dinsdag 12 december 2006

Pinochet dood: reacties her en der

De dood van de Chileense ex-dictator Pinochet heeft allerlei reacties losgemaakt, van voorspelbaar tot verrassend, van weerzinwekkend tot uiterst vrolijk makend - op een grimmige manier.

Voorspelbaar en tevens weerzinwekkend waren de woorden van Margaret Thatcher, de Britse ex-premier van 1979 tot 1990. Zij was, aldus een woordvoerder van haar "zeer bedroefd" (Guardian, 11 december). Logisch: haar oude vriend had voor Chileense steun gezorgd in de Falklands-oorlog die Groot-Brittannië onder Thathers leiding tegen Argentinië voerde.

Belangrijker wellicht: ze waren geestverwanten in hun haat tegen links, tegen vakbonden, tegen arbeiders die voor hun rechten op kwamen. Pinochet liet zulke mensen opsluiten in een stadion, doodmartelen, uit helicopters in zee gooien. Hij liet hun lijken verdwijnen zodat ze niet alleen meer bestonden, maar ook niet meer aantoonbaar hadden bestaan - de ultieme geschiedvervalsing a la Geroge Orwell's roman 1984 (Jorrain Larrain, op de website Open Democracy, wijst hierop).

Nee, Thatcher pleegde geen staatsgreep en was geen dictator. Maar ze jaagde er autoritaire wetten doorheen die vakbondsrechten inperkten en stakingsrecht ernstig beknotten. Het politiegeweld waarmee de grote mijnstaking van 1984-85 te maken kreeg, liet zien waar ze vcoor stond. Ze voerden allebei een keihard neoliberaal beleid. Pinochet en Thatcher waren allebei klassenstrijd-fanaten namens de heersende kapitalistenklasse, strijders van het harde, openlijke soort.

In de categorie 'verrassend en weerzinwekkend' valt de reactie van het Witte Huis. "De dictatuur van Augusto Pinochet vertegenwoordigt één van de moeilijkste perioden in de geschiedenis van die natie. Onze gedachten zijn vandaag bij de slachtoffers van zijn bewind en hun families.(..)". Aldus woordvoerder Tony Fratto. Denken ze echt dat wij gek zijn of zo? Dat iedereen de rol van de VS in de val van de gekozen linkse president Allende en de staatsgreep van Pinochet vergeten zijn? Een klein uistapje dan naar de recente geschiedenis der Chileens-Amerikaanse betrekkingen.

1970: de linkse Allende als president gekozen. Kissinger zegt in die tijd: "Ik zie niet in waarom we terzijde moeten boijven en toekijken hoe een land Communistisch wordt door de onverantwoordelijkheid van haar eigen bevolking. De zaken zijn veel te belangrijk om aan de Chileense kiezers zelf ter beslissing te worden overgelaten." Kissinger was als veiligheidsadviseur van president Nixon één van degenen die de buitenlandse politiek van de VS bepaalden.

De VS steunde rechtse groepen tegen Allende, nam economische maatregelen tegen dat land, hielp het klimaat rijp maken voor de staatsgreep. "Het voorbeeld van een succesvolle gekozen Marxistische regering in Chili zal zeker effect hebben op - en waarde als precedent hebben voor - andere delen van de wereld, in het bijzonder Italië; de verspreiding uit imitatie van vergelijkbare verschijnselen elders in de wereld zou op haar beurt in belangrijke mate het evenwicht in de wereld en onze positie daarin beïnvloeden" , zo laat Kissinger op 5 november weten aan president Nixon, twee dagen na de inhuldiging van Allende als president.

11 september 1973: de staatgreep van Pinochet. De VS steunt het nieuwe bewind. Kissinger verzet zich tegen druk vanuit het Congres om militaire steun tebeperken. In een stafbespreking zegt hij "Is deze regering erger dan de regering van Allende? Worden mensenrechten erger bedreigd door deze regering dan onder Allende?" Onderminister voor Latijns-Amerika William Rogers zegt daarop: "in termen van vrijheid van vereniging: Allende ontbond de oppositiepartij niet. In termen van persvrijheid: Allende sloot niet alle kranten." Maar om dat soort mensenrechten ging het Kissinger kennelijk niet. In 1976 ging Kissinger op bezoek bij de terreurgeneraal zelf. "Wij wensen uw regering het beste", zei hij daar. De VS was grote steunpilaar voor Pinochets schrikbewind. De huidige woorden vanuit het Witte Huis, die deze verantwoordelijkheid niet eens aanstippen, zijn huichelarij.

Boeiende reacties komen ook uit Nederland zelf. In de NRC lazen we maandag dat Pinochet met harde hand regeeerde en krijgen we te lezen dat 130.000 mensen zijn gearresteerd, tienduizenden zijn gemarteld, 20.000 gevlucht en duizenden zijn gedood. Maar daaraan gaat de volgende zin vooraf: "het Latijns-Amerikaanse land verkeerde in een diepe economische en politieke crisis, zo niet op de rand van een burgeroorlog: stakingen legden het land lam, militante groepen van links en van rechts bedreigden de openbare orde, het gezag van de staat was aan alle kanten ondergraven." Dat klinkt haast als: vind je het gek dat zo'n bezorgde generaal orde op zaken gaat stellen? Het is apologie, geen analyse.

Dat er crisis was, chaos, stakingen: het klopt. Dat veel van die crisis door de eerder genoemde politiek van de VS werd aangewakkerd had de NRC er echter wel eens bij mogen vermelden. Dat Allende van alles probeerde om "het gezag van de staat" te handhaven - en zijn linkse achterban daartoe op fatale wijze afremde - ontbreekt ook bij de NRC. Dat het land "op de rand van de burgeroorlog" belandde, was aan rechtse destabilisatie in samenwerking met de CIA te danken. En de burgeroorlog kwam dan ook, in de vorm van de staatsgreep zelf. Omdat de ene kant het leger en de wapens had en de andere kant niet, duurde die bloedige burgeroorlog kort.

Dat de generaal daarmee niet op een onpartijdige wijze DE orde herstelde met zijn staatsgreep, maar een zeer bepaalde RECHTSE orde - ééntje waarin de "militante groepen van rechts" hun zin kregen, en de "militante groepen van links" hun leden doodgemarteld zagen worden - DAT is de kern, en niet een abstracte ordelievendheid van een brave generaal. De NRC-alinea mag typerend zijn voor een communique om staatsgrepen te rechtvaardigen, maar is juist daarom beschamend voor een kritische krant. In een later artikel in die krant krijgen aanhangers van de dode generaal ook nog eens opvallend veel ruimte om hun motieven te etaleren, en ook het laatste woord in het stuk is voor hen. Reken niet op veel kritiek van de kant van de NRC als morgen een rechtse staatsgreep, met CIA-steun, Chavez in Venezuela afzet.

Deels voorspelbaar in hun kern, maar vrolijk makend in hun formuleringen, zijn diverse reactie van linkse webloggers. Een paar prachtige reacties van zulke linkse commentatoren. Rahul Mahajan om te beginnen, op Empire Notes op 10 december (geen preciezere weblocatie), constateert dat kort achter elkaar Milton Friendman, Jeane Kirkpatrick en nu ook Pinochet zijn overleden. "Kennelijk is iemand een reunie aan het plannen", zegt hij droogjes. "Degenen onder jullie die religieus zijn: brandt alsjeblieft een kaarsje voor Henry Kissinger, Donald Rumsfeld en Dick Cheney, zodat ze lang genoeg leven zodat we ze het proces kunnen geven dat ze zozeer verdienen (Bush zal waarschijnlijk niet competent geacht worden om terecht te staan) ." Over Kirkpatrick en Friedman schreef ik eerder.

Het weblog Under The Same Sun is ook aardig: "Milton Friedman (...), Jeane Kirkpatrick, PW Botha... Based on an emerging pattern, I'd have my pacemaker checked if I were Henry Kissinger" - om vervolgens de hoop uit te spreken dat Kissingen lang leeft en gezond blijft voor dat hoognodige proces.

Lezenswaardig is het artikel van Ron Jacobs op Counterpunch over de dood van de generaal. Titel: "Death of a Pig". Wie mij een beetje kent weet dat ik zoiets beledigend vind - voor het varken. Ik heb nimmer gehoord van knorrende, in modder rollende viervoeters die ooit opdracht gaven tot het uit helicopters gooien van weerloze mensen. Jacobs sluit zijn artikel af met: "Pinochet ontsnapte aan de aardse gerechtigheid, maar ik krijg het gevoel dat hij niet zal genieten van zijn leven-na-de-dood. Hij en Jeane Kirkpatrick in een week. Misschien is er een god. Maar tegelijk: als die er is, waarom verdomme loopt Henry Kissinger nog steeds rond om zijn dodelijke adviezen te geven?"

Maar enkele van de fraaiste reacties kwamen niet van achter de PCs van Weblogland vandaan, maar van de straten van Chili waar meteen duizenden mensen feest vierden toen ze hoorden van de dood van de ex-dictator. Daarin vermengen zich vreugde met woede dat de man nooit gestraft is voor zijn terreur, en frustratie over het feit dat er nog volstrekt onvoldoende echt is veranderd.

Het eerder door me aangehaalde NRC-stuk bevat, naast uitspraken van rouwende fans, gelukkig ook een paar citaten van die andere, de goede kant. Het laatste woord daaruit krijgt bij mij een zekere Luis Torres die voor het presidentiële paleis met een bijna lege fles champagne stond: "Die heb ik zeventien jaar geleden gekocht omdat ik dacht dat Pinochett bij een aanslag was omgekomen. Ik heb hem tot nu toe bewaard om eindelijk te kunnen feesten. Het overlijden van de schoft is het mooiste kerstcadeau dat Chili zich kon wensen."

zondag 10 december 2006

Pinochet, Kirkpatrick, Friedman dood

De oude schurk is niet meer. Pinochet, ex-dictator van Chili, is eindelijk overleden. Het enige verdrietige hieraan is dat de man nooit werkelijk voor een rechter verantwoording heeft afgelegd voor zijn aanzienlijke misdaden. Elke keer als het enigszins die kant op ging waren er 'gezondheidsklachten' waardoor het feest niet doorging. Ik geloof niet dat 'gezondheidsklachten' van slachtoffers van Pinochets dictatuur redenen waren om ze niet te martelen of te vermoorden.

Want marteling en moord, dat waren het handelsmerk van het bewind van Pinochet. De Volkskrant schrijft "Tijdens zijn bewind kwamen naar schatting 3000 oppositieleden om het leven." Mooi gezegd, nietwaar? Niemand vermoordde deze 3000 mensen. Niemand folterde, niemand gaf opdracht tot hun arrestatie, niemand was de baas over de militairen en de geheime politie. De mensen kwamen gewoon "om het leven" , als door een geheimzinnige ziekte.

