woensdag 25 oktober 2006
Verkiezingen en verandering (deel 4)
Stel nu dat er wèl een partij was die in haar verkiezingsprogramma aankondigde deze maatschappij grondig op de schop te willen nemen. Die partij kondigde bijvoorbeeld aan dat de grote bedrijven in staatshanden zouden komen, en dat het bestuur ocvergedragen zou worden aan de erin werkzame arbeiders of door organen die door hen gekozen en beheerst werden. De markteconomie zou vervangen worden door een systeem van planning waarin mensen via democratisch gekozen organen hun prioriteiten kenbaar zouden maken en op basis daarvan de besluiten over productie, inversteringen verdeling zouden maken. Niet langer zou de winst het centrale criterium zijn: bevrediging van behoeften zou de richtsnoer worden.
Zorg, onderwijs en openbaar vervoer zouden helemaal terug in de collectieve sector komen en uit de greep van de markt gehaald worden. Die sectoren zouden voorzien worden van enorme investeringen, en stapsgewijs gratis worden. Lage inkomens zouden onmiddelijk zeer fors verhoogd worden. Eén en ander zou betaald worden uit forse belastingen voor de rijken. Hoe rijker, hoe forser de belastingen.
Inkomens in de collectieve sector zouden aan een maximum gebonden worden: niemand hoeft meer dan een ton te vangen voor zulke functies. Tegen degenen die zouden zeggen: "voor zo'n salaris doe ik zulk werk niet! In de VS betalen ze veel meer" zou zo'n partij zeggen: "waar wacht je op? Ga maar! Wij hebben liever mensen die werk doen omdat ze erachter staan, en niet puur voor het geld."
Nederland zou uiteraard uit de NAVO stappen. Alle troepen van over de grens kwamen meteen terug, om te beginnen uit Uruzgan. De AIVD zou worden opgedoekt. De koningin zou haar functie verliezen, evenals haar paleizen. Ze zou te werk gesteld wordt in dce textielindustrie, zodat ze linten kon leren màken in plaats van doorknippen.
Stel, er was zo'n partij, een socialistische partij zogezegd. En stel - dagdromen is nog steeds niet verboden, zelfs niet door Balkenende I t/m II - deze partij boekt een enorme verkiezingszege. Ze wint driekwart van de stemmen, en kan dus gaan regeren. Ze kan het land gaan verbouwen volgens haar programma. Zal er enorm veel veranderen?
Ja en nee. Om te beginnen wordt er na verkiezingsdag, en wederom na het aantreden van de rode regering - een immens volksfeest gehouden. Eindelijk ònze beurt, zo zal het gevoel zijn. en terecht! Maar, nadat drie dagen later de mensen uit hun roes en delirium zijn ontwaakt en de immense hashwolk boven het centrum van de grote steden zou zijn opgetrokken, zou er een veel minder feestelijke realiteit zichtbaar worden.
Allereerst zou de nieuwe regering merken dat de meeste hoge ambtenaren die het nieuwe beleid moeten helpen uitvoeren, niet bepaald haar vrienden zijn. Dat komt door de hoge inkomens van die mensen - ze zijn bij de drastische veranderingen ten nadele van de rijken bepaald niet belanghebbend. Ze zijn bovendien bevriend met ondernemers, hebben vaak een vergelijkbare achtergrond, hebben bij elkaar op school gezeten, maken deel uit van minstens overlappende netwerken. Ze delen het wereldbeeld van ondernemers en van rijken in het algemeen.
Deze ambtenaren zouden bij de adviezen die ze aan de nieuw regering uit moesten brengen, keer op keer wijzen op het "onverantwoordelijke" karakter van het nieuwe beleid. Ze zouden tot voorzichtigheid manen, adviseren om de scherpe kantjes eraf te halen, eindeloos overleg te plegen met degenen wiens voorrechten door het nieuwe beleid gevaar zouden lopen. Ze zouden, kortom, een langzaam-aan-actie tegen wezenlijke maatschappijverandering gaan houden.
De ondernemers zelf zouden niet stil zitten. Zij zouden grote sommen geld overboeken naar het buitenland - waar die verdomde rooien er niet aan konden komen. Ze zouden bedrijven sluiten voor ze genationaliseerd konden worden door de nieuwe regering. Ze zouden weigeren nog investeringen te doen. De werkloosheid zou direct gaan oplopen door dit type sabotage.
De grote media - immers zelf ook een soort ondernemingen - zouden de schuld van die werkloosheid in de schoenen van de regering schuiven.
Zodra er daadwerkelijk genationaliseerd werd, zou de getroffen ondernemer meteen naar de rechter stappen. Die zou deze "inbreuk op het eigendomsrecht" wel eens kunnen verbieden, of een zodanige schadeloosstelling opleggen dat de ondernemer gewoon verder kon ondernemen in een andere bedrijfstak. Ook de rechters, die oude wetten uitvoeren en in de oude gang van zaken getraind en gewordteld zijn, zouden daarmee tegengas bieden aan een radicale verandering vanuit de nieuwe regering.
Intussen zou de rechtse pers zich niet onbetuigd laten. Nederland, in handen gevallen van een "Chavez in de delta", was aan het afglijden tot een linkse dictatuur, als we dan zowel de Telegraaf als de Volkskrant mochten geloven. De Amerikaanse ambassadeur maakt bekend dat Nederland niet de NAVO uit mocht en de troepen uit Uruzgan niet terug mocht trekken. "Nederland mag zich niet onttrekken aan zijn verantwoordelijkheid in de Oorlog tegen Terrorisme", zo zouden de kranten zijn woorden citeren. Op een vraag op een persconferentie of de VS zich hiermee niet schuldig makaten aan inmenging, zou Condoleeza Rice koeltjes antwoorden: "wie niet voor ons is in de strijd voor de Westerse beschaving, is tegen ons. De president houdt alle opties open..."
Er lekten berichten uit over frequent contact tussen Nederlandse generaals en hun NAVO-collega's en personeel van de Amerikaanse ambassade. Journalisten die berichtten over dit soort contacten kregen dreigbrieven en telefoontjes in de nacht. Demonstraties tegen de provocaties van rechts wordnen grof aangevallen door de politie. De regering maakt weliswaar bezwaar, maar de politiechef zegt dat de "openbare orde gevaar liep".
Binnen enkele maanden zou de euforie na de rode overwinning zijn omgeslagen in een wijd verbreide crisisstemming. Een harde realiteit kwam aan het licht: links kan via de stembus wellicht de regering veroveren. Maar rechts heeft en houdt ook in dat geval de macht - en aarzelt niet om die te gebruiken om haar voorrechten te verdedigen. Hoe zou de regering zich nu opstellen?
Ze zou terug kunnen krabbelen. Naar een paar symbolische nationaliseringen legt ze bijvoorbeeld het nationaliseringsprogramma stil, "voor nader onderzoek". Om de spanning tussen regering en legerleiding te verminderen wordt een vooraanstaand generaal tot minister van defensie benoemd. De regering stelt een commissie in die het NAVO-lidmaatschap toch nog eens onderzoekt. ook over de AIVD en de monarchie wordt "nader onderzoek"gedaan, om rechts niet verder in het harnas te jagen. Rechts voelt zich nu, behalve uitgedaagd, ook nog eens sterker nu ze merkt dat de linkse regering terug begint te deinzen.
De regering kan ook anders reageren en in de aanval gaan. Maar dan moet z zich laten helpen door krachten bùìten het bestuursapparaat. Ze kan aankondigen dat van elke ondernemer die zijn bedrijf dreigt te sluiten, diens bedrijf onmiddellijk genationaliseerd wordt. Ze zou dan arbeiders kunnen aanmoedigen om dat bedrijf te bezetten om de nationalisering ervan een zetje te geven. Ze kan soldaten aanmoedigen om staatsgreepplannen waar ze lucht van krijgen, uit te laten lekken.
Wat is echter waarschijnlijker? Parlementair links, hoe radicaal ook, wil de bestaande staat gebruiken om links beleid te voeren. Stakingen, bedrijfsbezettingen, beginnetjes van muiterij - het zijn zaken met een revolutionaire dynamiek, ze ondermijnen juist dat bestaande staatsapparaat. Gesteld voor de keus zal zelfs de meest linkse regering dat staatsapparaat in bescherming nemen en revolutionaire initiatieven afremmen, met sussende woorden of desnoods met onderdrukkende daden.
En àls ze echt gaat leunen om initiatieven van arbeiders en een revolutionaire rol wil spelen, dan zal ze moeten accepteren dan het zwaartepunt verschuift: wèg van de regeringsgebouwen, in de richting van de arbeiders en hun organisaties. Zo'n regering zal zichzelf dus moeten laten overvleugelen door haar steeds actievere achterban die voorop gaat lopen - geen waarschijnlijk scenario. De beste garantie dat het die kant op gata is niet wachten op de regering, maar zelf de druk op de ketel houden en van onderen dóórduwen. Weer een argument ter relativering van het idee dat je via de stembus de wereld kunt veranderen, weer een puntje in het voordeel van de in eerdere stukken genoemde "apolitieke" houding van zoveel mensen...
Veel van het hypothetische scenario dat ik hier boven beschreef is eerder vertoond. Het klassieke voorbeeld blijft Chili, waar tussen 1970 en 1973 Salvador Allende, een gekozen linkse president, probeerde het land te veranderen ten gunste van de arme mensen, de meerderheid. Hij deed voortdurend concessies tegenover rechts, en haalde uiteindelijk zelfs generaal Pinochet in de regering. Kort daarop pleegde Pinochet zijn beruchte staatsgreep. Dat was de uitkomst van een situatie waarin linkse politici bleven aarzelen en terugkrabbelen, terwijl rechts de tegenaanval voorbereidde. "A people's tragedy"van Mike Gonzales, een artikel uit de Socialist Review uit 1998, vertelt het trieste verhaal in het kort.
