vrijdag 10 augustus 2007

Over Wilders-als-fascist (1): Pepijn Brandons pre-emptive strike

De deze week hervatte serie "Hoe je een fascist herkent" beoogt aannemelijk te maken dat Wilders een fascistisch politicus is, die bezig is een fascistisch politiek project op de kaart te zetten met buitengewoon griezelige implicaties. Niet iedereen was blij met de richting van die stukken. Pepijn Brandon kon al na drie delen van de serie zijn zorgelijke ongeduld niet bedwingen. Van hem plaatste ik dan ook op 3 april een gastcolumn. Rick Gallagher werd het na vijf delen allemaal te gortig. Hij schreef als commentaar bij deel 5 een tweetal uitvoerige reacties. Allebei hartelijk dank trouwens!

Maar hoe opgewekt ik ook werd van het feit dat Pepijn en Rick zich in de discussie stortten, van de inhoud van hun reacties val ik niet ondersteboven. Geen van beide schrijvers raken de kern van wat ik aan het doen ben. Geen van beiden hebben voldoende oog voor het feit dat ik nog maar in de aanloop ben, onderweg in mijn betoog. Pepijn reageert vooral op conclusies waarvan hij vreest dat ik ze zal gaan trekken maar die ik nog helemaal niet getrokken heb. Rick dicht mij opvattingen toe die ik helemaal niet heb, om daarvan klinkende weerleggingen te geven. Allebei verwijten ze me dat ik op wezenlijke aspecten van wat fascisme wel en niet is, niet ben ingegaan.

Om met dat laatste te beginnen: geduld, kameraden! Brandend geduld, desnoods, maar toch geduld. De serie is nog helemaal niet af, en kritiek leveren omdat deel zes tot en met elf nog niet zijn verschenen, omdat mijn betoog nog allerlei aspecten niet heeft behandeld - is dat een redelijk soort van polemiek bedrijven?

Rick Gallaghers reacties komen in een volgend stuk aan bod. Laat ik beginnen met Pepijn. Hij "wacht met spanning het vervolg af. Ook met lichte vrees, moet ik toegeven." Ik concludeer alvast twee dingen: hij heeft het vervolg niet afgewacht, noch in spanning, noch anderszins. Anders was deze gastcolumn er niet. Bovendien: angst - ook in de vorm van "lichte vrees"- is een slechte raadgever.

In de wereldpolitiek leidt angst voor niet-bestaande dreigingen nogal eens tot oorlogen tegen niet-bestaande bezitters van gevaarlijke wapens en verzonnen sponsors van terrorisme. Dit soort pre-emptive strikes pakken nogal eens verkeerd uit, zoals de hoofdbewoner van het Witte Huis kan uitleggen, als hij tenminste uit zijn woorden komt.

Maar ook pre-emptive strikes in politieke discussie leiden nogal makkelijk tot missers. Angst voor niet-bestaande conclusies zijn daarvan een voorbeeld. Argumenten aandragen tegen dingen die ik helemaal niet beweer hoort daarbij. Gebrekkige logica en innerlijke tegenstrijdigheid van zijn betoog al evenzeer. Van alle drie is in Pepijns betoog in ruime mate sprake.

Om met dat laatste te beginnen. Hij zegt: "hoe herken je een fascist? Interessante en belangrijke vraag." Even eerder waarschuwde hij echter dat "een verkeerde vraagstelling wel eens (...) tot een overdreven galop in het onderzoek en een modderige conclusie aan het eind" kan leiden. Wat is het nu, Pepijn? Een interessante vraag? Of een verkeerde vraagstelling? Allebei gelijk, in weergaloos dialectische samenhang? Of bedoel je gewoon dat de vraagstelling wel goed is maar het antwoord je niet bevalt? Uit het vervolg van zijn betoog blijkt vooral het laatste - maar what a muddle, zou Tony Cliff, oer-Internationaal Socialist, verzuchten.

Dan zegt Pepijn: "in deel 2 en 3 neemt Peter wel alvast een voorschot op de beoordeling van Wilders." Nee hoor, dat doe ik helemaal niet. Ik draag in de delen tot nu toe - twee en drie, maar ook de twee delen daarna - slechts bouwstenen aan voor zo'n beoordeling, ik neem geen voorschotten erop. Iedere bank en iedere aannemer kan desgewenst het verschil tussen een voorschot en een bouwsteen uitleggen.

Ik wijs op het racisme van Wilders, en laat zien dat dit veel dieper en verder gaat dan het wijdverspreide alledaagse onderbuikracisme. Ik wijs op het felle nationalisme waar dit racisme in zit ingebed. Ik zeg dat Islamofobie griezelige parallellen vertoont met antisemitisme. Ik zeg bijvoorbeeld: "Die verwevenheid van racisme geeft aan de opvattingen van Wilders een extra gevaarlijke dimensie - een dimensie waarin hij zich verwant betoont aan fascistische stromingen en personen elders." (deel 3)

Verwantschap laten zien zoals ik doe, tussen Wilders en fascistische politici en verschijnselen, is geen bewijs voor Wilders' fascistische aard. Het is een serieuze aanwijzing in die richting, een bouwsteen van de argumentatie waarin ik dat wil laten zien. De weg ligt hier nog open voor een conclusie die zegt: ja, het lijkt op fascisme maar het is het niet - bijvoorbeeld om redenen die Pepijn noemt. Ik denk dat zo'n conclusie onjuist zou zijn, en Pepijns betoog geeft mij geen redenen om dat te herzien. Maar ik ben nog onderweg. Mijn opmerkingen over het racisme en nationalisme van Wilders beogen niets meer te zijn dan seinpalen onderweg naar de eindbestemming. Pepijns reactie is hierdoor misplaatst en voorbarig.

Hetzelfde geldt voor zijn verzuchting over datgene waar ik in mijn reeks nog niet op ben ingegaan. Pepijn onderkent dat racisme en nationalisme belangrijke elementen zijn van fascistische politiek. Maar hij mist in mijn analyse van de klassenbasis die fascisme zo'n typerend en specifiek soort van uiterst rechtse politiek maakt: de naar rechts radicaliserende middenklasse, waarvan delen zich laten omvormen tot paramilitaire beweging die de arbeiderklasse kan breken om daarmee de crisis van het kapitalisme op te lossen op voorwaarden die de winstgevendheid van het kapitaal kan redden over de rug van die arbeiders.

Dictatuur ten gunste van het grote kapitaal, doorgedrukt via een kleinburgerlijke massale terreurbeweging - dat is de strekking van het fascisme. Pepijn geeft het helder aan, en ik deel deze definiëring in grote lijnen. Maar als Pepijn uitroept, over mijn betoog tot zo ver: "Maar waar is de militante massabeweging van de middenklasse als antwoord op de organische crisis? " dan antwoord ik: ergens in deel 6 tot en met 11 (of whatever) van deze serie... Dan ga ik er op in, op mijn tijd en op mijn manier. Sorry to keep you waiting, old chap...

Ik weet heel goed dat de ideologische kenmerken van iemand niet voldoende zijn voor een sluitende bewijsvoering over diens politieke identiteit, al zou ik het ideologische element hierin bepaald ook niet "ondergeschikt" willen noemen zoals Pepijn doet. Nogmaals, de ideologische kenmerken, de plannen en uitingen van Wilders zijn voor mij bouwstenen, wegwijzers. Ze zetten me op het spoor richting Wilders-als-fascist, en ze ouden anderen op dat spoor moeten zetten. Ze zijn als zodanig inderdaad nog geen doorslaggevend bewijs. Pepijn polemiseert hier tegen een niet-bestaande misvatting.

Denkt Pepijn al te weten hoe ik de "militante massabeweging van de middenklasse" als onderdeel van het Wilders-fenomeen uit de hoge hoed ga toveren? Het lijkt er enigszins op als hij schrijft over "een aantal nuttige onderzoeken die laten zien dat in de marge van Wilders' partij een aantal neonazi's ronddobberen" om vervolgens te waarschuwen: "dit verheffen tot een centraal definiërend kenmerk voor wat Wilders aan het opbouwen is, zou geen serieuze analyse zijn maar een kinderachtige discussieertruc."

Vraagje, Pepijn. Waaruit blijkt in mijn stukken dat ik deze "kinderachtige discussieertruc" hanteer of ga hanteren? Waaruit blijkt dat ik denk de aanwezigheid van een paar neonazi's in Wilders' kielzog niet alleen een symptoom van Wilders ' fascistische inslag zou kunnen zijn - wat mij aannemelijk lijkt, maar waar ik nog op terugkom - maar zelfs een "centraal definiërend kenmerk" van wat dan ook?

Misschien heeft deze opmerking van Pepijn ergens polemische waarde, maar ze raakt nergens serieus aan wat ik betoog. Ik heb het over de tendenzen tot vorming van een uiterst-rechtse massabeweging in deze stukken nog helemaal niet gehad. Het lijkt of hier de angst voor waar mijn betoog mogelijkerwijs op gaat uitdraaien, hier de overhand heeft gekregen op het reageren op wat ik daadwerkelijk beweer. Het leest hier als een ideologische pre-emptive strike van zijn kant tegen een volstrekt onbewezen, door angst ingegeven, ontsporing aan mijn kant. Ik vind zoiets een miskleun.

Een denkfout ligt ten grondslag aan Pepijns woorden: "als Wilders een fascist was, dan zouden beide punten (dit slaat op zijn racisme, en het feit dat hij vijand is van onze rechten, rooieravotr) ondergeschikt zijn aan iets anders: we zouden Wilders' beweging op straat en waar ze verder ook maar bijeenkomt moeten confronteren en blokkeren, met alle mogelijke middelen om een herhaling van Auschwitz te voorkomen."

Hier verwart Pepijn twee niveaus, twee lagen in de discussie. Iemand kan - vanwege diens opvattingen, doeleinden, ambities en de pogingen om daaraan een bijbehorende praktijk te verbinden - als persoon een fascist zijn. Hierin is trouwens de ideologie van zo'n persoon trouwens helemaal niet zo ondergeschikt als Pepijn doet voorkomen, lijkt me zo. Wie een nazi-staat wil invoeren zoals Hitler dat deed, en daartoe boeken schrijft is óók een nazi, ook als hij nergens lid van is en verder 'alleen maar' lezingen geeft. Dat betekent nog niet dat hij dùs ook al over een massabeweging beschikt die ook maar iets voorstelt. Het gaat hier om doelstelling en dynamiek, niet om het resultaat.