Mooi is ook de voorafgaande zin: "Pinochet regeerde Chili van 1973 tot 1990 met harde hand." Geen enkele opmerking over hoe die regering aan de macht kwam. Geen bloedige staatsgreep, geen voorafgaande linkse regering van Allende die letterlijk zijn presidentiële paleis werd uitgeschoten door de soldaten van generaal Pinochet. Pinochet was dan "ex-dictator" volgens de Volkskrant, maar zijn bloedige machtsgreep is spoorloos.

Voor heel, veel mensen - Chilenen die hebben geleden onder Pinochets regime, en heel veel mensen uit heel veel delen van de wereld voor wie de naam 'Pinochet' een griezelig begrip was - is de staatsgreep van Pinochet, en het eromvolgende schrikbewind echter bepaald niet spoorloos. De trauma's van overlevenden en van mensen die een familielid kwijt zijn geraakt aan de moordenaarshanden van Pinochet zijn nooiit echt geheeld. Het feit dat feitelijk ongestraft is gebleven is juist daarom moeilijk te verkroppen.

Zijn regime kwam model te staan voor vergelijkbare dictaturen, in Latijns-Amerika en elders. Hij was niet eens de ergste in zijn soort. Het Argentijnse bewind eiste in kortere tijd (1976-1983) meer slachtoffers. De Guatemalaanse slagers aan de macht vermoordden in een land met minder inwoners in kortere tijd veel meer mensen: hun militairen roeiden dorp na Indiaans dorp uit, met een macaber dieptepunt in 1982.

Maar Pinochet was een vroegkomer in deze golf van militaire regimes, in zekere zin inspiratiebron ook. En omdat zijn regime niet een steeds wisselend gezicht had - met bevelhebbers of presidenten die elkaar snel opvolgden - maar jaar na jaar dezelfde leider had, kreeg Pinochet, veel meer dan de Argentijnse commandant Videla of de Guatemalaanse president Rios Montt, de rol van symboolfiguur.

Het schrikbewind van Pionochet had redenen om te doen wat het deed. De angst voor "communisme" dreef dit soort regimes ideologisch. Maar achter die angst ging een economisch-politieke agenda schuil, een serie van prioriteiten. 'Communisme' was in feit codewoord voor elk politiek streven dat aan armen een beter bestaan en meer invloed op het bestuur probeerde te brengen. In Chili moest dan ook de linkse president het ontgelden - maar vooral de talloze arbeiders en boeren die zijn presidentschap aangrepen om looneisen te stellen, om zich te organiseren, een landhervorming teg gunste van arme boeren op gang te brengen. Dat soort beweging bedreigde de grote ondernemers en grondbezitters - en hun bondgenoten in Washington. Daaraan moest een eind gemaakt worden, en dat deed Pinochet.

De weigering van Allende om echt de confrontatie met rechts, de generaals en de rijken aan te gaan, maakte dat hem gemakkelijker: Pinochet was door Allende zelf in de regering gehaald in een futiele poging om verzoeking tussen Allende en de legerleiding te vinden... Zie voor de staattsgreep en de voorgeschiedenis: Mike Gonzales, "A People's Tragedy" , dat trouwens als aantal slachtoffers van Pinochet's regime 30.000 noemt, wat volgens mij echt te hoog is. De verschrikkingen zijn al erg genoeg, overdrijving ervan is nergens voor nodig en ondermijnen de geloofwaardigheid van degene die ermee komt. Wikipedia - niet honderd procent betrouwbaar maar een redelijke indicatie - spreekt van 3000 doden en het schokkende aantal van 130.000 arrestaties.

Daarmee kwam ruimte voor een groots experiment: het inrichten van de maatschappij volgens een ongebreideld vrijemarkt-beleid. Daar was een voorvechter van: de Amerikaanse econoom Milton Friedman. Pinochet vroeg en kreeg diens hulp om een beleid van privatisering en ander marktbeleid door te drukken. Dat kon nu: obstakels zoals assertieve arbeiders, vakbonden en linkse partijen waren immers door Pinochet zo goed als de nek gebroken. Ja, Friedman "veroordeelde" intussen wel de dictatuur die zijn type beleid de ruimte gaf... Zo werd glashelder gemaakt dat neoliberalisme - zoals het heksenbrouwsel van Friedman en aanverwanten later genoemd zou worden - en werkelijke democratie haaks op elkaar staan.

Dat veel landen neoliberaal Friemanniaans beleid weten door te drukken zonder militaire dictatuur is te danken aan de gevestigde sociaal-democratische partijen en vakbondsleidingen. Omdat die veelal meegaan in de vrije markt, en omdat linkse stromingen die arbeiders helpen effectief voor hun rechten op te komen veelal te zwak zijn, komen rechts en de ondernemers weg met eindeloze bezuinigingen en privatiseringen. De vijf kabinetten van de neoliberale Zalm (twee onder Kok, drie onder Balkenende) laten dat zien.

Friedman is inmiddels ook overleden, enkele weken voordat Pinochet zijn goede voorbeeld daarin volgde. Enkele dagen geleden stierf ook Jeane Kirkpatrick, zodat aan een symbolische rechtvaardigheid waarin driemaal scheepsrecht is, voldaan is. Zij was in de jaren tachtig onder president Ronald Reagan VN-ambassadeur namens de Verenigde Staten, en een groot supporter van de Amerikaanse steun aan dictaturen zoals die van Pinochet. Waar Friedman het bijbehorende economische recept leverde, daar zorgde Kirkpatrick voor een ideologische rechtvaardiging voor steun aan dit slag regimes.

Ze maakte daarbij een onderscheid tussen linkse en rechtse dictaturen. De eerste waren "totalitair" en daarmee totaal verwerpelijk. Niet toevallig was een commando-economie in staatshanden onderdeel van dat totalitaire recept. Rechtse dictaturen waren "autoritair" en dat was aanzienlijk minder erg volgens Kirkpatrick. "Rechtse autoritaire regimes kunnen vreedzaam in democratiën worden omgevormd; bij totalitaire Marxistische regimes kan dat niet. Die kunnen alleen maar veranderd worden door gewapende tegenstanders van het Communisme te helpen." Dat rechtvaardigde in de jaren tachtig steun aan gewapende rechtse terreurbendes, de Contra's, tegen de linkse Sandinistische regering in Nicaragua.

Maar Kirkpatrick ging nog verder. "Traditionele autocratiën leten de bestaande verdeling van rijkdom, macht , status en andere hulpbronnen die in de meeste traditionele maatschappijen een rijke minderheid begunstigen en de meerderheid in armoede laten in tact. Maar ze aanbidden traditionele goden en nemen traditionele taboes in acht. Ze verstoren de gebruikelijke ritmes van wejk en vrije tijd, woonplaatsen, gangbare patronen van relaties en familiebanden niet. Omdat de ellende van het traditionele leven vertrouwd zijn leren mensen die in de maatschappij zijn ppgegroeid ermee te leven, net zoals kinderen van onaanraakbaren in India de vaardigheden en houdingen verwerven die nodig zijn om te overleven in de miserabele rollen waartoe ze zijn voorbestemd." Dat maakt dus kennelijk rechtse dictaturen aanvaardbaar, geheel in tegenstelling tot linkse. Kirkpatrick schreef dit in het blad Commentary in 1979; ik vond het in Noam Chomsky's boek "Turning the Tide" (Boston, 1986), op bladzijde 8. Vreemd alleen dat veel van de bewoners van deze "traditionele autocratiën", het woord dat Kirkpatrick koos voor rechtse dictaturen vlucht of opstand, met alle ricico s van dien, verkiezen boven de traditionele ellende.

Natuurlijk is het onderscheid tussen linkse en rechtse dictaturen in de kern kolder. In de eerste plaats omdat er niks 'links' is aan die zogenaamde linkse dictaturen. Je kunt in bijvoorbeeld Cuba de goede en toegankelijke gezondheidszorg en onderwijsvoorzieningen en de relatief kleine inkomensverschillen links noemen, net als de onafhankelijke buitenlandse koers. Maar het feit dat het land autoritair bestuurd wordt, en dat de leiding geen werkelijke zeggenschap van de bevolking tolereert - aan dat feit is niets links te ontwaren. Dat je ook goede gezondheiodszorg en alfabetisering en armoedebestrijding kunt hebben zonder dictatuur, in een land met open verkiezingen en een veelvormige pers - dat wordt in Venezuela onder Chavez momenteel aangetoond. Het streven naar goede sociale omstandigheden is dan ook geen argument om dictatuur te rechtvaardigen.

Dictatuur is òngelijkheid ten top, een gebrèk aan menselijke emancipatie, en daarmee prinipieel anti-links. Voor de "totalitaire Marxistische" regimes in Oost-europa was dat nog duidelijker. Daar was grote sociale ongelijkheid tussen partijelite en arbeiders. Enige linksheid was zelfs op dat vlak ver te zoeken. Het onderscheid tussen linkse en rechtse dictaturen is daarmee apekool.

Maar de tegenstelling van Kirkpatrick gaat op een heel ander vlak mank. Hoe kwamen de "totalitaire Marxistische" regimes in Oost-Europa aan hun eind? Door "gewapende tegenstanders van het Communisme" , met steun van de VS?

Ik herinner me 1989 heel anders. Polen: stakingen in 1988, gevolgd door min of meer vrije verkiezingen waarmee de weg naar een parlementair regime op neoliberale afbraakbasis werd ingezet. Hongarije, waar een enkele massademonstratie plaatsvond maar waaroin vooral een deel van de partijbureaucraten en fabrieksdirecteuren zich al tot prive-ondernemers hadden omgevormd hadden en prima dachten te functioneren in een meerpartijenstelsel. Bulgarije, waar een coup binnen de partij lieden aan de macht bracht die de weg naar meerpartijenstelsel en privatisering insloeg, met demonstraties en stakingen slechts in een aanvullende rol. Zelfs in Roemenië, waar een gewelddadige revolutie het schrikbewind van de megalomane 'communist' (en keurige afbetaler van schulden aan Westerse banken en het IMF, volgens orthodox neoliberaal concept) Ceaucescu omver wierp, konden Roemeense arbeiders en soldaten dit uitstekend af zonder de steun aan "gewapende groepen" door de VS.

Het is waar: ook veel van Kirkpatrick's "autoritaire rechtse" regimes kwamen vrij vreedzaam aan hun einde. Chili zelf is daar een voorbeeld van, en iets vergelijkbaars gold voor Argentinië, en eerder al voor Spanje en Portugal. Maar in Guatemala en El Salvador democratiseerden de regimes zich slechts toen duidelijk werd dat ze de burgeroorlog met linkse guerril;labewegingen niet konden winnen. En de democratisering was en blijft hoogst onvolledig bovendien.

