Wouter Bos doet niets aan het inperken van de topinkomens, dat is wel duidelijk. Hij weet niet hoe, en zit voornamelijk bezwaren tegen bijvoorbeeld de 'graaitax'. "Woutertje wauwelt maar doet niks" , kopt het mooie weblog Linkse Gedachten dan ook. Is het wel zo onmogelijk om de zaak aan te pakken?
Ik denk het niet. En ik ben bepaald niet de enige. De PvdA-fractie in de Tweede Kamer wil meer dan hun partijleider toezegt. " 'De brief van Bos over de hoge beloningen van ondernemers had wat ons betreft meer ambitie mogen uitstralen', stelt PvdA Tweede Kamerlid Paul Tang." De fractie wil de hoge beloningen in gesprekken tussen ondernemers, vakbeweging en kabinet besproken zien. "Het is volgens Tang tijd dat de werkgevers de buitensporig hoge salarissen gaan aanpakken. 'De werkgevers moeten met de billen bloot.' Tang vindt bovendien dat het kabinet maatregelen achter de hand moet houden om de werkgevers onder druk te zetten. " De deur naar de graaitax, door Bos stevig dichtgeduwd, komt door Tang weer op een kier te staan. Hoe voorzichtig ook, dat geeft aanknopingspunten.
Zoal;s te verwachten viel, gaat de SP een stuk verder. SP-kamerlid Ewout Irrgang pleitte in juni 2006 voor ingrijpen (gevonden via het weblog van Jan Marijnissen)Hij vindt dat de Ondernemingsraad het recht moet krijgen om al dan niet met de topbeloningen in een bedrijf in te stemmen. "Het is volstrekt duidelijk dat de graaicultuur blijft bestaan als we geen verdere maatregelen nemen. Door de Ondernemingsraad instemmingsrecht te geven, kunnen de werknemers zelf ingrijpen als de beloningen te gortig worden." Ook wil de SP dat de winstbelasting voor bedrijven waar de beloningen buitensporig hoog zijn, verhoogd wordt. In feite een indirecte graaitax.
Het zouden stappen in de goede richting zijn, maar nog veel te voorzichtig. De Volkskrant kwam onlangs in een lezenswaardig stuk met een heel rijtje ideeën op dit vlak, met ideeën rond de voors en de tegens. Laten we eens wat steviger doordenken rond dit onderwerp.
De graaitax is volgens Bos geen goed idee, ik ging daar in "Bos blijft draaien rond het grote graaien" al op in. Hoe hoger je die belasting - verhoging van het tarief voor hele hoge inkomens - maakt, hoe hoger de beloningen die de topbazen zichzelf zullen toekennen om de belastingdruk voor te blijven. Daar komt één van zijn bezwaren op neer.
Maar deze vlieger gaat maar zeer gedeeltelijk op. Die enorm hoge beloningen moeten ergens vandaan komen - uit de gemaakte winst. maar topmanagers zijn niet de enigen die de winst willen opslokken. De aandeelhouders willen hun dividend zien. Als het aandeel in topsalarissen te groot wordt, dan komen de aandeelhouders in het geweer om hun deel van de buit te verdedigen.
Belangrijker: de winst is in een kapitalistisch bedrijf niet alleen om opgegeten te worden door bezitters en managers. Er moet ook nog geïnvesteerd worden, in nieuwe machines, bedrijfsonderdelen, noem maar op. Een eindeloos opgevoerde beloning begint vroeg of laat de investeringsfondsen - het deel van de winst dat niet mag worden opgesoupeerd - aan te tasten. Vroeg of laat botst de 'graaicultuur' met de concurrentiepositie van het bedrijf waar juist de graaiers aan de top zelf zo graag naar verwijzen.
Maar als Bos, of anderen, echt bang zijn voor een wedloop tussen hoger belastingvoet en hogere beloning, dan is er een heel eenvoudige oplossing. Waarom geen maximum-inkomen invoeren? Dat kan betrekkelijk eenvoudig. Je voert gewoon een belastingvoet van 100 procent in boven een bepaald inkomen. Ik ben in een milde bui vandaag, dus laten we zeggen dat de grens op 500.000 euro gesteld wordt. Alle inkomsten daarboven - loon, salaris, bonus, dividend, verkoop van aandelen, alles - wordt wegbelast. Daarmee is niet alleen een plafond gesteld aan de topinkomens. Tevens is aan de race tussen salarisverhoging en belastingverhoging een eind gekomen, want elke salarisverhoging gaat naar de belasting.
Natuurlijk zullen ondernemers proberen de regels te ontduiken, een deel van hun inkomens verzwijgen, zwart bijverdienen. Daarvoor hebben we natuurlijk alle begrip. Het zal ook niet meevallen als je van een karige halve miljoen euro moet rondkomen, je woonlasten ervan moet betalen, je energierekening, je premie voor de ziektenkosten, je abonnement op het Financieel Dagblad en niet te vergeten de representatieve dwangbuizen waarmee je je als topfunctionaris wel moet kleden. Dat kost allemaal eurootjes, en pogingen om door het 500.000 euro-plafond heen te breken zijn te verwachten.