Vandaag de dag doet zich iets soortgelijks voor in Bolivia. Daar is in december de linkse Evo Morales met flinke meerderheid gekozen. Maar ook hij doet concessie na concessie aan de rijken. Intussen worden delen van de arme bevolking ongeduldig en eisen steviger veranderingen. Hoe dat afloopt is onduidelijk, maar de trend van de regering is in rechtse richting.
Maar of een linkse regering terugdeinst en capituleert vioor de rechtse druk, of dat ze probeert door te bijten en zich laat redden door het volk, één ding is hiermee toch wel aangetoond. Niet de stembus bepaalt de ontwikkeling, maar de activiteiten, organisatie en doelbewustheid in de maatschappij zelf. Links beleid kan niet netjes worden doorgevoerd, lanmgs parlementaire weg. het kan alleen worden doorggedrukt door stevige druk vanuit arbeiders en hun bondgenoten, langs revolutionaire weg kortom.
Voor dat laatste zijn nog twee samenhangende redenen. Als linkse politici ons van hogeraf, uit de regeringsgebouwen, een maatschappij van gelijkwaardigheid, solidariteit en vrijheid zouden "geven", dan zouden we die feitelijk alleen maar "in bruikleen" hebben. Ze zou ons evengoed weer kunnen worden afgepakt. Pas als we het samen zelf weten te bereiken, is het onze verworvenheid.
Een socialistische maatschappij werkt bovendien pas als mensen zich als vrije, gelijkwaardige en solidaire individuen gedragen. In de huidige maatschappij staat echter zo ongeveer een premie om asociaal, hebzuchtig en hardvochtig gedrag. Om dat te doorbreken moeten mensen zich als het ware trainen in ander, sociaal, solidair, gedrag.
Juist als mensen zèlf voor elkaar en zichzelf leren opkomen, dan ontdekken ze elkaars en hun eigen kracht en solidariteit. Dan ontdekken ze dat mensen bondgenoten kunnen zijn in plaats van concurrenten. In actie komen voor onze rechten is de beste opvoeding die we elkaar kunnen geven in de richting van het soort mensen dat een socialistische maatschappij kan besturen omdat het zelf zo n maatschappij heeft weten te bevechten. Revolutie is de beste scholing, de beste training om onszelf in die zin te veranderen.
Maar wat doe ik moeilijk, waarom het wiel nogmaals uitvinden? Karl Marx geeft de essentie van de gedachtengang weer, in "Voorwaarden voor de revolutie", een paragraaf in "De Duitse Ideologie", uit 1845-1846. Ik citeer niet zo vaak uit de klassieke Marxistische traditie, maar nu is er gewoon een extra goede reden voor. Daar komt-ie:
"Zowel voor het ontstaan van het communistisch bewustzijn op massale schaal, als voor het welslagen van de zaak zelf is een massale verandering van de mensen nodig, een verandering die alleen in een praktische beweging, in een revolutie plaats kan vinden; de revolutie is dus noodzakelijk, niet alleen omdat de heersende klasse op geen enkele andere manier omvergeworpen kan worden, maar ook omdat de klasse die haar omverwerpt er alleen in een revolutie in kan slagen zich van heel de oude troep te bevrijden en in staat kan zijn de maatschappij op een nieuwe grondslag te stellen."
Juist in verkiezingstijd moeten we niet vergeten om verder te kijken dan de stembus. Juist in verkiezingstijd mogen linkse mensen daarom het soort oude maar actuele waarheden dat ik aanhaalde, wel weer eens iets zelfbewuster naar voren beginnen te brengen.
zondag 22 oktober 2006
Verkiezingen en verandering (deel 3)
Hoe het politieke landschap er immers ook uitziet na 22 november, een aantal dingen staan vast. De bazen zijn dan nog steeds zeker de baas, de arbeiders nog steeds onzeker aan het werk (als ze tenminste niet zijn ontslagen). De economie is nog steeds in handen van de ondernemers, nog steeds als markteconomie georganiseerd ten bate van de ondernemerswinst. Nederlandse soldaten maken nog steeds Uruzgan onveiliger dan het al is, de AIVD luistert nog steeds mensen af, Marokkanen worden nog steeds gediscrimineerd bij sollicitaties en in het uitgaansleven, vrouwen hebben nog steeds minder kansen om horeop te komen, studenten moeten zich nog steeds suf werken en/of zich in de schulden steken, en ga zo maar door. Noch de verkiezingen zelf, noch de kabinetsformatie gaan daar wezenlijk iets aan veranderen.
Géén van de kanshebbers op zetels kondigt daar immers wezenlijke verandering in aan. Geen enkele partij zegt in haar verkiezingsprogramma aan: "wij gaan de grote bedrijven nationaliseren, het personeel - of door het personeel gekozen en gecontroleerde organen - gaan die bedrijven runnen, we vormen de markteconomie om in een democratische planeconomie, democratisch bestuurd door de massa van de beviolking, rechtstreeks of door gekozen gedelegeerden die de bevolking elk moment terug kan fluiten en desnoods vervangen. Zorg, onderwijs en openbaar vervoer worden weer voluit deel van de collectieve sector en gratis toegankelijk. Nederland stapt uit de NAVO en trekt al haar soldaten terug uit Afghanistan; de AIVD wordt ontbonden..." Geen enkele partij komt in haar verkiezingsprogramma zelfs maar in de buurt van zo'n socialistisch programma.
De SP, zei iemand? We hebben het over verkiezingsprogramma's, niet over "Heel Onze Lichtelijk Verwaterde, Inmiddels Bleekrode Uitgangspunten", beter bekend als "Heel de Mens", de 'kernvisie' van de partij waar ondanks vrij softe formuleringen best mooie dingen in staan. Maar beginselprogramma's zijn mooi voor op feestdagen. De PvdA had in 1977 in haar beginselprogramma opgenomen dat er arbeiderszelfbestuur en nationalisering moest komen. Pas een handvol jaren geleden is dat geschrapt. Voor haar verkiezingsprogramma had dit radicalisme geen consequenties, voor het PvdA-beleid onder Paars evenmin.
In het verkiezingsprogramma van de SP slechts zeer gedeeltelijke stapjes in die richting - maar tegelijk een aanvaarding van de gevestigde staat en maatschappij, die slechts in onderdelen aangepast hoeft te worden. Over programmatische verslapping van de SP en de onderliggende, systeembevestigende maatschappijvisie, schreef ik eerder op dit weblog. Ook in het opkomen voor natuur en milieu is de partij niet keihard.
Als het bovenstaande betoog houdt snijdt, dan volgt daar een conclusie uit. De verkiezingen gaan in de kern beschouwd nergens over, waar het de wezenlijke inrichting van de maatschappijj betreft. Wezenlijke maatschappijverandering staat simpelweg niet op het verkiezingsmenu. Bijstellingen ten goede of bijstellingen ten kwade, dat is alles.
Nee, het is niet verkeerd om je stem uit te brengen voor bijstellingen in sociale en vredelievende richting; een stem op de SP lijkt mij nog altijd het verstandigste. Maar de brede scepsis jegens verkiezingen waar nauwelijks werkelijk keuzes gemaakt kunnen worden lijkt me honderd keer meer realistisch dan het ademloos verheffen van het Haagse politieke steekspel, alsof het hier de Nederlandse versie van de Moeder van Alle Veldslagen betreft.
zaterdag 21 oktober 2006
Verkiezingen en verandering (deel 2)
Ter linkerzijde hoor je nu en dan dat deze antipolitieke stemming een voedingsbodem is voor uiterst rechts, voor Fortuyn in Nederland, voor het Vlaams Belang in België. Ik denk dat dit een zeer vertekend beeld van de realiteit is. Onder de geschetste stemming ligt een enorme teleurstelling in de gevestigde politiek, vooral in de sociaaldemocratie die leeft van verwachtingen om ze vervolgens steeds grover niet waar te maken. Maar de stemming gaat vaak dieper: het is een wantrouwen en afkeer van alles wat van hogerhand komt. Op zichzelf is het onlogisch dat dit de sterkemannenpolitiekvan Fortuyn en Dewinter in de kaart zou spelen. Die willen hun plannen immers doorzetten van bovenaf, met flink geld achter zich, autoritair tot op het bot. Dat botst met de broeiende onvrede.
Maar onzekere, gefrustreerde, teleurgestelde mensen kunnen wel degelijk achter zulke rechtse demagogen aan beginnen te lopen - als die mensen verder door niemand serieus genomen en door iedereen in de steek gelaten worden. Dan kan de teleurstelling omgebogen worden, zowel in haat jegens een establishment dat niet luistert, als tegen een willekeurige, deels "buitenstaanders" en "indringers" gebrandmerkte groep. Dan kan de apolitieke sfeer inderdaad boustenen leveren voor een ruk naar fascistisch rechts (even speciaal voor Fortuynistische meelezers: Fortuyn was de Hollandse Haider en stond in de traditie van Hitler en Mussolini. Advocaten van de Erven Fortuyn mogen zich wederom melden met hun aangiftes). Als extra gehaat deel van het establishment moet dan vooral de gevestigd-linkse politiek het ontgelden. Vaakis dat een makkelijk doelwit, omdat juist dat deel van de politiek, zoals we zagen, zoveel mensen zo bitter heeft teleurgesteld.
Inderdaad, dit is een mogelijk uitvloeisel van de brede "apolitieke" stemming. Soms wordt die mogelijkheid realiteit, zoals we zagen aan de doorbraak van de Fortuynisten in 2002, en aan de langdurige opmars van het Vlaams Belang in Vlaanderen. Maar onvermijdelijk is het bepaald niet. Als links - een ànder soort links dan de PvdA - haar werk doet, is deze stemming om te buigen in de aanval op àlle gevestigde machten die het latent, onderhuids, feitelijk al is.