Het is waar: "gewapende groepen tegen het Communisme" - die moorddadige Contra's dus - droegen bij aan de val van de Sandinisten. De bevolking was de oorlog zó beu, de Sandinisten deden oomk zoveel concessies aan rechts, dan bij verkiezingen in 1990 de mensen dachten: dan maar de rechtse oppositie. De chantage en intimidatie uit de VS had gewerkt. Je moet er maar trots op zijn.

Kirkpatrick was trouwens verbonden aan PRODEMCA, een organisatie die propaganda maakte voor steun van de VS aan die Contra's. Daarvoor had PRODEMCO geld gebruikt uit het illegale netwerk rond Oliver North, die opbrengst van wapenhandel met Iran naar de Contra's doorsluisde en daarmee een verbod op steun aan de Contra's vanuit het Congres omzeilde.

Die verkiezingen in Nicaragua, voorafgegaan door verkiezingen in 19984 waaraan ook een stevige oppositie deelnam. lieten trouwens ook zien dat Nicaragua bepaald niet voldeed aan het beeld van "totalitair" (of zelfs autoritair) bewind. Dictaturen houden doorgaans geen serieuze verkiezingen op meerpartijenbasis. Nicaragua was in die tijd niet socialistisch, geen schoolvoorbeeld van hoe revolutie moet en zo - maar wel een land dat democratisch was in de zin dat Venezuela dat momenteel is. Dat Kirkpatrick tegen dit soort staten zulk grof geweld aanvaardaar vond rechtvaardigt het venijnige etiket dat Noam Chomsky haar ooit toekende: "belangrijkste huis-sadist van de Reagan-regering" ('chief sadist in residence of the Reagan administration'), ook op bladzijde 8 van het eerder genoemde boek "Turning the Tide" .

Haar antidemocratische mentalistiet vbleek nog vrij recent. Kort na de aanslagen van 11 september 2001 zei ze dat het recht op een eerlijk proces slechts voor Amerikanen was weggelegd, niet tegen mogelijke terroristen uit andere landen. "Een eerlijke procesgang is voor Amerikanen,. Het is voor mensen die de verplichtingen van burgerschap in een democratie aanvaarden. En als er iets is dat deze mensen niet deden, dan is het wel het accepoteren van enige verplichting dan ook aangaande burgerschap in de wereld. Ik geloof gewoon niet dat ze recht hebben op onze eerlijke rechtsgang in onze rechtbanken." Mensenrechten waren voor haar blijkbaar niet meet een gevolg van "waarheden"die "onbetwistbaar" zijn, namelijk "dat alle mensen als gelijken worden geschapen, dat zij door hun schepper met zekere onvervreemdbare rechten zijn begiftigd" , in de woorden van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring...

De dictator Pinochet is dood. Zijn economische adviseur Friedman eveneens. En ook de leverancier van excuses om didctatuur en ongelijkheid te steunen leeft niet meer. Dictatuur, neoliberalisme en de bijbehorende propaganda zijn echter springlevend. Dat maakt het nodig om de ideeën en praktijken van van mensen als het besproken rechtse drietal te lijft te blijven gaan.

vrijdag 8 december 2006

Over musical en evolutie

Nieuws uit de entertainment-wereld: Andrew Lloyd Webber, bekend van de musicals Evita, Cats en Jesus Christ Superstar, gaat nu ook het rapport van de Iraq Study Group in een musical omzetten. Dat meldt althans Assimilated Press, kennelijk een nieuw persbureau. De cast is indrukwekkend, met onder meer Sylvester Stallone als vice-president Cheney, en Whoopy Goldberg als Condoleeza Rice.

Het vierde commentaar bij het artikel weet ook al de titels van nummers op de twee bijbehorende CD's. We vinden daar onder meer "Bring It On! Bring It On" , van Bush en het Neocon Koor, "Are You With Us Or A Traitor" (Rove), "Last Throes"(Cheney), "Stand Up, Stand Down"(Bush en het Generaalskoor), "Never Criticize Your President" (Lieberman) en de finale: "Does Anybody Know What To Do?" Ik kwam deze waardevolle aankondiging tegen op het weblog "Once Upon a Time". Ik ben geen groot musical-liefhebber, maar als dit spektakel naar Nederland komt, dan ben ik er zeker bij...

Iets heel anders: de Amerikaanse staat Kansas treedt hard op tegen evolutie: "Als antwoord op een referendum van 7 november hebben wetgevers in Kansas noodwetgeving aangenomen om de evolutie, het hoogst omstreden proces datr verantwoordelijk is voor de ontwikkeling en diversiteit van soorten en voor het voortdurend overleven van al het leven, buiten de wet te stellen. 'Van nu af aan zullen de straten, bossen, vlakten en rivieren van Kansas veilig zijn voor de goddeloze procedure van evolutie, en zullen soorten in staat zijn om zich voort te planten zonder af te wijken van het door God bedoelde ontwerp', aldus Bob Bethell, lid van det Huis van Afgevaardigden van de staat. (...)

De nieuwe wetten verbieden alle binnen de staatsgrenzen levende wezens om zich opzettelijk aan veranderende levensvoorwaarden aan te passen. Verder zijn er strikte beperkingen gesteld aan elke activiteit die resulteert in verbeterde gezondheid of overleving, voorbij de huidige gemiddelde levensduur van de desbetreffende soort."

Dat zijn pas maatregelen! "Alhoewel de volledige impact van de wet waarschijnlijk de eerste 10 miljoen jaar nog niet wordt gemerkt zijn de meeste bewoners van Kansas blij dat de ban deze week al is ingegaan; ze beweren dat evolutie misschien al te ver is gegaan." De eerste arrestaties zijn er al: "Een politie-inval vrijdag in McPherson, Kansas, in een beweerde faciliteit voor kunstmatige inseminatie, leidde tot de arrestatie van een boer, een veearts, vier assistenten, een stier, en enkele dozijnen koeien." ... Geruststellend, nietwaar? Meer lees je op de website van het linkse magazine The Nation.

Working Class Hero: opmerkingen 26 jaar na de dood van John Lennon

"As soon as you're born, they make you feel small
By giving you no time instead of it all
Till the pain is so big you feel nothing at all

A working class hero is something to be
A working class hero is something to be..."

Dat zijn de beginregels van Working Class Hero, van John Lennon. Het is één van de twee mooiste songs die ik ken (de andere van de twee is Desolation Row, van Bob Dylan). Vandaag, 26 jaar geleden, schoot een verknipte fan John Lennon dood. Ik herinner me die dag: het was een grauwe dag, er lag wat sneeuw, ik was te laat op college omdat ik in de verkeerde trein was beland. Op het bord voorin de collegezaal had iemand gekalkt: "John Lennon is vermoord" . Ik vond het een nogal flauwe grap - totdat ik hoorde dat het de waarheid was. Ik geloof niet dat een moord op een publieke figuur ervoor of erna een diepere indruk op me maakte en me meer van de kaart bracht.

Waarom raakte zijn dood mij - een linksige student geschiedenis die graag zong en gitaar speelde - destijds zo? En waarom doet het mij - inmiddels niet linksig meer maar links, maar muzikaal op dezelfde lijn verder gegaan - nog steeds zoveel? Er zijn, naar mijn idee, grotere musici en songschrijvers: Bob Dylan wint het wat mij betreft, vooral vanwege zijn teksten. Er zijn ook consistenter linkse activisten dan Lennon, die slechts een handvol jaren echt expliciet rood uit de hoek kwam.

Zijn keuze voor links werd zichtbaar in 1969 toen hij en zijn vrouw Yoko Ono stelling nam tegen de Vietnam-oorlog. Maar ook al eerder vielen Lennon's teksten op door subtiele maatschappijkritische observaties. Nowhere Man , bijvoorbeeld, over bureaucratische traag draaiende molens, en een futiel ambtenarenbestaan dat klaarblijkelijk iets diepers symboliseert:

"He's a real nowhere man
sitting in his nowhere land
making all his nowhere plans for nobody
(...)
Nowhere man please listen
you don't know what you're missing
nowhere pan, the world is at your command..."

Dit alles gezongen met Lennon's lijzige stem, strak arrangement, meerstemmige vocale harmionieën die de soms schrille tekst treffend omlijsten - één van de beste Beatles-songs wat mij betreft, en al uit 1965. In 1968 zingen de Beatles, met hem in de hoofdrol Revolution .

"But if you talk about destruction,
Don't you know that you can count me out?"

Zo zingt hij daar; van gewelddadige revolutie wil hij (nog) niets weten. Maar op de veel rustiger uitvoering van hetzelfde nummer op de zogeheten White Album van de groep, zingt hij: "Don't you know that yopu can count me out/ in". HIj is er gewoon niet uit. En in 1969 klinkt het al, erg stellig: "Power tothe People, right on" . En ja: "Say you want a revolution - we better get one right away", zo luidt het daar. Niet zijn sterkste song, het is te plat om als lied echt indruk te maken. Goede politieke puziek is niet hetzelfde als pamfletten op rijm met drie akkoorden erachter.

Vanaf 1969 zette hij zich in voor links activisme en werkte met radicalen samen in New York. In 1972 maakte hij een plaat, "Some Time in New York City", waarin dat radicalisme duidelijk blijkt. Volgens kenners is het niet zijn beste plaat, juist omdat propaganda de boventoon voierde bovcen artistieke kracht. Dat is altijd het gevaar als kunstenaars zich engageren voor maatschappijverandering.

Dat hij lang niet altijd in die valkuil belandde, bewezen echter eerdere songs. "Working Class Hero" is een voorbeeld. Het veel bekendere "Imagine" ook. Dat is een lyrisch maar tegelijk heel rechtstreeks pleidooi voor een communistische wereld:

"Imagine no possessions
I wonder if you can
Nothing to kill or die for
A brotherhood of man..."

In een live-versie maakte hij van die laatste zin "a brotherhood and a sisterhood of man" , waarmee hij liet zien dat hij aan héél de mensheid dacht, en niet alleen aan de mannelijke helft. En mocht hij dat even vergeten dan hielp Yoko Ono hem wel herinneren. Hij zag revolutionaire politiek als iets breders en iets diepers zag dan alleen arm tegen rijk. Precies die ontvankelijkheid voor de strijd tegen onderdrukking in zijn veelvormigheid maakte Lennon op zijn best zo grootst.

"Imagine" werkt, omdat de beelde heel direct zijn, terwijl ze ingebed zijn in muziek die on de rand van sentimenteel is. Maar de breekbare maar toch altijd ietsje ruwe stem van Lennon voorkomt dat vals sentiment een kans krijgt. Het is die combinatie van prachtige melodieën en Lennon's ongepolijste stemgeluid - en in de jaren zestig vaak raadselachtige teksten - die ook zijn beste werk in de Beatles kenmerken.