Ik stel dan ook rigoreuze controles voor, minimaal maandelijks. Met dat systeem is ruime ervaring opgedaan, zoals iedere bijstandsgerechtigde je kan vertellen. De gang van zaken bij de Sociale Dienst kan als voorbeeld dienen. Topmanagers mogen dan, net als mensen in de bijstand nu, maandelijks een inkomstenformulier inleveren. Daar melden ze netjes wat ze verdienen. eens in de zoveel tijd komen ze ook op gesprek, in diezelfde soort van naargeestige hokjes waarin de Sociale Dienst haar cliënten ontvangt, met ongemakkelijke houten stoelen die de vloer vastgeschroefd zitten en zo. Het lijkt mij pedagogisch een erg nuttige ervaring voor de hoge heren en de spradische hoge dame die in de top van het bedrijfsleven is doorgedrongen.
Bij het niet tijdig inleveren van het papier blokkeert de belastingdienst de inkomens van de manager, bijvoorbeeld door elke boeking naar de rekening van zo'n manager te verbieden. Als het formulier alsnog wordt ingeleverd, kan de betaling weer worden hervat. Bij het foutief invullen van het inkomstenformulier volgt een maatregel (geen boete, een Sociale Dienst mag ook geen boetes opleggen...): 15 procent korting op het maandinkomen, net zoals iemand in de Bijstand die formulier verkeerd of veel te laat invult). Bij herhaling van het vergrijp: drie maanden lang 15 procent korting. Zoiets. Die inkomenskorting kan doorgevoerd worden door bovenop het 100 procent wegbelasten van alles boven de 500.000 euro een extra heffing van 15 procent van het maandinkomen door te voeren.
Iedere aftrekpost die het inkomen alsnog via een omweg boven de 500.000 brengt, wordt uiteraard afgeschaft. Ex-minister Gerrit Zalm mag desnoods helpen uitzoeken hoe dit hele beleid precies op een hanteerbare manier op poten gezet kan worden. Dan doet hij nog eens wat nuttigs met zijn aanzienlijke talenten, ter compensatie voor alle schade die hij met zijn bezuinigingsbeleid heeft helpen aanrichten.
Natuurlijk zal dit maximuminkomen er niet zomaar komen, het vergt een andere macht, een ander sóórt macht ook. Een macht die bereid is rigoreus inbreuk te doen op de macht en voorrechten van kapitaalbezitters en topbestuurders. Juist de tegenpool van de ondernemersklasse komt in aanmerking om zo'n tegenmacht op te bouwen: de arbeiders, in vakbonden georganiseerd.
Als stap in die richting kunnen we aanknopen bij het idee van Irrwout dat ik al aanstipte: instemmingsrecht van de Ondernemingsraad. Maar ik zou het scherper stellen. Het gaat om vetorecht van arbeiders op de beloningen van het topmanagement dat rijk wordt op basis van het werk van die arbeiders. Ik zou dat ook niet via de huidige ondernemingsraden willen spelen. Die zijn vaak veel te meegaand, teveel op harmonie en overleg ingesteld, bijna vergroeid met het management.
Beter lijkt het me om een personeelsraad te kiezen, vanuit het complete personeel van een bedrijf, minus de Raad van Commissarissen de Raad van Bestuur en de rest van het topmanagement. Dan mag de top van het management met een beloningsvoorstel komen. De personeelsraad kijkt daar grondig naar en adviseert een ja of een nee aan het personeel. Dat advies wordt vervolgens aan het voltallige personeel ter stemming voorgelegd. De uitslag van die stemming is vervolgens bindend. Een andere mogelijkheid is dat de personeelsraad zelf de knoop doorhakt. Om een werkelijke democratie hierin te bereiken moet zo'n raad wel, bijvoorbeeld per afdeling, per bedrijfsonderdeel, zijn gekozen, waarbij de leden die door zo n onderdeel zijn gekozen aan dat onderdeel verantwoording afleggen en desnoods ook weer vervangen kunnen worden.
Daarmee zijn de arbeiders dus degenen die de beloning van hun topbazen vaststellen. Dat lijkt me ook niet meer dan redelijk. Al die auto's bijvoorbeeld die winstgevend worden verkocht, moeten eerst worden gemaakt. Dat gebeurt niet door de topbestuurders maar door het gewone personeel. Mogen zij dan ook beslissen hoe het geld dat met hun arbeid is verdiend, wordt uitgegeven?