Dat vergt dat links er een felle 'anti'-uitstraling op na durft te houden, niet te bang is om als "negatief", als "protestpartij" te worden neergezet. Dat maakte de SP-leus in de jaren negentig zo ijzersterk: 'Stem tegen, stem SP!' Dat speelde in op de groeiende afkeer van de neoliberale bezuinigingsgolf waar ook de PvdA zich medeplichtig aan maakte. En het drukte het onderliggende 'anti'-gevoel heel goed uit. Het loslaten van die leus was geen goed teken. Het ondermijnde de 'kont tegen de krib'-houding die juist zo broodnodig is. In het nieuwe verkiezingsprogramma zie je die trend naar het gematigde midden verder doorzetten, zoals ik eerder beschreef. Als Pastors en zo ooit enig succes weten te scoren onder voormalige SP-kiezers, dan mag hij daarvoor een dankbaar knikske plegen in de richting van de steeds gematigder SP.
Maar er is meer nodig: de 'anti'-stemming moet gecombineerd worden met linkse politieke inhoud. Links moet die stemming, de mensen die daar deel aan hebben, als het ware helpen zichzelf te bewapenen met argumenten.De solidariteit die wel degelijk her en der opduikt, ook onder mensen die niet vrij zijn vanb de 'apolitieke' mood. Dat zulke solidariteit leeft, laten buschauffeurs in Brabant zien die samen een werkgarantie wisten af te dwingen toen BBA, het busbedrijf waarvoor ze werkte overgenomen moest worden. Het RET-personeel in Rotterdam voerde een paar weken een soortgelijk gevecht. (1)
Dit soort solidariteit is het vertrekpunt. Daaruit volgen dan politieke conlcusies: solidareiteit werkt als we ons niet tegen elkaar op laten zetten, of we nu zwart zijn of wit, een hoofddoek dragen, een raar petje of helemaal geen hoofddeksel, of we nu naar de moskee gaan, de synagoge, de kerk of wat dan ook. Hierop hameren verspert de Pastors en de Wildersen de toegang naar die groepen wiens demoralisatie ze vatbaar maakt voor wanhoopsoplossingen als racisme en sterkemannenwaan. Links heeft werk te doen, juist onder mensen die alles wat politiek heet, ten diepste en niet ten onrechte zijn gaan wantrouwen, of zulke mensen naar de stembus gaan of niet.
Noot:(1). Over de BBA-stakingen onder andere: Ron Lodewijks, "Chauffeurs zetten druk op provincie", Brabants Dagblad, 19 oktober (gevonden via Labourstart); Over de gang van zaken bij de RET: "Vakbonden en directie RET sluiten nieuw akkoord", Tiscali, 16 oktober (idem), en "Staking RET tegen privatisering", op de website van de Internationale Socialisten.
Verkiezingen en verandering (deel 1)
Intussen lijkt een flink deel van de bevolking bepaald niet door verkiezingskoorts bevangen. "Of je nu door de hond of de kat gebeten wordt...", "het is toch allemaal hetzelfde zootje", daarmee is de houding van veel mensen redelijk getypeerd. Mensen moeten het allemaal nog maar zien, of hèbben het allemaal al gezien. Afzijdigheid en afkeer van het gevestigde politieke spektakel is wijd verbreid.
Wie hebben gelijk? Diegenen die de verkiezingen tot het middelpunt van het universum verheffen? Of degenen die de neiging om de politieke boel de boel te laten niet kunnen bedwingen en datgene wat "de politiek" genoemd wordt, met schamperheid of weerzin de rug hebben toegekeerd? Staat er iets wezenlijks op het spel op verkiezingsdag, en zo ja wat?
Om te beginnen is de veel voorkomende neerbuigende houding jegens äpolitieke"/ "antipolitieke" sentimenten - een neerbuigendheid die bij links helaas niet zeldzaam is - naar mijn mening misplaatst en contraproductief bovendien. "Antipolitieke" houdingen hebben een zeer rationele basis en wortelen bepaald niet zonder meer in desinteresse en vooroordeel.
Neem nu bijvoorbeeld een enkel recent voorval. De regering stuurt soldaten naar Afghanistan. Een regeringspartij, D66 (herinneren we ons die nog?) is tegen, maar blijft zitten. De grootste oppositiepartij, de PvdA is uiteindelijk na veel gedraai vóór. Is het gek dat het onderscheid tussen regeringspartij en oppositiepartij op zo'n manier in de beleving van veel mensen iedere betekenis verliest?
Mensen zijn bepaald niet gek. De cijfers zal niet iedereen paraat hebben, maar dat de PvdA begin 2003 bereid was tot net zoveel bezuinigen als de huidige regeringspartijen is wel ergens blijven hangen. De PvdA als partij die àlles doet, als ze maar mag regeren - dat beeld komt wel ergens vandaan.
Mensen hebben ook een geheugen. Niet iedereen is vergeten dat de PvdA samen met het CDA in 1991 de aanval op de WAO inzette, toen Wim Kok vicepremier en minister van financiën was . Mensen herinneren zich de twee paarse regeringen, toen sterke man Zalm van de VVD het land bestuurde twerijl hij het premierschap aan PvdA-er Kok liet. In feite hebben we vandaag de dag niet Balkenende 3, maar Zalm 5. En ook onder Paars regende het bezuinigingen, ook onder Paars kreeg de markt steeds meer de ruimte, met alle asociale gevolgen van dien. Mensen die dara ontevreden over zijn zien de PvdA in hun onvrede bepaald niet als hun meest betrouwbare bondgenoot.
Ook oorlogvoeren deed de PvdA net zo graag als de rechtse partijen. In 1991, tijdens de Golfoorlog, lagen er Nederlandse oorlogsschepen in de Golf - onder PvdA-verantwoordelijkheid. Onder premier Kok bombardeerden Nederlandse F16s lustig mee in de luchtoorlog tegen Joegoslavië. NAVO-complimenten voor de Nederlandse heldendaden waren niet van de lucht. Koloniale oorlogen, mede onder sociaaldemocratische vlag gevoerd, hebben een traditie die keer op keer wordt bevestigd, tot in Uruzgan toe.
Dat rechtse partijen onze rechten en belangen aantasten spreekt vanzelf; als partijen van links - wat de PvdA op een heel beperkte manier nog altijd is - daarin meegaan, dàn pas grijpt de afkeer van heel de gevestigde politiek pas echt om zich heen. Klachten over de 'apolitieke' houding van grote aantallen mensen moet men dan ook niet adresseren aan die mensen zelf, en zelfs niet aan rechts. Die klachten horen in het postvakje van de hoofdverantwoordelijken voor die "apathie" te komen: de PvdA, die mensen keer op keer op keer heeft teleurgesteld en in de steek gelaten.
woensdag 18 oktober 2006
Irak: misdadige oorlog, verloren oorlog
68 dode soldaten - mensen met wapens, getraind om ze te gebruiken - in een maand. Ja, ook achter dit cijfer gaan 68 individuele tragedies schuil, verloren levens van vooral jonge mensen, rouwende families en vrienden. Het laat tevens zien dat de VS haar bezettingsoorlog een steeds hogere pijs voor haar koloniale oorlog betaalt. Het wordt steeds duidelijker een voor de VS verloren oorlog.
Maar er zijn andere cijfers. Juan Cole gaf ze gisteren: "91 Soennieten zijn in willekeurig omgebracht door Sjiitische doodseskaders sinds afgelopen zaterdag.(...) De slachting is uitgelokt door de moord op 17 Sjiitische arbeiders in het nabije Dhuluyiah op vrijdag". Cole vermeld nog meer moorden; zijn stukje kreeg de kop mee: "130 gedood in een golf van sectarische aanvallen."
Honderddertig mensen - zònder wapens, zònder gevechtstraining - omgebracht door gewapende groepen, vanwege de geloofsgroep waartoe ze behoren, in een cyclus van wraak en weerwraak, een religieuze variant op de etnische zuivering zoals we die uit de oorlogen in Joegoslavië in de jaren negentig van de vorige eeuw kenden. Dit soort slachtpartijen kosten dus in minder dan een week bijna twee keer zoveel Iraakse mensenlevens als de aanvallen op Amerikaanse soldaten in ruim een halve maand. Zo verandert Irak in hoog tempo in een abattoir.
Verantwoordelijk, ook voor het sectarische geweld waarover Juan Cole bericht, is de Brits-Amerikaanse invasie en de voortdurende bezetting van Irak. De Amerikaanse bezettingsmacht houdt een Iraakse regering overeind die leunt op een politie- en legermacht die verregaand verweven is met Sjiitische milities/ doodseskaders. En Michael Schwartz wijst op "de huidige Amerikaanse strategie op Sjia soldaten te gebruiken tetgen Soenni opstandelingen, en om Koerden tegen zowel Sjia als Soenni rebellen(...) Deze politiek heeft op haar beurt aanzienlijk bijgedragen aan het nog steeds escalerende sectarische geweld binnen Irak."
Hoe hoog de prijs is die de Iraakse bevolking onvrijwillig betaalt voor de Amerikaanse "bevrijding" viel vorige week te lezen in het medische vaktijdschrift The Lancet. Vanwege de oorlog zijn van maart 2003 tot en met juni 2006 naar schatting 655.000 mensen méér overleden dan het geval zou nzijn geweest zonder invasie en bezetting. Daarvan zijn 601.000 doden het slachtoffer van geweld; 186.000 daarvan zijn door de bezettingstroepen gedood. Een samenvatting van de cijfers vind je op Empire Notes; daar vind je ook de link naar het PDF-bestand in The Lancet. Billmon betoogt op Whiskey Bar op de van hem bekende venijnige wijze dat de bezetting van Irak hiermee inmiddels aanzienlijk moorddadiger is dan de onderdrukking door dictator Saddam Hoessein die voor Bush nog altijd als smoes dient om de Irak-oorlog mee te rechtvaardigen.
