allen Ginsberg, en ook Bob Dylans werk uit vooral het midden van de jaren zestig is niet vrij van Blake-invoed. In een lied als Gates of Eden is die onmiskenbaar. Alleen al de titel lijkt een knipoog naar de zujuist bezochte Garden of Love van Blake.

Hoe revolutionair zijn visie ook was, Paul Foot wijst er terecht op dat Blake vrijwel geen openlijk politieke oppositie tegen de gevestigde orde voerde. Dat onderscheidt hem in ongunstige zin van die andere revolutionaire romanticus uit de tijd van Blake: Percy Blythe Shelley.

Blake's houding was er een van veroordeling, afwijzing, terugtrekking ook uit de door hem verfoeide wereld van oprukkend industrieel kapitalisme - niet van georganiseerde bestrijding. Dat lag ook in de lijn van de dissidente geloofdsbeleving die Blake kenmerkte. We treffen in hem eerder een vroege hippie dan een revolutionair activist.

Maar een te streng oordeel hierover is misplaatst: het werkterrein van hem was niet de barricade maar de poezie, zijn wapen niet het geweer maar de macht van het beeldende woord. Maar ook het soort visionaire revolte waarin Blake uitblonk hebben we als inspiratiebron zo buitengewooon hard nodig.

(voltooid 13 augustus 's middags; ik zeg het maar eventjes, omdat een half etmaal eerder al een deel hiervan online stond)