Een klein voorbeeld. Het feit dat Pepijn Brandon er net als ondergetekende vooralsnog niet in geslaagd is om een Leninistische massapartij van de grond te krijgen doet aan zijn en mijn ambitie in die richting niets af. Zelfs al waren hij of ik de enigen met deze opvattingen in Nederland, dan nog gold dat. Hij en ik zijn Leninist vanwege onze opvattingen, en vanwege onze inzet om daaraan een praktijk te verbinden - niet vanwege het effect dat we daarmee tot nu toe behalen.

Voor fascisten geldt iets dergelijks. De jaren vijftig en zestig wemelen van de eenlingen die het Derde Rijk verheerlijkten en tot nieuw leven wilden brengen. Ze bereikten vrijwel niets. Maar hun ideologie en hun - gelukkig vaak wel zeer knullige - pogingen om die ideologie in praktijk te brengen wezen op hun politieke identiteit. Ook zulke mensen noemen we fascisten, toch? En als Constant Kusters straks zijn zieltogende Nederlandse Volksunie (NVU) uitgegooid wordt door gefrustreerde partijgenoten, om zich vervolgens op Ameland terug te trekken om zijn memoires "Mijn Ramp" te gaan schrijven waarin hij zijn huidige opvattingen uiteen blijft zetten - is hij dan opgehouden een neo-nazi te zijn omdat hij zin beweginkje kwijt is?

Anders gezegd: je kunt fascist zijn, ook als je geen massabeweging in je kielzog hebt. Pepijn weet dat ook wel. We duidden Pim Fortuyn in De Socialist in 2002 aan als "fascist zonder fascistische beweging", toch? Het laat zien dat zoiets - ongeacht hoe we achteraf tegen deze typering aankijken - in principe ook voor Pepijn tot de mogelijkheden behoort. Volgens mij was deze typering destijds trouwens juist, en gaat die in hoge mate ook voor Wilders op.

Maar die erkenning impliceert helemaal niet dat we nu met blokkades en confrontatie de Wilders-beweging moeten stoppen. Hier verwart Pepijn de vraag hoe je een fascistisch politicus die nog geen beweging heeft dwarsboomt met de vraag hoe je een fascistische beweging die al wel op straat is, het beste bestrijdt.

Zeggen dat Wilders een fascist is betekent helemaal niet dat de bestrijding van zijn vorm en fase van fascisme hetzelfde dient te geschieden als de strijd tegen bijvoorbeeld de NVU. Ook fascisme heb je in meerdere vormen en vooral stadia van opbouw, en hetzelfde geldt voor de bestrijding ervan. Wilders' fascisme blootleggen is in die bestrijding een wezenlijk onderdeel. En daar ga ik dus onverstoorbaar mee door.

donderdag 9 augustus 2007

Hoe je een fascist herkent (deel 5)

Wilders ontpopt zich steeds meer als vijand van democratische rechten en verhoudingen in iedere serieuze betekenis van het woord. Zijn afwijzing van het bouwen van nieuwe moskeeën, zijn oproep om de helft uit de Koran te scheuren, en deze week ook al zijn pleidooi voor een verbod op de Koran, laten dat wel heel duidelijk zien.

Laten we helder zijn over wat hij beoogt: het gaat hier om een drastische inbreuk op de godsdienstvrijheid, op de persvrijheid, op de vrijheid van meningsuiting. Over die laatste vrijheid heeft hij in zijn "Onafhankelijkheidsverklaring" van 2005 nog plechtig geschreven: "De vrijheid van meningsuiting is het belangrijkste grondrecht." Maar dat geldt blijkbaar alleen voor dragers van de door Wilders favoriet verklaarde joods-christelijke en humanistische cultuur, niet voor Moslims. De Islam kunnen beleven en beoefenen zonder Koran is net zo onmogelijk als het Christendom belijden zonder Bijbel. De logische volgende stap zou zijn dat Wilders pleit voor een verbod op de islam. Het is ongekend grof.

Hoe grof precies, blijkt wel uit reacties van fascistische politici in andere landen. Flip Dewinter, van het Vlaamse Belang (voorheen het Vlaams Blok) wijst een verbod op de Koran af, met een verwijzing naar de vrijheid van meningsuiting als "Europese verworvenheid die we niet op de helling mogen zetten vanwege een fundamentalistische islam die haat en verderf predikt tegen alles wat niet-islamitisch is." Een woordvoerder van de British National Party (BNP), een kleine fascistenclub in Engeland, zegt : "Een verbod zou zinloos zijn. Via internet zouden mensen de Koran toch kunnen lezen. Het is bovendien beter precies te weten wat er precies in dat boek staa5 dan het te verbieden." De BNP-woordvoerder voegt eraan toe dat hij liever de bouw van nieuwe moskeeën wil helpen belemmeren.

Natuurlijk zit er aan de afwijzing van een Koran-verbod door Dewinter en de BNP-woordvoerder een naar luchtje. Het gaat slechts om tactische verschillen in hoe de vijandigheid jegens Moslims georganiseerd moet worden. Bovendien worden fascisten wel eens vaker nerveus over verboden: stel je voor, straks wil iemand hun favoriete anti-Moslim-cartoons ook gaan verbieden, of hun favoriete boeken... Dat Wilders de Koran vergeleek met Hitler's "Mein Kampf" zal menige fascist ook een wat ongemakkelijk gevoel hebben bezorgd.

Maar dat zijn tactische verschillen tussen zeer rechtse figuren. Dat neemt allemaal niet weg dat Wilders, met zijn oproep tegen de Koran, zowel de BNP als het Vlaams Blok rechts inhaalt, dat hij een nog openlijker antidemocratisch geluid laat horen dan Flip Dewinter en de woordvoerder van de BNP. Het is een zoveelste symptoom bij Wilders van het politieke virus dat fascisme heet, al is daarmee de diagnose nog lang niet afgerond.

Antidemocratisch was ook al zijn houding rond de dubbel paspoorten. De nationalistische loyaliteitswaan ervan heb ik in deel drie van de serie al laten zien. Maar er zit een andere politieke kant aan, die de democratische rechten van iedereen raakt. Als - zoals Wilders eerder dit jaar bepleitte- mensen met een tweede paspoort geen kamerlid of bewindspersoon kunnen zijn, dan worden daarmee de dragers van twee paspoorten - vooral Marokkanen en Turken, die vormen Wilders' doelwit - van rechten beroofd die dragers van alleen een Nederlands paspoort wel hebben. Zo schep je ongelijkheid, zo schep je eersterangsburgers en tweederangsburgers.

Maar dat is niet alles. Ook de zogenaamde eersterangsburgers - zij die, omdat ze alleen een nederlands paspoort dragen, wel mee mogen doen van Wilders - raken rechten kwijt. Zij kunnen immers niet meer stemmen op mensen die ze vertrouwen, ongeacht hoeveel paspoorten ze hebben, of misschien wel omdàt ze twee paspoorten hebben. Mevrouw Albayrak mocht van Wilders geen staatssecretaris worden, en dat is een inbreuk op haar rechten. Maar ik mag van Wilders ook niet op Albayrak stemmen (of althans: ik moet accepteren dat ze geen positie mag bekleden, al stemt heel Nederland op haar), en dat is een inbreuk op mijn rechten. Afbraak van rechten van sommigen van ons betekent uitholling van democratische rechten van ons allemaal.

Dat ongelijkheid voor Wilders geen bijkomstig gevolg is van zijn maatschappijbeeld, maar een heilig principe, blijkt uit zijn pleidooi om Artikel 1. van de Grondwet af te schaffen. Dat artikel zegt dat iedereen in hetzelfde geval gelijk behandelt dient te worden, het zogeheten gelijkheidsbeginsel. Anders gezegd: de staat mag niet discrimineren. Welnu, Wilders wil dit artikel vervangen door een nieuw artikel waarin de joods-christelijke en humanistische traditie tot grondslag van de maatschappij worden uitgeroepen.

In plaats van het gelijkheidsbeginsel komt een nationale culturele identiteit die mensen insluit - en anderen uitsluit. Ongelijkheid als principe, en niet slechts als uitkomst - dit is een wezenlijke breuk met zelfs de beperkte burgerlijke vorm van democratie die Nederland kent. In combinatie met racisme en nationalisme en met de gisteren hier uiteengezette antidemocratische strekking van zijn economische plannen is de fascistische inslag van Wilders' politiek langzamerhand toch onmiskenbaar. Maar aanwijzingen in fascistische richting, hoe veelzeggend ook, zijn nog geen sluitende bewijsvoering om Wilders tot fascist te bestempelen...

(wordt vervolgd)

woensdag 8 augustus 2007

Hoe je een fascist herkent (deel 4)

Geert Wilders is een fascistisch politicus. Om dat aan te tonen begon ik in maart van dit jaar de serie "Hoe je een fascist herkent". Het is - op de dag dat Wilders een verbod van de Koran, zelfs in moskeeën zelf bepleit - wel weer eens tijd om deze serie voort te zetten. Waar waar we gebleven?

In deel één gaf ik aan dat het etiket 'fascisme' niet zomaar op iedere nare politieke figuur moet worden geplakt. Fascisme is een doordachte politieke typering, geen scheldwoord. In deel twee bekeek ik het Islamofobe racisme, en liet zien dat dit veel verder gaat dan het alledaagse racisme waar zeer veel politici mee behept zijn. Het is Wilders te doen om "het zaaien van een paranoïde panische angst voor hele bevolkingsgroepen en het stelselmatig aanwakkeren (...)van racistische haat." Deel drie laat zien hoe dat racisme past in een fel nationalisme van veel verder gaat dan de sentimentele aanhankelijkheid aan 'het vaderland', de vlag en het nationale voetbalelftal. "Moslims zijn in Wilders' ogen dan ook niet zozeer profiteurs(...), maar volksvijanden, potentiële landverraders." Daar vertoonde zich "een buitengewoon griezelige parallel met het favoriete racisme van de jaren dertig: het antisemitisme". En de combinatie van racisme en nationalisme zoals Wilders die hanteert "brengt hem vrij dicht in de buurt van mensen als Flip de Winter en Jean Marie Le Pen - mensen die wel degelijk een fascistisch verschijnsel vertegenwoordigen."