DeAmerikaanse dodencijfers laten zien dat de VS haar oorlog niet kan winnen. De Iraakse dodentallen laten nog veel duidelijker zien hoe catastrofaal de hele oorlog inmiddels is - en dat de Verenigde Staten en haar bondgenoten niet alleen een verloren oorlog voeren, maar vooral een uiterst misdadige.
maandag 16 oktober 2006
Nobele prijswinnaars?
Schrijven over zulke zaken dient de waarheid en de gerechtigheid. Datzelfde kan bepaald niet gezegd worden van de wet die het Franse parlement heeft aangenomen en waarin ontkenning van de Armeense genocide strafbaar wordt gesteld. Dat is als het Turkse verbod om wèl te zeggen dat die genocide heeft plaatsgevonden, maar dan in spiegelbeeld. Ook de eis die in Nederland gesteld is aan kandidaat-parlementariërs van Turkse herkomst om de genocide te erkennen werkt alleen maar contraproductief en functioneert als kwalijke loyaliteitstest, zoals ik eerder betoogde. De Federatie van Democratische Verenigingen van Arbeiders uit Turkije in Nederland DIDF heeft over de kwestie trouwens een hele zinnige verklaring over uitgebracht.
Maar eigenlijk wou ik het daar niet weer over hebben, er is immers nog een andere Nobelprijs toegekend. De gelukkige winnaars: econoom Muhammed Yunus en zijn Grameenbank. De reden: door het verstrekken van zogeheten microkredieten aan mensen die volgens de meeste banken te arm zijn om voor een lening in aanmerking te kunnen komen, draagt Yunus en de Grameenbank bij aan het bestrijden van de armoede. En strijd tegen armoede dient de vrede.
Nu ben ik het met dat laatste volstrekt eens. Sociale gerechtigheid en vrede zijn onverbrekelijk met elkaar verbonden. Maar over de aanpak van Yunuis ben ik heel wat minder enthousiast. Die komt neer op het bevorderen van kleinschalig ondernemerdom onder de arme bevolking van het platteland en van krottenwijken. Sympathiek hoor, maar zo worden ook de alleramsten deel van juist die markteconomie die levens ontwricht en de sociale tegenstellingen verder aanscherpt. De rentes zijn weliswaar laag, maar moeten stipt worden afbetaald. Kredieten worden per groep verstrekt, en in die groep controleren de deelnemers elkaar op goed gedrag: als één deelnemer zich misdraagt loopt het krediet van de hele groep gevaar. Zowel de betaling van rente als die onderlinge socuiale controle betekent een enorme druk van bovenaf.
En, zoals het gaat met marktwerking, er zijn winnaars en verliezers. Succesvolle ondernemers zullen mensen in dienst beginnen te nemen, boven de rest van de gemeenschap uitstijgen en in de positie komen van kleinschalige uitbuiters. Concurrentie en winstbejag dringen steeds dieper in de poriën van de maatschappij door. Zelfs een juichverhaal uit de NRC over deze werkwijze in Brazilië schetst de tegenstelling: "Overal waar prinses Maxima de laatste twee weken kwam, hoorde ze positieve verhalen (...)" (Maxima is erg voor dit soort hulp aan minima) "Daar staan ervaringen tegenover van mensen die hun leningen niet konden aflossen, die er niet in geslaagd zijn om hun droom van zelfstandig ondernemerschap te verwezenlijken, die gebukt gaan onder de schulden die ze zijn aangegaan, die geen zakelijk talent bleken te bezitten - of die domweg pech hebben en achtervolgd worden door tegen slagen waarmee het leven van arme mensen vol zit". Tsja, geen zakelijk talent? Dan heb je sowieso al pech gehad.
Neoliberalisme op microniveau, daar komt de aanpak van Ynus op neer - met een flinke dosis hooghartige bemoeizucht van bovenaf waar menig ambtenaar van menig sociale (?) dienst nog een puntje aan kan zuigen. Dat met deze methode een aantal mensen uit de armoede zal weten te onstnappen ontken ik geen moment. Maar met bestrijding van de armoede als zodanig, en vooral van de scheve verhouding tussen arm en rijk, werkelijk bestreden wordt, heeft de aanpak bedroevend weinig te maken. De kern van de oorzaken van de sociale ontwrichting wara armoede uit voortkomt - de voortwoekerende markteconomie, de neoliberale kapitalistische orde - wordt door de aanpak van Yunus versterkt, niet bestreden. Daar komt geen vrede uit voort, maar opstandigheid, revolte, revolutie als het een beetje meezit. Gelukkig ben ik niet de enige met dit soort kritiek op de microkrediet-aanpak en de voorvechter ervan. Angry Arab zegt botweg: "Zijn bank traint arme mensen om elkaar te bespioneren. Weet je nu waarom hij die prijs won?" Dat bevalt me een stuk beter dan Oxfam Novib die de toekenning "onwijs goed" noemde. Slechts het eerste van die twee woorden kan ik onderschrijven.
Het is trouwens wel aardig om eens te kijken hoe de Nobel-keuze van dit jaar past in de lijst van vredesprijswinnaars. Dan blijkt dat hij in de brave middenmoot valt. Er zijn ontvangers van de Nobelprijs voor de Vrede geweest die hem meer verdiend hebben dan Yunis. Maar vergelijken bij sommigen steekt hij nog gunstig af.
Om met een paar onterechte winnaars te beginnen: premier Begin van Israel en president Sadat van Egypte. Die kregen de prijs in 1978, omdat ze vrede aan het sluiten waren. Maar wat hield die vrede in? Israel gaf de Sinai terug die ze eerder van Egypte gestolen hadden. Dat verdient geen prijs, dat zou de gewoonste zaak van de wereld moeten zijn. En wat deed Sadat in ruil? Hij erkende Israel en liet de Palestijnen feitelijk vallen. Omdat Israel nu geen zorgen meer hoefde te hebben over oorlog met Egypte, had het de handen vrij tegen Libanon, dan in 1978 al een invasie kreeg, en in 1982 een complete Israelische aanvalsoorlog met terreurbombardementen op Beiroet en massamoorden op Palestijnen in Sabra en Shatila door Israel's rechtse bondgenoten in Libanon. Begin was eennoorlogsmisdadiger en Sadat was medeplichtig.
Soortgelijke conclusies kunnen we over andere winnaars trekken: deIsraelische premierRabin, zijn minister Peres en Palestijns PLO-leider Arafat in 1994. Wat hadden zij voor de vrede gedaan? Arafat had Israël - en daarmee de diefstal van Palestijns land en de verdrijving van een groot deel van zijn volk - erkend. Rabin en Peres deden in ruil daarvoor alsof ze de vestiging van een minieme Palestijnse Autoriteit op een miniem deel van historisch Palestina accepteerden - terwijl de bouw van nederzettingen alleen maar doorging. Dit hele "vredesproces" beoogde een voortzetting van de onderwerpiong van het Palestijnse volk met iets subtielere middelen. Dat de Palestijnen ook diet niet zouden pikken bleek in de tweede Intifada die in 2000. Dat de nep-vrede tussen Arafat en de Israelische regering geen werkelijke vrede ging brengen was voorspelbaar, en ook voorspeld.
Maar de grootse creep op de lijst blijft toch wel Kissinger de man die onder president Nixon het internationale beleid van de VS vormgaf. Hij kreeg de prijs omdat hij na lange onderhandelingen berustte in het onvermijdelijke en een accoord sloot waarmee het eind van de Amerikaanse oorlog in Vietnam in zich kwam. Sinds wanneer is erkenning van je nederlaag een verdienste die beloond moet worden? De Vietnamese onderhandelaar Le Duc Tho die de prijs ook kreeg toegekend, had tenminste het fatsoen om hem te weigeren.
Maar Kissinger viel niet zozeer op doordat hij het onvermijdelijke onder ogen zag: hij was de jaren ervoor vooral opgevallen door verzet tegen die nederlaag. Onder zijn regie woedde de Vietnamoorlog vijf jaar, met immense bombardementen in 1972 als dieptepunt. Hij liet Cambodja bombarderen, met nog eens honderdduizenden doden als resultaat. Hij was mee verantwoordelijk voor de Chileense staatsgreep in 1973 die dictator Pinochet aan de macht bracht. En zo voorts, en zo verder. Momenteel adviseert hij trouwens Bush over Irak. Zijn aanbeveling: stuk volhouden, nederlaag is geen optie. Zo'n man verdient geen Nobelprijs maar een oorlogstribinaal.
Maar de lijst van Nobelwinnaars kent ook andere namen. Mandela bijvoorbeeld, aanvoerder van de anti-apartheidsstrijd in Zuid-Afrika, kreeg hem, net als bisschop Tutu en Albert Luthuli, eerdere leiders van het verzet tegen dat racistische stelsel. Aung San Suu Kyi, dapper strijder voor democratie in Myanmar (Birma) gun ik de prijs zeer beslist, net als Rigoberttu Menchu,voorvechtster van de Guatemalaanse inheemse boerenbevolking tegenover vrijwel genocidale staatsterreur van militaire junta's in de jaren tachtig.
Yunus hoort wat mij betreft niet in dit lijstje helden thuis, maar evenmin in de reeks eerder genoemde schurken. Eigenlijk past hij goed in de rest van de lijst, die bestaat uit filantropen, diplomaten, grondleggers van Volkenbond en Verenigde Naties, instellingen als Medicines Sans Frontieres en het Rode Kruis. Symptoombestrijders, hooguit: uit de keus van die instellingen blijkt dat het Nobelcomite nogal eens de neiging heeft om hulp aan slachtoffers van oorlog en geweld te verwarren met strijd tegen dat geweld zelf en haar oorzaken.
