donderdag 8 maart 2007

Verkiezingsuitslagen: een reactie

De provinciale verkiezingen zijn voorbij. Tijd voor een paar opmerkingen rond de uitslag.

De SP heeft wederom op grote schaal gewonnen, bijna net zoveel als bij de Tweede kamerverkiezingen van 22 november 2006. Dat is positief: het linkse succes is klaarblijkelijk geen incident. De reden is niet erg ver te zoeken. De afkeer die groeiende ongelijkheid, zelfverrijking aan de top versus omvangrijke armoede in volkswijken, desastreus voortwoekerende marktwerking en andere aspecten van het neoliberale Utopia oproept, geeft deze partij verkiezing na verkiezing een stevige wind mee. Een slimme campagne en een goedgebekte lijsttrekker helpen.

Het feit dat die lijsttrekker de sociale onvrede goed verwoordt, maar op gevoelige punten zoals de racistische campagne van Wilders de confrontatie uit de weg gaat, maakt de aantrekkingskracht breed - maar minder principieel. Het succes van de SP is een parlementaire uitdrukking van de weerzin van onder tegen boven - maar de SP zelf staat toe dat deze uitdrukking vermengd raakt met vaag chauvinistische ideeën, en dat is triest.

De SP-opmars betekent getalsmatig ook dat links als geheel - PvdA, GroenLinks, SP - zich versterkt hebben. Beide andere linkse partijen verloren, GroenLinks gelukkig maar erg weinig. De SP-groei compenseert die verliezen echter ruimschoots. En rekenen we de Partij voor de Dieren even bij links, dat zien de linkse partijen hun gezamenlijke zeteltal in de Eerste Kamer groeien van 28 in 2003 naar 32 in 2007.

Het is belangrijk deze groei van héél parlementair links te constateren, en het pleit voor Femke Halsema, GroenLinks-fractieleider in de Tweede Kamer dat zij dat doet. "Links is sterker geworden in de Eerste Kamer en dat is goed nieuws. We kunnen de coalitie dan een tik naar eren meer linkse en groene politiek geven" , zo reageerde zij op de uitslag. Dat is puur parlementair geformuleerd, en dat is de beperking ervan. Maar het feit dat zij zich vereenzelvigt met links als zodanig - en niet puur met de eigen partij op zichzelf - is zeer gezond. Want het feit dat parlementair links verdeeld is, deels meeregeert met rechts, deels in de oppositie zit, doet niets af aan de klassieke tegenstelling tussen links en rechts die lang sluimerde maar met de verkiezingen van 22 november 2006 weer nadrukkelijk voelbaar werd.

Femke Halsema ziet dat blijkbaar. Jan Marijnissen en SP-secretaris Hans van Heijningen helaas kennelijk veel minder. De laatste meldt, op een triomfantelijke toon die op zich begrijpelijk is, dat de aanmeldingen van nieuwe leden binnenstromen. En hij ziet nog grotere perspectieven: "Het is niet alleen maar de vraag of we deel gaan nemen aan het bestuur van dit land, maar wanneer." Maar hij kijkt daarbij niet verder dan de rol van zijn eigen partij, zonder zich te profileren als wezenlijk - en door haar reeks overwinningen steeds centraler - deel van héél links.

Precies deze oriëntatie op bestuurlijke verantwoordelijkheid bedreigt op termijn het succes van de SP. Die partij is juist groot geworden door een geest van weerstand tegen de gevestigde orde tot uitdrukking te brengen Een al te riante plek binnen binnen die gevestigde orde zou wel eens een geschenk met giftige bijsmaak kunnen blijken. Van de PvdA-historie zou de SP kunnen leren dat bestuurlijke verantwoordelijkheid en regeringsmacht een linkse partij meer verandert dan dat die partij zelf aan veranderingen teweeg brengt - véél meer. En de verandering die een linkse partij aldus ondergaat is geen verandering ten goede.

Veel meer aandacht dan de krachtsverhoudingen tussen links en rechts krijgen in de media de getalsverhoudingen tussen kabinet en oppositie. De nieuwe coalitie houdt binnen de Eerste Kamer een meerderheid. Maar twee van de drie regeringspartijen verloren, alleen de ChristenUnie won stevig. Dat betekent een ruggensteun voor juist die aspecten aan de nieuwe regering die zorgwekkend rechts zijn, en waarin de CU gangmaker is.

Te verwachten valt dat die partij, op de minzaam-vriendelijke maar besliste toon die we inmiddels van Rouvoet kennen, subtiel druk zal blijven op uitoefenen waar het gaat om de bekende thema's abortus, homohuwelijk, euthanasie, strenger anti-drugsbeleid. Ze ziet zich immers aangemoedigd door de uitslag, waarin Rouvoet "een 'beloning' van de inbreng van de ChristenUnie en de bereidheid om verantwoordelijkheid te dragen" ziet, zo meldt Het Parool. PvdA-minister Plasterk als waakhond van de vrijheid zal het zwaar krijgen, nu juist zijn partij verloren heeft. De rechtse regering wordt met deze uitslag verder naar rechts geduwd.

Wat deze rechtse dynamiek verder aanjaagt is het feit dat de VVD enigszins opkrabbelt van de nederlaag van 2006. "De VVD is op de weg terug" , aldus een opgeluchte Rutte, die de laatste tijd trouwens steeds zelfbewuster als rechtse aanvoerder opereert. Heel behendig combineert Rutte een liberale verdediging van abortusrechten en vergelijkbare zaken met de bekende rechtse riedels over potverteren.

Ook doet hij mee met het reactionaire gejoel rond de dubbele nationaliteit waarmee Wilders nu al wekenlang in de weer is. In zijn betoog in het Kamerdebat over de regeringsverklaring vroeg hij om wetgeving tegen dubbele nationaliteit, en kondigde aan dat de VVD anders zelf met een voorstel komt. Voor veel Wilders-kiezers van november was Rutte daarmee een logische tussenstop, nu Wilders zelf niet meedeed. De nieuwe regering krijgt na deze verkiezingen oppositie van links, maar minstens zozeer van rechts. Niet alleen Wilders maar ook Rutte zullen daarvoor zorgen.

Links staat daarmee voor een complexe uitdaging. De tegenstander is een rechts kabinet waarbinnen de PvdA zich vrijwillig vrijwel laat gijzelen. Het kabinet verdient geen enkele welwillendheid, geen enkel voordeel van de twijfel. Hoe eerder het ten val komt, hoe beter. De kern van haar economisch beleid is neoliberaal; het zet de oorlogsdeelname die vorige kabinetten in Afghanistan beginnen voort, en houdt de deksel op de Irak-doofpot. Het verpakt haar rechtse beleid in sociale retoriek waarin echter het begrip natie, gezin, cultuur, gemeenschappelijke normen en waarden (de 'onze', uiteraard) centraal staan; het kabinet begint sluipenderwijs ook met aantastingen van persoonlijke zelfbeschikkingsrechten zoals het recht op abortus.

De paar positieve maatregelen van dit kabinet - generaal pardon, geen huurliberalisatie - zijn feitelijk concessies aan breed maatschappelijk protest, en aan de PvdA om te voorkomen dat er nog meer kiezers wegstromen naar links. Krediet voor die twee concessies moet naar degenen die deze toegevingen met verzet en verkiezingsoverwinning hebben binnengehaald, niet naar degenen die, aldus onder druk gekomen, de concessies hebben gedaan. Die zijn geen enkele reden om dit kabinet ook maar een dag met rust te laten.

Maar het maakt uit hoe dit kabinet valt. Dat we tegenover dit kabinet staan mag op geen enkele wijze tot enige samenwerking met de rechtse oppositie leiden. Het recente onderonsje tussen Marijnissen en Rutte is gevaarlijk, de softe houding van Marijnissen tegenover de aanvallen van Wilders schandalig. Terwijl links het kabinet bestrijdt moet het keihard tegengas geven tegen het racistische gestook dat van rechts komt en het politieke klimaat steeds verder vergiftigt. Dat moet gebeuren in het parlement, maar vooral en met de hoogste urgentie ook daarbuiten.

dinsdag 6 maart 2007

Wat te stemmen?

Morgen verkiezingen voor Provinciale Staten, en indirect daarmee voor de Eerste Kamer. Wat te doen? Een paar fragmentarische gedachten.

Wat we ook kiezen, voor wei we ook stemmen - de effecten zullen beperkt zijn. In een parlementair stelsel als het Nederlandse kiezen we niet onze regering, maar de volksvertegenwoordigers. Dat gold bij de Tweede Kamerverkiezingen van 22 november. Dat geldt nu weer. En die volksvertegenwoordigers - leden van Tweede en Eerste Kamer - kunnen wetten maken en tegenhouden, regeringen van parlementaire steun voorzien of hen die steun onthouden. Maar volksvertegenwoordigers regeren niet. Het feit dat wij de twee kamers van de volksvertegenwoordiging mogen kiezen maakt ons nog niet de baas in Nederland. Democratie in een land als Nederland is daarmee een relatief beperkt iets.

Zelfs de regering zelf is niet de baas. De bazen, die zijn de baas. De kern van de macht ligt bij de ondernemers: grote aandeelhouders, topmanagers, leden van de Raden van Bestuur en de Raden van Commissarissen van de grote bedrijven. Hun beslissingen om wel of niet te investeren kunnen werkgelegenheid maken en breken. Hun geld geeft ze demogelijkheid om achter de schermen grote invloed uit te oefenen op het bestuur. Met democratie heeft nu invloed niets te maken. Hier tellen niet de meeste stemmen, hier gelden de meeste euro's.

Het dagelijkse bestuur van Nederland is in handen van hoge ambtenaren. Zij zijn al evenmin gekozen als de directeuren en aandeelhouders in de bedrijven. De regering benoemt deze mensen. Hun hoge salaris maakt dat ze tot verwante kringen behoren als de ondernemers, met wie zij nogal eens achtergrond en opleiding gemeen hebben.