Racisme en nationalisme zijn bestanddelen van Wilders' wereldbeeld. Maar er is veel meer dat hem in de buurt van fascistische politiek brengt. Zo zijn er de ongekend grove ideeën die hij heeft over politie en justitie. Tekenend was zijn stelling dat de politie wat hem betreft tijdens rellen met scherp mag schieten. Inhoudelijk was die oproep gebakken lucht: de politie heeft die bevoegdheid allang. Maar de toonzetting: 'mensen maken rumoer op straat? Knal ze neer!' is veelbetekenend. Zelfs de doorgaans niet zachtzinnige VVD noemde het voorstel "idioot". En Gerrit van de Kamp, voorzitter van politievakbond ACP sneerder: "als hij zo graag een bananenrepubliek wil, moet hij daar misschien maar eens naar op zoek gaan." (Parool, 29 mei 2007)

Deze bloeddorstige mening van Wilders staat niet op zichzelf. In het plan "Justitie en Politie met Ambitie" pleit de groep-Wilders voor strenger straffen; geen enkel oog meer voor de positie van daders - "De rechtspleging moet alleen voor de slachtoffers begrip en compassie tonen" -; verplicht levenslange gevangenisstraf als een zwaar geweldsmisdrijf een derde maal begaan wordt; bij taakstraffen altijd óók een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen; slechtere voorzieningen voor gevangenen - de kosten per gevangene per dag moeten omlaag; standaard meer mensen op één cel; afschaffing van voorzieningen als TV. "Het is geen schande als het nederlandse gevangenisregime een van de zwaarste uit de Europese Unie wordt."

Veroordelen met een werkstraf in publieke ruimten moeten als zodanig herkenbaar zijn., zodat zij die staf "moeten ondergaan op een manier die hen publiekelijk te kijk zet." Dit omdat "de afschrikwekkende werking van straffen aanzienlijk vergroot kan worden door aan de tenuitvoerlegging daarvan een beschamend element toe te voegen." Ieder idee van bescherming van privacy van gestraften gaat overboord. En laat niemand denken dat Wilders zich hierbij wil beperken tot zware criminelen: hij noemt ook "het verwijderen van graffiti en het herstel van vernielde publieke goederen", als voorbeelden "werkzaamheden die herstel van de gevolgen van criminaliteit impliceren." Wat Wilders betreft mensen wegens kleinschalig vandalisme aan een middeleeuwse schandpaalbehandeling blootgesteld. Ten slotte pleit Wilders voor een volledig kraakverbod, zonder uitzonderingen.

Alles bijeen is dit een veel hardere houding die Wilders wil doorvoeren, een houding die richting politiestaat gaat. Maar fascisme is dit als zodanig nog lang niet. We moeten echter zijn autoritaire houding rond politie, justitie, criminaliteit en openbare horde plaatsen tegen de achtergrond van de richting waarin Wilders de hele maatschappij wil verbouwen. Die richting is op brute, nauwelijks verhulde wijze, antidemocratisch en dictatoriaal.

De kern van zijn ambitie wordt duidelijk door een blik op de sociaal-economische programmapunten van Wilders. We vinden ze op een rijtje in zijn "Onafhankelijkheidsverklaring" uit maart 2005. Daar valt sowieso een extreem neoliberale houding op. Alle mogelijke ruimte voor ondernemersvrijheid, ten koste van de rest van de maatschappij. Maar daarin maakt Wilders een sprong waar een gewone neoliberaal voor terugdeinst - een sprong die Wilders doet botsen met ieder idee van bescherming van collectieve rechten van arbeiders. En die breuk, wil hij die echt doorzetten, vereist de instelling van een dictatuur.

Twee voorbeelden maken dat, met enig nadenken, wel duidelijk. Wilders wil de afschaffing van het minimumloon. En hij wil het schrappen van de regel dat afgesloten CAO's bindend worden verklaard voor de hele bedrijfstak. Allebei zijn binnen min of meer democratische verhoudingen uitgesloten.

Neem het eerste punt. De Verenigde Staten, in vele opzichten de neoliberale/ neoconservatieve modelstaat waarin Wilders een voorbeeld ziet, kent een minimumloon. Veel is het niet, maar het principe dat er een niveau van beloning is waar beneden arbeid openlijk tot slavernij verwordt is zelfs daar erkend. En dit in een land waar sociaaldemocratische politiek nauwelijks vorm heeft gekregen en de macht van vakbonden steeds verder is afgebrokkeld onder druk van meedogenloos optredende ondernemers en regeringen die zede ondernemers op vrijwel alle punten ter wille zijn. Wilders wil op sociaal vlak nog veel verder terug de negentiende eeuw in dan Bush.

Is er iemand die gelooft dat hier a. ooit een parlementaire meerderheid voor te vinden is, en b. als zo'n voorstel wordt aangenomen, mensen passief op hun stoel blijven zitten om zich naar de neoliberale slachtbank te laten leiden? Wilders gaat die met scherp schietende politie waar hij voor heeft gepleit in dat geval nog hard nodig hebben, want het aantal "raddraaiers"en "relschoppers" zou op dat moment wel eens snel in de vele tienduizenden kunnen lopen.

Iets dergelijks geldt als hij werkelijk probeert de verbindend verklaring van CAO's op de helling te zetten. Regel is nu dat als de vakbond een CAO afsluit in bijvoorbeeld de metaal, die afspraken gelden in alle bedrijven in die sector - ook bij bedrijven waar weinig of zelfs geen vakbondsleden zijn. Dit voorkomt dat bedrijven er voordeel van ondervinden om geen zaken met vakbonden te doen en zo met lagere lonen en slechtere arbeidsomstandigheden weg kunnen komen.

Schaf je deze bepaling af dan moedig je daarmee ondernemers aan om geen CAO's met vakbonden meer af te sluiten. Bedrijven die dat nog wel doen, tolereren daarmee hogere kosten en minder ongebreidelde vrijheid van bazen tegenover arbeiders. Vakbonden zullen dan bedrijf voor bedrijf hun positie moeten verdedigen, de hele balans tussen ondernemers en vakbeweging kantelt enorm in het voordeel van de ondernemers. Dat is wat Wilders beoogt. Van zijn afkeer van vakbonden maakt hij sowieso geen geheim. In een interview met een ondernemersblad spreekt hij van "die gruwelijke vakbewegingen".

Het schrappen van de verbindendverklaring van CAO's is aan die vakbeweging een rechtstreekse oorlogsverklaring. het idee dat FNV en CNV dit gaan accepteren is nauwelijks realistisch. Voor de vakbondsleiding komt daarmee hun machtspositie in de maatschappij op de tocht te staan; voor de vakbondsleden gaat het om directe bescherming van collectief bevochte rechten.

Maar ook veel ondernemers en politici, zowel sociaaldemocraten als gematigd rechtse, zitten op zo'n confrontatiepolitiek niet te wachten. Juist overleg en poldermodel houdt - in hun wereldbeeld - de vakbeweging plooibaar, en daarmee het personeel rustig en de bedrijven zoveel mogelijk vrij van stakingsonrust. De vakbeweging zo frontaal op de kast jagen breng die harmonieuze gang van zaken in gevaar. Wil Wilders dit doordrukken, dan heeft hij daarvoor evenmin een Kamermeerderheid als voor afschaffing van het minimumloon. Dit beleid vergt het verslaan van de vakbeweging èn van niet alleen sociaaldemocratisch links, maar ook de hoofdstroom van bijvoorbeeld het CDA. Zonder een dictatuur is dit onhaalbaar.

Wilders realiseert zich dat zijn beleid inderdaad een autoritair bestuur vergt. In het genoemde interview krijgt hij de vraag voorgelegd: "Zoiets kan alleen als er een tijdelijke dictatuur wordt afgekondigd, denken wij dan hardop. Zou u daar een voorstander van zijn?" Wilders: "Aan een dictatuur van het volk lijkt mij niets mis." Wie daarin de dictator zou zijn laat zich wel raden. Overigens ging het de vraagstellers hier niet om afbraak minimumloon en CAO-regels, maar om andere economische maatregelen die volgens zowel interviewer als Wilders zonder harde hand nogal lastig door te voeren zijn.

De autoritaire dynamiek in Wilders' versie van neoliberalisme is glashelder - voor wie achter zijn woorden van vrijheid kijkt naar de kern van zijn programma. Zeer terecht vroeg Paul Benschop, van Antifascistische Actie (AFA) in een goed artikel op de website van Grenzeloos al aandacht voor de sociaal-economische ideeën van Wilders. Hij noemt dit soort plannen van Wilders een "ongeremde aanval op de eigen achterban."

De racistische en nationalistische haat die Wilders zaait trekt de meeste aandacht. Maar via het stoken van deze haat beoogt Wilders steun te verwerven voor iets dat veel verder gaat: een naakte dictatuur ten gunste van keihard ondernemend Nederland.

Dat Wilders een fascist is, is hiermee nog niet sluitend aangetoond. Maar dat hiermee we hier een element te pakken hebben dat hem tenminste in de buurt van fascistische politiek brengt lijkt mij wel duidelijk.

(wordt vervolgd)

Joden los van Israël

De staat Israël is om minstens drie redenen een constructie die 1. beter nooit gesticht had kunnen worden, en 2. zo snel mogelijk dient te verdwijnen en worden vervangen door een democratisch bestel met gelijke rechten voor alle daar levende bevolkingsgroepen, Palestijns en Joods, van alle godsdiensten of zonder godsdienst.

Wat zijn de drie redenen? Allereerst is de staat gebouwd op verdrijving en onderdrukking van veel van de mensen die daar voor de stichting van Israël wonen, de Palestijnen. Israëlisch historicus Ilan Pappe legde dat in februari van dit jaar nog eens uit in een
interview met het dagblad Trouw. Israël is in de kern een racistische constructie, een apartheidsstaat.

In de tweede plaats is de staat Israël een hulpmiddel voor de VS, de machtigste mogendheid van deze planeet, om haar macht tot gelding te brengen, juist waar de VS zelf liever wat op de achtergrond blijft. Israël als onderaannemer, de VS als opperbaas, dat zijn de verhoudingen. Maar de onderaannemer heeft wel opvallend veel gereedschap voor haar werkzaamheden.

Maar er is een derde reden. De staat Israël is niet alleen een gesel voor Palestijnen en een kwelling voor een ieder die weerstand biedt aan het Westerse imperialisme. Israël is ook een zeer slechte zaak voor het overgrote deel van de joodse bevolking wiens veiligheid en rechten die staat beweert hoog te houden. Een handvol recente berichten wijzen erop dat tal van joden, in en buiten Israël, dat zelf ook onderkennen.

Zo
berichtte de Israëlische krant Haaretz dat vorig jaar 4.300 Israëli's emigreerden uit de staat Israël - naar Duitsland, of all places. Dit is een toename van 50 procent vergeken met het jaar daarvoor. Het gaat om mensen wiens voorouders in Duitsland woonden en aan de Holocaust zijn ontkomen.