Uit de keus van VN- en Volkenbond-architecten blijkt haar vertrouwen, of althans hoop, dat vrede bevorderd kan worden binnen het gevestigde statensysteem. Zo kreeg een Frans politicus die rond de Eerste Wereldoorlog zo'n beetje de Volkenbond (voorloper van de VN) bedacht had, in 192o de prijs. De naam van de man kan model staan voor de hele aanpak van het Nobelcomite. Zijn naam was Bourgeois.
zondag 15 oktober 2006
De andere hufterigheid
Zaterdagavond 13 oktober wijdde NOVA er een reportage aan. Dat loog er niet om. Een medewerkster in een ziekenhuis die tegenover erg ongeduldige patiënten in de wachtkamer kwam te staan. Een man die werkte in het wegenonderhoud en bijna dagelijks scheldwoorden naar zijn hoofd krijgt van voorbijscheurende automobilisten. Een mevrouw van de Sociale Dienst die geïntimideerd werd door iemand die een voorschot aanvroeg en dat niet meteen kreeg. Beelden van iemand in een auto die twee politiemense agressief tegemoet trad.
Nu moet je voorzichtig zijn met conclusies trekken uit zo'n enkele reportage. maar ik ben voluit bereid te geloven dat de bovengenoemde incidenten zich zo hebben plaatsgevonden als door NOVA geschetst. En natuurlijk deugt dit soort lompe agressie niet (al waren de beelden van die politiemensen en die agressieve bestuurder wel erg vaag; geen interviews, geen details, van grote afstand genomen; was dit een echt inident of slechts in scene gezet om de reportage extra dramatische impact te geven?).
Maar wat moeten we met zo'n campagne? De minister roept mensen op om vooral aangifte te doen. Ook komen er strengere straffen, als ik de media-aandacht goed begrijp. Maar wat heel erg ontbreekt bij dit alles is, zoals zovaak, context en enig idee van ooorzaken. Agressie komt toch ergens vandaan, zou je zeggen. En als het waar is dat agressie van dit type toeneemt, dan moet daar een reden voor wezen.
We hebben het over bedreigde ambtenaren tegenover boze cliënten. Maar neem nu eens de Sociale Dienst. Als cliënt daarvan ben je overgeleverd aan een regime van botte regels, van een inmenging in je privézaken dat er soms niet om liegt. Dat dit agressie oproept vind ik niet vreemd. In het kader van "fraudebestrijding" mag de Sociale Dienst zo ongeveer alles laten doen waar zelfs terreurbestrijders in de VS tot voor kort nog rechterlijke toestemming voor nodig hadden.
Zo zijn er in Amsterdam de inmiddels beruchte huisbezoeken om te controleren of mensen wel recht op hun bijstandsuitkering hebben. De Gemeentelijke Ombudsman heeft daarover een rapport uitgebracht, gedateerd op 3 juli 2006 (gevonden via de website van MUG). Ik citeer uit haar oordeel:
"- de informatieverstrekking over het huisbezoek: niet behoorlijk;
- de werkwijze tijdens het huisbezoek: niet behoorlijk;
- de besluitvorming op basis van het huisbezoek: niet behoorlijk."
Met kan "niet behoorlijk" natuurlijk ook anders formuleren. Hufterig lijkt me wel een eigentijdse formulering ervoor. Hoe hufterig het er soms toegaat valt in een artikel op Ravagedigitaal uit mei 2005 te lezen. Iemand in Heerhugowaard bijvoorbeeld kreeg al meteen na een huisbezoek te horen : "zo mevrouw, u heeft vanaf heden geen uitkering meer". Twee huisbezoekers zouden zich "intimiderend, onbeschoft en bedreigend" hebben gedragen. Het modieuze h-woord ligt ook hier weer voor de hand. Op een weblog vanuit de Verniging Bijstandsbond Amsterdam, "Informatiepunt arbeid en sociale zekerheid" geheten, staat actuele berichtgeving over dit soort zaken, ook over de juridische strijd rond de huisbezoeken.
Een bijzonder stuitend voorbeeld van ambtelijke botheid vertelt ook sociaal advocaat Jelle Klaas in het septembernummer van De Socialist: een bejaarde mevrouw en meneer, de vrouw nog gehandicapt ook, die in de vroege ochtend met veel machtsvertoon worden gearresteerd en urenlang verhoord omdat ze verdacht werden van samenwonen en dus uitkeringsfraude. Jelle Klaas vertelt vrijwel in elk nummer van De Socialist van vergelijkbare verschrikkingen. Alleen al zijn artikelen maken dat blad de moeite waard (al ben ik natuurlijk, als lid van de organisatie die deze krant uitbrengt, niet echt onpartijdig...)
Dit zijn tamelijk grove voorbeelden, vaak is de officiële bureaucratische botheid veel subtieler. Sowieso is er het contact dat je als eenling met instanties hebt. Alleen al de setting van zo'n ambtelijke instelling, Sociale Dienst, bedrijfsarts, is al intimiderend. En zulke instanties hebben een bureaucratische macht over jou, daar valt individuele hufterigheid nogal bij in het niet, hoe onterecht het ook is om agressie die de bureaucratie oproept af te reageren op een individuele ambtenaar.
Maar de woede achter veel van zulke agressie, die vind ik uiterst herkenbaar. Vorig jaar had ik grote geldproblemen en was zelfs mijn gas en licht een tijd afgesloten. Psychische problemen speelden daar een rol bij. Te laat opgeschrikt door de narigheid probeerde ik eruit te komen. Naar schuldhulpverlening was ik al eens geweest, maar mijn schulden waren... te klein. Bovendien verdiende mijn zaak vanwege de psychische kant een ander soort aandacht. Ik moest maar naar maatschappelijk werk gaan.
Zo gezegd zo gedaan - na weer moed bij elkaar geveegd te hebben, dit soort drempels zijn erg hoog, en niet alleen voor mij. Maar ik werd welwillend aangehoord door een medewerkster. Op een gegeven moment vroeg ze echter waar ik woonde. Bleek ik nèt in de verkeerde straat te wonen, ik viel niet onder team Centrum maar onder Oost... geen sprake van dat ze een uitzondering maakten of zo, ik kon me melden bij Oost. Maar niet meer op dezelfde dag. Wederom moed verzamelen, twee dagen later naar team Oost, weer een aanvardbaar gesprek. maar ikn de nasleep daarvan bleek dat ook zij zich niet geschikt achtten.
Uiteindelijk ben ik via, geloof het of niet, de Sociale Dienst verder gekomen. Maar als mijn psychische problemen iets anders van aard zouden zijn geweest dan ze zijn, dan was een agressieve reactie van mijn kant allerminst onlogisch geweest. En dan had ik natuurlijk opgevoerd kunnen worden in NOVA-reportages over hufterigheid...
zaterdag 14 oktober 2006
Israël, Australië en het "witte ras"
De staat is gesticht op basis van verdrijving van de plaatselijke Palestijns-Arabische bevolking. De staat bevoorrecht op allerlei manieren haar Joodse boven haar Palestijnse burgers. De staat erkent het recht van mensen van joodse afkomst om wanneer zij maar willen naar Israel te verhuizen - ook al gaat het om mensen wiens voorouders in geen honderden jaren in het grondgebied van wat nu Israël is, zijn geweest. Maar Palestijnen, verdreven in 1948, in 1967, in 1982, zij mogen niet terugkeren. Ze dient vervangen te worden door een staat met democratische rechten voor alle bevolkingsgroepen. Wie de kern van het argument nog eens na wil lezen kan kijken in de desbetreffende paragrafen van een prachtig artikel van Chris Harman over de Libanon-oorlog van afgelopen zomer in het nieuwe nummer van International Socialism.
En wie Chris Harman of mij niet wil geloven, hecht misschien wel waarde aan de uitspraak van de Israelische ambassadeur in Australië, zoals weergegeven in het Israëlische dagblad Haaretz. Die ambassadeur, Naftali Tamir, laat duidelijk merken dat hij Israel ziet als erfgenaam van de wtte koloniale traditie. Hij reikt Australië als volgt de hand: "Wij zijn in Azië zonder de kenmerken van Azië. Wij hebben geen gele huidskleur en scheve ogen. Azië is in essentie het gele ras. Australië en Israël niet - wij zijn in essentie het witte ras (...)".
Het gaat er vervolgens om dat beide landen bruggen bouwen naar die arme gele stakkers, zo is de strekking als ik het goed begrijp. Ach ja, de westerse beschaving he? Zei Gandhi al niet eens dat die beschaving "een goed idee zou" zijn? Ik vond dit fraais via het antizionistische weblog Jews Sans Frontières, een onmisbaar medicijn ter bevordering van de geestelijke gezondheid in deze vergiftige tijden. Overigens is het Israelische ministerie van Buitenlandse Zaken wel een beetje geschrokken, aldus het bericht.
De honderden miljoenen Indiërs, Pakistanen, Iraniërs, Arabieren zullen er ongetwijfeld van opkijken dat zij door de ambassadeur tot het "gele ras"worden gerekend. Belangrijker: dat hele denken in rassen is allang door de biologie achterhaald en is door de nazi-tijd te kijk gezet als weerzinwekkend. Het wordt buiten racistische kringen niet serieus meer genomen. En inderdaad, tot die kringen hoort de Israelische ambassadeur en zijn staat. Met hun eigen racistische woorden zullen we ze an de schandpaal nagelen voor wat ze zijn.
zondag 8 oktober 2006
De SP: op weg naar het midden
Laten we eens wat nader kijken naar het congres, waarover Anja Meulenbelt overigens een levendig verslag geschreven heeft , de moeite waard ook al deel ik haar opgewektheid geenszins. Het congres mocht eerst luisteren naar een op zichzelf mooie toespraak van Huub Oosterhuis, die een staaltje links christelijke bevlogenheid weggaf van grote morele en retorische kracht. Jan Marijnissen ramde er in zijn toespraak nog eens in waarom we toch vooral SP en niet PvdA moesten stemmen: "Wie Marijnissen stemt, krijgt Bos er gratis bij. Hij mag van mij premier worden, als ik dan het beleid mee kan bepalen(...) Op 22 november kun je met éém stem de SP groot maken, de PvdA links houden, de VVD naar huis sturen en Balkenende VI onmogelijk maken. Dat is nog 'ns strategisch stemmen."