Ja, de regering die deze lieden benoemt staat onder enige controle van het gekozen parlement, en heel indirect hebben kiezers daar dus invloed op. Maar het contact tussen kiezers en parlementsleden gebeurt feitelijk eens per vier jaar, in de stembus. Het contact tussen -parlementariers en regering vindt af en toe plaats, tijdens vergaderingen van Tweede en Eerste kamer. Het contact tussen topambtenaren en ministers vindt plaats op dagelijks niveau.

Ook het contact tussen ondernemers en topambtenaren is intensief. Directeuren van grote bedrijven kunnen de deur van een betrokken ministerie platlopen; maar tussen de ambtenaren van zo'n ministerie en een gekozen parlementslid zit nog altijd een minister. Over de mogelijkheid van gewone kiezers om te lobbyen bij de ambtelijke top hoeven we ons al helemaal geen illusies te maken.

Ondernemers en ambtelijke top - en hetzelfde geldt voor militaire top, rechters en politiechefs - vormen samen een in wezen ondemocratisch machtsblok dat feitelijk aan de touwtjes trekt. De regering staat onder dagelijkse druk van deze feitelijke machthebbers. Parlementaire controle en de macht van de kiezers heeft daartegenover hooguit een zeer beperkt effect. De kern van de machtstructuur in Nederland is ondemocratisch. Een kapitalistische economie en een daarmee verbonden bureaucratisch staatsbestel staan daarvoor garant.

Zelfs als we met ons allen heel links stemmen, zal dat onvoldoende zijn om hierin wezenlijk verandering in aan te brengen. Links beleid zal worden gesaboteerd door hoge ambtenare die eventuele linkse ministers op het verkeerde been zullen zetten met selectieve 'informatie' en adviezen. Ondernemers zullen met kapitaalvlucht de werkloosheid opjagen . De rechtse pers zal de economische chaos die daaruit ontstaat in de schoenen van de linkse regering schuiven. Is dat alles niet genoeg, dan zullen ondernemers hun vrienden bij de militaire leiding polsen over 'maatregelen' om 'het land van het communisme te redden.' Tegen die tijd wordt het ook interessant om te kijken met wie de Amerikaanse ambassade contacten onderhoudt.

Van kapitaalvlucht tot een regelrechte staatsgreep - rechts beschikt over de machtsmiddelen om een parlementair-democratische weg naar werkelijk links beleid te blokkeren. Links heeft aan de stembus dus bij lange na niet genoeg. tegen de investeringsmacht van ondernemers telt de stakingsmacht van de arbeiders die er werken veel zwaarder. Tegen de macht van de ambtelijke top bieden de lagere ambtenaren een antwoord, tegen de macht van legerleiding geldt de muitersmacht van gewone soldaten, tegenover macht van rechtse medialeugens is de waarheidsvinding van kritische journalisten een noodzaak. De weg naar diepgaande maatschappijverandering in linkse richting is een revolutionaire weg.

Is de stembus daarmee dan irrelevant? Onze machthebbers kunnen we er niet mee uitkiezen, en als we links stemmen, is de kans dat we dus ook links beleid krijgen verwaarloosbaar klein. Thuisblijven dan maar, en bouwen aan revolutionaire oppositie? Dat lijkt me niet. Links stemmen heeft impact op het politieke klimaat, op het zelfvertrouwen van de machthebbers èn op het zelfvertrouwen van de brede onderkant van de maatschappij, de arbeiders, mensen met een uitkering, studenten, scholieren. Stemmen is een wapen dat, indien goed gehanteerd, verzet kan helpen aanjagen en de machthebbers wel degelijk een klap in het gezicht kan geven.

Dat zagen we op 1 juni 2005, toen een meerderheid van meer dan 60 procent de - door het hele establishment gesteunde - Europese grondwet naar de papierversnipperaar verwees. Dat zagen we opnieuw toen op 22 november de SP 35 zetels won, en rechtse politici nog dagelang met kommervolle blik in de camera's keken om zich over zoveel linkse onverantwoordelijkheid te beklagen. Een hard links geluid via de stembus is een collectieve vuist in het gezicht van de machthebbers. Dat geeft onze kant extra moed en zelfvertrouwen, en brengt de andere kant - rechts, de ondernemerklasse en hun politieke en ambtelijke verwanten - in de verdediging.

Maar wat is vandaag de dag een hard links geluid via de stembus? Over de PvdA kunnen we kort zijn. Die vormt, door tot de regering toe te treden, het progressieve visitekaartje van een aartsconservatief kabinet. De PvdA is hierdoor medeplichtig aan verdere doorvoering van marktwerking in de zorg, aan voorzichtige steppen terug waar het recht op abortus, homohuwelijk en ook euthanasie in het geding is. De PvdA is medeplichtig aan het blokkeren van een parlementair onderzoek naar de Nederlandse steun voor de Irak-oorlog. De PvdA is medeplichtig aan bezuinigingen op het ambtenarenapparaat waardoor 15.000 banen gevaar lopen. De PvdA verdient hiervoor een electoraal pak slaag.

Ja, het is waar: huurliberalisatie gaat niet door, generaal pardon komt eraan. Maar dat is vooral het gevolg van hardnekkig verzet rond beide thema's, en van de grote verkiezingsdoorbraak die de SP mede door dit verzet wist te bereiken. Het is onzin om hier de PvdA te belonen. Hoe groter juist de partijen links van de PvdA, hoe groter de angst van de PvdA voor die linkse rivalen, hoe groter de kans dat de PvdA uit angst om nog meer steun in die richting te verliezen meer tegengas tegen haar rechtse 'partners' geeft.

Ja, het is waar dat binnen de PvdA geluiden die toch een Irak-onderzoek willen te horen blijven en zelfs toenemen. Vertrekkend Eerste Kamerlid voor de PvdA Ed van Thijn wil zo'n onderzoek, net als Erik Jurgens en Klaas de Vries (gevonden via Openheid over Irak). Ja, het is waar dat binnen de PvdA weerstand bleek tegen de voorrang die gewetensbezwaarde ambtenaren wat betreft het homohuwelijk krijgen. Maar ook hier geldt: hoe groter de druk van onderop, en van links buiten de PvdA, hoe groter de kans dat kritische geluiden binnen de PvdA ruimte weten te behouden. Maar de PvdA-top belonen voor de kritische geluiden binnen de PvdA hoorbaar zijn maar door diezelfde PvdA-top worden tegengewerkt? Het lijkt me een onzinnige aanpak.

Resten slechts twee andere partijen als optie - en de keus daartussen is niet bepaald glashelder. De SP is hard tegen de oorlogen in Irak en Afghanistan, en blijft op parlementair onderzoek aandringen. De SP is hard tegenover verdere marktwerking, tegen de schandalige inkomensverschillen, tegen de botte keuringen van WAO-ers die nog steeds doorgaan. Maar over homohuwelijk en gewetensbezwaren horen we ze niet, over abortus en euthanasie gaan ze vrijwel mee met de nieuwe regering, en over de schandalige aanval van Wilders' racistenclub op de twee staatssecretarissen met een dubbele nationaliteit zwijgen ze vrijwel volledig.

Hard links dus op sociaal-economisch terrein en wat betreft oorlog; maar nalatig waar het gaat om individuele zelfbeschikking en gelijke rechten, en vooral nalatig in het afslaan van een gevaarlijke racistische campagne - dat is de SP-koers. En de harmonie tussen Marijnissen en VVD-leider Rutte - zelfs al gaat het maar om beperkte onderdelen en procedurele kwesties - is weerzinwekkend en gevaarlijk.

Dat een opmars van beiden via de stembus morgen het nieuwe kabinet in de Eerste Kamer in een amusante minderheidspositie kan brengen is natuurlijk pikant. Maar het doet er nogal toe of de balans naar links overhelt of naar rechts. Het gezamenlijke oppositiefront dat VVD en SP nu en dan lijken te vormen versluiert de wezenlijke tegenstellingen. De SP zou aan zoiets niet moeten meedoen.

Voor GroenLinks geldt bijna het omgekeerde. Veel misbaar over marktwerking en de groeiende tegenstelling tussen arm en rijk hoor je niet vanuit die kring. Ook de oorlogen waar Nederland aan deelnam en - neemt hoor je deze partij veel minder. Maar over individuele vrijheidsrechten zijn GroenLinksers veel scherper - iets wat trouwens zelfs voor de VVD geldt, en dat wil iets zeggen. Ook over de kwestie van de dubbele nationaliteit geeft GroenLinks het soort van tegengas dat de SP schandalig genoeg laat liggen. "GroenLinks is geen voorstander van het verbod op een dubbele nationaliteit (...) GroenLinks vindt dat voor hen geen andere regels gelden dan voor mensen met alleen de Nederlandse nationaliteit en dat ze, net als ieder ander, kamerlid of minister kunnen worden." Zo lezen we op de website van de partij.

Zelfs Pechtold van D66 is op dat punt beter dan de SP: hij noemt het voorstel dat VVD-chef Rutte deed om een verbod van de dubbele nationaliteit gedaan te krijgen een "idiote oproep" . Maar D66 mag dan op antiracisme en individuele vrijheden links geluid produceren - haar verregaande loyaliteit aan de vrije markteconomie, haar neoliberale koers op economisch gebied, maken D66 tot een partij van de economische machthebbers, een rechtse partij.

Programmatisch valt er tussen SP en GroenLinks dan ook niet heel veel te kiezen.Toch verschilt qua impact een stem op GroenLinks nogal van een stem op de SP. Groen links is een bestuurderspartij geworden, met nauwelijks nog banden met bewegingen op straat. GroenLinks profileert zich steeds minder als partij die de kont tegen de neoliberale krib wenst te gooien. Voor de SP ligt dat anders. Ook bij die partij is de stembus totaal dominant over de stem van de straat. Toch zijn stembus en straatprotest bij die partij lang niet zover losgekoppeld geraakt als bij GroenLinks.

Via de SP kun je een krachtige tegenstem laten horen tegen de maatschappelijke top, tegen de prioriteiten van die top, tegen de hele rechtse richting waarin die top deze maatschappij opstuurt. Via GroenLinks geldt dat veel minder. Een nieuwe overwinning voor de SP zal rechts opnieuw van reden tot vrolijkheid beroven. Voor een paar extra zetels is rechts veel minder bevreesd, die zijn lang niet zo duidelijk een stevig anti-signaal.