Economische redenen spelen een rol, zoals in het geval van Avital Direktor die zegt dat de studie die ze wil volgen onbetaalbaar is in Israël maar vrijwel kosteloos voor haar in Duitsland. Maar ze zegt ook: "Kijk wat hier gaande is. Dit is een land dat haar bewoners verslindt. De onverschilligheid jegens mensen in nood, de corruptie. Mensen popelen om hier weg te gaan." Sommige vrienden noemen haar een "verrader", maar anderen zeiden dat "ze wilden dat ze ook een Duits paspoort konden krijgen, en vroegen me wat ik nog in Israël deed." Blijkbaar is voor een flink aantal joodse Israëli's emigratie naar het land waaruit hun voorouders aan de Holocaust waren ontkomen te verkiezen boven een leven in het land dat zichzelf tot toevluchtsoord voor joden wereldwijd heeft uitgeroepen.

Intussen proberen de staat Israël en bevriende zionistische groepen joden buiten Israël aan te moedigen om naar Israël te verhuizen. Maar dat valt niet mee. In Iran bijvoorbeeld wonen 25.000 joden. Die zijn niet gelijkberechtigd, maar van systematische vervolging is geen sprake. Joden kunnen vrij hun godsdienst beleven, zolang ze zich niet opstellen als openlijke voorstanders van de staat Israël hebben ze niet wezenlijk meer te vrezen dan de rest van de Iraanse bevolking.

Een grote neiging om te emigreren is er in de joodse gemeenschap van Iran dan ook niet. Tussen oktober 2005 en september 2006 vertrokken 152 van het het land; het jaar ervoor waren dat er 297; het jaar ervoor 183. Deze cijfers zijn verzameld door de Hebrew Immigrant Aid Society. Dat wijst niet alleen niet op enorme onderdrukking van Joodse identiteit en geloof; het wijst al evenmin op een enorme aantrekkingskracht van de staat Israël op de Joodse gemeenschap in Iran. En joden kunnen vrijelijk Iran uit en weer in, dus van dwang om in Iran te blijven is ook al geen sprake. De gegevens zijn na te lezen via het weblog van
World War 4 report.

De Britse krant
The Guardian berichtte bovendien dat pogingen van rijke joden - klaarblijkelijk met steun van de staat Israël - buiten Israël om Iraanse joden tot emigratie naar Israël aan te moedigen door premies van 5000 (voor een persoon) tot 30.000 (voor een gezin) Britse ponden aan te bieden ook niet werkten. De meeste joden beschouwen zich als loyale leden van de Iraanse maatschappij, en laten zich niet omkopen tot verhuizing. Dat wijst er op dat ook zij Israël niet bepaald beschouwen als hun meest logische woonplaats, en al helemaal niet als object van loyaliteit boven alles.

En ook in Israël zelf ligt het idee dat de staat het welzijn van tenminste haar joodse burgers werkelijk ter harte gaat, keer op keer onder vuur. Israël verwijst keer op keer naar de massamoord op miljoenen Europese joden door nazi-Duitsland, om de legitimiteit van een Zionistische staat, toevluchtsoord voor joden overal, te onderstrepen. Des te wranger is de karige kille houding die de Israëlische regering heeft jegens overlevenden van diezelfde massamoord.

Premier Olmert kondigde onlangs aan dat de uitkering die zij krijgen met, schrik niet, 15 euro, omhoog gaat. Het geld dat daarvoor uitgetrokken word is echter pas volgend jaar beschikbaar - als er weer meer van deze veelal bejaarde mensen zijn overleden, en er dus minder mensen deze uitkering zullen ontvangen.

Met deze fooi wil de "regering 'een wantoestand rechtzetten die al zestig jaar duurt' (...) doelend op het feit dat holocaust-overlevenden buiten Israël hogere uitkeringen ontvangen dan in het land dat vaak zegt zijn bestaansrecht aan de jodenvervolging te ontlenen",
aldus de website Nieuws.nl . Het gaat om 240.000 mensen; zij krijgen nu 355 euro per maand als uitkering. Tienduizenden van hen zijn straatarm. Guy Meroz, TV-presentator in Israël riep vol venijn op om deze mensen op de trein naar Duitsland te zetten: "In Duitsland , waar al deze verschrikkingen plaats vonden, beschouwen ze de overlevenden als mensen voort wie moet worden gezorgd." Die 15 euro extra verandert aan dit wrange beeld weinig, veel meer dan een nogal cynisch PR-gebaar is het niet.

Een staat waar veel joden niet meer willen wonen, ook als ze voorouders hebben in het land waar de Holocaust plaatsvond; een staat waar veel joden zich niet willen vestigen, ook niet als als ze wonen in een autoritaire Islamitische republiek; een staat die slachtoffers van de misdaad waaraan ze mede haar bestaansrecht beweert te ontlenen verwaarloost - dat is de staat Israël. Geen goed idee voor Palestijnen, zoals steeds duidelijk wordt; geen goed idee voor joden ook, en ook dat wordt steeds zichtbaarder.

zaterdag 4 augustus 2007

Goede antifascistische actie, en meer

Soms is het plezierig om mijn ongelijk te kunnen bekennen. Vandaar is zo'n dag. Ik zat ernaast in mijn te sombere verwachting die ik gisteren uitsprak over de demonstratie die de Antifascistische Actie (AFA) vanmiddag hield tegen de optocht die de neonazistische Nederlandse Volksunie (NVU) hield. En ik ben daar blij om.

In mijn stuk van vannacht schreef ik dat ik hoopte dat de actie enigszins succesvol zou wezen, om verder te gaan met: "Helaas ziet het er echter niet zeer florissant uit." Noch buiten de AFA, noch vanuit AFA zelf was de demonstratie erg aan de grote klok gehangen. En verderop in mijn stuk: "Ik hoop trouwens dat mijn wat sombere voor morgen misplaatst is. Soms vinden er vormen van mobilisatie, van het aanboren van netwerken, plaats die zich aan het zicht van deze internetbewoner onttrekken, Misschien duiken er toch nog meer mensen op, met een diverser achtergrond dan de befaamde autonome betogers die op 14 juli de hoofdmoot vormden. Ik hoop het."

Klein - maar breedte biedt hoop

En zie! Mijn somberheid bléék misplaatst. Niet zozeer wat betreft de opkomst. Die was met pakweg zestig deelnemers veel lager dan op 14 juli. Maar hier is wat deelnemer Jelle Schuurman op zijn verslag (waar ik ook het aantal deelnemers aan ontleen ) schrijft, in zijn aanstekelijk enthousiaste stijl: "Een enorm goed teken is, dat iets minder dan de helft buiten het autonome circuit afkomstig was. Er waren (relatief) veel allochtonen..." En hij ramt het er stevig in: "ik heb liever 60 mensen bij een demo als het breder is dan de AFA alleen dan 250 mensen die allemaal uit het autonome circuit komen." Zo is het maar net - en van zestig mensen uit de veel diverser actie van vandaag is het veel makkelijke om in het volgend stadium op grotere schaal breed te mobiliseren. De actie van vandaag tegen de NVU was werkelijk een stap vooruit, net als de demonstratie van 14 juli dat op andere punten was.

Zaak wordt nu om dit vast te houden. In dat verband is van belang om te weten hoe de mensen van buiten het autonome circuit in contact zijn gekomen of gebracht met de AFA-actie. Was dit min of meer een toevalstreffer? Of is er serieus 'ge-netwerkt' (om dat rotwoord maar eens te gebruiken) om bijvoorbeeld mensen van allochtone achtergrond bij de actie te betrekken? En zo ja, hoe? Dat is een belangrijk punt, want als we dat weten, dan kunnen we die kennis de volgende keer des te beter gebruiken. Hopelijk is er ook voor de toekomst contact met (sommige van) deze mensen gelegd - die kunnen dan zelf, als zij dat willen, bij een volgende actie netwerken om zich heen uitbouwen. Zó bouwen we samen breder!

Keltisch kruis gelegaliseerd

Intussen hielden de NVU-nazi's zelf een nogal treurig optochtje - kleiner dan de bepaald niet grote antifascistische demonstratie. Wel hebben de nazi's via de rechter gedaan gekregen dat van nu af aan het Keltisch kruis - naast de hakenkruisvlag]lag een belangrijk nazi-symbool - mag worden meegedragen, zij het zonder begeleidende tekst, zoals een artikeltje op de website van De Pers aangeeft.

Dit maakt deel uit van een nare normalisering van nazi-uitingen. En hoewel ik op zichzelf het streven naar een verbod van wat voor symbolen ook geen goede antifascistische strategie vindt - je geeft de staat de macht ervoor in handen, en de staat houdt niet van links: vandaag verbieden ze het hakenkruis, morgen de afbeelding van Che, de rode ster of de A in de cirkel... - is het ongedaan maken van een verbod van een specifiek nazi-symbool onder druk van nazi's zelf, wel degelijk een kwalijke terugslag voor antifascisten - en dus voor elke serieuze democraat.

Intussen in Rotterdam...

Ook achteraf vind ik het jammer dat ik er zelf niet bij was in Den Haag. Een volgende keer hopelijk weer wel. Ik voerde echter actie in Rotterdam, waar ik met zes anderen een straatverkoop van De Socialist, het maandblad van de Internationale Socialisten, hield.

Dit was deze keer , zoals ik vannacht uitlegde, van belang omdat de Rotterdamse politie deze straatverkoop onmogelijk probeert te maken. Vandaag was de straatverkoop onder de aandacht van de media gebracht, we stonden met iets meer mensen dan anders. Eén van ons hield posters in de lucht met 'Bush terrorist' .

Het was niet erg druk, zo vertelden mensen die hier week aan week staat met De Socialist; we verkochten zeven exemplaren en deelden wat flyers uit om voor actie tegen verlenging van de oorlogsmissie in Uruzgan op te roepen. De politie kwam een paar keer langs, overlegde eventjes maar deed niets. Het AD had trouwens van de voren een aardig bericht over de zaak, waarin ze de actie zelfs keurig aankondigden. Ik ben heel benieuwd hoe de politie de komende week gaat reageren. Maar, alhoewel nog kleiner van schaal dan de antifascistische demonstratie in Den Haag , ook de actie in Rotterdam was een succesje. Zo bouwen linkse mensen stug verder aan verzet, hoe klein van schaal dat vaak ook is.

Rotterdam en Den Haag: twee acties voor democratische rechten

Op twee plaatsen tegelijk vinden morgen (1) acties plaats ter verdediging van democratische rechten. In Den Haag, waar mensen gaan betogen tegen een nazi-mars. En in Rotterdam, waar mensen actie gaan voeren tegen een poging van de politie om een vrije meningsuiting te onderdrukken. Ook een rooie ravotr kan maar op één plek tegelijk zijn. Ik ga naar Rotterdam, en niet - zoals ik eerder van plan was - naar Den Haag.