Natuurlijk opent dit deuren die ondernemers liever gesloten houden. Vandaag bemoeit zo'n personeelsraad zich met de beloning van de top. Morgen gaan ze zich met de benoeming van die top bemoeien, en overmorgen mengen ze zich in de besluitvorming over investeringen. De dag daarop gaan personeelsraden van verschillende bedrijven ervaringen uitwisselen en hun optreden onderling afstemmen. Je houdt geen ondernemersmacht meer over, als zo'n trend zich doorzet. Ik snap de zorgen van kapitalisten op dit vlak. Maar hun zorgen zijn de mijne niet. En dat is dan nog erg zacht uitgedrukt.
zaterdag 14 april 2007
vrijdag 13 april 2007
Harde aanpak, zachte aanpak: koloniale aanpak
Harde aanpak of zachte aanpak? Wat is de beste manier voor de NAVO-troepen om Afghanistan uit de handen van de Taliban te houden, en van andere groeperingen die de regering en de Westerse troepen bestrijden?
De harde aanpak zien we daar waar bijvoorbeeld Canadese soldaten vechten. In de Afghaanse stad Kandahar bijvoorbeeld, waar Minka Nijhuis over schrijft in Trouw. Ze vertelt: "De drie artsen die in het Mirwais ziekenhuis aan de thee zitten, zijn boos dat de gevechten alleen maar toenemen in het zuiden. 'Wat kost een bom? Vijfduizend dollar? Van dat geld kunnen Afghanen een flinke tijd leven. Zeg maar tegen je regering dat ze hun wapens kunnen houden,' zegt de arts Mahmad Qasim."
De arts zegt ook nog: "Laat de Taliban maar terugkomen, dan hebben we tenminste geen probleem met de veiligheid." Dat is bepaald niet onlogisch. "Door grootschalige corruptie, wanbeleid en het uitblijven van de beloofde vrede en wederopbouw is het vertrouwen in de autoriteiten en de buitenlandse troepen die met het samenwerken, behoorlijk gedaald. Ook de grote offensieven die de afgelopen maanden waarschijnlijk honderden burgerslachtoffers eisten, hebben kwaad bloed gezet bij de bevolking."
Nijhuis vermeldt ook hoe er ook jonge Afghanen zijn die hopen dat de Taliban wegblijven: mensen die in het Westen hebben gestudeerd en nu bijvoorbeeld als tolk voor Westerse instellingen werken. Maar de conclusie dat de Westerse harde aanpak in Kandahar de afkeer van de bevolking van de Westerse gewapende aanwezigheid, en daarmee de steun voor de Taliban, doet groeien.
Werkt de 'zachte aanpak' zoals Nederlandse troepen die in Uruzgan (verondersteld worden te) hanteren, beter? Een redactioneel commentaar, een dag na het artikel van Nijhuis verschenen in Trouw, spreekt die hoop uit, maar twijfelt.
Het stuk wijst er op dat Nederland wel degelijk een rol speelt waar de 'harde aanpak' wordt gehanteerd - bijvoorbeeld in Kandahar. Dan vervolgt het artikel: "Bovendien is de hardere aanpak vol risico's. De gevechten trekken veel moslimextremisten aan, treffen vrijwel altijd ook burgers en zetten veel kwaad bloed, zoals gisteren in deze krant werd beschreven. ook het onderuit schoffelen van de papaverteelt, nog zo'n harde aanpak, drijft boeren richting taliban."
Maar het alternatief is ook niet zeer succesvol. "De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ook onzeker is of de Nederlandse aanpak wel werkt. De 'veilige' inktvek in Uruzgan wordt nauwelijks groter en mogelijk laten de opstandelingen nederland alleen met rust omdat zij zich nu vrijelijk in Uruzgan kunnen hergroeperen. Zelfs de grootste optimist moet erkennen dat de aanpak jaren, zo niet decennia vergt."
Het stuk zegt wel dat de poging niet moet worden opgegeven, bij gebrek aan beter. Maar de laatste zin is veelzeggend: "Alleen als de NAVO-missie ook in het zuiden van Afghanistan wederopbouw centraal stelt en de opstandelingen niet met steeds meer militairen probeert te bestrijden, verdient het overweging. Het veilig houden van een geïsoleerd inktvlekje in hartje Afghanistan is volstrekt zinloos."
De Afghaanse operaties, of ze nu hardhandig te werk gaan of wat subtieler, lijken daarmee uiteindelijk tot mislukken gedoemd: de weerstand is te groot. Opvallend in de twee besproken Trouw-stukken is dat nergens de vraag gesteld wordt of Westerse machten wel het recht hebben om zelfs maar te proberen om Afghanistan uit handen van de Taliban te houden.