Zijn linksradicalisme hield uiteindelijk geen stand. Hjj was voornemens deel te nemen aan protesten tegen de Republikeinse Conventie in Miami in 1972, waar president Nixon opnieuw kandidaat voor die partij gesteld werd. Het Witte Huis was bezorgd over de linkse stellingname van de voormalige Beatle, en stuurde de FBI op zijn dak.

Over de treiterij waarmee de Amerikaanse staat probeerde het land uit te pesten, is inmiddels een film gemaakt: "The U.S. vs. John Lennon" . John Wiener heeft over hetzelfde onderwerp een boek geschreven: "Gimme Some Truth: The John Lennon FBI Files" . Over beiden lees je meer via de website John Lennon - FBI Files . De ontwikkeling van de politieke stellingname van Lennon staat goed beschreven in "John Lennon's Revolution", van Alan Maas, in de Socialist Worker (US, niet te verwarren met het Britse blad van dezelfde naam).

Daar lezen we ook dat het niet alleen de pesterij van overheidswege was die Lennon voorzichtiger maakte naarmate de jaren zeventig vorderde. Hij was ook gedesillusioneerd geraakt door de manier waarop sommige revolutionairen hem voor hun karretje probeerden te spannen, en was ook gevoelig voor de verwarring waar grote delen van de linkse beweging aan ten prooi waren in die jaren. Terwijl de linkse kritiek op bijvoorbeeld de Vietnamoorlog wijd versprijd was, raakte de beweging zelf in een groeiend isolement.

Lennon zag de noodzaak tot herbezinning maar kwam er ook niet uit. Dat valt hem niet erg aan te rekenen: hij was artiest, maker en zanger van prachgtige songs, geen ideoloog of links theoreticus. Dat hij wel degelijk nadacht over het wel en wee van de linkse beweging, de perspectieven voor revolutie en de gevaren die zelfs een succesvolle revolutie bedreigen, blijkt uit een opmerkelijk interview dat hij en Ono in 1971 gaven aan de linkse activisten Tariq Ali en Robin Blackburn. De eerste uitspraken van Lennon daarin:

"Ik was altijd al politiek in mijn hoofd, weet je, en tegen de status quo. Dat is tamelijk elementair als je opgroeide, zoals ik, met angst en haat voor de politie als een natuurlijke vijand, en om het leger te verachten als iets dat iedereen weghaalt en dan dood ergens achterlaat.

Ik bedoel, het is een wezenlijk ding van de arbeidersklasse, al begint het te slijten als je ouder wordt, ene gezin krijgt en opgeslokt wordt in het systeem." Precies dat gevoel dat radicalisme te maken heeft met hetd agelijks leven, dat het geen extern opgelegde ideologie hoeft te zijn maar de dieposte persoonlijke drijfveren raakt - dat is wat Lennon zo echt, zo authentiek maakt, zijn stem zo beluisterenswaardig, en de klap van de moord zo groot.

Zijn laatste jaren waren gewijd aan zijn priveleven, en aan zijn muziek die weer vooral "gewoon" over liefde ging. Kort voor zijn dood was de single "Starting Over" uitgekomen, achteraf een wel hele wrange titel. Ook vóór en tijdens Lennon's revolutionaire fase waren zijn liefdesliederen heel bijzonder, heel direct en heel ontwapenend.

Ik denk dat daar ergens de kern ligt van wat me zo raakt aan de man en zijn werk. De man weigerde steeds meer toneel te spelen, was steeds meer zichzelf en gaf zich daarin bloot. Niet zijn consistentie, niet zijn analyse en zelfs niet zijn poëtische kracht, maar zijn eerlijkheid, zijn onschuld die weigert te verdwijnen, zelfs waar zijn groeiende inzicht voor naiviteit geen ruimte laat - dàt maakt de man groots. En juist dàt maakte de moord zo'n klap.

Lennon's geluid blijft intussen klinken:

"There's room at the top, they are telling you still
But first you must learn how to smile as you kill
If you want to be like the folks on the hill

A working class hero is something to be
A working class hero is something to be
If you want to be a hero, well just follow me
If you want to be a hero, wel just follow me."

Meer lezen:
Artikel op Wikipedia: "John Lennon"
De officiële website: "John Lennon, the Official Site".

over Lennon versus de Amerikaanse staat:
"John Lennon - still a security threat" door Jon Wiener (Common Dreams);
"John Lennon's MI5 -FBI Files", door Jon Wiener ( Common Dreams, oorspronkelijk in The Nation, maar die link werkt niet);
"While Nixon Campaigned, the FBI watched Lennon", door Adam Cohen, International Herald Tribune, hier via Common Dreams.

over Lennon's dood:
"'Is'n He a Bit like You and Me?' ", door Ron Jacobs (een linkse publicist wiens werk erg de moeite waard is). (MR Zine)
"The Night John Lennon Died", door Henry Marchand (Common Dreams);
"Gone John and the Dragon Lady", door Joyce Marcel (Commom Dreams);
"John Lennon: A Rebel. A Thinker. A Poet Whoe Dreamed Of A better World", door Harold K. Brush jr. (Common Dreams).

dinsdag 5 december 2006

Sinterklaas, opzouten die handel

De terrorismebestrijding krijgt het vanavond, vijf december, druk. We zijn allemaal immers al maandenlang gewaarschuwd tegen de dreiging van mogelijke aanslagen, we worden allemaal opgeroepen om verdachte zaken en mensen in de gaten te houden, en zo nodig alarm te slaan. Welnu, vanavond struinen her en der mannen rond, met een lange baard, gekleed in rode jurk, exotisch hoofddeksel op met religieus symbool erop, druk in de weer met zakken vol verdachte pakketjes. Bellen, dat alarmnummer!

Aan de hand van het hele Sinterklaasgebeuren valt sowieso heerlijk te illustreren hoe absurd de hele antiterrorisme-hype en de daarmee gepaard gaande groei van islamofobe paranoia is. Ik schreef onlangs al over het burqa-verbod, dat zogenaamd moet voorkomen dat mensen onherkenbaar over straat gaan. Onherkenbaarheid is nu juist precies de kern van de outfit van Sinterklaas en zijn duizenden assistenten...

Als Verdonk haar verbod doorzet, komt er dan een artikel in als anti-verkleed-wet vermomde anti-burqa-wet: "dit artikel geldt niet indien de vermomming bestaat uit rood tafelkleed, raar hoofddeksel met kruis erop en witte baard?" Anders gezegd: gaat het werkelijk om "onherkenbaarheid"? Of gaat het er weer eens om, moslims is de hoek te trappen als onaangepast en bij voorbaat verdacht?

Intussen woedt er in de decembermaand geregeld nog een andere discussie: Sinterklaas of de Kerstman? Degenen die de Sint in de steek laten en overlopen naar Santa Claus en zijn rendieren, krijgen te horen dat zij zwichten voor de platte Amerikaanse cultuur, in plaats van een knus oud-Hollands ritueel trouw te blijven. Ik vind dat onzin, en ben er om meer dan één reden een voorstander van om te deserteren, weg van de Goedheiligman.

De eerste reden is het racistische karakter van de tradiotionele Sinterklaasviering. Vriendelijke, rechtvaardige witte heer voert bende ondeugende en tamelijk domme donkere knechten aan. Wit = goed, nobel; zwart = onbetrouwbaar en dom. Het zijn ook de zwarte pieten wiens rol het is om "stoute kindertjes" angst aan te jagen. De witte bisschop strijkt vervolgens over zijn hart, zodat het zo'n vaart niet loopt. Zwart jaagt angst aan, wit biedt weer geruststelling. Een erg gunstig beeld van mensen met donkere huidsleur krijg je als klein kind op deze manier niet.

Ja,. ik weet het, je moet dit soort dingen niet al te zwaar opnemen. Nee, de strijd tegen sinterklaas is niet het Centrale Front van de Strijd tegen Racisme. Een beetje relativering en gevoel voor proportie is best goed. Maar degenen die protest aantekenen tegen Sinterklaasviering, met antiracistische argumenten, hebben gelijk, en iedere antiracist zou hen daarin bij moeten vallen. In Gebladerte, uitgave van de Fabel van de Illegaal, lees je iets meer erover. Initiatieven zoals een petitie in 2003 (let op: PDF-document, om het verschijnsel Zwarte Piet uit de Sinterklaasviering te halen, verdienen steun.

Dan het argument vande verdediging van oud-Hollandse traditie tegenover Amerikaanse commercie. Niet erg steekhoudend: ook Sinterklaas staat en valt met de commercie, ondernemers jagen het hele gebeuren aan, omzetten van speelgoedzaken hangen in Nederland net zo veel van de Sint af als ze in de VS van de Kerstman afhangen. De geluidsterreur van Sinterklaasliedjes in supermarkten lijkt mij geen uiting van cultuur, maar een puur geldbeluste poging om de kooplustigen verder aan te lokken, op weg naar de schappen met marsepein, pepernoten en speculaas.

Daarin zit geen enkel verschil met Kerst, behalve wellicht dat sommige van de Kerstliederen die vanaf 6 december dezelfde supermarkten gaan teisteren een mooie melodie hebben, waaraan je achter de lagen van commercieel geluidsbehang nog enigszins een authentieke inspiratie kunt beluisteren die dieper gaat dan het maximaliseren van omzetten. Ja, ik ben atheist, maar ik prefereer religieuze inspiratie boven geldzucht; het eerste is nog een uiting van iets dieper menselijks. "Little Drummer Boy" klinkt mooi, "Sinterklaas Kapoentje" alleen maar banaal en hebzuchtig, wat mij betreft.

Natuurlijk heeft ook Sinterklaas een religieuze wortel - maar dan precies op de negatieve, bangmakerige manier waar ik al op wees. Het Kerstmannengebeuren is juist daarom minder akelig, omdat het verhaal van zijn thuisbasis op de Noordpool, met de arreslee en de rendieren en dergelijke, zo evident iedere feitelijke basis mist, zo heerlijk onzinnig is. Geen bazige bisschoppelijheid, gewoon een goedhartige oude man met cadeautjes... Natuurlijk hebben beide feesten niet alleen hun commerciële karakter, maar ook hun ophemeling van traditionele en juist in dit seizoen vaak verstikkende familiebanden gemeen. Daarom ben ik van geen van beide feesten een groot voorstander.

Dan nog iets: ik woon in Nederland, niet in de VS. Het belangrijkste chauvinisme hier in het Nederlandse - een chauvinisme dat zich camoufleert achter zinsneden als "wij Nederlanders zijn hememáááál niet nationalistisch hoor, in tegenstelling tot die arrogante Fransen, die lompe Duitsers, die oppervlakiige Amerikanen..." Kortom: wij zijn GOED, beter dan de rest.