In die laatste stad vindt de demonstratie plaats die Antifascistische Actie (AFA) organiseert tegen de Nederlandse Volksunie (NVU), het naziclubje van Constant Kusters. Een waardevol initiatief, op zichzelf. Ook al ben ik er niet bij, ik blijf bij mijn eerder op dit weblog gepubliceerde opvatting dat openlijke tegenacties, ook tegen momenteel vrij fragiele nazipartijtjes, een noodzaak zijn. Ik kom daar verder in dit artikel op terug. Maar, hoe nodig de AFA-demonstratie ook is, iets anders heeft vandaag wat mij betreft voorrang: een aanval op democratische rechten van actievoerders, die moet worden afgeslagen.

Waar gaat het om? Vorige week deden Internationale Socialisten (IS) in Rotterdam iets wat ze week na week doen: ze verkochten het maandblad De Socialist met een handvol mensen op straat. Al snel kwam de politie erop af, zei dat deze activiteit niet was toegestaan, en dreigde zelfs met arrestatie. Vanuit de IS heeft de politie inmiddels een klacht over dit politieoptreden gekregen.

Maar klagen is niet genoeg. Een prachtige manier om bedreigde rechten te verdedigen is door die rechten in alle openheid, van te voren aangekondigd en in groepsverband, demonstratief te gebruiken. Om 13.00 zullen mensen van de Internationale Socialisten opnieuw De Socialist in Rotterdam verkopen, bij de Openbare Bibliotheek. Pers is gewaarschuwd en hopelijk ook aanwezig. Ik ga daarheen en doe mee met die verkoop. Niet alleen omdat de eigen organisatie wordt aangevallen - ik ben lid van de IS zoals veel lezers van dit weblog wel weten. Het belang van deze actie gaat echter verder dan dat groepsbelang zelf.

Als de Rotterdamse politie wegkomt met deze aanval op vrije meningsuiting dan is dat slecht voor èlk kritisch geluid op straat. Slaan we die aanval af, dan vergroten we de menings- en actievrijheid ook voor anderen, ook buiten Rotterdam. Maar een nederlaag voor de IS in Rotterdam kan als precedent misbruikt worden door autoriteiten in andere steden - niet alleen tegen de IS, maar ook tegen weggeefwinkels en streetraves etcetera. Een paar weken geleden nam ik
in een artikel het voor hun rechten op, omdat ik in een aanval daarop een aanval op alle vromen van kritiek en verzet zag zag. Nu geldt hetzelfde voor deze IS-activiteit. Ook en vooral daarom doe ik daaraan mee, en laat ik de AFA-demonstratie schieten - hoe spijtig ik het ook vind.

Ik blijf er namelijk wel degelijk van overtuigd dat openlijke nazi-activiteit een openlijk, en zo breed mogelijk, tegengeluid vereist. De huidige tijd en context vereist dat. We hebben een regering die inhoudelijk rechts is maar zich op onderdelen links van het midden profileert - mede vanwege de PvdA-deelname eraan. Het generaal pardon voor een groot aantal vluchtelingen is een voorbeeld van die linksige uitstraling. Dit draagt ertoe bij dat de voornaamste oppositie tegen dit kabinet van rechts komt, niet van een nogal tam opererend links. Wilders scoort keer op keer, en krijgt bijval van de VVD en weerklank onder grote groepen mensen.

Dit maakt het klimaat gunstig voor extreem-rechte geluiden. In deze context kunnen zelfs zwakke nazi-groepjes kristallisatiepunt vormen voor naar rechts radicaliserende jongeren. Nu kijkt vrijwel iedereen ter uiterste rechterzijde nog naar Wilders - maar die heeft (nog?!) geen actieve politieke operatie op straat. Mensen die op zoek zijn naar activistisch extreem-rechts kunnen daar (alweer: nog?!) niet terecht. Alle kans dat zulke mensen vroeg of laat bij nazi-groepjes terecht komen of zelf vergelijkbare groepen gaan vormen.

Dàt - en niet de nogal krakkemikkige staat van veel van die nazi-groepjes zelf - is voor mij reden om voor deelname aan openlijke activiteit tegen nazi-groepen te pleiten. Hou ze kort, zodat ze geen kristallisatiepunt kunnen vormen voor grotere aantallen mensen die Wilders-demagogie in straatactivisme willen vertalen. Daar gaat het om. Dat blijft recht overeind, ook nu ik van deze specifieke demonstratie wegens boven geschetste prioriteit afzie.

Daarom hoop ik dat ook de AFA-actie van deze zaterdag een relatief succes wordt. Helaas ziet het er echter niet zeer florissant uit. De mobilisatie buiten AFA-kringen is zo ongeveer afwezig, hetgeen ik betreur. Geen andere groeperingen dan AFA zelf hebben zich, voorzover ik weet, achter de oproep geschaard of tot deelname opgeroepen. Dat was voor 14 juli, toen AFA ook tegen de NVU demonstreerde, anders. Daar hadden zowel GroenLinks-jongerenorganisatie Dwars als uiteindelijk ook de Internationale Socialisten tot meedoen opgeroepen.

Maar wie zich beklaagt over het niet meedoen van andere groeperingen op 4 augustus, dient onder ogen te zien dat ook de AFA-mobilisatie zelf aanzienlijk minder van de grond is gekomen dan die voor 14 juli. Op de
website van AFA Den Haag is niet eens de oproep voor 4 augustus geplaatst! Daar staat nog de poster van 14 juli te prijken. Op de website van AFA landelijk staat de oproep wel, evenals op Indymedia. Maar daar heb je het mee gehad, zo ongeveer. En de flyer op de laatste site is niet eens zichbaar.

Het wordt wat moeilijk om van andere organisaties te vergen dat ze deze demonstratie serieus nemen als AFA dat zelf maar in beperkte mate doet. En de wel uiterst magere verspreiding van de toch al traag naar buiten gebrachte oproep (zie mijn
vorige stuk hierover) is geen symptoom van een erg voortvarende houding bij AFA zelf. Geloven mensen van AFA zelf wel in mobiliseren voor zo'n demonstratie? In de aanloop voor 14 juli was mijn antwoord: met alle beperkingen, jazeker! Bij deze demonstratie ben ik aanzienlijk sceptischer. Ik weet het, vakantietijd en zo. Maar toch...

En ja, andere organisaties zouden kunnen zeggen: wij nemen het serieus en wij gooien ons erin. Maar als de organisatie die de actie heeft uitgeroepen dat zelf nauwelijks doet, is het dan gek dat anderen niet hard rennen? Geef je die andere organisaties dan juist niet een mooi excuus om niet te gaan, laat staan om op te roepen?

Toch zou ik, nogmaals, zelf zijn gegaan als ik geen activiteit had die naar mijn mening voorrang verdient. Kritiek als bovenstaande wint aan geloofwaardigheid als ze vanuit een deelnemer zelf gedaan wordt, en ook daarom was ik morgen graag deelnemen.

Ik hoop trouwens dat mijn wat sombere prognose voor morgen misplaatst is. Soms vinden er vormen van mobilisatie, van het aanboren van netwerken van mensen, plaats die zich aan het oog van deze internetbewoner onttrekken. Misschien duiken er toch nog meer mensen op, met een diverser achtergrond dan de befaamde autonome betogers die op 14 juli de hoofdmoot vormden. Ik hoop het. Sowieso kom ik op de demonstratie van deze zaterdag binnenkort hoogstwaarschijnlijk terug. Wie dit nog leest en gaat: sterkte!


(1): Opmerking, gemaakt 4 augustus 20.25: ik schreef dit stuk 's nachts, toen het feitelijk al zaterdag was. Waar in dit stuk "morgen" staat, moet " deze zaterdag" staan. Dat er nog een stuk nachtrust tussen schrijfmoment en actietijd zat, doet daar niet aan af...

vrijdag 27 juli 2007

4 augustus: opnieuw demonstreren tegen nazi-optocht

Op 18 juli werd via Indymedia bekend dat Constant Kusters zijn Nederlandse Volksunie opnieuw tot een mars opriep, en wel op 4 augustus, en wederom in Den Haag. Daarmee hoopt hij kennelijk het debacle van zijn afgeblazen mars van 14 juli - en het bescheiden maar reële succes van de door de Antifascistische Actie (AFA) die dag gehouden demonstratie - weg te wissen. Daar mag hij niet mee wegkomen. Dus ben ik opgelucht en blij dat AFA ook voor 4 augustus een tegendemonstratie tegen de NVU-mars heeft aangekondigd. Plaats is bekend, tijd helaas nog niet. Indymedia blijven checken, dus.

Wel merk ik daarbij op dat het wel erg lang heeft geduurd voor de oproep tot tegenactie naar buiten is gebracht. Tussen 18 juli en vandaag liggen negen dagen! Kostbare tijd is dat. En juist ook als bijvoorbeeld misschien een vergunning nog niet zou zijn afgegeven, is het zaak om tijdig een oproep naar buiten te brengen. Hoe eerder en grootschaliger de publiciteit immers is, hoe lastiger het wordt voor autoriteiten om een vergunning te weigeren.

Niet alleen is demonstreren gewoon het recht van antifascisten. Hoe duidelijker de tekenen zijn dat er sowieso demonstranten gaan komen, hoe meer belang autoriteiten hebben om alsnog vergunning te verlenen, juist vanwege een 'ordelijk verloop' waar bestuurders zo'n prijs op beweren te stellen. En het belangrijkste teken dat er sowieso demonstranten zouden kunnen komen zijn nu juist die openlijke aankondigingen en oproepen, op websites, maar ook via flyers, posters en persberichten.

Afwachten tot een vergunning rond is, dat is onder dit soort omstandigheden tactisch niet handig. Die oproep verspreiden dus, eerlijk zeggen dat de vergunning is aangevraagd maar misschien nog niet is afgegeven (als dat de situatie is) - en de bal van de vergunning netjes op de helft van stadsbestuurders leggen zodat zij de kwaaie pier zijn als ze weigeren. Dan is er kans op een behoorlijke opkomst dan is er ook kans op een stevige actie als op het laatste moment de politie een eventueel verbod probeert af te dwingen, en dan is makkelijk uit te leggen dat we hebben getracht de legale wegen te bewandelen, maar dat de autoriteiten die weg hebben geblokkeerd. Dat geeft de beste impact, juist ook als er bestuurlijk wordt tegengewerkt.