Marijnissen maakt hier tenminste niet de fout om de PvdA met rechts op één hoop te gooien: de PvdA is voor hem nog altijd een linkse partij. Maar het politieke gevecht bij Marijnissen nog slechts een gevecht om stemmen en regeringssamenstelling, een electoraal gevecht. De uitkomst wordt hooguit een verschuiving in beleid, maar het idee van een omvorming van de maatschappij, het breken van de huidige ondernemersmacht is spoorlozer dan ooit. Tegelijk wordt de kracht van de SP van de daken geschreeuwd op een toon die grenst aan triomfantelijk. Ik hoop voor Jan maar dat hij op 23 november, als de SP amper 14 en geen 24 zetels behaalt na een campagne waarin ze zich staande moet houden naast een PvdA die ongetwijlfeld ook uit een links verkiezingsvaatje zal tappen, nog net zo opgewekt is.
Want waarom zouden mensen als ze mogen kiezen uit drie linkse partijen die slechts aanpassingen van beleid voorstaan, niet doodgewoon de neus dichtknijpen en de grootste van de drie kiezen? Hoe meer de SP haar radicalisme intoomt en haar scherpe kanten wegschaaft, hoe meer de keus tussen SP en bijvoorbeeld de PvdA beperkt blijft tot een kwantitatief verschil, een kwestie van iets meer of iets minder maar niet van iets anders.
De uitkomst van de besluitvorming over het verkiezingsprogramma laat de matiging van de SP helder zien. Het ontwerp omvatte bij linkse mensen omstreden elementen, zoals het skippen van het belastingtarief van 72 procent voor de hoge inkomens en van de eis om uit de NAVO te gaan. Beide punten zijn helaas door het congres geslikt.
Harry van Bommel mocht uitleg geven: "Hij benadrukte dat het verkiezingsprogramma gene beginselprogramma is", aldus het verslag op de SP-site. "Van Bommel benadrukte dat met name het veranderde standpunt ten aanzien van de NAVO niet verkeerd begrepen moet worden; het betekent niet dat we opeens 'voor de NAVO' zouden zijn. De SP is nog steeds tegen de NAVO als internationale legermacht in dienst van Amerika's imperialistische politiek. Maar hoe zouden we daar binnen vier jaar iets aan kunnen doen? Door uittreding uit de NAVO te eisen? Of door binnen Nederland een discussie op gang te brengen over de toekomstige functie van de NAVO binnen een nieuwe internationale veiligheidsstructuur?"
Van Bommel ziet dus meer in het tweede, en hij heeft van het congres zijn zin gekregen. Natuurlijk heeft hij gelijk dat een verkiezingsprogramma geen beginselverklaring is. Maar een verkiezingsprogramma is ook niet hetzelfde als de uitkomst van cioalitiebesprekingen met de PvdA, en daar heeft de huidige opstelling van de SP over de NAVO veel van weg. En een verkiezingsprogramma moet ook niet strijdig zijn aan die beginselen. Het standpunt om de NAVO intern om te vormen is wel degelijk een breuk met de eis om eruit te stappen.
Ook in De Socialist kreeg Van Bommel ruimte om het nieuwe SP-standpunt over de NAVO uit te leggen. daar zegt hij: "We blijven vóór de opheffing van de NAVO zals dat in ons beginselprogramma Heel de Mens staat, maar ook daarvoor geldt dat het niet binnen vier jaar te realiseren is." Nogmaals, dat kan waar zijn of niet - maar het is geen enkele reden om de eis dan te vervangen door een wezenlijk andere. hervorming van de NAVO is geen voorbode van afschaffing maar een alternatief daar voor.
En ik geloof ook noet dat het argument "afschaffen lukt niet binnen vier jaar"de echte reden is. Jan Marijnissen zelf suggereert in een interview dat de NRC met hem hield iets anders: "Wat de NVO betreft: wij willen een veilige wereldorde. Dat bereik je niet door je volledig buiten ieder debat te plaatsen en te roepen dat Nederland de NAVO moet verlaten. Die geest van de jaren zeventig, daar moeten we van af."
Nee, dan ziet Marijnissen meer in het normen-en-waarden-verhaal van Balkenende. Als de NRC-interviewer vraagt:"U lijkt het steeds vaker eens te zijn met premier Balkenende als het gaat om immateriële thema's", dan antwoordt Marijnissen: "Ik heb altijd wel uitgedragen dat ik voor meer fatsoen en voor meer nationaal besef ben. Het is altijd één van mijn diepste drijfveren geweest. De laatste jaren wordt het opeens meer opgemerkt. Dat zegt ook iets over de tijdgeest." En de vraag of hij "een links gezicht aan de morele agenda van Balkenende gegeven" heeft, beantwoordt hij bevestigend. Nachtmerrie: straks gaat Marijnissen ook nog de VOC-mentaliteit van Balkenende van een "links gezicht" voorzien - door VN-'vredesoperaties", wellicht onder NAVO-vlag te ondersteunen wellicht?
Als de PvdA van Bos sociaal-liberaal genoemd moet worden, dan is de SP van Marijnissen in toenemende mate sociaal-conservatief. Gelukkig is de SP veel en veel meer dan de partij van Marijnissen, maar erg vrolijk stemt dit allemaal niet.
Opvallend is ook de elk-wat-wils benadering waar de SP voor kiest. Mensen krijgen te horen wat ze willen horen, wat goed in de markt ligt. Tegen een links gehoor - het SP-congres, de lezers van De Socialist - mag Van Bommel uitleggen dat de SP tegen de NAVO blijft. Tegen de veel minder linkse lezers van het NRC mag Marijnissen geruststellende woorden komen spreken dat er wel degelijk van het loslaten van links gedachtengoed sprake is, van een breuk met de "geest van de jaren zeventig".
Zeggen wat je gehoor behaagt om een zo breed mogelijke uitstraling te bereiken - zo is de PvdA groot, respectabel en gematigd geworden. Het opbouwen van een werkelijk links alternatief ziet er echter anders uit.
Erkenning Armeense genocide misbruikt als loyaliteitstest (3 en slot)
Het uitbannen van kandidaat-kamerleden van Turkse afkomst omdat zij zich weigeren zich aan zo’n visie te conformeren dient geen enkel redelijk doel. Tenzij natuurlijk van kandidaat-kamerleden van Nederlandse afkomst geëist wordt dat ze afstand nemen van de Nederlandse verantwoordelijkheid voor koloniale massamoorden en slavernij.
De eerste die dan het veld mag ruimen is Balkenende zelf. Want wat is de door hem aangeprezen “VOC-mentaliteit” nu anders dan het verkeerlijken van een koloniaal verleden waar massamoord een wezenlijk bestanddeel van was?
Laten we eens kijken naar de heldhaftige verrichtingen jan Pieterszoon Coen, van een van de grote mannen van die Verenigde Oostindische Compagnie VOC. Die VOC wilde de handel in nootmuskaat in handen krijgen op de Banda-eilanden. Strafexpedities maakten een einde aan het verzet van de bevolking.
Hier de kijk van een Nederlandse officier op de executie van 44 gevangenen door Japanse huurlingen in opdracht van het Nederlandse ‘gezag: “De mensen stierven zonder ook maar een geluid te laten horen, behalve één die Nederlands sprak en zei: ‘Heeren, heeft dan niemand van U medelijden?’ Alles wat gebeurde was zo afschuwelijk dat we erdoor verstomd waren. Alleen God weet wie gelijk heeft. Wij allen, als praktizerende Christenen, waren vervuld van afschuw over de manier waarop deze aak werd afgehandeld en we hadden geen plezier in dergelijke aangelegenheden”…
De resultaten van de VOC-terreur waren indrukwekkend. Woonden er volgens een schatting uit 1635 op die eilanden voor de komst van de Nederlandse roofcompagnie 15.000 mensen, in 1635 was dat aantal gewelddadig teruggebracht tot 1000.
Vinden we dat te lang geleden? Prima. Er zijn massamoorden van genocidale strekking veel dichter bij het recente verleden, onder Nederlandse verantwoordelijkheid. De oorlog tegen Atjeh, die nog voortduurde tot enkele jaren voor de Armeense genocide. Die ging gepaard met het platbranden en uitmoorden van dorp na dorp na dorp. Sommige schattingen spreken van 60.000 doden, een tiende van de bewoners.
Berucht werdt de expeditie van overste Van Daalen in 1904. In vier maanden tijd doodden zijn kolonnes 2902 mensen, oftweel ruim een kwart van de bevolking van de gebieden waar de expeditie huishield. Aantal doden aan Nederlandse kant: 26.
Bij de bestorming van de kampong Koeto Reh doodde Nederlands geweervuur in anderhalf uur 59 kinderen, 189 vrouwen en 313 mannen. Na afloop bleken de verzetsstrijders in het dorp over welgeteld 75 nogal verouderde geweren te beschikken. Het verslag waaraan ik dit ontleen bevat foto’s. Ga kijken op eigen risico, het zijn geen prettige beelden. Wie er meer over wil lezen kan ik het prachtige en ook nog eens erg geestig geschreven boek van Paul van 't Veer, 'De Atjeh-oorlog' aanraden.