Zelf zal ik mijn stem morgen dan ook gaan uitbrengen op de SP-lijst - met een tegenzin die vanwege de steeds minder linkse en soms zelfs rechtse koers die de SP-leiding vaart soms aan regelrechte weerzin grenst. Vanwege de verbondenheid van de SP met straatprotest èn vanwege de psychologische dreun die een nieuwe SP-zege het rechtse machtsblok toe zou dienen lijkt een stem op de SP mij echter ook nu weer het verstandigste. Maar meer dan een tactische stap in een strategie die haar zwaartepunt buiten de stembus heeft kan zo'n stem wat mij betreft maar beter niet zijn.

maandag 5 maart 2007

Verse regering, nu al breekbaar (deel 2)

Irak is niet het enige thema waarmee de nieuwe regering zich in een, ergens nogal vermakelijk, wespennest heeft gestoken. Ook rond de zaak van de ruimte die het nieuwe kabinet wil bieden aan ambtenaren die gewetensbezwaar hebben tegen het sluiten van huwelijken tussen mensen van hetzelfde geslacht is een hoopgevende tegenwind opgestoken.

De zaak zelf is ernstig genoeg. De wet zegt dat homo's en lesbo's mogen trouwen, net als ieder ander. Met ambtenaren die al voordat die wet er kwam in dienst waren en bezwaar hadden tegen dit zogeheten 'homohuwelijk' werd rekening gehouden. Maar de nieuwe regering zet dit recht op gewetensbezwaar feitelijk boven het recht op een homohuwelijk.

PvdA-voorzitter Van Hulten maakte op het congres van zijn partij duidelijk dat deze afspraak in het regeerakkoord hem zwaar op de maag lag. Volgens Wouter Bos was er echter weinig aan de hand: de afspraak bevatte niets echt nieuws maar legde alleen de huidige praktijk vast. Maar er was wel degelijk een verschuiving ingezet, nu immers de deur open bleef voor het nog steeds benoemen van ambtenaren met gewetensbezwaar tegen het homohuwelijk. Voor hen is inmiddels al een nieuw woord bedacht: 'weigerambtenaren'.

Het COC heeft onderzocht hoeveel van deze weigerambtenaren er zijn: minstens honderd. In zeker vier gemeenten zijner na de invoering van het homouwelijk nog zulke ambtenaren benoemd: Staphorst, Tholen, Bunschoten en Rijssen-Holten. Oproepen tot een NAVO-interventie tegen deze fundamentalistische bolwerken heb ik nog niet vernomen, evenmin als tirades van Wilders tegen het "verschrikkelijke geloof" dat veel bewoners van deze gemeenten klaarblijkelijk aanhangen. Ook weten we nog niet of hij vindt dat deze bewoners slechts in Nederland mogen blijven als de de helft van de pagina's uit de Bijbel scheuren - immers het boek waarop veelal de gewetensbezwaren van 'weigerambtenaren' gebaseerd zijn. Maar dit terzijde.

De reactie van veel andere gemeenten op de ruggensteun die de regering aan weigerambtenaren geeft is heel anders. Veel gemeenten vragen van ambtenaren sowieso al dat ze alle typen huwelijk willen sluiten: sinds 2001 bijna de helft, volgens de Volkskrant. Meer gemeenten zijn dit alsnog van plan, nu de nieuwe regering met haar nieuwe weiger-erkennning is gekomen. De grote steden Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Leeuwarden, Den Haag en Groningen hebben al besloten dat ze alleen maar ambtenaren aannemen zonder gewetensbezwaar tegen het homohuwelijk. In Drimmelen zijn al twee ambtenaren uitgesloten van het sluiten van huwelijken, vanwege hun bezwaren tegen het homohuwelijk.

Het is goed om te zien hoe het reactionaire plan van de nieuwe regering op gemeentelijk niveau zoveel tegengas ondervindt. Anja Meulenbelt zegt treffend: "De poging om de ambtenaren met bezwaren in bescherming te nemen is dus een klein boemerangetje gebleken." Maar daarmee kunnen we geen genoegen nemen, en daarvoor zijn meerdere redenen.

In de eerste plaats blijft het zo dat je als homo of lesbo in de gemeente zonder enige obstakel in het huwelijk kunt treden, en in andere gemeente niet. Ook al zegt de regering dat als de ene ambtenaar weigert, de betreffende gemeente dan desnoods een ambtenaar van elders moet inschakelen om toch een homohuwelijk af te sluiten - toch is alleen al de kans dat je als aankomend getrouwd paar eerst moet zien hoe snel een weigerambtenaar door een ander is vervangen al een rem. Heterostellen hebben met zo'n obstakel bij voorbaat al niet te maken. dat is een overteerbaar ongelijke behandeling van homo's en lesbo's in vergelijking met hetero's, en van homoparen in gemeenten met weigerambtenaren in vergelijking met gemeenten zonder zulke ambtenaren. Het gelijke recht op te trouwen vergt een landelijk gelijke regeling.

In de tweede plaats zit rechts ook niet stil. Weliswaar heeft Balkenende zelf aangegeven dat wat hem betreft Amsterdam het recht heeft om zijn eigen lijn - geen weigerambtenaren aannemen - te volgen. "Het staat de gemeente Amsterdam volgens de nieuwe regering vrij mensen die weigeren een homohuwelijk te voltrekken, niet in dienst te nemen" , aldus Het Parool. Maar blijft dit zo? De SGP heeft al gevraagd om een wettelijke regeling die 'weigerambtenaren' in bescherming neemt.

Het Parool bericht bovendien: "Het CDA wil "dat minister Guusje ter Horst de gemeenten uitlegt hoe ze moeten omgaan met ambtenaren die geen homohuwelijk willen volttrekken." Liesbeth Speis, vice-voorzitter van het CDA, heeft dat aangegeven. Dat klinkt toch weer alsof volgens haar gemeenten géén eigen koers mogen varen, alsof het CDA de teugels wel degelijk wil aanhalen op dit gebeid.

Daarmee zijn we weer terug bij de breekbaarheid van dit kabinet. Mij lijkt het namelijk niet dat minister Ter Horst - PvdA- er veel voor voelt om burgemeester Cohen - ook PvdA - de wacht te komen aanzeggen vanwege een passage in het regeerakkoord waarmee die PvdA slechts met grote tegenzin akkoord is gegaan. Toch kan gehoor geven de oproep vanuit het CDA daarop neerkomen. Van de PvdA passieve -en lafhartige - aanvaarding van het weigerrecht rond het homohuwelijk eisen is één ding. Verwachten dat PvdA-ministers zich hier actief hard voor maken is nog iets anders. Als rechts - CU maar vooral ook CDA - dat doet, is er goede kans dat het zijn hand overspeelt.

Dat vergt dan wel rechte ruggen bij PvdA-politici - inderdaad niet iets waar we bij voorbaat van mogen uitgaan. Een stevig links geluid - zodat de PvdA druk uit die richting ondervindt en afgestraft kan worden als ze bezwijkt voor de pressie van rechts - zou wel helpen. Hetzelfde geldt op die andere thema´s waarop het kabinet vooralsnog kleine maar wel degelijk gevaarlijke stappen naar rechts zet: euthanasie en vooral abortus. Maar dat is stof voor een ander artikel.

(wordt vervolgd)

Verse regering, nu al breekbaar (deel 1)

Het nieuwe kabinet regeert nog geen twee weken. Maar conflicten op minstens drie fronten laten al haarscheuren in de coalitie zien. De sfeer van saamhorigheid en nieuw elan die Balkenende Vier aan de samenleving wil opdringen blijkt binnen zijn eigen coalitie nogal fragiel. Sociale cohesie krijgen we in bakken retoriek over ons uitgekieperd, maar de cohesie binnen de coalitie maakt zacht gezegd geen erg overtuigende indruk.

De nieuwe regering staat vanwege de diverse conflicten onder druk van links maar ook van rechts. Een stevige linkse oppositie zou de regering in veel ernstiger moeilijkheden kunnen brengen dan reeds het geval is. Maar zo´n linkse tegenstem is momenteel te verbrokkeld en te aarzelend om veel effect te sorteren, al verschuiven er dingen in de goede richting. Maar vooralsnog is de agressieve campagne van Wilders veel effectiever. Alles tezamen lijkt de kans op vier jaar regeren in stabiele rust - de hoop van Balkenende Vier - niet erg groot.

De hardste linkse aanval komt vanuit de SP en betrof de Nederlandse steun aan de oorlog tegen Irak. De SP heeft afgelopen week in de Tweede Kamer een
motie ingediend om een onderzoek naar die steun in te stellen. Die kreeg geen meerderheid achter zich, maar had wel degelijk enig effect. PvdA-fractieleider Tichelaar gaf duidelijk aan dat hij het inhoudelijk met de motie eens was. De PvdA kon ook weinig anders, ze had voordat ze tot de huidige rechtse regering toetrad ook op een dergelijk onderzoek aangedrongen. Maar de PvdA had nu deze eis laten vallen omdat de andere, zo bleek nog eens glashelder uit het Kamerdebat afgelopen week. De lieve vrede binnen de verse coalitie was de PvdA meer waard dan de lieve vrede in Irak - Zo'n vrede vereist immers dat de waarheid over de oorlog, en ook over het Nederlandse aandeel daarin, werkelijk boven tafel komt. Op doofpotten en leugens kun je geen vreedzame oplossing bouwen - en trouwens ook geen stabiele coalitie. Het feit dat het meningsverschil over het onderzoek tussen PvdA enerzijds en CDA en CU anderzijds zo zichtbaar is, het feit dat de PvdA slechts om machtspolitieke redenen het door de SP gevraagde onderzoek niet steunt en dat iedereen dat kan zien - het legt een zwakke plek bloot in de regering. En de meest gehaaide diplomaat om politieke conflicten in den Haag te helpen beslechten is daartoe niet in de gelegenheid omdat hij inmiddels Minister van Buitenlandse Zaken is geworden en wel iets anders te doen heeft...