Maar niet te lang teruggekeken - nu de oproep voor een tegendemonstratie er ligt, kunnen we verder! Ik hoop op:
*een grotere opkomst dan op 14 juli;
*een breder draagvlak van de demonstratie dan op 14 juli:
* een kleurrijker deelname dan op 14 juli:
* een aanpak op de demonstratie zelf die er voor omstanders herkenbaarder en overtuigender uitziet: leuzen die leesbaar en verstaanbaar zijn voor omstanders; leuzen die aansluiten bij de zorgen van grotere groepen; leuzen die ook zichtbaar een leesbaar zijn via een veelheid van borden en spandoeken; en ga zo maar door. Wat er in dit opzicht goed was èn beter kon op 14 juli, lees je op één van mijn stukken daarover. Het betekent: werk aan de winkel, en niet pas op 4 augustus zelf.

Laten we duidelijk zijn over de noodzaak. Niet alleen dient elk georganiseerd vertoon van nazi-activiteit op straat een stevig en openlijk tegengeluid te verduren te krijgen - al snap ik dat linkse mensen soms andere dingen voorrang moeten geven. Meer over zulk soort afwegingen op een ander eerder stuk .

In dit specifieke geval zijn er extra redenen:

1. het voorwendsel van de nazi-mars: protesteren tegen oorlogsdreiging tegen Iran! We mogen ze niet op deze manier weg laten komen met het misbruiken van anti-imperialistische thema's, om via zulke vermomming hun eigen agressieve gif te verspreiden.

2. Als de NVU nu kan marcheren zonder protest, dan is de overwinning van 14 juli ongedaan gemaakt. Dat hoopt Kusters. Om die droom aan diggelen te slaan moeten wij er weer zijn. Anders laten we onze overwinning van 14 juli nodeloos uit handen glippen.

3. Gezien reacties binnen zijn eigen club op het afblazen van de NVU-mars op 14 juli is de positie van Kusters intern verzwakt. Nòg een debacle, en de NVU raakt nog ernstiger uit het gareel, met Kusters als mogelijk slachtoffer. Na de opheffing van de Nationale Alliantie, een ander nazi-clubje, zou dat een mooie opsteker zijn voor antifascisten. Een succesvolle actie van antifascisten - breed, kleurrijk en strijdbaar - kan een extra zetje richting afgrond voor Kusters en zijn club betekenen. Dat betekent: aan het werk! We hebben nog zeven dagen.

En voor wie denkt dat we daarna rust krijgen: op 22 september wil de Nederlandse Volksbeweging, nog een nazi-organisatie, marcheren in Amsterdam, met als voorwendel: het eisen van terugkeer van een monument dat tijdelijk is verwijders wegens de bouw van een moskee. Radio TV Noordholland meldt dat. Een ongestoorde nazi-mars, in de stad van de Februaristaking tegen jodenvervolging tijdens de nazi-bezetting? Ik dàcht toch van niet, he?!

SP-crisis: over democratie en verkeerde 'vrienden'

Het gedonder binnen de SP is niet voorbij, en ik vermoed dat het voorlopig wel blijft rommelen ook. Veel van de kritiek op de officiële SP en haar leiding is terecht. Maar er zijn ook rechtse kapers op de kust. Een aantal gedachten over recente ontwikkelingen.

Afdracht en hardvochtigheid

Nu speelt er de zaak van gemeenteraadslid Johan Luijendijk die uit de partij gaat. Tweederde van het afdelingsbestuur, plus de twee andere raadsleden, kozen zijn kant. Het conflict draaide om de afdrachtregeling: mensen die gemeenteraadslid, Statenlid of parlementslid zijn voor de SP, dragen hun inkomsten af aan de SP, en krijgen in ruil daarvoor een - lagere - vergoeding van de partij. Dit is een hele goede zaak, zo voorkom je dat mensen zich laten kandideren door de SP om vooral carrière te maken en grof geld te verdienen.

Luijtendijk werd echter geconfronteerd met een forse inkomensdaling doordat hij zijn WAO-uitkering kwijtraakte. Wie raadslid kan zijn, is niet arbeidsongeschikt, zo was de redenering. Zo viel zijn inkomen terug naar 185 euro in de maand. Dus vroeg Luijtendijk aan de SP-leiding om een oplossing, een tijdelijke onderbreking van het afdragen van de raadsinkomsten of iets dergelijks.

Maar de SP-leiding weigerde daar, aldus de
berichtgeving in de NRC, aan mee te werken. Volgens die leiding was het een "persoonlijk probleem"en was het niet de bedoeling dat de SP kwalijke gevolgen van kabinetsbeleid ging "repareren". Morrelen aan de uitvoering afdrachtsregeling was onbespreekbaar. "Solidariteit, mensen boven regels of de menselijke maat? Ik heb deze belangrijke waarden binnen de SP node gemist. Van zo'n partij wens ik dan ook geen lid meer te zijn", schrijft Luijendijk - in een stuk dat opvallend genoeg op de website van SP-Zutphen staat te lezen. Voorzover ik uit de berichtgeving kan opmaken, kan ik niet anders dan Johan Luijendijk hier groot gelijk in geven. het ziet er naar uit dat de landelijke partijleiding krampachtig en zonderveel menselijk gevoel heeft gereageerd. Dat moet veranderen, anders gaat de partij als serieuze linkse partij echt in hoog tempo naar de bliksem.

Gestook en leedvermaak

Sommigen zouden dat juist graag zien - dat de SP als stevig linkse organisatie (verder) naar de bliksem gaat. Hoe zeer de crisis in de SP buiten die partij met leedvermakelijke belangstelling wordt gevolgd, blijkt uit berichtgeving, vooral uit krantenkoppen. "Onvrede groeit in centraal geleide SP" berichtte
de NRC op 13 juli, kort nadat de partij de hoofdredacteur van partijblad De Tribune had geschorst omdat die in een artikel vooral critici van het partijbestuurd over de kwestie-Yilderin aan het woord had gelaten. Yilderin is het Overijsselse Statenlid die met voorkeursstemmen van vijf anderen en hemzelf tot Eerste Kamerlid was gekozen. Partijbestuur en partij waren het daar niet mee eens en riepen Yilderin op om van die zetel af te zien. Dat is nog niet gebeurd.

Over die zaak zelf zo nog wat meer. Mij gaat het om de toonzetting van die krantenkop: "centraal geleide SP". Ik zou de NRC-redactie willen vragen of ze ook maar één politieke partij kan aanwijzen die níét 'centraal geleid' is. Ik citeer
bijvoorbeeld VVD-aanvoerder Mark Rutte, in gevecht met Rita Verdonk. "Genoeg is genoeg. Wie zichzelf niet kan wegcijferen voor de liberale visie, die hoepelt maar op." Nou zal dat met die 'liberale visie' allemaal wel. Mij gaat het erom hoe in de VVD de leider een lastig fractielid de wacht aanzegt. Hij stelt de lijn vast, de rest moet zich voegen.

Toch noemt niemand de VVD "centraal geleid". De keus om dat bij de SP wel te doen, ligt in de bijklank, de associaties, die de woorden oproepen. een centraal geleide partij, dat doet denken aan centraal geleide economieën, 'democratisch' centralisme op z'n Oost-Europees en dergelijke. Wat hier gebeurt is niet eenvoudig een autoritaire bestuurswijze - die de SP met andere partijen gemeen heeft - onder de loep houden. Wat de NRC hier doet is de SP indirect apart zetten als èxtra kwalijk, vanwege haar stalinistische (in dit geval maoistische ) wortels. In deze woordkeus verraadt zich een behoefte om de SP apart te zetten: die linkse radicalen zijn in feite verkapte stalinisten.

Ik denk dat we in die hype niet mee moeten gaan. Het autoritaire bestuur mag qua vorm geworteld zijn in de maoistische erfenis. Qua inhoud dient het een heel ander doel: de partij van bovenaf meenemen in een middenkoers waarin een streven naar regeringsdeelname en verdere concessies aan nationalistisch dikke plussengepraat de overhand krijgt. Het autoritaire gedoe in de SP is niet zozeer een stalinistisch restant; het is vooral een mechanisme waarmee juist iedere werkelijke linksheid binnen die partij wordt verstikt.

Yilderin, de wet en de partijraad

Laten we nog eens kijken naar de democratie binnen de SP zelf. Rond de zaak Yilderin werden een aantal dingen duidelijk. Allereerst moet erkend worden dat Yilderin juridisch in zijn recht stond - maar dat voor serieuze democraten, en dus socialisten daarmee de kous niet af is. De manier waarop de Eerste Kamer wordt gekozen laat toe dat Statenleden kunnen kiezen wie ze willen. Als SP-Statenleden via hun stem iemand van de VVD in de Eerste Kamer hadden gekozen, was dat óók helemaal legaal geweest. Maar - hoe juridisch correct ook - politiek zou vrijwel iedereen zoiets een aanfluiting van de democratie hebben gevonden, en terecht. Die SP-statenleden zijn gekozen door mensen die de SP invloed willen geven. Die Statenleden hebben tot taak om die invloed ook in de Eerste Kamer te brengen.

Veel democratischer dan deze rare Eerste Kamer-procedure is dan toch de gang van zaken in de SP. De hele partij stelt, via een Partijraad, de volgorde vast van een kandidatenlijst. Afspraak is dat de Statenleden zich daaraan houden. En het excuus dat de partijleiding beter uitleg had moeten geven is vrij zwak als je bedenkt dat Yilderin al jaren Statenlid was en eerder gemeenteraadslid, en dus toch wel een beetje kon weten hoe de zaak bij de SP was geregeld.

Hij had ook nog de
statuten van de SP kunnen lezen. Daar staat (artikel 15, lid 2.) duidelijk: "Leden van de vereniging die gekozen worden in openbare lichamen zullen (...) hun zetel ter beschikking stellen aan de vereniging wanneer het relevante partijorgaan hierom verzoekt."Uit de volgende zin van het artikel valt op te maken dat het in het geval van Eerste Kamerleden de partijraad die dit kan beslissen. Formeel gezien staat de SP in het conflict rond de zetel van Yilderin dan ook in zijn democratische recht.

Sluiting en schorsing: kwalijke zaak

Er zijn echter drie dingen die het democratisch gelijk van de SP ernstig ondergraven. In de eerste plaats de lompe manier waarop de partijleiding met Yilderins spreekruimte omging. Zijn SP-weblog is, met oneigenlijke argumenten. Te weinig bezoekers en teveel laster; ik ben daar in
een eerder stuk op in gegaan. In de tweede plaats het schorsen van hoofdredacteur Elma Verhey omdat zij een artikel wilde plaatsen waarin voornamelijk mensen die het voor Yilderin opnamen aan het woord kwamen. Dat is een grove, anti-democratische maatregel.

Het SP-bestuur verdedigt die maatregel in een uitvoerige
toelichting op de zaak. Het weblog Kritisch Links meet de tekortkomingen van het artikel vrij breed uit, al vindt dat weblog de schorsing wel degelijk problematisch. In het artikel zou volgens de SP-leiding geen hoor en wederhoor zijn toegepast, het zou journalistiek ondermaats zijn.