Elders in Nederlands Indië vonden vergelijkbare Nederlandse wandaden plaats. In 1904 werd het eiland Flores 'getuchtigd' : honderden doden, platgebrande dorpen, you name it. De heroische rol die Van Daalen in Atjeh speelde, was op Flores weggelegd voor kapitein Christoffel. Op andere eilanden vergelijkbare taferelen. "Op het onherbergzame Ceram werd vanaf 1905 een vierjarige strijd gevoerd, elke kampong verzette zich heftig , en werd bij inname platgebrand”. Zo ging dat. Een oud-militair vertelt in een verslagje, aangehaald door Ewald Vervugt in de Groene Amsterdammer van 28 april 1998, dat soldaten aan Nederlandse kant een rijksdaalder uitbetaald kregen per afgeslagen hoofd.
Laten we Nederlandse politici eens aanspreken op het moorddadige karakter van de Nederlandse politiek in heden en verleden – in plaats van toestaan dat ze met teilen vol hypocrisie Turkse kandidaat-kamerleden de maat te nemen.
vrijdag 6 oktober 2006
Erkenning Armeense genocide misbruikt als loyaliteitstest (2)
Kamerkandidaten van Turkse afkomst zijn van de lijst van CDA en PvdA gehaald omdat ze weigerden de Armeense genocide als zodanis te erkennen. In mijn vorige stuk legde ik uit waarom ik de woede in de Turkse gemeenschap over deze loyaliteitstest snap en deel.
Nebayal Albarak van de PvdA zegt: “Wat men van ons vraagt, lijkt veel op een afgedwongen geloofsbelijdenis. Ik noem het een kramp van een land dat niet om weet te gaan met mensen zoals ik, met migrantenkinderen. Ik adviseer mijn achterban juist nu het debat op te zoeken en zich niet te verschuilen.” (Volkskrant 5 oktober, geciteerd door Anja Meulenbelt). Verstandige taal.
Nu wordt gezegd: ‘maar het ontkennen van de Armeense genocide is toch schandelijk?’ Er wordt al gauw een vergelijking gemaakt met de ontkenning van de Holocaust, in een aantal landen strafbaar gesteld. Om met dat laatste te beginnen: Holocaust-ontkenning is een weerzinwekkende ontkenning van een zeer solide bewezen historische verschrikking. Het is diep grievend voor de nabestaanden, het maakt het de nazi’s van vandaag makkelijker om hun volgende Holocaust voor te bereiden.
Mensen die de Holocaust ontkennen dienen op allerlei mogelijke manieren dwars gezeten te worden. Historici die zich eraan schuldig maken zouden door historische genootschappen, Academies van Wetenschappen, universiteiten, uitgekotst dienen t worden want de stelling is totaal onwetenschappelijk. Uitgevers zouden moeten weigeren manuscripten waar Holocaust-ontkennende betogen worden gehouden uit te geven, drukkers dienen de troep niet te drukken, mensen die in boekhandels werken dienen de verkoop van dit vuil te saboteren, bij lezingen van dit tuig misstaan boze spreekkoren, en in sommige gevallen ook tomaten en af en toe een taart, geenszins.
Maar de strafwet zou ik er graag buiten laten, een verbod vind ik riskant. Niet dat ik ook maar enig medeljden heb met iemand als David Irving, de als historicus verklede nazi die om die reden voortdurend aanvaringen met justitie heeft, en eerder dit jaar in Oostenrijk tot drie jaar cel is veroordeeld. Maar willen we echt dat de staat – bepaald geen neutrale scheidsrechter, maar keer op keer een verdediger van onrecht – bepaalt dat een bepaalde visie op de geschiedenis onwettig is? Dezelfde staat die afgelopen zaterdag nazi’s in Arnhem liet marcheren maar antifascisten oppakte en urenlang vasthield (doorscrollen naar onder voor reportages en beeldmateriaal), daarbij misbruik makend van de identificatieplicht?
Welnu, als we de staat niet het recht gunnen om de Holocaust-ontkenning aan te pakken – een ontkenning die de werkelijkheid grof geweld aandoet – dan geldt dit honderd keer meer voor de ontkenning van de Armeense genocide. Natuurlijk geldt het omgekeerde ook: het verbod in Turkije om de massamoorden tegen Armenen aan te kaarten en als ‘genocide’ te bestempelen, is totaal verwerpelijk.
Er is echter een wezenlijk verschil tussen de Holocaust – onomstreden feit, behalve bij nazi’s – en de Armeense slachtingen - voorwerp van een interpretatiestrijd. In tegenstelling tot de massamoord op 6 miljoen joden, een glashelder geval van genocide, ligt de zaak rond de Armeniërs niet zo heel erg duidelijk. Vast staat dat er honderdduizenden – schattingen lopen uiteen van 200.000 tot twee miljoen – Armeniers de dood in zijn gejaagd door Turkse soldaten en gezagsdragers. Een samenvatting in de NRC van 27 september houdt het op 800.000 vermoorde Armeniers in 1915.
Minder duidelijk is wat precies de strekking, de betekenis van de grootschalige massamoorden was. Was het een stelselmatige poging om de Armeense bevolking van de aardbodem te doen verdwijnen, en dus genocide? Was het etnische zuivering, een poging om de Armeense bevolking te verdrijven uit de gebieden die de zich vormende Turkse nationale staat opeiste – een zuivering, zeer hardhandig uitgevoerd, zoals we dat in de jaren negentig in Bosnië, Kroatië en Kosovo gezien hebben? Was het een zeer grove wijze van guerrillabestrijding? Het was immers midden in de Eerste Wereldoorlog, en volgens Turkije werkten Armenen met Rusland samen.
Natuurlijk rechtvaardigt dat op geen enkele manier de grove deportaties en massamoorden. Maar niet elke massamoord is genocide, de context maakt uit. Dat Turkse troepen en autoriteiten verantwoordelijk zijn voor verschrikkingen, te erg om in detail te gaan beschrijven, is nauwelijks nog omstreden. Maar de echtheid van documenten op basis waarvan Armeense historici stellen dat er een vooropgezet plan tot genocide was, is aan forse twijfel onderhevig. Een mooi achtergrondstuk van Jelle Brandt Corstius in het dagblad Trouw op 27 september laat iets van de complexiteit zien. Trouw heeft een dossier met artikelen over de kwestie op haar website, evenals trouwens de NRC.
De hele kwestie vraagt om open serieus onderzoek, waarbij van zowel Turkse als Armeense autoriteiten opening van archieven dient te worden gevraagd. Persoonlijk neig ik ertoe om te denken dat er sprake is van meer dan represailles en grove etnische zuivering, ik sluit een genocidale dynamiek bepaald niet uit. Maar ik zie niet in waarom mensen die dat anders zien bij voorbaat in het verdachtenbankje moeten worden gezet.
(wordt vervolgd)
Erkenning Armeense genocide misbruikt als loyaliteitstest
Momenteel is er nogal wat deining rond mensen die voor CDA en PvdA op de lijst gezet waren. Het gaat om kandidaten van Turkse afkomst, en de commotie ontstond toen zij weigerden het standpunt van die partijen over de Armeense kwestie te onderschrijven. PvdA en CDA verwijderde om deze mensen van hun lijst. Het draaide er om dat de kandidaten weigerden te erkennen dat Turkije tijdens de Eerste Wereldoorlog zich schuldig maakte aan genocide jegens het Armeense volk.
Ik was nogal verbaasd, en – net als veel Turken die overwegen de verkiezingen te boycotten - meer dan een klein beetje boos over deze gang van zaken. Verbaasd: ik wist niet dat CDA en PvdA een officieel standpunt hadden over de Armeense genocide. Ik ben ook benieuwd of alle kandidaten op de lijst van die partijen van dat standpunt op de hoogte zijn. Wordt ook degenen die niet van Turkse afkomst zijn gevraagd of ze de het bestaan van de Armeense genocide erkennen? Zo ja, wat is dan de zin daarvan? Heeft Nederland een plan om de nabestaanden te helpen, recht te doen aan de overlevenden, of iets dergelijks? Ik hoor daar, als kiezer die niets moet hebben van genocide waar ook ter wereld, graag meer van.
Zo niet, waarom dan dit standpunt, en vooral: waarom de druk op kamerleden van Turkse herkomst om een niet-operationeel standpunt te onderschrijven? Het is bekend dat ontkenning van die genocide een stevig bestanddeel is van Turks nationalistische ideeën die zeer breed in het politieke spectrum leven, zeker niet alleen bij rechts en uiterst rechts.
Kamerkandidaten onder druk zetten om zich van dat bestanddeel te distantiëren wekt om mij sterk de indruk van een loyaliteitstest: ben je bereid de zaak te bezien door ‘de’ Nederlandse bril? Ook als je daarmee breekt met ‘de’ Turkse versie van de geschiedenis? Aan wie ben je loyaal, aan je oude vaderland of aan het nieuwe waarvoor je parlementslid wil worden? Dat is de strekking van de eis om het bestaan van de Armeense genocide te erkennen.
Het gaat hier niet om recht of waarheid, het gaat er domweg om mensen van Turkse te laten voelen dat ze mee mogen doen in ‘onze’ maatschappij, maar enkel op ‘onze’ voorwaarden. Dat zweemt naar racisme. Vandaar dat ik niet alleen verbaasd was over de gang van zaken, maar ook boos. De woede onder veel Turken over dit misbruik van de Armeense genocide als loyaliteitstest is terecht.
(wordt vervolgd)
woensdag 4 oktober 2006
Londen, zeventig jaar geleden: hoe 300.000 mensen een nazi-mars versloegen
Vier oktober 1936, zeventig jaar geleden, hielden in Londen vele tienduizenden antifascisten, van allerlei achtergronden, een dreigende optocht van de nazi’s tegen. De politie probeerde de nazi’s doorgang te verschaffen en ruimte te maken. Antifascisten wiepen barricaden op,vochten terug, en deden de nazi-mars mislukken. Deze overwinning is de geschiedenis ingegaan als de ‘Battle of Cable Street’, vanwege de straat in het East End van Londen waar de barricades werden opgeworpen.