Juist omdat ik in Nederland woon is het chauvinisme van mijn "eigen" land de eerste vijand. Ook hier geldt weer dat Sint versus Kerstman niet de centrale politieke kwestie is, maar ik vertik het om mee te doen met Hollands-chauvinistische steun aan de Goedheiligman en zijn racistische viering. Woonde ik elders, dan zou ik om dezelfde anti-nationalistische reden afstand nemen van vergelijkbare nationale tradities.

Voor mij is de conclusie duidelijk. Laat de zwarte pieten samen met solidaire mensen de Sint zijn mijter af trekken, hem uit zijn ambt zetten en daarna samen in vrijheid verder leven. Dump dat sinterklaasfeest, dump het achterliggende racisme, gooi de grens open voor wie hier naartoe wil komen - inclusief de Kerstman en zijn rendieren. En laten we dan van elk feest, ook van de Kerstmannenfeest, weer iets menselijks proberen te maken, tegen commerciële pressie en familiehype in.

Carnaval in Hofnarstad

Carnaval is vroeg dit jaar, en de diverse carnavalsverenigingen zijn in een stevig conflict verwikkeld. Het hele tafereel vertoont een verwarrende chaos, zoals in dit laat-middeleeuwse tijdvak gebruikelijk is. Wat valt er zoal te zien?

Een trio van prinsen touwtrekt hevig over het komende bestuur van de Hofnarstad. We zien Prins Jan Peter, arrogant en zelfverzekerd, in de overtuiging dan anderen wel zullen aanschuiven op Zijn Verheven Voorwaarden. We zien Jan Marijn de Eerste, die als aanvoerder van een leger van straatarme lijfeigenen, bewapend met hooivorken, zijn claim op de troon kracht bij zet. We zien de kleine Prins Wouter, wiens schare arme aanhangers hun hooivorken hebben meegenomen en zich in groten getale bij Prins Jan Marijns mensen hebben gevoegd.

Prins Wouters' gezicht vertoont een weemoedige uitdrukking: ach, was hij nog maar gewoon als vroeger, als Pseudonymus Bosch, schilder van verledelijke sociaaldemocratische taferelen tegen de schrille achtergrond van duivelse neoliberale kleuren. Intussen trekt Generaal Pardon, streng doch rechtvaardig, zijn troepen samen om Jan Marijn en Wouter te steunen en hoop te bieden aan de tal van lijfeigenen die zuchten in de grimmige kerkers van Verdonk de Verschrikkelijke en haar wrede beulen.

Waarzeggers en astrologen, van Ferry de Mingelaar tot Bram de Schilhammer, doen intussen goede zaken. Perkamenten spotprenten van Joep gaan van hand tot hand op de marktpleinen van de steden.

Geruchten grijpen wild op zich heen: waar is Raspoetin Verhagen, die sinistere adviseur van prins Jan Peter, gebleven? Heeft hij wellicht een goed heenkomen gezicht aan de overkant van de oceaan, en zijn adviezen aangeboden aan het hof van de bevriende, maar in zijn macht bedreigde Keizer Georgius? Niemand die het weet, maar er is sinds de Binnen- en Buitenhofse Twisten op 22 november begonnen, weinig meer van hem vernomen.

Het zijn verwarrende tijden, vol dreiging en onheilstijdingen, van schommelingen tussen extatische hoop en diepe angst. Zelfs de Wederkomst des Hansen, een moment voor nabij gehouden na een dramatisch ritueel van Verdonk waarin ze op schrille toon eiste dat haar rivaal Mark op de brandstapel gegooid zou worden, bleek op het laatste moment niet door te gaan. Hoe moet dit allemaal aflopen?

zondag 3 december 2006

Verkiezingen in Venezuela

Verkiezingen vandaag in Venezuela. Het lijkt er op dat Chavez wederom gaat winnen, en met een stevige meerderheid ook. Dat zal, in en buiten het land, door heel veel mensen, ook door mij, met vreugde en opluchting begroet worden.

Victorie voor Chavez betekent steun voor voortzetting van de veranderingen die tijdens zijn presidentschap, en mede onder zijn leiding, op gang zijn gekomen sinds een meerderheid van stemmers hem in 1999 tot president koos. Dit proces van veranderingen, door de president aangebuid als de Bolivariaanse Revolutie (naar Simon Bolivar, leider van de onafhankelijkheidsstrijd tegen Spanje in de vroege negentiende eeuw) omvat de zogeheten misiones, projecten tegen analfabetisme, het organiseren van toegankelijke gezondheidszorg en goedkopen levensmiddelen voor de armen. Dit wordt betaald met de forse opbrengsten van de Venzuelaanse olie-industrie. De organisatie ervan vind door speciaal daarvoor in het leven geroepen structuren plaats, min of meer buiten het gevestigde (en zeer corrupte) ambtenarenapparaat om. Zeer veel mensen hebben door dit beleid hun armoedige bestaan zien verbeteren en zijn Chavez er dankbaar voor.

Onder leiding van Chavez voert Venezuela ook in haar buitenlandse beleid een bemoedigende koers. De regering van Chavez zegt nee tegen overheersing van de VS, stelde zich op tegenover de Amerikaanse aanval op Irak, riep tijdens de Israelische aanval op Libanon de Venezuelaanse ambassadeur uit Israel terug als protest. Chavez stimuleert een onafhankelijke opstelling van staten in Latijns-Amerika en elders en werkt samen met staten die in de Amerikaanse lijst van boosdoeners staan, zoals Iran. Zowel binnenlands als internationaal speelt de regering van Chavez een overwegend positieve rol.

Een overwinning van de oppositie zou aan deze rol een abrupt einde maken, met gevaarlijke consequenties. De kandidaat van de oppositie is een zekere Manuel Rosales. Deze man is gouverneur van de olierijke provincie Zulia. Hij zette zijn naam onder een verklaring ter ondersteuning van de staatsgreep van april 2002 waarmee generaals en zakenlieden Chavez omver probeerden te werpen. Een opstand van de armen van Caracas maakte aan die staatsgreep binnen twee dagen een einde en bracht Chavez terug aan de regering. Als Rosales wint, dan wint feitelijk die rechtse staatsgreep alsnog, om van de steun ervoor uit Washington maar te zwijgen.

Een overwinning van Chavez daarentegen betekent voortzetting van de progressieve hervormingen van de afgelopen tijd. Maar hoe dat proces doorzet, hangt van veel meer af. Chavez is een factor, maar hij kan het niet alleen. Belangrijker: het proces kan maar beter niet van een enkele man, hoe inspirerend ook, afhangen. Probleemloos is de rol van Chavez bovendien niet. Hij is niet vrij van een hang naar sterkemannengedrag (te verwachten van iemand met een militaitre achtergrond die bovendien verkiezing na verkiezing wint). Verder schippert hij tussen zijn achterban die radicale veranderingen wil, en zijn medewerkers aan de top, waarvan velen op de rem willen trappen en een compromis met de rechtse elite en met de VS wel zien zitten. Aan een heiligverklaring van Chavez hebben we niks, aan kritische solidariteit des te meer. Ik ben geen fan, maar ik hoop dat mensen hem in groten getale opnieuw tot president kiezen.

Juist druk vanuit zijn steeds actievere achterban van straatarme mensen heeft Chavez intussen wel steeds verder naar links geduwd. We zagen al dat er een volksopstand aan te pas moest komen om Chavez te redden van een rechtse staatsgreep. In de winter van 2002-2003 probeerden de rijken de economie lam te leggen via een managemenststaking in de olieindustrie. Arbeiders in die sector brachten echter zelf de productie weer op gang en braken zo de rechtse sabotage.

In 2004 hielp een stevig georganiseerd en enthousiast netwerk van vele tienduizenden Chavistas, vooral onder de armen, de president aan een verkiezingsoverwinning. De oppositie had een referendum gedaan gekregen waarin over tussentijdse afzetting van Chavez gestemd kon worden (ironisch genoeg een mogelijkheid die geschapen was in de nieuwe grondwet, op initiatief van Chavez doorgevoerd). Het Chavistische netwerk activeerde en motiveerde een meerderheid van stemmers om hun hernieuwde steun aan Chavez te geven en het oppositievoorstel weg te stemmen.

We zien in dit traject een arme bevolking die zich steeds actiever gaat opstellen. Eerst was er vooral hoop op verbetering van bovenaf, en dankbaarheid als er inderdaad iets voor hen gedaan werd. Nu zijn de armen zelf in beweging, organiseren zich, steunen de president maar oefenen ook druk op hem uit, bijvoorbeeld als het er om gaat om nationalisering van bedrijven die door ondernemers gesloten worden en door arbeiders bezet, af te dwingen.

Ook is er inmiddels tegenover de corrupte, met de rechtse oppositie verweven vakbond CTV een onafhankelijke vakcentrale opgezet, de UNT. Over die ontwikkelingen valt veel interessants te lezen in een interview met Orlando Chirino, uit de Socialist Worker van 24 september 2005. Daar binnen woeden heftige discussies: moet onbeperkte steun aan Chavez alles overschaduwen? Of moet een vakbeweging, juist ook onder een linkse president, een onafhankelijke koers trekken? Juist de opkomst van die tweede trend binnen de massabeweging is zo hoopgevend: steun aan Chavez tegen rechts en tegen de VS, maar tegelijkertijd onafhankelijke strijd om door te zetten waar Chavez terugkrabbelt. International Socialism Journal, nr. 111, van afgelopen zomer, heeft daar meer over. De opbouw van een nieuwe organisatie, de Partij voor Revolutie en Socialisme (waarvan een politieke verklaring , gepunliceerd door International Viewpoint, de moeite waard is om te bekijken) , is in dit verband ook belangrijk.

Chavez is door het hele preces zelf veranderd. Toen hij net president was, bestuurde hij erg van bovenaf, en gebruikte nogal eens het leger bij hulpverleningsprojecten, wat uit democratisch oogpunt altijd hachelijk is. Hij omschreef zijn koers als een ´derde weg´, tussen kapitalisme en socialisme in. Maar tegenwoordig bestuurt hij veel meer samen met netwerken buiten het ambtenarenapparaat om, en spreekt hij zich uit voor een nieuw soort socialisme, geen middenweg meer. Dit is symptomatisch voor de radicalisering naar links in brede lagen van de Venezuelaanse maatschappij.

Maar wat het socialisme van Chavez inhoudt, is nog niet erg helder. Wat Chavez aan het doen is, en wat hij de Bolivariaanse Revolutie noemt, is in feite nog geen revolutie, maar een stevig sociaaldemocratisch hervormingsprogramma, gecombineerd met anti-imperialistische in itiatieven in het buitenlands beleid. Maar binnen de massabeweging die dit alles enthousiast steun, groeit een georganiseerd radicalisme dat inderdaad richting werkelijk revolutionaire omvorming beweegt. Een ruime herverkiezing van Chavez garandeert op zichzelf niets. Maar het geeft de hervormingen opnieuw ruim vaan en verhoogt de ruimte om het veranderingsproces in de richting van een echte revolutie te laten escaleren. Daarom is een grote overwinning voor Chavez, juist ook voor wie zo´n ontwikkeling graag in revolutionaire richting ziet verlopen, van groot belang.