Nu kan dat best waar zijn, ook hoofdredacteuren maken er wel eens een zooi van. Maar dit is journalistieke kritiek op een enkel artikel. Is het de taak van partijbestuurders om rechtstreeks journalistiek te bedrijven, of kan ze zich beter beperken tot de grote lijnen? En had het gebrek aan wederhoor (het stuk bevat trouwens wel degelijk uitspraken van mensen die het met critici niet eens waren, maar dit terzijde) niet in een volgend nummer met een anders stuk kunnen worden ondervangen? Rechtvaardigt 'één artikel waar het partijbestuur ontevreden over was een schorsing? Het lijkt dat hier de lange tenen van partijbestuurders de afweging bepaalden, niet zozeer het vermeende gebrek aan journalistieke kwaliteit van het artikel.

Ja, als een redacteur van een partijblad beroepsmatig faalt, slechte journalistiek bedrijft, dan dient zij daarop te worden aangesproken. Als een redacteur van een partijblad stelselmatig de visie van de partij niet of verkeert weergeeft, dan geldt dat nog meer. Maar, in een constructie waarin de hoofdredacteur een zelfstandige redactionele plek heeft en dus niet puur een doorgeefluik is van wat het bestuur wil, is het raar als het bestuur per artikel iemand kan schorsen. Hooguit kan het bestuur de hoofdredacteur aanspreken op slecht functioneren, afspraken proberen te maken voor verbetering en dergelijke.

Als het keer op keer misgaat wordt het een andere zaak. De Tribune is blad van de SP, en de SP als geheel heeft, desnoods via gekozen bestuurders, over de lijn daarvan wel degelijk het laatste woord. Maar deze schorsing, vanwege één kritisch stuk, is wel degelijk een aantasting van de democratische ruimte die er in een linkse partij, en ook in haar pers, hoort te zijn.

Als het partijbestuur werkelijk rechtstreekse greep wil hebben op wat er in De Tribune staat, dan hoort de redactie ervan binnen het partijbestuur te liggen. Maar daarmee wordt De Tribune van een leesbaar links magazine vanuit de SP richting een breder publiek puur tot een partijblad, een clubkrantje. Daar heb je dan geen professionele hoofdredacteur met een verleden in Vrij Nederland voor nodig, dat kan partijbestuurder Hans van Heijningen dan beter zelf gaan doen. Het schorsingsbesluit in deze context was dan ook wel degelijk een anti-democratisch besluit.

Partijraad: lang niet democratisch genoeg

De derde, en wellicht meest wezenlijke, factor die het democratische karakter van de SP ondergraaft is de wijze waarop de partij georganiseerd is. Dat is te zien aan de partijraad. Dat orgaan, dat in de zaak-Yilderin zo'n hoofdrol speelde, is de plek waar in de SP die democratie tot uiting komt. En ja, een orgaan dat 52.000 leden vertegenwoordigt sla ik hoger aan dan vijf Statenleden die door de besluiten van dit orgaan heen fietsen.

Maar hoe vertegenwoordigt die partijraad de leden? Gesnuffel in de
statuten (artikel 12, om precies te zijn) leert dat die raad voornamelijk bestaat uit de afdelingsvoorzitters. Elke afdeling een voorzitter, allemaal samen, plus het door het jaarlijkse Congres gekozen Partijbestuur, dat is de partijraad. Dit betekent een paar dingen. Mensen die plaatselijk naar boven komen omdat het goede afdelingsbestuurders zijn, krijgen ook het laatste woord over de grote landelijke lijn. Maar ze zijn niet echt gekozen om zich over dat laatste uit te spreken.

Goed organiseren op afdelingsniveau is echter bepaald niet automatisch hetzelfde als scherp nadenken over de grote landelijke thema's. Deze selectie werkt een wel erg bestuurlijke oriëntatie van de partij in de hand, een gerichtheid op praktisch bezig zijn, zonder al te veel lastige vragen en discussies. Die oriëntatie maakt het voor het partijbestuur des te makkelijker om zo'n partijraad en de voorzitters erin als doorgeefluik voor beleid van hogerhand te gebruiken. Voor de democratie is dat niet gezond.

Daar komt bij dat meningsverschillen niet alleen tussen afdelingen plaats vinden, maar ook daarbinnen. Door per afdeling enkele de voorzitter naar de partijraad te sturen, blijven minderheden binnen afdelingen te vaak onhoorbaar. Zo kun je krijgen dat, als in elke afdeling een derde het ergens niet mee eens is, op een partijraad niemand namens die - toch vrij forse - minderheid het woord kan voeren. De tweederde in elke afdeling kan immers haar stem naar de partijraad sturen.

Het is zelfs mogelijk dat een opvatting die meerderheidssteun onder de leden heeft, slechts een minderheid op de partijraad krijgt. Reken maar na. Stel, je hebt tien afdelingen van elk tien mensen. In vier ervan wil iedereen voorstal A. Dat zijn veertig mensen. In de andere zes afdelingen wil de helft plus één voorstel B; de rest wil voorstel A. Dat betekent 36 mensen voor voorstel B, en 24 voor voorstel A. Veertig plus 24 is 64 voor voorstel A; 36 voor voorstel B. In een ledenstemming wint A overtuigend: 64 tegen 36. Maar als de voorzitters op basis van de meerderheid binnen hun afdelingen stemmen, dan wordt het 6 tegen 4 voor voorstel B. En dat gaat er dan nog van uit dat er binnen de afdeling over zo'n voorstel wordt gediscussieerd vóór het de partijraad bereikte.

Veel beter, veel democratischer, zou het zijn als het kiezen van partijvoorzitters in de afdeling losgekoppeld zou worden van het kiezen van gedelegeerden op een partijraar. Die keus zou dan op basis van zichtbare overtuigingen, en niet puur op basis van bestuurlijke kwaliteit, kunnen plaatsvinden, na een discussie binnen de hele partij, over de grenzen van afdelingen heen. En zou je perse de verkiezing getrapt willen houden, laat er dan meerdere afgevaardigden per afdeling mogelijk zijn - zodat ook minderheden in afdelingen zichbaar kunnen worden.

Mogelijkheden om diversiteit van standpunten beter en democratischer tot gelding te brengen zijn er wel degelijk. De kritiek dat er aan de democratie in de SP flink veel mankeert, snijdt hout. Op het weblog Kritisch Links staat trouwens een nuttig
stukje over democratie binnen de SP. Vooral aan de heldere reactie van een zekere Willem aldaar heb ik bij het bovenstaande nogal wat gehad.

Vreemde 'vrienden'

Maar teveel van de kritiek schiet ver door, en leidt tot dubieuze stellingname. Je kunt de schorsing van de hoofdredacteur en het sluiten van Yilderins weblog censuurmatregelen noemen. Zware woorden, maar ze kloppen. Maar het is onzin om het modereren van weblogs - het verwijderen van ongewenste bijdragen, op welke grond dan ook - van dat etiket te voorzien. Hoe Jan Marijnissen, Anja Meulenbelt, Harry van Bommel en andere SP-kopstukken hun weblog willen inrichten, wat ze daar wel en niet op toelaten - het is hùn zaak. Moord en brand schreeuwen van dezegen die hun reacties er niet op terug zien (dat overkomt mij ook wel, ik weet hoe het voelt) is niet erg productief.

Ook is het belangrijk dat degenen die de SP in democratische richting willen verbouwen - een hoognodige operatie! - zich verre houden van grove persoonlijke aanvallen. Daarin doet bijvoorbeeld het weblog
SP transparant. Dat spreekt ook van "censuur op SP-weblogs" en vraagt "vindt u ook dat de SP de vrijheid van meningsuiting ook in de praktijk moet toepassen? Vindt u dat de SP ook intelligente achterbanners kan gebruiken? Dan bent u hier van harte welkom!" Dat klinkt als een oproep oom de SP intern te verbeteren - als schuilt in de laatste vraag, over "intelligente achterbanners" de suggestie dat SPtransparant de huidige 'achterbanners' niet intelligent vindt. Een nare sneer is dat al.

Als je het weblog beter bekijkt dan zie je allereerst de overeenkomst met de SP-site qua vormgeving. Maar het plaatje van Marijnissen heeft dracula-hoektanden gekregen. Meulenbelt heet in het menu opeens meulnisbelt. Tiny Kox heet opeens
Koxmuts. Erg vals en flauw allemaal, en ook meer passend bij een vijandige aanval op de SP dan bij serieuze kritiek binnen die SP. En op de linkrubriek kwam ik een verwijzing tegen naar een aanval op Anja Meulenbelt op het weblog van een zekere Piet Kijpers, geheten: "Pim en Gogh - u durft nog?" met als vast tekstje: "het moet maar eens uit zijn met al dat getroetel, intrisnieke discriminatie en het pappen en nathouden. Pim & Gogh willen meer openheid van zaken en probeert zaken ter discussie te stellen onder het mom: 'ben je nou Nederlander of niet?' "

Als de mensen van SP transparant geluiden van dit soort uiterst rechtse webloggers opvatten als steunbetuiging, dan geeft dat des te meer aan waar we hier mee van doen hebben: niet met een linkse oppositie binnen de SP , maar met ruziemakers aan de rand van die partij en ver erbuiten. Met dit soort SP-'vrienden' hebben linkse SP-stemmers en anderen die links willen verstevigen nauwelijks nog vijanden nodig.

dinsdag 24 juli 2007

Vink versus IS: nog een paar reacties onder de loep

Het naargeestige opstel van de heer Vink in het blad van Milieudefensie heb ik in een drietal etappes proberen te fileren. Nu is het tijd om eventjes te kijken naar reacties die zijn aanval op de Internationale Socialisten (IS) her en der losmaakte. Die reacties kwamen uit opvallende hoeken. Diverse media van anarchistische / autonome richting deden een duit in het zakje. Maar ook een columnist van het dagblad Trouw gooide zich in het gevecht en had daarvoor een portie modder meegenomen.

Eerst enkele van onze autonome vriendinnen en vrienden, als dat tenminste de juiste aanduiding is voor de twee media die zich lieten horen in deze zaak. Op Globalinfo schreven 'enkele bewoners van Redderich' een stuk onder de titel "Milieudefensie en het geweld" . (Redderich was één van de actiekampen van van de protesten tegen de G8 bij Rostock).