De Irak-kwestie krijgt ongetwijfeld een vervolg. De SP heeft inmiddels aangekondigd dat ze het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie NIOD om een onderzoek naar de zaak zal vragen. Gevaarlijker voor de regering wellicht is het feit dat de Eerste-Kamer-leden van de PvdA wel de ruimte hebben die de TweedeKamerfractie van die partij niet heeft. Tichelaar zei afgelopen zaterdag in een radio-interview dat de Eerste Kamerfractie van zijn partij niet gebonden is aan de afspraken van het regeerakkoord. "Het staat de nieuwe PvdA-fractie in de Eerste Kamer vrij om het initiatief te nemen naar een onderzoek naar de Nederlandse missie in Irak" , aldus Het Parool. Dat is een wel heel verleidelijke voorzet, en het is te hopen dat kritische PvdA-ers, buiten en binnen die Eerste Kamer, deze aangrijpen ook.

Overigens zei Tichelaar ook dat hij "de Tweede Kamer het best de lijn van hun collega's in de Tweede Kamer konden volgen" , in de woorden van dezelfde krant. Balkenende noemde dat "een buitengewoon verstandige opmerking" - toch wel een teken dat hij zich zorgen maakt dat de zaak voortwoekert.

Het is zaak voor links om de zaak op de agenda te houden, zodat er druk buiten èn binnen de PvdA blijft om alsnog een onderzoek naar de Irak-oorlog te bereiken. Als het kabinet dat niet overleeft, des te beter. In de woorden van Harry van Bommel op zijn weblog: "De onderste steen moet boven" . Het initiatief "openheid over Irak" , dat met een brieven aan de Tweede Kamerleden van de PvdA en aan afdelingen van die partij de kwestie naar voren hielp brengen, onverminderd relevant en noodzakelijk.

(wordt vervolgd)

donderdag 1 maart 2007

Met wie gaat het goed?

11"'Met mij gaat het goed, maar met de samenleving minder', is een gevoel dat bij velen leeft. Optimisme en zorgen gaan hand in hand. Groot is de behoefte aan houvast, geborgenheid en een herkenbare eigen identiteit." Dat staat te lezen in de inleidende paragrafen van het Regeerakkoord11, op pag. 3.

Individuele welstand, in een maatschappij die te lijden heeft van moreel verval en desintegratie. Dat is een contrast waar het nieuwe kabinet op hamert, en veel van het beleid staat in het teken van bestrijding van die desintegratie, het opvijzelen van de morele samnhang, het versterket van "geborgenheid" en "eigen identiteit" . Die "geborgenheid" wordt veelal gezocht in de verdediging van het traditionele gezin. De "eigen identiteit" blijkt een nationale identiteit, met normen en waarden waaraan eenieder geacht wordt te voldoen, waaraan we lippendienst verondersteld worden te bewijzen en waarvoor we zelfs - in klassieke totalitaire stijl - reclame moeten maken, als het aan het kabinet ligt. En waar vrijwillige steun aan natie en bijbehorende moraal onvoldoende is, daar kondigt de regering zachte, en soms minder zachte dwang aan, onder het motto: "Een verplichtende aanpak van inburgering is noodzakelijk"( pag. 9). Ik schreef hier eerder over. Alles bij mekaar is de wijze waarop dit kabinet sociale cohesie wil bevorderen weinig geruststellend. Dat de sociale samenhang juist door eindeloos bezuinigen steeds verder kapot is gemaakt komt daar nog eens bij.

Oplossingen voor deze ontwrichting liggen wat mij betreft in de richting van horizontale solidariteit van de meerderheid aan de onderkant tegenover de machthebbers, en in vrijwillig aangegane betrekkingen tussen vrije en gelijkwaardige mensen - niet in de verticale solidariteit van natie, traditie en familie waarmee de meerderheid wordt vaangepraat dat ze iets wezenlijks gemeen heeft met een toplaag die haar eigen belang maar al te graag uitgeeft voor het algemene, nationale belang of zelfs als de moraal zelve.

Er is trouwens iets fundameteel mis met de suggestie die spreekt uit de zinnen die ik aan het begin van dit betoog citeer: de suggestie namelijk dat het met de maatschappelijke samenhang weliswaar niet zo goed gesteld is, maar met de meeste mensen op individueel niveau prima gaat. Dagelijks lees ik nieusberichten waarui blijkt dat het met heel veel mensen niet goed gaat, en dat de aard van deze maascthappij en het beleid van opeenvolgende regeringen daar het één en ander mee te maken heeft. Een beperkte greep uit een veel te groot aanbod:

Veel mensen zijn niet tevreden over de zorg die hun dementerende familieleden in verzorgings- en verplegingsinstellingen krijgen. Die gaat volgens een onderzoek van de stichting Cliënt en Kwaliteit22 waar Nieuws.nl melding van maakt niet achteruit maar evenmin vooruit. "Twee op de tien familieleden geven aan dat zij niet of minder dan eens per jaar worden uitgenodigd voor een gesprek met de behandelend arts. een op de drie familieleden vindt dat er meer personeel moet rondlopen om een oogje in het zeil te houden. (...) Over hulp bij toiletbezoek is 47 procent van de familieleden." Al die kwetsbare mensen die zelfs niet voldoende assistentie krijgen om op een enigszins waardige wijze hun behoefte te kunnen doen... en al die mensen die moeten aanzien dat hun dierbaren dat overkomt. En waarom?

Heel veel mensen betalen geen premie voor hun zorgverzekering. De Volkskrant bericht erover.33 Een onderzoek dat de NOS liet doen concludeert dat dit aantal is toegenomen; het ministerie van volksgezondheid en Zorgverzekeraars Nederland bestrijden dat. Maar dat heel veel mensen - 300.000, volgens het NOS-onderzoek - geen premie betalen is al schokkend genoeg. Deze mensen dreigen door zorgverzekeraars uit de verzekering te worden gegooid. Bij Achmaea schat een functionaris dat het aantal mensen dat niet betaalt 20.000 tot 30.000 is; al 70.000 mensen zijn door Achmaea uit de aanvullende verzekering gegooid.

Al deze mensen worden in berichtgeving aangeduid als 'wanbetalers'. De suggestie die daaruit spreekt is dat het hier vooral om laksheid of zelfs kwaadwilligheid gaat. De werkelijkheid is dat de hoge premies gewoon nauwelijks zijn op te hoesten, ook niet met zorgtoeslag. "Het is een enorme lastenverzwaring voor he en, zo blijkt, zeer lastig op te brengen" , erkent de zojuist geciteerde Achmaea-woordvoerder. En als een verzekeraar een fout maakt, rekeningen laat oplopen en dan achteraf meteen het opgelopen bedrag opeist lukt het veel mensen niet om het hoge bedrag ineens te betalen.

Zó ontstaan 'wanbetalers'. Het is een gevolg van een zorgstelsel waarin winstgevendheid van verzekeraars en verlagen van kosten voor zorginstellingen prioriteit hebben boven het recht op zorg - een recht dat in een fatsoenlijke maatschappij een fundamenteel, onaantastbaar recht zou zijn, een recht dat niet af zou hangen van betaling. Maar we hèbben in dit land geen fatsoenlijke maatschappij, alle kabinetsgezwets over normen en waarden ten spijt.

"Ongeveer 120.000 jongeren met psychische problemen worden niet geholpen", zo meldt Nieuws.nl.44 "Ze komen daardoor in justitiële inrichtingen of in de prostitutie terecht." Justitiële inrichtingen is een wat vriendelijker woord voor gevangenissen en dergelijke. De reden voor dit grootschalige leed - de 120.000 jonge mensen, plus een veelvoud van mensen in hun naaste omgeving die van hun narigheid ook bepaald niet gelukkiger zullen zorden - is het feit dat er onvoldoende geld beschikbaar wordt gesteld. "De Nederlandse Vereniging voor Pychiatrie zegt in de krant (opm. Peter Storm: het betreft kennelijk berichtgeving in het AD) dat in Nederland 400 kinder- en jeugdpsychiaters ingeschreven staan, maar dat er geld is voor maar 240 fulltimers. Volgens de vereniging moet er structureel geld beschikbaar worden gesteld om de wachtlijsten weg te werken."

Zeer schokkende cijfers over zelfdoding bracht het Trimbos-instituut, dat een onderzoek publiceerde over zelfmoord.55 "Jaarlijks doen 94.000 volwassenen een suïcidepoging. Daarnaast voelen 410.000 mensen zich zo terneergeslagen dat zij aan suïcide denken. Veel van hen hebben in de voorgaande periode last gehad van psychische problemen. Dat blijkt uit recente onderzoeksgegevens van het Trimbos-instituut. Cijfers die tot voor kort nog niet bekend waren. Wel was uit ziekenhuisregistraties bekend, dat jaarlijks ongeveer 9.200 mensen worden opgenomen vanwege zelf toegebracht letsel, maar dit zijn alleen de meest ernstige gevallen. Het aantal geslaagde suïcides in Nederland is ongeveer 1.600 per jaar."

Elk jaar 1600 mensen die zichzelf doden; 94.000 mensen die het proberen; 410.000 mensen die gedachten in die richting hebben. Dat zijn een half miljoen buitengewoon sombere, verdrietige, wanhopige mensen. Voeg daar de mensen bij die met deze sombere mensen te maken hebben, hun vriendinnen en vrienden, hun familieleden. Allemaal mensen voor wie niet zonder meer geldt: "met mij gaat het goed'...

Psychische problemen spelen een rol, en met een betere aanpak daarvan zouden volgens het onderzoek veel zelfdodingen voorkomen kunnen worden. De cijfers die we eerder aanhaalden over het tekort aan hulp dat jongeren met psychische problemen krijgen, laten zien dat het verkeerde prioriteiten in geldbesteding zijn waardoor psychische problemen lang onbehandeld blijven. En dat speelt niet alleen bij jongeren. Wat kort door de bocht: geldtekort leidt tot zorgtekort, en dat drijft mensen richting zelfmoord.