Meer over de ontwikkelingen in Venezuela lees je via de website Venezuanalysis.com , dat welwillend staat tegenover Chavez en de Bolivariaanse Revolutie. Een hele vijandige kijk op Chavez en zijn streven vind je via het weblog Caracas Chronicles. Ook op de website Open Democracy staat een stuk van de hand van Phil Gunson waarin Chavez er niet goed af komt, en waarin elke slordige formulering van sympathisanten van de Bolivariaanse revolutie tot enorme omvang wordt uitvergroot en de problematische aspecten van de oppositie worden gekleineerd, evenals de kwalijke rol van de VS. Een gedegen stuk van Roland Denis, een onafhankelijke linkse activist in Venezuela, vind je in International Socialism Journal 110, uit het voorjaar van 2006. Een stevig marxistische analyse van de ontwikkelingen geeft Jorge Martin op de website In Defence of Marxism. De groepering die deze website maakt heeft de neiging om zich iets te veel als fanclub en iets te weinig als onafhankelijke linkse kracht op te stellen. Maar toch geeft Martin een nuttig en verhelderend verhaal over de dynamiek van de gebeurtenissen.

zaterdag 2 december 2006

Burqaverbod: kwalijk en zot

Afgelopen donderdag hield een twintigtal mensen, omringd door veel meer journalisten, een demonstratie tegen het burqa-verbod waar de regering mee dreigt. Deze demonstratie had van mij veel groter gemogen, het verbieden van de burqa is verkeerd en gevaarlijk.

Het verbod is verkeerd, omdat de rechten van mensen om zich te uiten inperkt, omdat het een inbreuk is op de rechten van mensen om naar hun overtuiging, religieus of anderszins, te leven en zich daarnaar te kleden ook. Het is een aanval op de vrijheid van meningsuiting en van godsdienst. Het verbod is gevaarlijk omdat het een precedent schept voor verdere inperkingen van democratische rechten, met name van Moslims. Gevaarlijk ook omdat deze wet - mede op initiatief van de uiterst-rechtse Wilders gepland - een beloning is voor Islamofobe politici en organisaties, en daarmee het zelfvertrouwen van uiterst rechts verder aanwakkert.

Voorstanders van een burqa-verbod komen met ongeldige argumenten en drogredeneringen. Hiermee doen ze voorkomen alsof het hier om iets anders gaat dan om islamofoob racisme. Ik noem een paar van dit soort argumentaties.

1. 'Het gaat niet speciaal om gezichtsbedekking met burqa's, het gaat erom dat mensen in de openbare ruimte herkenbaar moeten opstellen.' Echt waar? Als ik zou willen, kan ik me in een mum van tijd onherkenbaar maken. Ik laat mijn baard staan en verzorg die netjes, laat mijn grijze haar groeien en verf het hoogblond, vervang mijn bril door contactlenzen, vervang mijn huidige kleren door een keurig burgerlijk camouflagepak, oftewel gestreeken overhemd en pantalon, colbertje en stropdas. Niemand die me nog herkent. Gaat zoiets verboden worden?

Over onherkenbaarheid gesproken, gaat de ME van nu af aan opereren zonder de glazen kap van de helm omlaag te doen voordat ze demonstranten uiteenjaagt - in de openbare ruimte? Of mag die vorm van onherkenbaarheid wel? Ik denk dat de anonimiteit die ME-ers via hun helm kunnen krijgen voor slachtoffers van politiegeweld een serieus gevaar oplevert: het gevaar voor herkenning kan tenminste nog werken als een rem op ontsporing.

Dat er omstandigheden zijn dat de identiteit van iemand - in welke outfit dan ook - even moet kunnen worden vastgesteld zal wel waar wezen. Een meisje dat in burqa examen doet, zal waarschijnlijk geen bezwaar maken als de docent vriendelijk vraagt of er even gekeken mag worden of ze ook werkelijk is wie ze zegt dat ze is. Maar dat kan totaal geen reden zijn om haar te verbieden in burqa naar klas of examen te komen. Om over een verbod van het dragen ervan op straat maar te zwijgen.

2. 'Het dragen van ene burqa kan een vermomming zijn voor mensen met kwade bedoelingen. Iemand in burqa kan wel een bom bij zich hebben. Veiligheid boven alles, juist in deze tijden van terrorisme en gevaar.' Prachtig, nietwaar? Een beetje terrorist gaat natuurlijk proberen om niet op te vallen, lijkt me. Het dragen van een burqa is vrij uitzonderlijk en trekt de aandacht - precies wat iemand die met een bom aan het zeulen is op weg naar een treinstation niet wil. Wie echt bezig is met een aanslag, zal zich onopvallend gedragen en kleden. Misschien verdient het daarom aanbeveling om het dragen van onopvallende gangbare kledij aan banden te leggen of zelfs te verbieden...

3. 'Het dragen van een burqa is een uiting van een reactionaire moraal, een vrouwvijandig wereldbeeld, een opvatting waarin vrouwen zich moeten schamen voor hun lichaam en zich moeten vernederen. Het dragen van een burqa schaadt daarmee de emancipatie.' Een dubbelzinnig argument. Stel dat het waar is dat de vrouw die een burqa draagt, daarmee uiting geeft aan de opvatting dat vrouwen zich nederig en beschaamd dienen op te stellen. Stel dat achter haar keus voor een burqa inderdaad een vrouwvijandig en reactionair wereldbeeld vol zelfhaat steekt - is een verbod dan het antwoord? Ik zou zeggen: verkeerde opvattingen - en vrouwvijandigheid is verkeerd! - bestrijd je door met de mensen die deze opvatting aanhangen in discussie te gaan, er een betere opvatting tegenover te stellen en de twee opvattingen met elkaar in aanraking te brengen.

Voorwaarde hiervan is dat de dragers van beide opvattingen het recht hebben om die tot uiting te brengen. Verbod blokkeert discussie. Wie mensen ervan wil overtuigen dat het dragen van burqa's verkeerd is, zal moeten beginnen met de erkenning van het recht om die burqa vrijelijk te dragen. Pas na die erkenning komen de vragen: waarom doe je dat? Dan kan er een discussie beginnen - op basis van gelijkwaardigheid en respect.

Maar we mogen er niet eens van uitgaan dat een vrouwvijandig wereldbeeld ten grondslag ligt aan het dragen van een burqa. De simpele waarheid is dat we dat alleen kunnen zeggen als we daar eerst naar gevraagd hebben. Mij valt op hoe zelfbewust dragers van burqa of andere hoofdbedekkende kledingsstukken vaak spreken over een zeer bewuste keus voor dat kledingsstuk, wortelend in een sterke beleving van hun geloof. Ik begrijp dat niet allemaal. Maar dat hoeft ook niet. Ik begrijp van de opvatting van zoveel mensen vrij weinig (neoliberalen bijvoorbeeld, onbegrijpelijk, die lui...). Ik respecteer echter de keus van mensen, en ik verdedig het recht om een keus te maken die ik niet begrijp of waar ik het zelfs totaal mee oneens ben.

Bij dragers van een burqa komt daar nog iets bij: deze mensen steken in het huidige islamofobe politieke klimaat hun nek uit, durven tegen de stroom in te gaan, en verdienen wat mij betraft daarom eerder extra respect dan een trap na in de vorm van een verbod. Ik hoef het met hun standpunt niet eens te zijn om toch de moed van degenen met dat standpunt te kunnen erkennen en waarderen.
"Vrijheid is altijd en uitsluitend vrijheid voor de andersdenkende", schreef de marxiste Rosa Luxemburg in een kritiek op autoritaire praktijken van de Bolsjevieken toen ze aan het hoofd van de Russische revolutie stonden. Graag misbruiken liberalen en conservatieven deze woorden om er de autoritaite geest van het communisme mee te 'bewijzen'. Dat Luxemburg haar kritiek bracht op basis van beperkte informatie, maar vooral op basis van grote solidariteit en bewondering voor de Bolsjevieken, 'vergeten' deze gelegenheidsfans van Luxemburg daarbij graag. Maar de woorden van Rosa Luxemburg zijn juist een antwoord op de liberale voorstanders van inbreuken op de vrijheid: "vrijheid is de vrijheid van de andersdenkende"- ook als die andersdenkende een wereldbeeld heeft dat totaal niet het mijne is, en ook als mensen daarvan door middel van kledij willen getuigen. Uit naam van die democratische vrijheid dus: geen burqa-verbod.

3. 'Vrouwen dragen die burqa niet vrijwillig; echtenoten of andere familieleden dwingen hen daartoe.' Dit is wellicht het meest misselijke en hypocriete argument in deze zaak. Het is om te beginnen beledigend voor de betrokken vrouw zelf. Het idee dat iemand zelf een keus maakt om een burqa ter dragen wordt bij voorbaat uitgesloten. Het is beledigend voor moslims: het idee dat binnen moslim-gezinnen vrouwen eigen keuzes maken, is blijkbaar bij voorbaat ondenkbaar. Het is ook nog eens beledigend voor de mannelijke echtenoot, of welk mannelijk familieled dan ook. Blijkbaar zijn dat allemaal huistirannen en vrouwenhaters. Enige bewijsvoering wordt blijkbaar niet nodig gevonden.

Maar is het dan nooit waar dat een man de vrouw dwingt tot het dragen van een burqa? Vast wel. Maar dat moet je dan van geval tot geval netjes aantonen voor je zoiets roept. Dat is één. Belangrijker nog: zelfs als mannen hun vrouw ertoe dwingen, is een verbod dan een zinnig antwoord? Thuis zit de man die zegt: burqa op! Buiten staat oom agent die zegt: burqa af! Van zoiets worden vrouwen niet vrij, lijkt me. Van zoiets worden vrouwen verscheurd, verkrampt en verknipt.

Wie vrouwen wil steunen tegenover een echtgenoot die de baas over ze speelt - of het nu om kledij gaat of andere levenskeuzes, of de vrouw nu moslim is of niet - moet beginnen met die vrouw als gelijkwaardig te bejegenen, als iemand die eigen keuzes kan maken. Keuzes waar je het niet mee eens hoeft te zijn om ze toch te respecteren. Tegelijk moet dan hulp geboden moet worden, als een vrouw weg wil bij bijvoorbeeld de echtgenoot. Die mag niet im de gelegenheid zijn om de vrouw dingen op te leggen of haar tot dingen te dwingen die zij niet wil.