Een groot deel ervan bestaat uit zeer zinnige observaties over geweld in, maar vooral ook tegen de andersglobalistische beweging. Zo lezen we: "Van een heel andere orde, maar minstens zo belangrijk, is dat we in Rostock en omgeving niet zozeer last hebben gehad van autonomen, maar van een gruwelijk machtig politieapparaat en hun knuppels, camera's, honden, waterkanonnen en pepperspray. Als het Vink of Milieudefensie echt te doen was om de belangen van de ' andersglobaliseringsactivisten', had hij wel in de eerste plaats tegen dàt geweld geprotesteerd." Inderdaad!

En ook het inzicht dat samenwerking tussen gematigde NGO's als Milieudefensie, en radicalere clubs niet eenvoudig is maar wel degelijk ook in het voordeel van die NGO's is niet verkeerd: "een voorname reden dat organisaties als (...) Milieudefensie aan coalities met radicalere activisten (...)mee zijn gaan doen, is dat ze daar weer een achterban konden vinden (en aan subsidiegevers presenteren). Omgaan met de daar aanvankelijk aangetroffen diversiteit blijkt voor dergelijke hiërarchische en regeringsgezinde organisaties echter nogal moeilijk. Ze proberen daarom de diversiteit de nek om te draaien en het proces te overheersen. Dat ze daarmee de kip die de gouden legde, weer de nek omdraaien hebben ze òf niet door, 1of het kan ze niet schelen." Alweer: inderdaad! En de logische conclusie zou dan toch zijn: beste mijnheer Vink, laat die IS toch met rust hoezeer u het er verder ook mee eens bent, samenwerking in een veelvormige beweging is nu eenmaal lastig maar voor iedereen nuttig.

Maar precies zo'n conclusie blijft uit. Eerder in het stuk blijkt min of meer waarom. "Het geweld waar Vink de IS van wil betichten, blijkt hoofdzakelijk te slaan op hun stelselmatige allianties met islamitische fundamentalisten. Dat punt is ook terecht", zeggen de auteurs. Dat ik hier anders over denk, was in een eerder stuk al te lezen en dat zal ik niet nogmaals uitleggen. Dat de IS "onder de meest gruwelijke religieuze bewegingen partners en bevrijders" ziet is deels verdraaiing, deels regelrecht onwaar. Als je met partners louter bedoelt dat de IS soms zij aan zij staan klopt het min of meer, maar bevrijders ziet de IS in geen van deze organisaties, zoals ik in hetzelfde eerdere stuk heb aangetoond.

Dat wij dit soort bondgenootschappen aangaan "waarschijnlijk in een poging om onder migranten leden te werven" zou grappig zijn als het niet zo'n kwaadaardige domheid zou zijn. Er zijn meer migranten die PvdA of zelfs CDA of VVD stemmen dan dat er onder hen sympathisanten van Hezbollah zijn. De reden dat we de kant van Hezbollah kiezen, en niet van Bert Koenders, Ben Bot, Maxime Verhagen of Henk Kamp, moet dus echt ergens anders liggen dan in een simplistisch streven naar zieltjeswinnen.

Van de typering van Vink dat de IS in de andersglobaliseringsbeweging zo gewelddadig zou zijn, nemen ze trouwens afstand. En hoe! Ze stellen dat "de IS nooit erg betrokken is bij acties, laat staan gewelddadige." Vermakelijk. In de eerste plaats: zijn vreedzame demonstraties geen acties? Willen de schrijvers een lijst van demonstraties waarvoor de IS de afgelopen jaar niet alleen haar leden, maar ook een zo groot mogelijk aantal andere mensen, heeft proberen te bewegen tot deelname? Willende schrijvers misschien een lijst van demonstraties waarvan de IS mede organisator was?

Maar misschien bedoelen de schrijvers met acties alleen blokkades en het soort acties waarbij je een fors risico loopt op arrestatie en traangas. Willen de schrijvers van het artikel een overzicht van onze deelname aan dat soort acties? Daar komt-ie dan, maar wel zeer incompleet:
*Shell-blokkade in Amsterdam-Noord, door politiecharges gebroken; 1989;
*Bezettingen universiteitsgebouwen en éénmaal een gemeenteraadszaal, 1987, 1993 en 1995;
*arrestateis bij antifascistische acties in 1995 in Utrecht en 1996, in Rotterdam;
*Praag, tegen de IMF/ Wereldbanktop , september 2000;
*Genua, G8, juli 2001, drie maal bij de hekken, één maal knuppelcharge, éénmaal traangas (ja, ik weet het. Elders in die stad zijn veel verschrikkelijker dingen ondergaan door actievoerders. Maar doen we een wedstrijd heldhaftigheid of zijn we met serieuze politieke actie bezig?);
*Rostock/ Heiligendamm, juni 2007: deelname aan blokkades, en zowel traangas, waterkanon, wegsleeppartij als pepperspray geïncasseerd door (sommigen van) de aanwezige IS-ers (meer elders op dit weblog).

Dit zijn louter acties waar ik persoonlijk aan deelnam, behalve dan die universiteitsbezetting van 1987, toen was ik nog geen IS-er (ik ben lid van de IS, voor wie het nog niet door had). Ik ben lang niet bij alle acties van dit type waar IS-ers aan deelnamen geweest, bij de confrontatie tussen antifascisten en ME rond een NVU-mars in 2005 was ik bijvoorbeeld niet. Maar ook daar waren IS-ers die klappen vingen. In november 2005 hielden antiracisten in Utrecht een straatactie uit protest tegen de Schipholbrand. Politie te paard dreef de actievoerders uiteen. Ook daar waren IS-ers deel van de actie, maar ook daar was ik zelf niet bij. Het overzicht hierboven is dus nogal heel erg incompleet. De IS, "nooit erg betrokken bij acties"? Mensen, maak jezelf toch niet zo wezenloos belachelijk!

Dat andere actievoerders andere keuzes maken in het soort directe acties dat zij willen voeren, een andere inschatting van de te nemen risico's en de te verwachten resultaten ervan, is toch geen reden om het activisme van een groepering waarmee je het - op geheel andere gronden - drastisch oneens bent - te gaan ontkennen? Dat is toch geen serieuze houding ten aanzien van mensen aan dezelfde kant van de barricade?

Met deze houding van de auteurs schrik ik al nauwelijks meer van het zinnetje: "Er zijn overigens wel meer redenen om de IS in quarantaine te zetten, maar daar gaat het nu niet om." Wat is dat voor rare mentaliteit waarbij de ene antikapitalistische groep de andere in quarantaine wil zetten, vanwege een verschil in analyse of strategie?

Ik ben het met de auteurs van dit hele epistel op allerlei punten oneens, net als met Vink zelf. Maar in quarantaine hoeven ze van mij geen van beiden. Ik beschouw mede-activisten namelijk niet als ziektebron of besmettingsgevaar, maar als mede-activisten. Laten we verder gaan in ons verzet, samen waar mogelijk, los van elkaar waar het niet anders kan, en open voor een werkelijk serieuze discussie over onze meningsverschillen. Waarom niet?!

Iets minder bont maakt David Vervoort het in een "Een steen in de vijver", een stuk op de website van Eurodusnie. Maar ook hij zegt: "Vinks belangrijkste bezwaar tegen de IS is dat deze vrijwel kritiekloos staat tegenover bewegingen als Hamas en Hezbollah. Deze kritiek is niet nieuw, maar zeker terecht." Alweer: ik heb eerder aangetoond dat deze, inderdaad nogal belegen, kritiek de plank vrij stevig misslaat, als je tenminste bereid bent iets verder te kijken dan de voorkant van De Socialist en de in het artikel smalend aangeduide "borden waarop naast een korte leuze altijd de woorden 'Internationale Socialisten' staan."

Wel kun je stellen dat de kritische observaties in IS-publicaties over bijvoorbeeld Hezbollah, zeker tijdens crises als een Libanon-oorlog, wat erg ver naar de achtergrond verdwijnen achter de op zo'n moment hoognodige betuigingen van solidariteit. Maar dat is geen excuus om je niet even te verdiepen in de werkelijke standpunten van de IS. En die zijn bepaald niet "vrijwel kritiekloos".

Alweer: ik ben hier eerder op ingegaan en doe dit hier niet weer uitvoerig. Ook ga ik niet nogmaals weerleggen dat de actiedeelname van de IS verder pleegt te gaan dan het - wat mij betreft trouwens onmisbare - meelopen met demonstraties, het zwaaien met die veelgesmade borden en het verkopen van De Socialist waar de IS-inzet hoofdzakelijk uit zou bestaan volgens Vervoort. Dat heb ik immers hierboven al gedaan.

Het is duidelijk: de schrijvers van beide artikelen moeten van de IS weinig hebben. Dat is natuurlijk hun goed recht. Te vaak was en is deze afkeer wederzijds, maar moeten we juist daar niet eens een beetje van af? En helpen het soort uitspraken die ik hier citeer daarbij?

Dan hebben we nog het dagblad Trouw met een stuk van columniste Elma Drayer. Zij kiest voluit de kant van Vink, en doet er nog een schepje bovenop. "Voornoemde Vink wantrouwt bovenal dat IS'ers met grote regelmaat warme woorden wijden aan organisaties als Hamas en Hezbollah. En dan laat hij nog even onvermeld dat de Internationale Socialisten eveneens sympathiseren met de islamitische Moslimbroederschap."

Ze onderschrijft de oproep van Vink dat organisaties als de IS "buiten spel" dienen te worden gezet, en ze zegt: "Verstandig heerschap, die Vink. Moedig ook. Al was het alleen maar omdat hij als een van de weinigen uit zijn beweging het nauwelijks onderkende kongsi tussen radicaal-links en radicaal-islamitisch aan de orde durft te stellen." Moedig? In het huidige klimaat, waarin schimpen op alles wat Islam-connecties heeft meteen leidt tot extra media-aandacht en vijf zetels extra in de peilingen?

Hoe anders ik tegen dit alles aankijk is inmiddels wel duidelijk. Maar ze doet ook de bewering dat de IS op de kritiek zelf niet is ingegaan. "De voormannen betoonden zich 'uiterst verbaasd' en 'onaangenaam verrast'. 'Het artikel is gene bijdrage een een constructieve discussie, maar een doorzichtige poging om met leugens en insinuaties verwarring te zaaien. Om diens inhoudelijke argumenten liepen ze met een grote boog heen", aldus Drayer. Vervoort doet trouwens een verwante bewering.

Dat het stuk van Vink vol leugens en insinuaties zat, had ik al redelijk aannemelijk proberen te maken. Dat de IS verder niet op de argumenten van Vink in ging, klopt niet. Vrij rap publiceerde de IS een verklaring over de zaak, geschreven door Peyman Jafari. Die vindt je ondermeer op de website Nieuws uit Amsterdam. Lees het, en oordeel zelf. Dan hou ik er eventjes over op.