Maar zouden we met een succes van de 'zachte aanpak' wel blij moeten zijn, als dat zich zou voordoen? Waar haalt Nederland, Canada, of welke staat dan ook, het recht vandaan om de Afghaanse maatschappij een bepaalde kant op te duwen met een grootschalige militaire macht, of die nou bommen gooit, waterpuntten aanlegt of allebei? Vriendelijk kolonialisme is ook kolonialisme
Dat Nederland soms iets minder onsubtiel te werk gaat dan bijvoorbeeld de VS, is soms waar, en ook verklaarbaar. Nederland is al sinds pakweg 1600 een koloniale mogendheid, en heeft dus in alle mogelijke varianten praktijkervaring opgedaan, van de grofste genocidale versies tot de wat minder onhoffelijke strategie die Nederlandse soldaten in Uruzgan toepassen. De Nederlandse koloniale staat heeft gewoon wat langer kunnen oefenen dan bijvoorbeeld de VS. Dat land, komen als koloniale staat maar net kijken, net als trouwens Canada en Australië.
Voor de Britse rol gelden weer andere zaken: nog niet zo lang geleden een wereldmacht, en sindsdien zodanig vastgeklonken aan de VS dat haar optreden daar maar al te vaak op lijkt. Maar ook van Britse zijde is wel eens gewezen op het verschil tussen de Britse, wat subtielere, aanpak, en de Amerikaanse van-dik-hout-zaagt-men-planken-benadering.
Zo zei een Britse officier die in Irak met Amerikaanse militairen samenwerkte, in 2006 dat "luide stemmen, volledige wapenrusting, (...), luchtaanvallen en dagelijkse uitzendingen door brigadier-generaals met schoudergordels die aankondigen hoeveel Irakezen vandaag zijn gedood" geen "strategie om de harten en geesten te winnen" was. Hij citeerde zelfs een Irakees, iemand van de Baath-partij, die bij vrijlating door Amerikaanse officier luidruchtig belerend werd toegesproken, in het bijzijn van een Britse militair: "Hey, mijnheer de Amerikaan, de volgende keer dat je zoveel spreekt, dan moet je met hem praten. Hij is Brits - zij weten hoe je aan land moet binnenvallen."
En inderdaad. Het Britse rijk heeft, net als Nederland, een lange koloniale ervaring ervaring opgedaan. Subtieler wellicht, maar zeker niet minder arrogant, dan de houding van de VS. Of de geciteerde conversatie werkelijk en in die vorm, heeft plaatsgevonden is hier niet zo relevant. Het gaat om de houding van de Britse officier die hij met deze uitspraak illustreert.
Een ander verschil is dat de VS haar grove aanpak niet ver over de grenzen heeft aangeleerd, maar vlakbij huis. De VS zelf heeft haar eigen grondgebied bijeengeroofd in een reeks genocides en etnische zuiveringen waarmee de oorspronkelijke bevolking deels werd uitgemoord, deels werd verdreven. Daar liggen de wortels van het Amerikaanse leger, dat is de glorieuze traditie ervan. Ook dat geeft de Amerikaanse schurkenstaat haar specifieke brute eigenaardigheden. Voor Australië geldt in mindere mate hetzelfde.
Voeg daarbij het feit dat de Amerikaanse positie als de allersterkste militaire macht ter wereld ook niet echt een basis is voor terughoudendheid en subtiliteit, en het plaatje is wel duidelijk. Nederland heeft domweg niet de brute kracht om te doen wat bijvoorbeeld de VS, maar ook Canada en de Britse staat ontketenen. Wie niet sterk is, moet slim zijn. Maar het verwerpelijke koloniale doel is hetzelfde.
Wat de Nederlandse schurkenstaat tekort komt aan brute militaire macht, dat compenseert het ruimschoots met hooghartige huichelarij. Soms lijkt het er zelfs even op alsof de Nederlandse staat in haar eigen humanitaire sprookjes gelooft.
De Volkskrant gaf daarvan een wrang maar toch ook hoogst amusant voorbeeld. "Van Griensven bezoekt Afghaanse nabestaanden" , heet het stuk. Van Griensven is Nederlands commandant ter plekke; hij bezoekt familieleden van Afghanen die kennelijk bij vergissing door Nederlandse troepen zijn gedood.
Van Griensven had ook wat bij zich voor de mensen: "De families van de slachtoffers kregen zakken rijst, olie en geld om vlees te kopen voor een rouwmaaltijd, zo maakte het ministerie van Defensie dinsdag bekend." Het kan waarlijk niet op, nietwaar? Krijgen nabestaanden van Nederlandse doden zakken ook aardappelen, margarine en geld voor de cake en koffie op de uitvaart? Aan een verdere schaderegeling wordt overigens nog gewerkt.
Maar het bericht wordt nog mooier. "Volgens Defensie stelden de families dit op prijs, maar waren ze nog wel aangedaan." Gek he? Dat het verdriet wegens dit verlies van familieleden niet is weggenomen door pakken rijst, olie en geld? En is Defensie daar - zo klinkt het bericht bijna - daar verbaasd over?! Had Defensie anders verwacht? Is het verdriet van nabestaanden van dode Nederlandse militairen weg te nemen door een schadeloosstelling en plakjes cake, of zijn zulke families misschien ook "aangedaan" als ze een dierbare kwijt zijn geraakt?