Maar dat is niet alles. "Volwassenen die in het afgelopen jaar een suïcidepoging hebben gedaan of suïcidegedachten hebben gehad, hebben vaak geen betaalde baan, en laag inkomen, en wonen in een grote stad" , aldus het bericht van het Trimbos-instituut. Het gaat dus niet zomaar om mensen met psychische problemen, het gaat vooral om arme mensen met zulke problemen. De psychische problemen betekenen dat je het overzicht over bijvoorbeeld geldzaken verliest - waardoor achterstanden oplopen en afsluiting van energie, of zelfs huisuitzetting, dreigt. Omgekeerd leidt geldnood tot stress, tot ontstaan of verergering van psychisch leed.

Het is typerend, maar niet verbazend, dat het Trimbos-bericht er wel op wijst dat met betere aanpak ter voorkoming van psychische problemen, of bestrijding van de nare gevolgen ervan, veel zelfdodingen te voorkomen zouden zijn - maar dat het bestrijden van armoede niet als antwoord wordt genoemd. Toch lijkt het me evident: jaag mensen niet naar de afgrond van deurwaardersbezoek, afsluiting, huisuitzetting en dergelijke - dan jaag je ze ook niet richting wanhoop en richting doodswens.

Praten over "houvast, geborgenheid en een herkenbare eigen identiteit" - in de woorden van het regeerakkoord - is in dit verband gebakken lucht of erger. Bestrijding van armoede, ervoor zorgen dat niemand te weinig heeft om aan zijn basisbehoeften te voldoen, zorgen dat iedereen zeker is van eten, drinken, een dak boven het hoofd en adequate zorg - dàt geeft een soort zekerheid die mensen helpt om overeind te blijven en door te gaan. En precies dààr schiet ook het nieuwe kabinet in hoge mate verwijtbaar tekort. En dan zeg ik het nog voorzichtig.

woensdag 28 februari 2007

Mexico blijft b(r)oeien

Mexico was vorig jaar een land in oproer. Mijnstakingen in maart, hevige repressie van actievoerders in Atenco in april, een docentenstaking die tot een volksopstand uitgroeide in de zuidelijke deelstaat Oaxaca, en grootschalige protesten van miljoenen mensen tegen de verkiezingsfraude waarmee de rechtse Calderon aan het presidentschap geholpen werd - rebellie, revolte, ja revolutie leek niet zo heel ver weg (1).

In 2007 leek de rust enigszins weergekeerd. Met grof geweld brak de Mexicaanse staat de volksopstand in Oaxaca, die des te kwetsbaarder was door onderlinge verdeeldheid in de docentenvakbond en een zekerer stuurloosheid in APPO, de Volksassemblee van de Volkeren van Oaxaca, het bondgenootschap van volksbewegingen die maandenland vrijwel het bestuur in Oaxaca had overgenomen.

De protesten tegen verkiezingsfraude verliepen: Obrador - de linksere tegenkandidaat die de verkiezingen won maar de telling wegens fraude verloor - zette niet door, zijn aangekondigde tegenregering bleef in symboliek en grootse gebaren steken. Obrador betoonde zich vooral een politicus als de anderen, die de massabeweging als drukmiddel gebruikte om het establioshmant te openen voor bescheiden veranderingen ten gunste van de armen èn voor zijn eigen positie in het bestel. Een fundamentele omwenteling stond ook Obrador echter niet voor ogen. Zo liet hij na om zijn aanhang effectief te mobiliseren tegen de repressie in Oaxaca. Mede daardoor bleef die opstand geïsoleerd en kreeg de onderdrukking vrij spel.

De volksbewegingen zijn door dit alles teruggevallen, deels teruggeslagen. Maar van een werkelijk herstel van de door de Mexicaanse elite en haar internationale zakenvrienden begeerde 'rust en orde' is geen sprake, zeker niet op de wat langere termijn. daarvoor zijn de sociale tegenstellingen in het land te groot, en daarvoor is ook de bittere woede vanwege de onderdrukking en de fraude van afgelopen jaar te sterk. Intussen beginnen zich ook tekenen voor te doen die wijzen op een herleving van het verzet.

Zo demonstreerden eind januari tienduizenden mensen tegen de stijging van de voedselprijzen. De tortilla, basisvoeding voor Mexicanen, was het afgelopen jaar twee keer zo duur geworden. Gestegen graanprijzen op de internationale markten speelde daarin een rol. Demonstranten legden verband tussen de prioriteiten van president Calderon - vriend van de agrobusiness, zo voelden de betogers het - en de manier waarop hij aan de macht was gekomen. "Calderon stal de verkiezingen, en nu steelt hij de tortillas" , aldus de tekst op een spandoek.

Obrador liet ook van zich horen op dit protest. Hij zei dat mexico een omvorming nodig had van de omvang van de Mexicaanse Revolutie. Ookm riep hij onder meer op tot loonsverhogingen en vaste prijzen voor basisvoedsel. Maar hij had door zijn zwabberende optreden van vorig jaar veel krediet verloren. "Hij placht het geld en de invloed te hebben om zijn eigen gigantische optochten te houden. Nu moet hjij een politiek opportunist zijn en moet hij op de trein van een ander springen" , aldus Oscar Aguilar, een politieke analist. Een boer die op de betoging was, zegt: "Dit is een spontane volksbeweging, zonder politieke binding. Lopez Obrador kan eraan deelnemen, maar hij moet niet aan het hoofd van de optocht lopen. Hij zou er niet eens over moeten praten."

Op 19 februari staakten arbeiders in de meeste mijnen van Mexico. Daarmee herdachten ze een mijnramp ven een jaar geleden, waarbij 65 mijnwerkers om het leven kwamen. Die ramp was aanleiding voor vakbondsleider Gomez Urrutia om de onveiligheid in mexico's mijnen aan de kaak te stellen. Dat was voor de Mexicaanse regering aanleiding om deze vakbondsleider te vervangen, met beschuldigingen over verduistering van fondsen als welkom voorwendsel. De inmenging van de Mexicaanse staat in de, toch al veel te nauw met de machthebbers verbonden vakbeweging, was aanleiding tot brede protesten, tot stakingen van mijnwerkers en staalarbeiders (2). De staking van 19 februari toont aan dat het vuur van arbeidersverzet niet is gedoofd.

Ook in Oaxaca herleeft de strijd. Op 3 februari hield de APPO haar negende 'mega-mars' . Dertigduizend mensen namen deel, volgens de schatting van Nancy Davies, de verslaggeefster die al maandenlang bericht over de ontwikkelingen daar. een stuk minder groot dan eerdere betogingen van dit type, maar de beweging in Oaxaca krabbelt dan ook op uit een diep dal.

De eis van de demonstranten: het vertrek van gouverneur Ruiz, die zich met zijn bloedvergieten tegen stakers en APPO-activisten onmogelijk heeft gemaakt; en vrijlating van politieke gevangenen, met name de eerder opgepakte activisten. Belangrijk is dat de vakbond van docenten weer meedeed aan de demonstratie. Eerder was er sprake van dat de vakbond zich losmaakte van het verzet, een ontwikkeling die een stevige terugslag van de beweging had betekend.

In een later artikel gaat Davies verder in op de herleefde kracht van de beweging in Oaxaca. Als die herleving zich verbindt met protest en verzet elders in Mexico, dan zou de relatieve rust in Mexico wel eens van korte duur kunnen zijn.

(1) Zie het magistrale artikel van Al Giordiano in de New Left Review van september/ oktober 2006: "Mexico's Presidential Swindle" .
(2) Dan La Botz analyseert de gebeurtenissen en achtergronden in "Fighting for Union Autonomy: Mexican Miners On Strike" , in Against the Current, mei/ juni 2006.

(bijgewerkt op 1 maart 2007)

dinsdag 27 februari 2007

Guinee: revolutie wint, maar geen knock-out

De algemene staking in Guinee, waarmee vakbonden en anderen al wekenlang het bewind van president Conte onder druk zetten, is voorbij. De president is akkoord gegaan met de benoeming van een premier die hij moest kiezen uit een lijstje van kandidaten dat door vakbonden en andere oppositiekrachten was opgesteld. Inmiddels heeft Conte inderdaad een nieuwe premier benoemd, een zekere Lansana Kouyaté. Vakbonden riepen intussen hun aanhangers op om op 27 februari weer aan het werk te gaan.

Het einde van de algemene staking kwam na weken van grote spanning. Een staat van beleg met grof geweld van veiligheidstroepen tegen demonstranten was onvoldoende om de staking te breken. Toen de president de staat van beleg wilde verlengen, blokkeerde het parlement dat plan. Dat gaf aan dat de president zelfs aan de top van de maatschappij zijn greep aan het verliezen was. Meestal deed het parlement wat de president wilde, maar deze keer ging het dus anders. Intensieve onderhandelingen brachten de dagen erop de ontknoping, het vooruitzicht van een nieuwe premier, en het einde van de staking.

Daarmee heeft de explosieve sociale crisis tot een gedeeltelijke overwinning van de protesterende bevolking geleid. Een overwinning, omdat de president tweemaal toe moest toegeven aan de protestbeweging. De eerste keer dwong die de benoeming van een nieuwe premier af met een al;gemene staking die op 19 januari begon en 18 dagen duurde. Toen Conte echter als premier een nauwe medemerker van hem, Eugene Camara, naar voren schoof. Dat was niet een figuur die onafhankelijk jhegens het bewind stond, niet een figuur die daarmee het vertrouwen van de oppositie won. De vakbonden hervatten daarop de staking en wisten daarmee de benoeming van een premier af te dwingen waar ze meer vertrouwen in hadde. Dat laat de hardnekkigheid en kracht van de volksbeweging zien, en van haar spil: de in vakbonden georganiseerde arbeidersbeweging.

Maar de overwinning is slechts gedeeltelijk. Tijdens de tweede staking was luid en duidelijk de eis te horen dat de president zelf moest aftreden. "Wanneer de staking weer begint, dan vragen wij klip en klaar om het vertrek van president Lansana Conte" , zei vakbondsleider Ibrahima Fofana bij het begin van de tweede staking. Maar de president is niet weggestaakt, het bewind niet omvergeworpen. De revolutionaire crisis heeft geen revolutionaire ontknoping gekregen.