Steun voor de vrouwen, tegenwicht tegenover mannen die de vrijheid van vrouwen in proberen te perken. Een burqaverbod steunt de vrouwen niet maar perkt nogmaals hun rechten in. Een burqaverbod dwarsboomt dwingende mannen niet maar speelt alleen maar hun houding van 'wij moeten ons tegen een boze buitenwereld verweren, ook via onze kledij' in de kaart. Zo bevrijd je geen vrouwen, zo sta je de bevrijding van vrouwen alleen maar extra in de weg.

Tegengaan van vermomming, bescherming tegen bommenleggers, optreden van familiewege opgedrongen kledij: geen van alle houden ze stand. De echte drijfveer van het burqa-verbod ligt dan ook niet in redelijke argumenten, maar in een verdere stigmatisering van Moslims. Die worden, door op zo n verbod aan te dringen, in de hoek gezet als onaangepast en vijandig tegenover 'onze cultuur'. Maar het is juist deze agressieve houding - Islamofoob racisme - die een vijandige houding vanuit de Moslimgemeenschap oproept. Wie dat niet wil moet zich keren tegen de uitingen van islamofobe politiek waar het dreigende burqa-verbod er één is.

De hele discussie erover wekt trouwens de indruk alsof overal moslima's in burqa rondlopen. Dat is natuurlijk onzin, volgens een bericht in The Guardian dragen een paar honderd vrouwen een burqa. Er leven naar schatting een miljoen moslims in Nederland, waar hèbben we het over?!De hele discussie laat zien dat vrijwel niets gek genoeg is als je er Moslims maar als minderwaardig of dubieus mee kunt afschilderen.

Buitenlandse media zijn kritisch over het burqaverbod en zeggen soms zeer verstandige dingen erover. Time Magazine noemt dit soort maatregelen in een artikel van 24 november "een boodschap aan alle Moslims om meer Nederlands (wat dat ook mag wezen) en minder als moslims te handelen." Het typeert de houding achter zo'n verbod: "het is best dat je Moslim bent, maar herinner ons er niet aan via de manier waarop je je kleedt." En het concludeert vinnig: "Fundamentalisme verdient kritiek, daar kunnen we het allemaal mee eens zijn - maar dat moet dan worden uitgebreid naar het 'progressieve' fundamentalisme dat achter de campagne tegen de hoofddoek schuil gaat"(het artikel gaat niet alleen over het Nederlandse burqa-verbod maar over verwante maatregelen en voornemens in andere landen, tegen het dragen van hoofddoeken op scholen in Frankrijk bijvoorbeeld). (gevonden via een weblogstuk op de site van de NRC).

De Economist noemt de reden van de maatregel: "de wens van minister Vewrdonk meer kiezers met deze boerkastunt te verwerven." Tevens lezen we: "Wat mensen dragen is een uiting van hun identgiteit, en dat varieert nu eenmaal van piercing tot hoofddoek, aldus het tijdschrift." Het bericht sluit af met: "Het blad hamerde er voorts op dat het niet liberaal is om anderen voor te schrijven wat ze wel of niet kunnen dragen, speciaal als het gaat om een religieuze minderheid. Die zou in het nauw gedreven juist meer boerka's gaan tellen dan het handjevol dat er nu in rondloopt. Voorts zouden geweldplegingen tegen de islamitische minderheid kunnen worden aangewakkerd door het verbod dat duidelijk in strijd is met liberalisme en tolerantie. Het maakt het daarna ook erg moeilijk van anderen te eisen dat ze coulant moeten zijn." Dit alles komt uit een stukje dat de Volkskrant aan het artikel in The Economist wijdde. Weinig aan toe te voegen, dacht ik zo - behalve wellicht dat we voor een serieuze verdediging van vrijheden steeds minder terecht kunnen bij een liberalisme dat zelfs aan hara eigen liberale vrijheidsidee lak heeft.

Tenslotte: zowel Economist als Time zijn bepaald geen linkse brladen. Met het bombarderen en overhoop schieten van Moslims in de landen waar ze wonen - Afghanistan,, Irak - hebben deze bladen geen moeite, zolang de operaties nog de indruk wekken succes te boeken en niet teveel kosten en slachtoffers aan Brits-Amerikaanse kant met zich meebrengen. Dat zelfs dit soort bladen stelling nemen tegen burqaverbod en verwant islamofoob beleid laat zien hoe rechts, hoe reactionair en hoe racistisch de hoofdstroom van het officiele politieke debat in Nederland al is verschoven.

vrijdag 1 december 2006

Human Rights Watch neemt schandalig standpunt in over Palestijns verzet

Een kleine twee weken geleden vond op de Gazastrook een succesvolle en bijzonder hoopgevende Palestijnse verzetsactie plaats. Op zaterdag 18 november liet het Israëlische leger Mohammed Maboed, een plaatselijk verzetsleider, weten dat zijn huis verwoest zou worden en dat hij zich maar beter snel uit de voeten kon maken. Dat deed hij echter niet: hij riep sympathisanten en omwonenden op om zich op en om de woning te verzamelen. Het Israëlische leger aarzelde, zag hoeveel burgerslachtoffers en dus nare publiciteit een luchtaanval ging opleveren, en blies het bombardement af. DePalestijnen hadden et succes een woning van verwoesting door Israel gered. Trouw deed verslag, en ik schreef er zelf ook over.

De opkomst van dit soort actievormen - openlijk, met maximale betrokkenheid en deelname van de Palestijnse bevolking, met de inzet van zo min mogelijk geweld - kan het Palestijnse verzet tegen bezetting en apartheid een nieuwe kracht geven. Op gammele raketten, afgevuurd vanaf de Gazastrook, heeft het Israëlische leger een antwoord: grootschalig geweld, met de modernste technologische wapens. Palestijnse gewapende acties worden per definitie als 'terrorisme' weggezet, ook als het gewoon om guerrilla-acties tegen Israëlische soldaten gaat. Israelische politici gebruiken dit type verzet om de bevolking des te steviger achter een wreed optreden tegenover de Palestijnen te houden.

In de confrontatie tussen Palestijnse gewapende groepen en het Israëlische leger ligt het recht aan de kant van het Palestijnse verzet. Dat verdient onze solidariteit, zonder terughoudendheid. Maar tegelijk moeten we vaststellen dat, als het puur om gewapende kracht gaat, het Palestijnse verzet het aflegt. Precies daarom is het zo'n grote stap vooruit als het verzet weer openlijk volksverzet wordt, met de moed en solidariteit van gewone Palestijnen als belangrijkste krachtbron. Niet alleen is dat nog moeilijker als 'terrorisme' af te schilderen; het wekt buiten Israël een extra sympathie, die de broodnodige internationale solidariteit ten goede komt.

Daarom zou een ieder die voorstander is van Palestijnse rechten de opkomst van deze actievorm moeten toejuichen. Dat geldt voor mensen die, zoals ik, het Palestijnse recht op verzet, ongewapend èn gewapend, erkennen. Maar het zou ook moeten gelden voor diegenen die alleen vreedzame actievormen rechtmatig vinden in de strijd tegen bezetting en onderdrukking. In de solidariteit met acties zoals de boven beschreven vreedzame verdediging van een door Israëlisch geweld bedreigde woning zouden àlle voorstanders van Palestijnse rechten zich moeten kunnen vinden, zou je toch zeggen. Net zoals al die voorstanders blij zouden moeten zijn om in The Guardian te lezen dat "het protest van gisteren elders gekopieerd lijkt te worden" (gevonden via de website Palestine Monitor).


Ismail Haniyeh, premier van de Palestijnse Autoriteit, bezocht het verdedigde huis en zei, volgens diezelfde krant: "We zijn zo trots op deze nationale stellingname. Het is de eerste stap ter verdediging van onze huizen, de huizen van onze kinderen. Tot deze strategie hebben onze leiders, vanm alle groeperingen, besloten... en zo lang deze strategie in het belang is van ons mensen steunen we deze strategie." Hier zien we de contouren voor een breed gedragen volksopstand waar ook de politici minstens lippendienst aan bewijzen (hoe ver de steun van de Palestijnse premier gaat, valt te bezien, en sowieso is het niet raadzaam voor welk verzet dan ook om op zulke steun te wachten en te rekenen. Maar dat is een ander verhaal). Ik vind het een hoopvolle ontwikkeling.

Daarom vind ik het het schokkend om te lezen hoe de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch zich opstelt. "Palestijnse gewapende groepen moeten Palestijnse burgers niet in gevaar brengen door ze aan te te moedigen zich te verzamelen bij en in woningen van militanten die door de Israëlische Defensie Krachten (IDF) als doelwit zijn aangemerkt. Dit zei Human Right Watch vandaag". Dat staat in een
bericht op de website van Human Rights Watch. Het IDF is het Israëlische leger.

Ja, HRW kritiseert, achterin het bericht, ook het Israëlische optreden, onder andere de verwoesting van huizen. Ook wijst HRW erop dat Israëlische slodaten Palestijnse burgers misbruikt hebben als menselijk schild, na ze te hebben geblinddoekt. Maar dit vertoon van evenwichtigheid maakt de houding jegens de Palestijnse actie om hun huizen te redden niet minder schandalig. Je zou denken dat een mensenrechtengroepering blij zou zijn als een bevolking zich verzet met vreedzame middelen, waarbij ze zelf het risico nemen in plaats van mensen van de tegenstander in levensgevaar te brengen. Nee dus.

Allereerst is er natuurlijk een levensgroot verschil tussen Israëlische slodaten die burgers dwingen om voor hen uit te lopen, zodat zij van achter zo´n menselijk schild Palestijnse actievoerders kunnen aanvallen, en Palestijnen die op een oproep afkomen en - door niemand gedwongen - vreedzaam woningen helpen verdedigen. In het ene geval Israëlische soldaten die Palestijnse burgers misbruiken. In het tweede geval Palestijnen die vreedzaam voor de woning van één van hen opkomen.


Maar tevens maakt HRW van geweldloos verzet iets crimineels. Let wel: de actie om Palestijnen op te roepen woningen op de beschreven manier te verdedigen is volgens HRW kennelijk verkeerd, ongeacht of de bewering van de Israëlische autoriteiten dat die woning als wapenopslag dienst deed of iets dergelijks waar is of niet. "Of een woning een legitiem militair doelwit is of niet, het is onwettig om willens en wetens burgers te vragen aan gevaar bloot te stellen" , zegt Sarah Leah Whitson, directeur Midden-Oosten van HRW.

Dat betekent feitelijk dat het organiseren van èlke vorm van geweldoos verzet "onwettig" is als je aan kunt zien komen dat de autoriteiten met geweld gaan reageren. Martin Luther King die in Birmingham, VS, een vreedzame optocht, schoolkinderen voorop, aanvoert tegen een racistisch en tot de tanden gewapend politiekorps in, een politie voorzien van honden en waterkannonnen. Gandhi met zijn betogingen tegen het Britse koloniale gezag dat demonstranten de weg versperde en ze systematisch in elkaar liet knuppelen, rij na rij na rij (één van de meest indringende scene's in de film 'Gandhi'). Ook de acties van studenten en arbeiders die in 1989 voor de oprukkende tanks en soldaten gingen zitten en staan en daarbij riskeerden te worden platgereden of doodgeschoten, kunnen volgens de redenering van HRW niet door de beugel. Ik vind het een grof schandaal.