Het is deze houding van de Nederlandse staat jegens haar Afghaanse slachtoffers die typerend is. Het is deze houding waaraan je precies de gouden oude koloniale arrogantie en het bijbehorende neerkijken op de "inlanders" die dankbaarheid verschuldigd zijn aan hun witte weldoeners in herkent.
De harde aanpak zien we daar waar bijvoorbeeld Canadese soldaten vechten. In de Afghaanse stad Kandahar bijvoorbeeld, waar Minka Nijhuis over schrijft in Trouw. Ze vertelt: "De drie artsen die in het Mirwais ziekenhuis aan de thee zitten, zijn boos dat de gevechten alleen maar toenemen in het zuiden. 'Wat kost een bom? Vijfduizend dollar? Van dat geld kunnen Afghanen een flinke tijd leven. Zeg maar tegen je regering dat ze hun wapens kunnen houden,' zegt de arts Mahmad Qasim."
De arts zegt ook nog: "Laat de Taliban maar terugkomen, dan hebben we tenminste geen probleem met de veiligheid." Dat is bepaald niet onlogisch. "Door grootschalige corruptie, wanbeleid en het uitblijven van de beloofde vrede en wederopbouw is het vertrouwen in de autoriteiten en de buitenlandse troepen die met het samenwerken, behoorlijk gedaald. Ook de grote offensieven die de afgelopen maanden waarschijnlijk honderden burgerslachtoffers eisten, hebben kwaad bloed gezet bij de bevolking."
Nijhuis vermeldt ook hoe er ook jonge Afghanen zijn die hopen dat de Taliban wegblijven: mensen die in het Westen hebben gestudeerd en nu bijvoorbeeld als tolk voor Westerse instellingen werken. Maar de conclusie dat de Westerse harde aanpak in Kandahar de afkeer van de bevolking van de Westerse gewapende aanwezigheid, en daarmee de steun voor de Taliban, doet groeien.
Werkt de 'zachte aanpak' zoals Nederlandse troepen die in Uruzgan (verondersteld worden te) hanteren, beter? Een redactioneel commentaar, een dag na het artikel van Nijhuis verschenen in Trouw, spreekt die hoop uit, maar twijfelt.
Het stuk wijst er op dat Nederland wel degelijk een rol speelt waar de 'harde aanpak' wordt gehanteerd - bijvoorbeeld in Kandahar. Dan vervolgt het artikel: "Bovendien is de hardere aanpak vol risico's. De gevechten trekken veel moslimextremisten aan, treffen vrijwel altijd ook burgers en zetten veel kwaad bloed, zoals gisteren in deze krant werd beschreven. ook het onderuit schoffelen van de papaverteelt, nog zo'n harde aanpak, drijft boeren richting taliban."
Maar het alternatief is ook niet zeer succesvol. "De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ook onzeker is of de Nederlandse aanpak wel werkt. De 'veilige' inktvek in Uruzgan wordt nauwelijks groter en mogelijk laten de opstandelingen nederland alleen met rust omdat zij zich nu vrijelijk in Uruzgan kunnen hergroeperen. Zelfs de grootste optimist moet erkennen dat de aanpak jaren, zo niet decennia vergt."
Het stuk zegt wel dat de poging niet moet worden opgegeven, bij gebrek aan beter. Maar de laatste zin is veelzeggend: "Alleen als de NAVO-missie ook in het zuiden van Afghanistan wederopbouw centraal stelt en de opstandelingen niet met steeds meer militairen probeert te bestrijden, verdient het overweging. Het veilig houden van een geïsoleerd inktvlekje in hartje Afghanistan is volstrekt zinloos."
De Afghaanse operaties, of ze nu hardhandig te werk gaan of wat subtieler, lijken daarmee uiteindelijk tot mislukken gedoemd: de weerstand is te groot. Opvallend in de twee besproken Trouw-stukken is dat nergens de vraag gesteld wordt of Westerse machten wel het recht hebben om zelfs maar te proberen om Afghanistan uit handen van de Taliban te houden.
Maar zouden we met een succes van de 'zachte aanpak' wel blij moeten zijn, als dat zich zou voordoen? Waar haalt Nederland, Canada, of welke staat dan ook, het recht vandaan om de Afghaanse maatschappij een bepaalde kant op te duwen met een grootschalige militaire macht, of die nou bommen gooit, waterpuntten aanlegt of allebei? Vriendelijk kolonialisme is ook kolonialisme
Dat Nederland soms iets minder onsubtiel te werk gaat dan bijvoorbeeld de VS, is soms waar, en ook verklaarbaar. Nederland is al sinds pakweg 1600 een koloniale mogendheid, en heeft dus in alle mogelijke varianten praktijkervaring opgedaan, van de grofste genocidale versies tot de wat minder onhoffelijke strategie die Nederlandse soldaten in Uruzgan toepassen. De Nederlandse koloniale staat heeft gewoon wat langer kunnen oefenen dan bijvoorbeeld de VS. Dat land, komen als koloniale staat maar net kijken, net als trouwens Canada en Australië.