De fascisten stonden onder leiding van Walter Mosley en waren gebundeld in de Britisch Union of Fascists. Dat was geen splintertje, maar een organisatie met duizenden leden, op een bepaald moment zels 40.000. Ze had een tijdlang de steun van het dagblad de Daily Mail. Er ging een serieuze dreiging van uit, gericht tegen links en tegen de joodse immigrantenbevolking die vooral in Oost-Londen woonde. Mosley wilde zijn intimiderende optocht dwars door de wijken laten lopen waar veel joden woonden. Al eerder was Mosley’sBUF actief geweest in die buurten, met een grote bijeenkomst in Victoria Park, juni 1936. Joodse winkels hadden vernieling en brandstichting door fascisten te verduren, bewoners werden soms fysiek aangevallen.
De aankondiging van de grote nazi-optocht die Mosley op 4 oktober wilde houden, leidde tot angst maar vooral tot woede. De Jewish People´s Council hield een pëtitie om de nazi/mars verboden te krijgen, en haalde in 48 uur 100.000 handtekeningen op. Er kwam geen verbod. De Jewish Board of Deputies, had joden geadviseerd niet te gaan: wie ging speelde volgend dat advies de jodenhaters in de kaart. Gelukkig trokken heel veel joden zich van dat advies niets aan. De Communistische Partij sleepde een grote rol in de strijd tegen Mosley´s fascisten.
De Daily Worker, de krant van de Communistische Partij, citeerde een arbeider uit de bedreigde buurt: "we moeten ze zo´n welkom bereiden dat ze hier nooit meer zullen marcheren." Maar ook die partij was aanvankelijk terugohoudend om een directe confrontatie met de nazi´s te ondersteunen.. Eerst steunde ze vooral de genoemde petitie en wilde ze een demonstratie houden, maar niet gelijktijdig op de plek van de nazimars. Pas op het laatste moment, na furieus debat in de CP, steunde ze degenen die daadwerkelijk de nazimars wilden tegenhouden.
De dag zelf was glorieus. De nazi´s brachten 3000 mensen op de been voor hun optocht. Al op het verzamelpunt werden ze aangevallen, slechts een forse politiemacht stelde hen in staat om met hun tocht te beginnen. Intussen warenb rond Cable Street joden, antifascisten vanuit de Labour Partij, vakbondsmensen, allerlei anderen, in totaal 300.000 mensen, samengestroomd om Mosley en zijn bendes tegen te houden.
De mensen voerden de leus uit de Spaanse Burgeroorlog: “No Pasaran”- ze komen er niet door. Demonstranten schreeuwden: “One, two, three four five – We want Mosley, dead or alive!” De bereden politie viel de betogers aan die wierpen barricades op. Maar het grootse verzet dwong te politie ertoe om Mosley duidelijk te maken dat hij er inderdaad niet door zou komen.
Bill Fishman, destijds deelnemer aan de strijd, vertelt: “Ik was tot tranen geroerd toen ik bebaarde joden zij aan zij zacht staan met Ierse katholieke havenwerkers, opgestaan op Mosley tegen te houden. Ik zal mijn leven lang nooit vergeten hoe arbeiders samen konden komen omm zich te verenigen tegen het kwaad van het fascisme.” Maz Levinas, in die jaren gemeenteraadslid voor de Communistische Partij”, kijkt terug en zegt: “Het was een overwinning voor gewone mensen tegen racisme en antisemitisme en het zou in de gees5ten van mensen gegrift moeten worden. De Battle of Cable Street moet een geschiedenisles voor ons allemaal zijn.”
Gebaseerd op:
Audrey Gillan, "Day the
Richard Price en Martin Sullivan, "The
Lenin´s Tomb heft filmbeelden (You Tube) van de Battle of Cable Street doorgelinkt op zijn weblog. Het zien van die link hielp me herinneren dat vandaag de verjaardag van de actie was...
dinsdag 3 oktober 2006
Endless Love...
zondag 1 oktober 2006
Horror Alert ... Balkenende Vier in aantocht?
Peilingen laten zien dat de PvdA, na een hoogtepunt in 2004, aanhang kwijtraakt. Ze laten tevens zien dat CDA en VVD, de basis van Balkenende nu D66 de benen heeft genomen om haar eigen ondergang nog wat uit te stellen, in de lift zitten. Volgens NIPO/RTL staat het CDA op 36 (vorige week zelfs 37), na een dieptepunt op 1 juni van 25 zetels. De VVD staat op 28 (vorige week zelfs 29); dat is wel een daling sinds 1 juni (33 zetels). Maar samen zijn het toch 64 zetels. PvdA (37), SP (24) en GroenLinks (6) zouden er samen dus 67 krijgen. Noch een linkse, noch een rechtse coalitie zou dus meerderheidssteun krijgen momenteel. Maar op 1 juni stonden de drie linkse partijen nog op 70, de rechtse partijen op 58, een veel steviger linkse voorsprong (zie de berichtgeving op de site van het NIPO).
Kijken we ook eens op de politieke barometer van NOVA. Die geeft het CDA in de laatste tussenstand 43 zetels, de VVD 27. Samen dus 70. De PvdA krijgt er ook 43, de SP 17 en GrenLinks 8. Dat is 68, twee minder dan de regeringspartijen. Op 2 juni - ter vergelijking met de NIPO-poll van 1 juni - had het CDA er 33, de VVD 32, samen 65. Pvda (49), SP (16) en GroenLinks (8) kwamen toen samen op 73, griezelig dicht bij die fameuze linkse meerderheid die steeds verder achter de horizon verdwijnt. Op 31 maart bijvoorbeeld was de linkse score: PvdA 57, SP 14, GroenLinks 10: samen 81, een ruime meerderheid. Daartegenover brachten de regeringspartijen 60 zetels in het veld - en daar zat het inmiddels afgehaakte D66 zelfs nog bij.
Ik durf de voorspelling aan dat rechts de verkiezingen gaat winnen. De trend van herstel van de regeringspartijen is nog maar goed en wel begonnen, net als de campagne zelf. Wouter Bos oogt tegenover een zelfverzekerde Balkenende tamelijk defensief. Het beeld dat hij aan de AOW gaat komen is blijven hangen, CDA en VVD poseren als "verdedigers van de bejaarden". Dat zal eerder nog toenemen, en laat zijn sporen na. Intussen staat de SP stevig, en plukt de linkerflank van de PvdA leeg. Maar voor de totale numerieke balans tussen links en rechts is dat een kwestie van communicerende vaten, niet van een opmars van heel links. En zoals we zullen zien, zou die kracht van de SP wel eens vrij snel flink kunnen verminderen.
De situatie is voor links nog veel ernstiger dan heb bovenbesproken cijfermateriaal suggereert. Daarin zijn alle linkse partijen samen genomen en afgezet tegen de regeringspartijen. Maar voor de totale links-rechts-balans moeten we niet alleen naar CDA en VVD kijken maar ook naar alle prtijen buiten SP, GroenLinks en PvdA. Doen we dat, dan is helemmaal duidelijk hoe sterk rechts electoraal staat, en hoe groot de kansen voor een voortzetting van een CDA-VVD-coalitie, eventueel met wat randversiering, is.
Als CDA het al met PvdA wil proberen, dan doet ze dat in de wetenschap dat er andere mogelijkheden zijn - en dus vanuit een positie van kracht. Met die linkse mererderheid inmiddels aan verdamping ten prooi gevallen, heeft de PvdA zulke mogelijkheden niet. Dat betekent ook nog eens dat het CDA de PvdA met een eventuele formatie naar haar pijpen kan laten dansen. We krijgen dus Balkenende Vier, of een kabinet dat daar inhoudelijk sterk op lijkt.
Krijgen we dan tenminste een zeer sterke linkse oppositie tegenover een volgend sloopkabinet? Dat zou je denken, als je de SP-scores ziet. Maar het is hachelijk om je daar rijk aan te rekenen. Een maand voor de veriezingen van januari 2003 stond de SP rond de 20 zetels. Het werden er negen. Ik denk dat, als Wouter Bos echt campagne gaat voeren, de strijd steeds meer zal polariseren tussen de twee kandidaat-premiers: Bos en Balkenende. Dat zal ook op mogelijke SP-kiezers druk zetten: we willen toch Balkeneinde niet van Bos laten winnen? Dat zal veel van hen naar de PvdA zuigen. Als Bos dan ook nog zijn campagne een linkse toonzetting geeft naarmate de verkiezingen naderen, om potentiele SPkiezers aan te spreken dan zouden die 24 fictieve zetels wel eens vrij snel kunnen verdwijnen.
Om de zaak maar eens op scherp te zetten, doe ik de volgende prognose voor het uiteindelijke resultaat: CDA 48 zetels, VVD 29 zetels - samen dus 77 zetels. PvdA 46 zetels, SP 15 zetels, GroenLinks 7 - samen dus 68 zetels. Over de rest van de partijen wil ik het nu niet eens hebben.
Dit is mijn verwachting op basis van hoe ik de politieke actualiteit nu zie. Maar het is geen onvermijdelijkheid, en sowieso hoop ik dat ik er goed naast zit. De linkse terugtocht die uit bovengenoemde cijfers blijkt en waarvan ik vrees dat die op 22 november tot een nederlaag gaat lijden, is geen noodlot. Er zijn nog bijna twee maanden te gaan om zo´n nederlaag af te wenden en mijn sombere voorspelling in hoopvolle rook te doen opgaan. Daarvoor moeten we kijken waar de terugtocht van links en de recente opmars van rechts door worden veroorzaakt. Maar dat is stof voor een volgend artikel.