Dat betekent dat Conmte zijn macht kan blijven gebruiken om verdere bedreiging van zijn macht tegen te werken. Ook is het onduidelijk wat een nieuwe regering, ook al heeft die meer bevoegdheden ten opzichte van de pr4esident, aan de sociale nood, de gestegen prijzen en de corruptie gaat doen. De nieuwe premier was eerder uitvoerend secretaris van ECOWAS, de Economische Gemeenschap van Westafrikaanse Staten. Dat doet minstens vermoeden dat het hier niet echt gaat om iemand met wortles in de volksbeweging, maar eerder een technocraat van wie een neoliberaal beleid kan worden verwacht.

Dat beleid zal neerkomen op grote ruimte voor de vrije markt, privatiseringen bezuiniging. Wellicht wordt corruptie iets steviger aangepakt, en vermoedelijk zal een nieuwe regering minder autoritair optreden dan de vorige - al was het maar uit angst voor herleving van de stakingsbeweging. Maar verdergaande verandering lijkt van de nieuwe regering niet te verwachten. En de prijs die de bevolking heeft moeten behalen voor haar beperkte succes was erg hoog: rond de 120 mensen kwamen om het leven, voor het overgrote deel slachtoffer van het geweld van veiligheidstroepen tegen demonstranten.

Het uitblijven van een revolutionaire doorbraak is in de hand gewerkt door de rol van de opppositieleiding, vooral de vakbondstop. Die ontketende met de stakingen weliswaar een beweging met een revolutionaire dynamiek. Maar juist over die dynamiek maakten ze zich ongerust, ze poogden de greep op de boze betogers te houden, om een oplossing via overleg mogelijk te maken. Daarmee blokkeerden ze de furie van onderop, in plaats van die te bundelen en effectief te richten tegen te heersers. "We weten ons geen raad omdat dingen al zijn begionnen voordat we onze stakingsoproep gelanceerd hebben" , zo verwoordt een vakbondsonderhandelaar zijn zorg over een achterban die zich onverwachts als voorhoede begon te gedragen. "Het is des te zorgelijker omdat er momenteel geen onderhandelingen plaatsvinden."

Maar deze koers van de vakbondstop had nooit zo succesvol kunnen zijn als die achterban-die-voorhoede-werd zich bewust, effectief en grootschalig had weten te bundelenl te organiseren. Er waren wel degelijk andere organisatief actief, met een veel radicalere koers. Zo maakte de website AllAfrica melding van een verklaring van Omali Yeshitela, voorzitter van de Afriukaanse Socialistische Internationale. Hij riep op tot solidariteit met wat het bericht noemt de "radicaal linkse jeugdorganisatie, de Afrikanistische Beweging, waarvan ze zegt dat het de enige geloofwardige revolutionaire organisatie die betrokken is bij de massastrijd die in Guinee gaande is" . Yeshelita zegt: "De leidende revolutionaire organisatie (...) is de Afrikanistische beweging. Het is een organisatie die begrijpt dat de strijd van Guinee-Conakry deel uitmaakt van de strijd voor de bevrijding en vereniging van Afrika en Afrikaanse mensen overal."

Het is kennelijk een organisatie in de Pan-Afrikaanse traditie, een organisatie die een nationalisme-op-Afrikaanse schaal voorstaat, gericht tegen Westerse overheersing. Doel is volgens Yeshitela "de totale bevrijding en vereniging van Afrika en Afrikaanse mensen onder de leiding van de Afrikaanse arbeidersklasse en arme boeren" . Het betreft bij deze Afrikanistische Beweging hier kennelijk een anti-imperialistisch nationalisme, met een stevige linkse inslag.

Het stemt hoopvol dat er kennelijk een linkse organisatie bestaat die een rol kon spelen in de stakingsstrijd. Maar klaarblijkelijk was de invloed ervan nog onvoldoende om het onbevredigende compromis waartoe de stakingen hebben geleid te blokkeren en de weg naar een verdergaande bevrijdingsstrijd te openen.

Maar misschien komt zoiets nog. De beweging van de afgelopen maanden heeft ongetwijfeld iets losgemaakt bij de deelnemers eraan, al die vele duizenden stakers en demonstranten die hun kracht begonnen te ervaren. De rust zou wel eens erg breekbaar kunnen zijn, en niet van heel lange duur. Socialist Worker concludeerde: "De situatie blijft onstabiel en er kunnen snel weer oproepen zijn voor nieuwe stakingen." De revolutie in Guinee lijkt dan ook eerder tijdelijk onderbroken dan werkelijk afgesloten.

zondag 25 februari 2007

Britse vredesdemonstraties houden druk op ketel

Zowel in Londen als in Glasgow heeft de ijzersterke antioorlogsbeweging die Groot-Brittannië rijk is zaterdag 24 februari zich weer eens stevig laten gelden. Maar uit veel van de berichtgeving wordt je dat weer eens ternauwernood gewaar. Gelukkig zijn er ook nog kritische, alternatieve nieuwsbronnen.

CNN meldt "een paar duizend" mensen, en voegt er fijntjes aan toe: "Dat was veel minder dan door de organisatoren voorspelde aantallen". De BBC vermeldt dat de politieschatting 10.000 demonstranten was; de Stop the War Coalition - samen met de anti-kernwapenorganisatie CND en British Muslim Initiative - schatte 60.000. In Glasgow zijn volgens dit bericht 2000 mensen wezen demonstreren. De Vlaamse krant De Morgen heeft dezelfde cijfers. De Volkskrant en de NRC hebben helemaal niets, evenmin als Het Parool.

Dat CNN een zoveel lager getal aanhield dan de min of meer zinnige reportage van de BBC hoeft trouwens geen bewuste leugen te zijn. Het is goed mogelijk dat de verslaggever zijn reportage helemaal bij het begin van de betoging al door moest geven - op het moment dus dat de mensen nog aan het verzamelen waren voor de optocht. Dat had er dan alleen wel wat nadrukkelijker bij gemogen, want erg zorgvuldige berichtgeving krijg jke op deze manier niet.

Lenin's Tomb heeft een prachtig sfeervol en humoristisch verslag met tal van foto's - die sowieso duidelijk maken dat 'een paar duizend' in ieder geval een wel heel grove onderschatting van het aantal demonstranten is. Honderdduizend waren het er zeker, volgens deze reportage. Met dat getal komt ook het artikel dat zojuist op de website van Socialist Worker (UK) is gezet. Dat verslag maakt onder meer melding van de aanzienlijke steun vanuit vakbonden, maar ook van een parlementslid uit Venezuela en van een leidend figuur van United for Peace and Justice, de belangrijkse actiecoalitie tegen de oorlog die de VS kent. Ook bevat het verslag citaten uit een aantal van de toespraken, onder meer van George Galloway (parlementslid van de linkse krachtenbundeling Respect) en John McDonnell, een linkse kandidaat-leider van de Labour-partij. Hij zei onder meer: "we willen een vredespremier, geen oorlogsstoker in Downing Street 10."

De betoging richtte zich tegen de voortdurende bezetting van Irak, en eveneens tegen het voornemen van premier Blair om kernwapensystemen - met name de Trident - te moderniseren. Ook was de demonstratie een protest tegen de dreiging van een aanval op Iran.

Sinds gisteren houden moeders van omgekomen Britse soldaten ook een vredeskamp in Downing Sreet, bij de ambtwoning van de premier. Daar was onder meer Rose Gentle, die premier Blair opriep om met haar en andereaanwezigen te praten. Daartoe boden ze een brief aan. Maar Blair was letterlijk en figuurlijk niet thuis.

De acties laten zijn dat heel veel mensen in Groot-Brittannië, na de aangekondigde terugtrekking van een deel van de Britse troepen, de druk op de ketel willen houden. Dat is nodig ook. In de woorden van Lindsey German, belangrijk organisator van de Stop the War Coalition (in het BBC-verslag): "Of er nu 2000 soldaten naar huis komen dit jaar of niet, het is te weinig en te laat, en we moeten onze oproep om alle troepen terug te trekken en intensiveren, evenals de eis dat Groot-Brittannië breekt met het buitenlands beleid van George Bush. We weten dat veel mensen tot de conclusie aan het komen zijn dat de regering verslaafd is aan oorlog."

zaterdag 24 februari 2007

Geert Wilders provoceert verder

Geert Wilders en zijn PVV doen er een schepje bovenop. Ruim een week geleden probeerden ze een motie in te dienen tegen het bezit van twee paspoorten, van een dubbele nationaliteit. In de motie eiste de PVV dat twee (toen nog toekomstige) staatssecretarissen, Albayrak en Aboutaleb, vanwege hun tweede, Turkse resp. Marokkaanse paspoort, hun functie niet mochten innemen. Ik schreef onlangs over deze provocatie.

Wilders zei ook nog dat de "'tsunami van islamisering' nu ook het kabinet had bereikt" en dat "de Marokkaanse en Turkse overheden nu feitelijk in het Nederlandse machtcentrum zijn geïnfiltreerd" - alsof het hebben van een paspoort ook maar iets zegt over enige binding met de regering die zo'n paspoort uitgeeft. Of ben ik infiltrant namens Balkenende Vier, enkel vanwege mijn Nederlandse paspoort? Gevaarlijk gestook tegen mensen van Marokkaanse en Turkse afkomst, dat is waar Wilders mee bezig is.

Op 24 februari maakte Geert Wilders bekend dat hij een vervolg geeft aan zijn aanval op Aboutaleb en Albayrak. Hij gaat komende week een motie van wantrouwen indienen tegen deze twee, inmiddels benoemde, staatssecretarissen. Het islamofobe, racistische karakter van de PVV-provocatie is glashelder. Wilders weet dat Aboutaleb niet van zijn Marokkaans paspoort af kan maar is van mening dat dit "in feite irrelevant" is. Zijn opvatting: "Dan moet hij maar in Marokko gaan wonen." Sowieso wil hij liever geen bewindslieden van Moslim-herkomst: "Ik wil niet in een land wonen waar misschien ooit wel eens zes of zeven bewindslieden de islam aanhangen." De boodschap is volstrekt glashelder: Wilders is Marokkanen en Moslims liever kwijt dan rijk.