Voor de Britse rol gelden weer andere zaken: nog niet zo lang geleden een wereldmacht, en sindsdien zodanig vastgeklonken aan de VS dat haar optreden daar maar al te vaak op lijkt. Maar ook van Britse zijde is wel eens gewezen op het verschil tussen de Britse, wat subtielere, aanpak, en de Amerikaanse van-dik-hout-zaagt-men-planken-benadering.
Zo zei een Britse officier die in Irak met Amerikaanse militairen samenwerkte, in 2006 dat "luide stemmen, volledige wapenrusting, (...), luchtaanvallen en dagelijkse uitzendingen door brigadier-generaals met schoudergordels die aankondigen hoeveel Irakezen vandaag zijn gedood" geen "strategie om de harten en geesten te winnen" was. Hij citeerde zelfs een Irakees, iemand van de Baath-partij, die bij vrijlating door Amerikaanse officier luidruchtig belerend werd toegesproken, in het bijzijn van een Britse militair: "Hey, mijnheer de Amerikaan, de volgende keer dat je zoveel spreekt, dan moet je met hem praten. Hij is Brits - zij weten hoe je aan land moet binnenvallen."
En inderdaad. Het Britse rijk heeft, net als Nederland, een lange koloniale ervaring ervaring opgedaan. Subtieler wellicht, maar zeker niet minder arrogant, dan de houding van de VS. Of de geciteerde conversatie werkelijk en in die vorm, heeft plaatsgevonden is hier niet zo relevant. Het gaat om de houding van de Britse officier die hij met deze uitspraak illustreert.
Een ander verschil is dat de VS haar grove aanpak niet ver over de grenzen heeft aangeleerd, maar vlakbij huis. De VS zelf heeft haar eigen grondgebied bijeengeroofd in een reeks genocides en etnische zuiveringen waarmee de oorspronkelijke bevolking deels werd uitgemoord, deels werd verdreven. Daar liggen de wortels van het Amerikaanse leger, dat is de glorieuze traditie ervan. Ook dat geeft de Amerikaanse schurkenstaat haar specifieke brute eigenaardigheden. Voor Australië geldt in mindere mate hetzelfde.
Voeg daarbij het feit dat de Amerikaanse positie als de allersterkste militaire macht ter wereld ook niet echt een basis is voor terughoudendheid en subtiliteit, en het plaatje is wel duidelijk. Nederland heeft domweg niet de brute kracht om te doen wat bijvoorbeeld de VS, maar ook Canada en de Britse staat ontketenen. Wie niet sterk is, moet slim zijn. Maar het verwerpelijke koloniale doel is hetzelfde.
Wat de Nederlandse schurkenstaat tekort komt aan brute militaire macht, dat compenseert het ruimschoots met hooghartige huichelarij. Soms lijkt het er zelfs even op alsof de Nederlandse staat in haar eigen humanitaire sprookjes gelooft.
De Volkskrant gaf daarvan een wrang maar toch ook hoogst amusant voorbeeld. "Van Griensven bezoekt Afghaanse nabestaanden" , heet het stuk. Van Griensven is Nederlands commandant ter plekke; hij bezoekt familieleden van Afghanen die kennelijk bij vergissing door Nederlandse troepen zijn gedood.
Van Griensven had ook wat bij zich voor de mensen: "De families van de slachtoffers kregen zakken rijst, olie en geld om vlees te kopen voor een rouwmaaltijd, zo maakte het ministerie van Defensie dinsdag bekend." Het kan waarlijk niet op, nietwaar? Krijgen nabestaanden van Nederlandse doden zakken ook aardappelen, margarine en geld voor de cake en koffie op de uitvaart? Aan een verdere schaderegeling wordt overigens nog gewerkt.
Maar het bericht wordt nog mooier. "Volgens Defensie stelden de families dit op prijs, maar waren ze nog wel aangedaan." Gek he? Dat het verdriet wegens dit verlies van familieleden niet is weggenomen door pakken rijst, olie en geld? En is Defensie daar - zo klinkt het bericht bijna - daar verbaasd over?! Had Defensie anders verwacht? Is het verdriet van nabestaanden van dode Nederlandse militairen weg te nemen door een schadeloosstelling en plakjes cake, of zijn zulke families misschien ook "aangedaan" als ze een dierbare kwijt zijn geraakt?
Het is deze houding van de Nederlandse staat jegens haar Afghaanse slachtoffers die typerend is. Het is deze houding waaraan je precies de gouden oude koloniale arrogantie en het bijbehorende neerkijken op de "inlanders" die dankbaarheid verschuldigd zijn aan hun witte weldoeners in herkent.
donderdag 12 april 2007
Bos blijft draaien rond het grote graaien
Met de PvdA in de regering loopt de rijkdom van de rijken geen enkel gevaar en is de vrije markteconomie onaantastbaar. Dat is de boodschap die het optreden van minister van financiën Wouter Bos( PvdA) uitstraalde in het Kamerdebat over de aanpak van topinkomens.