Er valt veel meer over de zaak te zeggen. Zie bijvoorbeeld "Palestinians Are Being Denied the Right of Non-Violent Resistance", met als tweede titel: "Would HRW Have Attacked Martin Luther King Too?". Het is geschreven door Jonathan Cook, een journalist die in Israël woont. Verder: "Human Rights Watch Must Retract Its Shameful Press Release", van Norman Finkelstein, belangrijk piblicist tegen het Zionisme . Beiden in Counterpunch. Het tweede artikel kwam ik op het spoor via het weblog Jews Sans Frontières. Van beide artikelen heb ik in het bovenstaande in flinke mate gebruik gemaakt; Jonathan Cook bracht me met zijn artikel op dit spoor.

O ja, Finkelstein geeft ook e-mail-adressen van Human Rights Watch, voor wie wil laten weten wat hij of zij vindt van de besproken opstelling van deze organisatie. Op Jews Sans Frontières staan ze ook al. Hier komen ze ook:
Sarah Lah Whitson, directeur Midden Oosten HRW: whitsos@hrw.org
Kenneth Roth, Uitvoerend Directeur HRW: RothK@hrw.org

donderdag 30 november 2006

Irak: bloedige chaos, met dank aan bezetters

Amerikaanse militairen brachten in Ramadi zes mensen om het leven, waaronder vijf meisjes. Eén van de meisjes was een baby. Op nieuws.nl lezen we: "De gevechten begonnen toen een legerpatrouille in de provinciehoofdstad Ramadi een bermbom ontdekte en twee mannen het huis invluchtten, die zich daarna opstelden op het dak. Terwijl de militairen de bom onschadelijk maakten, openden de mannen vanaf het dak het vuur op de soldaten, die terugschoten met machinegeweren en tanks, aldus het leger. Toen de militairen na afloop het huis doorzochten, troffen ze de zes lichamen aan van een man en vijf meisjes."

Enkele opmerkingen hierbij. Als je vanaf een dak beschoten wordt door twee mannen, is het dan gebruikelijk om niet alleen richting dak te schieten, maar het hele huis onder vuur te nemen met tanks en mitrailleurs? Kennelijk is dat wat er gebeurde, anders zouden de zes mensen niet zijn doodgeschoten. Of is het bericht van de twee mannen op het dak een gelegenheidsargument, bedoeld om een moordpartij op zes mensen te camoufleren als betreurenswaardige sterfgevallen van mensen die in de vuurlinie zijn beland? In beide gevallen is hier sprake van een oorlogsmisdaad, in beide gevallen is kennelijk geen serieuze poging gedaan om burgerslachtoffers te vermijden.

Maar dat is niet alles. Een veel fundamentelere vraag: wat doen die Amerikaanse soldaten daar?! Wat proberen ze te bereiken? Niemand die daar een overtuigend antwoord op levert. Juan Cole vraagt zich af: "Op welk moment zullen de mensen in Ramadi 's morgens opstaan en zeggen: 'We zijn van mening veranderd. We houden van de nieuwe regering van Sjiitische ayatollahs en Koerdische krijgsheren. We zijn blij dat we Westerse bezettingstroepen mogen ontvangen op onze bodem. Het kan ons niet schelen dat die troepen bondgenoten zijn van de Israelische militairen, die dagelijks onze broeders en zusters in Gaza bombarderen en hen doden en eronder houden. We nemen de moeite niet meer om bermbommen te plaatsen, en we leggen onze sluipschuttersgeweren weg.' (...)

Het gaat niet gebeuren. In de herfst van 2004 dacht 14 procent van de Soennitische Arabieren (in Irak, rooieravotr) dat het lkegitiem was om Amerikaans personeel aan te vallen in Irak. Nu denkt meer dan 70 procent dat. Gaat dat niet naar de 100 procent? Hoe gaat het helpen om de mensen in Ramadi min of meer in een kooi op te sluiten, met name als dit opgevat wordt als iets dat gedaan wordt ten gunste van de Opperste Raad van de Islamitische Revolutie (gesticht door ayatollah Khomeini in Iran) en de Koerdische Peshmerga's? (...)

Wat is de militaire missie? Ik kan geen praktische missie zien. En als er geen militaire taak is die redelijkerwijs kan worden volbracht binnen een bepaalde tijd, dan is het een vorm van moord om Amerikaanse troepen in Al-Anbar (de provincie waarvan Ramadi hoofdstad is, rooieravotr) te houden. Omdat je weet dat, elke keer als ze op patrouille gaan worden er elke week een paar opgeblazen of doodgeschoten. Daar kun je van op aan. Elke week. Alsmaar. Het is monsterlijk om hen te dwingen Russische Roulette te spelen elke dag, tenzij er een duidelijke missie is die daardoor volbracht zou kunnen worden. Die is er niet." En al was die er wel - zo voeg ik er graag aan toe - dan zou dat een onrechtmatige en onrechtvaardige missie zijn, van een bezettingsleger dat daar na een aanvalsoorlog in binnengedrongen en gebleven.

Inmiddels groeit zelfs onder Amerikaanse militairen het inzicht dat de bezetting van tenminste de provincie Al-Anbar - waar het verzet enorm krachtig is - een uitzichtsloze zaak is. De Washington Post schreef op 28 november over een rapport vanuit het Amerikaanse Korps Mariniers van afgelopen nazomer. Daarin staat de erkenning dat Amerikaanse troepen en hun Iraakse helpers "niet langer bij machte zijn de opstand in Al-Anbar militair te verslaan". De krant meldt ook het aantal dode Amerikaanse militairen in die provincie sinds 1 september: 90. En ABC News meldde op dezelfde dag dat het Pentagon overweegt de Amerikaanse militairen uit die provincie terug te trekken.

En hoe staat het elders, slagen de bezetters daar wel in het brengen van 'stabiliteit'? Een stukje op de site van de Volkskrant maakt veel duidelijk. De ontmoeting tussen president Bush en de Iraakse premier Maliki spreekt bijvoorbeeld boekdelen. Die vond plaats in Amman, de hoofdstad van Jordanië. Kennelijk is, zoals ik al ergens gesuggereerd zag, de veiligheid, zelfs in de Green Zone waar de Amerikaanse autoriteiten en de Iraakse regering zetelen in wat feitelijk een enorme belegerde versting is, niet te garanderen. Intussen komen er van de Grote Leiders in Washington klachten dat de premier de zaak niet meer in de hand heeft. Stephen Hadley, nationale veiligheidsadviseur van Bush, betwijfelt om Maliki wel in staat is "om zijn goede intenties om te zetten in actie"... Intussen is de beweging van de sjiitische leider Moqtada al-sadr, met zijn invloedrijke Mahdi militie, uit protest tegen de ontmoeting tussen Bush enMaliki, uit de regering gestapt. Sadr noemt de ontmoeting "een provocatie van het Iraakse volk".

Intussen wordt vrijwel overal in Irak de bloedige chaos groter. Amerikaanse media beginnen nu openlijk te spreken over 'burgeroorlog'- niet als iets wat dreigt maar als iets dat al gaande is. Dit geluid is bijvoorbeeld nu via de invloedrijke omroepmaatschappij NBC te vernemen. Daarmee vervalt de zoveelste smoes voor het Witte Huis om de oorlog in Irak voort te zetten. Immers, de troepen moesten blijven om een burgeroorlog te voorkomen.

Hoe vreselijk die burgeroorlog is, vertelt Patrick Cockburn, één van de betere verslaggevers in Irak. Hij schetst het moorden over en weer, de diepe kloven tussen religieuze groeperingen. Heel aangrijpend is het volgende: "Iraakse vrienden plachten mij te verzekeren dat er geen burgeroorlog zou komen omdat zoveel Sjiieten met Soennieten getrouwd waren en andersom. Deze families worden nu door hun families gedwongen te scheiden. 'Ik hou van mijn echtgenoot, maar mijn familie dwong me van hem te scheiden omdat wij Sjiiten zijn en hij Soenniet', zegt Biba Sami, de moeder van vier, tegen een VN-functionaris. 'Mijn familie zegt dat zij (de familie van de echtgenoot) opstandelingen zijn en dat samenleven met hem een belediging is voor God.' Lewden van gemengde families zetten een vereniging op om e;lkaar te beschermen, de Unie voor Vrede in Irak geheten. Maar ze werden als snel gedwongen om die te ontbinden toen enkele van de oprichters vermoord werden."

Dat laat zien hoe diepo de haat is - maar ook hoe geforceerd, afgedwongen, tegen de wil van mensen in. Patrick Cockburn geeft ook aan wie vooral schuld heeft aan dit bloedvewrgieten tussen bevolkingsgroepen. "Het werd wel gezegd dat de vreemde bezetting tenminste een burgeroorlog voorkwam,. maar met 1000 Irakezen die elke week gedood worden, faalt de bezetting daar duidelijk in. Integendeel, de bezetting zelf hielp de huidige burgeroorlog uit te lokken. Ik bedoel niet dat iemand in Washington of Londen samenzweerde om Irakezen elkaar naar de keel te laten vliegen. Het was al die tijd al zo dat er in Irak-na-Saddam frictie zou zijn - mogelijkerwijs met geweld als deel ervan - tussen de Sjiitische, Soennietische en Koerdische gemeenschappen. Maar Irakezen werden ook nog eens gedwongen om te besluiten of ze voor of tegen een vreemde indringer waren. De Soennitische gemeenschap zou altijd tegen de bezetting gevochten hebben, de Koerden zouden die verwelkomen en de Sjiitenzouden samenwerken met de VS en Groot-Brittannië voor precies zo lang als het strookte met hun belangen. Patriottisme en het eigenbelang van de eigen gemeenschap gingen samen. Voor 2003 kon een Soenniet wwn Sjiiet zien als een lid van een andere geloofssgemeenschap, maar sinds het begion van de oorlog begon hij hem te zien als een verrader van zijn land."

Daar is veel meer over te zeggen - ik denk dat hij de opstelling van de diverse gemeenschappen nog te statisch beschrijft; de opkomst van Sadr en zijn beweging liet juist zien dat er ook in de Sjiitische gemeenschap al snel diepe weerzin tegen de bezetting was.

Maar dat versterkt alleen maar de conclusie van Cockburn: de burgeroorlog is een gevolg van de invasie en de bezetting. Dat versterkt mijn mening: hoe eerder die bezetting stopt, hoe beter de kansen dat er uit de puinhopen van Irak ooit nog een min of meer functionerende maatschappij kan worden opgebouwd - door de Irakezen zelf.