Natuurlijk gaat deze motie geen meerderheid krijgen, al was het maar omdat de partijen die de regering waarin de twee staatssecretarissen zitten, samen een meerderheid hebben. Natuurlijk weet Wilders dat ook wel. Maar zijn motie heeft dan ook geen parlementair maar een buiternparlementair doel. Het is zelfs geen ordinaite verkiezingsstunt - de PVV doet niet mee aan de komende verkiezingen voor Provinciale Staten. Het is veel kwalijker dan dat.

Wilders wakkert met deze motie de spanning tussen wat hij de politieke elite noemt, en het deel van de bevolking dat Wilders op dit thema steunt, aan. Dat afgeven op 'het establishment', de 'elite' is typerend voor het soort politiek dat Wilders steeds openlijke bedrijft. Het opstoken van een rechtse revolte, dat is wat hier plaatsvindt. Onder Fortuyn heette dit 'nieuwe politiek' tegen de 'linkse kerk'.

Gezegd moet worden dat Wilders op het thema van dubbele nationaliteit scoort ook: in een peiling van Maurice de Hond geeft 48 procent aan dat ze de PVV-houding rond dubbele nationaliteit steunen; evenveel mensen doen dat niet. Onder de aanhang van VVD en CDA ligt de steun voor Wilders'opvatting ruim hoger. Ook op een ander favoriet thema van Wilders, het burka-verbod, ondervindt de racistische politicus steun: "Bijna zeven op de tien Nederlanders zijn voor een boerkaverbod voor vrouwen in het openbaar. Dat blijkt zaterdag uit een peiling van Maurice de Hond" , lezen we op nieuws.nl.

Grote steun voor Wilders op meerdere thema's, terwijl een meerderheid in het parlement Wilders hierin niet steunt. Dat betekent dat Wilders zich steeds meer kan profileren als rechtse volksleider. Hij kiest met zijn methode - kansloze, racistische, provocerende Kamermoties indienen - het parlement als arnena, als plaats van aandacht trekken. Maar de strategie is wezenlijk buitenparlementair, en tevens autoritair: boze mensen als stormram gebruiken tegen 'de gevestigde politiek' .

Het aanjagen van een rechtse rebellie tegen 'de elite', waarbij de PVV een eng brouwsel van hard nationalisme, een steeds openlijker afwijzing van gelijke rechten, een steeds botter verwoord islamofoob racisme gebruikt om aanhang te winnen - dat is een methode die verregaand afwijkt van zelfs de meest rechtse varianten van 'gewone' rechtse politiek. Het is een methode met een fascistische inslag. Bolkestein en Verdonk opereerden op de rechterflank binnen het gevestige parlementaire bestel. Wilders niet - hij staat aan het hoofd van een onderhuidse revolte tègen dat bestel dart afgeschilderd wordt als links, soft voor allochtonen en nu dus zelfs 'geïnfiltreerd' door buitenlandse regeringen. Het is déze methode, de dynamiek waar Wilders onderdeel van is, die de PVV verwant maakt aan fascistische organisaties als het Vlaams Blok.

Dat een ingrediënt in fascistische politiek - straatbendes, in een latere fasen uitgroeiend tot paramilitaire organisaties - bij de PVV vooralsnog ontbreekt, is waar. De strijd tegen de PVV dient daarom een andere vorm te hebben dan bijvoorbeeld strijd tegen de openlijke neonazi's die de laatste tijd onder politiebescherming de ene plaats na de andere onveilig maken, met Doetinchem als meeste recente plaats des onheils in een snelgroeiende treurige lijst.

Een aangevraagde demonstratie in die Gelderse plaats tegen een mars van de Nederlandse Volksunie, een nazi-partijtje, was verboden. Toch waren 150 mensen te hoop gelopen tegen de naar schatting 110 nazi's van de NVU. Weerzinwekkend waren de TV-beelden op het NOS-journaal waarin te zien was hoe de politie de nazi's van de NVU verdedigde tegen de groep vanuit de plaatselijke bevolking, vooral maar niet uitsluitend jonge mensen, die hun afschuw over de fascistische optocht in grote felheid uitten.

Die mensen verdienen het respect en de grote waardering van iedereen die democratische rechten en gelijkheid tussen bevolkinsgroepen hoog wil houden. Die groep doodgewone mensen die te hoop liepen tegen de fascisten - zij gaven een prachtig voorbeeld van democratische zelfverdediging. Dat de politie tegen juist hèn optrad en 60 mensen arresteerde om een agressieve nazi-provocatie door te helpen laten, is een grof schandaal.

Ja, de PVV opereert nog heel anders dan de openlijke fascisten van bijvoorbeeld de NVU. Maar laten we helder proberen te zijn. Wilders en zijn PVV is wezenlijk verwant aan Vlaams Blok, het Front National in Frankrijk, Haider's club in Oostenrijk - politieke verschijnselen in de fascistische traditie. Bovendien maakt Wilders met zijn uitspraken en moties het politieke klimaat steeds gunstiger voor openlijke nazi's zoals die van de NVU.

De PVV is daarmee geen volgroeide nazi-organisatie. Het betreft hier een vorm van fascisme in nogal embryonale, deels latente toestand. Maar gaan we echt wachten met het Wilders-fenomeen fascistisch te noemen totdat hij wèl straatbenden op de been brengt? Of worden we deze keer eens op tijd wakker?

donderdag 22 februari 2007

Irak, Afghanistan: bezettingen onder grote druk

De 'Coalition of the Willing' waarmee Bush en Blair Irak vanaf maart 2003 in een bloedige afgrond hebben gestort, stelt steeds minder voor. Steeds duidelijker wordt de Irak-oorlog wat die van het begin af in de kern al was: een Amerikaanse onderneming, met bij elkaar gesprokkelde steun.

Op 21 februari kondigde de Britse premier Blair dat 1600 van de 7100 Britse militairen op vrij korte termijn teruggetrokken worden. Mogelijk komen daar nog 500 bij, zodat het aantal Britse troepen eind 2007 rond de 5000 uitkomt. Op dezelfde dag maakte ook Denemarken bekend dat ze haar troepen terugtrekt. Het gaat om 460 spldaten, en rond augustus 2007 moeten ze weg zijn uit Irak. En ook Litouwen - met 53 soldaten weliswaar niet de grootste partner - overweegt om na afloop van het mandaat van haar troepen in Irak het verder voor gezien te houden.

Als doekje voor het bloeden kondigde Denemarken wel aan dat het een helicopterteam stuurt met zo'n 50 militairen. Groot-Brittannië komt met iets fraaiers, het stuurt een heuse prins in uniform: Zijne Koninklijke Hoogheid Harry trekt ten strijde, vol vuur en enthousiasme. Dat zal die dwarse Irakezen wel leren. Wat Litouwen gaat doen om het gemis van de 53 militairen in Irak te compenseren, vermeldt de berichtgeving helaas niet.

De terugtrekking van Denemarken en Litouwen is voornamelijk symbolisch, en verandert vrij weinig aan de kracht van de bezettingsmacht. De Britse aftocht doet er veel meer toe. Volgens de Britse regering is de gedeeltelijke terugtrekking mogelijk omdat de veiligheid in de zuidelijke stad Basra nu gehandhaafd kan worden door Iraakse regeringsstrijdkrachten zelf. De Britse terugtocht is daarmee een teken van succes voor het Britse andeel in de bezetting. De Amerikaanse vice-president Cheney zei dat de terugtrekking een teken is "dat de zaken daar behoorlijk goed gaan." Dat klinkt nogal als de 'zegevoerende terugtocht'van Duitse legers tussen 1943 en 1945, van Stalingrad naar Koersk, van Koersk terug naar Warschau, en uiteindelijk helemaal terug naar Berlijn.

Juan Cole ziet dan ook een heel andere reden voor het Britse vertrek. Hij schrijft: "Dit is een vlucht, daar mag geen twijfel over bestaan. De ruziemakende Sjiitische milities en stammen in Irak's zuiden hebben het de Britten onmogelijk gemaakt om te blijven. Ze hebben reeds de door Al-Sadr beheerste provincie Maysan verlaten, evenals het slaperige Muthanna. Ze verplaatsten het Britse consulaat naar het vliegveld omdat ze het in Basra niet konden beschermen. Ze incasseren elke nacht mortier- en raketvuur." De Britse aftocht duidt op een nederlaag, niet op een overwinning.

Een tweede reden om het aantal Britse soldaten in Irak terug te brengen ligt in die andere bezetting die ook al niet echt soepel verloopt: Afghanistan. "Omdat het Britse leger in essentie een veel intensievere contra-guerrilla-oorlog uitvecht in Afghanistan, was er het besef dat er een sort van overdracht moest plaatsvinden van Irak nar Afghanistan", legt Midden-Oosten-deskundige Clive Jones uit in de Los Angeles Times (gevonden via Juan Cole).

Ja, Afghanistan dus. In dezelfde week dat de Britse, Deense en Litouwse terugtocht beklend werd, kwam uit Australië een aankondiging: de regering van dat land overweegt méér troepen naar Afghanistan ter sturen. Minister van Defensie heeft ook contact met de regering van Nederland gehad. Niet zo vreemd als je bedenkt dat in Uruzgan 400 Auistalische militairen onder Nederlands commando staan.

Maar het opkalefateren van de Westerse bezetting in Afghanistan wordt al; net zo moeilijk als het tegengaan van de afkalving van de bezettingscoalitie in Irak. Daar weet de Italiaanse regering - pardon, de voormalige Italiaanse regering - van mee te praten. Gisteravond diende de premier van Italië, Prodi, het ontslag van zijn regering in. Aanleiding: een krappe meerderheid had tegen het buitenlandse beleid van zijn regering gestemd. Deel daarvan was de zending van 2000 Italiaanse militairen naar Afghanistan. Anders gezegd: deelname van Italië aan de bezetting van dat land is de centrum-linkse regering mede fataal geworden.