Die topinkomens - de beloningen die topfiguren zichzelf en elkaar toekennen - zijn schandalig hoog. Schandalig is ook de stijging ervan terwijl lonen amper stijgen. Schandalig is ook het enorme verschil met de lonen en salarissen van de mensen in de bedrijven waar deze topmanagers zich aan verrijken.
Uit een tabel waar De Volkskrant mee kwam, over de topinkomens in 2005, zijn boeiende details te halen. Het topinkomen bij Heineken was bijvoorbeeld 189 keer zo hoog als dat van de gewone arbeider daar; het salaris van de gemiddelde bestuurder was er 137 procent gestegen, dat van de topman zelfs 197 procent. Dan was het bij Shell bijna een toonbeeld van sociale gelijkheid: het topinkomen daar was 'maar' 48 keer zoveel als het gewone loon aldaar, de stijging van de bestuurdersinkomens 'maar' 34 procent, die van de top 'maar' 30 procent. Bij Unilever dreigde een heuse armoedeval: daar daalden de topinkomens zelfs. De topman van Shell ving echter wel veel meer dan die van Heineken: ruim 2 miljoen, tegen een kleine 1,4 miljoen bij Heineken. Maar de baas van Unilever vergaarde, kennelijk dus na daling, toch nog meer dan bij de andere twee genoemde bedrijven: ruim 3 miljoen euro.
In maart berichtte De Volkskrant over de beloning van Philips-topman Kleisterlee: 2,5 miljoen euro. Eind maart kwam daar een artikel bij over de explosieve stijging van de topinkomens bij bank annex verzekeringsmaatschappij ING: "Loonexplosie ING-top: 316 procent hoger inkomen". Die stijging vond plaats in vier jaar tijds. "De huidige bestuursvoorzitter Michel Tilmant verdiende in 2006 4,3 miljoen euro, blijkt uit het jaarverslag. Dat is een verviervoudiging ten opzichte van het inkomen van zijn voorganger Ewald Kist, die in 2002 bij ING ruim 1 miljoen euro verdiende" . Van 'verdienen', zoals De Volkskrant het omschrijft, is geen sprake. Van incasseren des te meer.
Natuurlijk roept dit soort verrijking, deze scherp in het oog springende ongelijkheid, niet alleen weerzin op maar ook stevige kritiek van links. ooit voegde Wouter Bos zich bij deze kritiek. Maar nu zit hij in de regering en komt hij niet veel verder dan handenwringend zijn onmacht van de daken schreeuwen. O ja, hij "heeft in de Tweede Kamer een moreel appel gedaan op topbestuurders om geen extreem hoge beloningen voor zichzelf te accepteren" , meldt nieuws.nl. Dat zal helpen: een beroep doen op het het morele besef van lieden wiens geweten ondergeschikt is aan hun bankrekening en wiens hoogste norm bestaat uit het najagen van de hoogst mogelijke rijkdom, voor de aandeelhouders en van zichzelf.
Maar verder? Een "graaitax" zoals Kees Vendrix van GroenLinks voorstelde? Zijn voorstel kwam neer op verhoging van het belastingtarief vanaf 300.000 en hoger, naar 6o procent. Ewout Irrgang van de SP sloot zich bij dit voorstel aan. Maar Bos moest er niets van hebben: "een graaitax (...) lost het probleem van de hoge inkomens niet op maar maakt het erger" , volgens hem. Het idee is blijkbaar dat topmanagers de hogere belastingen zullen beantwoorden door zichzelf nog hogere inkomens te geven.
Een ander argument ontleent Bos aan de markteconomie zelf: "Vorige week gaf Bos al aan fiscale maatregelen niet te zien zitten omdat die de Nederlandse concurrentiepositie zouden verzwakken om omdat het moeilijk is de juiste groepen te treffen." "Juiste groepen" ? Zijn er dan ook super-rijken van wie Bos vindt dat ze wèl zo'n miljoenenbeloning rechtmatig mogen incasseren? En die concurrentiepositie is ook bij Bos dus heilig. Ik zou hem willen antwoorden: als de heilige markteconomie, met de concurrentiepositie als hoogste ideaal, de aanpak van asociale topinkomens belemmert, dan wordt het des te meer tijd om die markteconomie zelf op de helling te zetten.
Die topinkomens - de beloningen die topfiguren zichzelf en elkaar toekennen - zijn schandalig hoog. Schandalig is ook de stijging ervan terwijl lonen amper stijgen. Schandalig is ook het enorme verschil met de lonen en salarissen van de mensen in de bedrijven waar deze topmanagers zich aan verrijken.