De hele reeks van gebeurtenissen, van de Britse terugtocht tot en met de Italiaanse regeringscrisis - wijst op twee zaken. Het gewapende verzet in zowel Irak als Afghanistan is zo hardnekkig en sterk dat het regeringen steeds meer moeite kost om de rug recht te houden. Tegelijk is legt de weerstand van de bevolking in de troepenzendende landen fors gewicht in de schaal.

De hardnekkigheid van het verzet in Irak is tamelijk evident. Iraakse strijders slagen er bijvoorbeeld vaker in om Amerikaanse helicopters neer te halen, in een recent geval met een effectiever wapen dan voorheen. In Afghanistan vergaat het de bezetters ook niet goed. De Taliban groeit in slagkracht en draagvlak. Een gouverneur van een aan Afghanistan grenzende provincie meent dat de Taliban feitelijk "een bevrijdingsoorlog" voeren. De man, Orakzai geheten en naaste medewerker van president Musharaff, zegt: "Tegenwoordig steunt een groot deel van de lokale bevolking de militante operaties. Die ontwikkelen zich tot een soort nationalistische beweging, een verzetsbeweging." Als dat klopt - en veel wijst daarop - dan is een mislukking van de bezetting op termijjn vrijwel gegarandeerd, tenzij de bezetters tot waarlijk genocidaal geweld zouden durven overgaan.

Om zo'n verdere escalatie tegen te gaan een een einde aan beide bezettingen dichterbij te brengen is de tweede factor wezenlijk: het protest in de oorlogvoerende landen. Vlak voor de val van de Italiaanse regering liet dit type verzet nog eens zien hoe sterk het was. Meer dan 100.000 mensen demonstreerden in Vicenza, Noord-Italië, tegen de aanleg van een Amerikaanse militaire basis op het vliegveld Dal Molin. Ongetwijfeld droeg dit bij aan de druk waaronder de regering-Prodi uiteindelijk bezweek. Weerstand tegen Amerikaanse militaire basis en tegen h de aanwezigheid van Italiaanse troepen in Afghanistan staan bepaald niet los van elkaar.

Ook de Britse gedeeltelijke terugtocht - inmiddels weten we uit The Guardian dat Britse commandanten liever meer troepen hadden teruggetrokken, in hoger tempo - is deels een gevolg van de druk van hardnekkig protest tegen de oorlogen in Afghanistan en vooral Irak, en de Britse deelname daaraan. De Stop The War Coalition, de sterkste anti-oorlogsbeweging die de wereld momenteel kent, heeft keer op keer vele tienduizenden op straat gebracht. Ze heeft er wezenlijk toe bijgedragen dat Blair zijn enthousiaste rol als oorlogsleider met steeds groter verlies aan populariteit en autoriteit moest bekopen.

Voor komende zaterdag 24 februari heeft de Stop the War Coalition opnieuw een betoging aangekondigd. Hopelijk zal die het proces van afbrokkeling van de Britse oorlogsdeelname verder versnellen.

woensdag 21 februari 2007

Guinee: revolutie in impasse

Al meer dan een maand is het Afrikaanse land Guinee in de greep van grootschalige protesten tegen het autoritaire bewind van president Comte. Op 10 januari begon een algemene staking.

Felle demonstraties begeleidden de stakingsbeweging.
Herschelle S.Challenor vertelt: "Op 22 januari had Guinee de grootste protestmars in haar geschiedenis. Tienduizenden Guineeërs sloten zich aan bij een vreedzame protestmars om hun bezorgdheid over het beroerde economische beleid van president Lansana Conte kracht bij te zetten". Veiligheidstroepen schoten op demonstranten: meer dan zestig doden. Maar de stakers zetten door, en zo dwongen vakbonden en oppositiebewegingen af dat de president zijn bevoegheden aan een nieuwe premier af. Na 18 dagen hieven de protesterende organisaties daarom de staking op.

Maar op 9 februari benoemde Comte als nieuwe premier een naaste medewerker van hem, Eugene Camara. Dat leidde al direct tot nieuwe protesten: "demonstranten wierpen brandende barricades op en probeerden regeringsgebouwen aan te vallen in steden verspreid over Guinee, en kwamen zo doende in botsing met veiligheidstroepen." Die openden het vuur op actievoerders: acht mensen kwamen om. Aldus
berichtgeving van Aljazeera.

Op maandag 12 februari begonnen vakbonden aan een tweede algemene staking.
Vakbondsleider Ibrahima Fofana zei: "We erkennen deze premier niet, en het gaat sowieso niet meer om de premier. Wanneer de staking weer begint, dan vragen we klip en klaar om het vertrek van president Lansana Conte." Maar de vakbondstop had bepaald geen complete greep op de protesten: "We weten ons geen raad omdat de dingen al zijn begonnen voordat we onze stakingsoproep lanceerden. Het is des te zorgelijker omdat er momenteel geen onderhandelingen plaatsvinden" , aldus een vakbondsonderhandelaar. Vrij vertaald: mensen begonnen zelf het heft in eigen handen te nemen, en haalden de vakbondsleiding links in. Dat liet zien hoe revolutionair de situatie in Guinee inmiddels was geworden.

Op de dag dat de staking echt begon gingen mensen weer de straat op om hun weerzin tegen de president kracht bij te zetten. De president kondigde daarop de noodtoestand af. Met grof geweld, arrestaties,mishandeling en erger, handhaafdfe het leger de 'orde'. Angst hield veel mensen binnen. Maar de staking ging en gaat door.

Het is onduidelijk hoe dit gaat aflopen. Vakbondsleiders
weigerden te onderhandelen zolang de staat van beleg niet was opgeheven. Stapsgewijs zijn de bepalingen van die noodtoestand wel versoepeld. Of dit een teken is dat de autoriteiten zich sterker voelen, of dat ze juist toegeven aan de druk van de vakbonden, kan ik uit de berichtgeving niet goed opmaken. De situatie lijkt enigszins in een impasse, met een bewind dat belegerd wordt maar nog niet ineenstort, en een beweging vanuit de bevolking die sterk heeft maar nog geen doorbraak heeft weten te forceren.

Intussen groeit her en der de bezorgdheid.
West-Afrikaanse leiders overlegden al met Conte. Dezelfde Herschelle Challenor die ik eerder citeerde over de protesten ziet al reden voor Amerikaans ingrijpen. Redenen waarom de VS belanghebbend zou zijn: de crisis in het land kan de sluimerende conflicten in het naburige Sierra Leone en Liberia weer doen ontvlammen en de stabliteit in de regio bedreigen; het land bevat veel bauxiet en andere grondstoffen (en zoals we allen weten behoren grondstoffen, waar ook ter wereld, de VS rechtens toe, maar dat zegt Challenor er niet bij...); vijfentachtig procent van de bevolking is Moslim, en veel jonge geestelijken studeren in Saoedi-Arabië en Egypte, waar ze conservatieve opvattingen opdoen (waarom dat de VS ook maar iets aangaat wordt niet vermeld, het zal toch niet iets met Bush' famueze 'oorlog tegen terrorisme' te maken hebben?); en Guinee heeft onder de Franstalige Afriukaanse staten een opvallend hechte band met de VS (oftewel: de VS en Frankrijk vechten hun rivaliteit in West-Afrika uit over de hoofden van de Guineeërs, maar ook dat hebben we natuurlijk niet van Challenor).

Challenor wil dat de Veiligheidsraad van de VN zich over de zaak buigt, en vindt kennelijk dat de grove mensenrechtenschendingen die het bewind begaat reden moeten zijn om Conte te verwijderen: "Daar president Conte keer op keer heeft laten zien dat hij zijn verplichtingen niet nakomt is er geen reden meer om een dialooog met hem aan te gaan. Een optie is om hem naar een ander land te verwijderen, zoals de VS deed met president Aristide van Haiti, misschien deze keer naar Marokko of Saoedi-Arabië, waar hij geen kraad kan doen." De onbeschaamde inhumane arrogantie van de hele, in wezen koloniale, redenering springt in het oog. Sinds wanneer gaat de VS over het aanvblijven of vervangen van het staatshoofd van Guinee? Het voorbeeld van Haiti laat zien dat landen die deze vrom van machtswisseling overkomt, alleen maar dieper in de ellende zakken.

Dat Conte weg moet, lijdt intussen geen twijfel. Maar de enige kracht die het recht toekomt om hem te verdijven, en die de capaciteit heeft om wezenlijke verbeteringen door tre zetten, is de protestbeweging die waarvan de vakbonden de spil zijn. In Guinee is de revolutie feitelijk gaande tegen het bewind van de autoritaire president. Een verdrijving van die president door buitenlandse interventie is, juist voor een bevrijdende ontknoping bevochten door de massabeweging zelf, een dodelijk gevaar.

Intussen hebben ook de internationale arbeidersbeweging en revolutionair links gelukkig enige, zij het nog te spaarzame, aandacht voor de revolutie in Guinee. Een delegatie van de Internationale Confederatie van Vakbonden ITUC heeft eind januari het land bezocht,
een video-verslag daarvan is op de website van de ITUC te vinden. Het Comite voor de Afschaffing van de Schulden van de Derde Wereld CATWD heeft in een verklaring op 14 februari haar steun uitgesproken voor de algemene staking en de harde onderdrukking veroordeeld. Dat bericht vond ik via Marxsite 2007. De Socialist Worker ( de Britse, niet de Amerikaanse) berichtte in de editie van 10 februari over de overwinning van de staking in januari.

De week erop duidde deze krant
het belang van de gebeurtenissen in Guinee", in een hoofdredactioneel commentaar: "Als de strijd doorgaat en niet tegengehouden wordt door de vakbondsleiders, dan kunnen de democratische eisen uitgroeien tot een slag voor de omvorming van de maatschappij, met arbeiders die de controle uitoefenen - permanente revolutie in de 21ste eeuw." Het is erop of eronder voor de arme meerderheid van Guinee

Dit weblog berichtte uitvoerig over de januaristaking in Guinee. Het laatste ervan verscheen op 26 januari:
"Guinee: staking, volksopstand, bloedbad". Daar vindt je tevens links naar mijn eerdere stukken over dit onderwerp.