Uit een tabel waar De Volkskrant mee kwam, over de topinkomens in 2005, zijn boeiende details te halen. Het topinkomen bij Heineken was bijvoorbeeld 189 keer zo hoog als dat van de gewone arbeider daar; het salaris van de gemiddelde bestuurder was er 137 procent gestegen, dat van de topman zelfs 197 procent. Dan was het bij Shell bijna een toonbeeld van sociale gelijkheid: het topinkomen daar was 'maar' 48 keer zoveel als het gewone loon aldaar, de stijging van de bestuurdersinkomens 'maar' 34 procent, die van de top 'maar' 30 procent. Bij Unilever dreigde een heuse armoedeval: daar daalden de topinkomens zelfs. De topman van Shell ving echter wel veel meer dan die van Heineken: ruim 2 miljoen, tegen een kleine 1,4 miljoen bij Heineken. Maar de baas van Unilever vergaarde, kennelijk dus na daling, toch nog meer dan bij de andere twee genoemde bedrijven: ruim 3 miljoen euro.
In maart berichtte De Volkskrant over de beloning van Philips-topman Kleisterlee: 2,5 miljoen euro. Eind maart kwam daar een artikel bij over de explosieve stijging van de topinkomens bij bank annex verzekeringsmaatschappij ING: "Loonexplosie ING-top: 316 procent hoger inkomen". Die stijging vond plaats in vier jaar tijds. "De huidige bestuursvoorzitter Michel Tilmant verdiende in 2006 4,3 miljoen euro, blijkt uit het jaarverslag. Dat is een verviervoudiging ten opzichte van het inkomen van zijn voorganger Ewald Kist, die in 2002 bij ING ruim 1 miljoen euro verdiende" . Van 'verdienen', zoals De Volkskrant het omschrijft, is geen sprake. Van incasseren des te meer.
Natuurlijk roept dit soort verrijking, deze scherp in het oog springende ongelijkheid, niet alleen weerzin op maar ook stevige kritiek van links. ooit voegde Wouter Bos zich bij deze kritiek. Maar nu zit hij in de regering en komt hij niet veel verder dan handenwringend zijn onmacht van de daken schreeuwen. O ja, hij "heeft in de Tweede Kamer een moreel appel gedaan op topbestuurders om geen extreem hoge beloningen voor zichzelf te accepteren" , meldt nieuws.nl. Dat zal helpen: een beroep doen op het het morele besef van lieden wiens geweten ondergeschikt is aan hun bankrekening en wiens hoogste norm bestaat uit het najagen van de hoogst mogelijke rijkdom, voor de aandeelhouders en van zichzelf.
Maar verder? Een "graaitax" zoals Kees Vendrix van GroenLinks voorstelde? Zijn voorstel kwam neer op verhoging van het belastingtarief vanaf 300.000 en hoger, naar 6o procent. Ewout Irrgang van de SP sloot zich bij dit voorstel aan. Maar Bos moest er niets van hebben: "een graaitax (...) lost het probleem van de hoge inkomens niet op maar maakt het erger" , volgens hem. Het idee is blijkbaar dat topmanagers de hogere belastingen zullen beantwoorden door zichzelf nog hogere inkomens te geven.
Een ander argument ontleent Bos aan de markteconomie zelf: "Vorige week gaf Bos al aan fiscale maatregelen niet te zien zitten omdat die de Nederlandse concurrentiepositie zouden verzwakken om omdat het moeilijk is de juiste groepen te treffen." "Juiste groepen" ? Zijn er dan ook super-rijken van wie Bos vindt dat ze wèl zo'n miljoenenbeloning rechtmatig mogen incasseren? En die concurrentiepositie is ook bij Bos dus heilig. Ik zou hem willen antwoorden: als de heilige markteconomie, met de concurrentiepositie als hoogste ideaal, de aanpak van asociale topinkomens belemmert, dan wordt het des te meer tijd om die markteconomie zelf op de helling te zetten.
woensdag 11 april 2007
Seksisme, alerte Christenunie, nalatig links
Gematigd linkse club levert links standpunt in. Rechtse club gaat er met dat linkse standpunt vandoor en maakt zich er breed voor. Radicaal links doet er goeddeels het zwijgen toe. Dat patroon lijkt wel een trend te worden de laatste tijd. En het is een slechte trend.
Zo accepteerde de PvdA-top het opnemen in het regeerakkoord van de bescherming van ambtenaren die weigeren een huwelijk tussen twee mannen of twee vrouwen af te sluiten. Daarmee stelden ze de rechten van homofobe ambtenaren boven de rechten van homo 's en lesbo's om te trouwen. Je mag van een linkse club het omgekeerde verwachten en eisen.
Ook accepteerde de PvdA dat de overtijd-behandeling behandeld wordt als een vorm van abortus waarvoor bedenktijd ingevoerd moet worden. Naar de gevolgen van abortus moet extra onderzoek komen, evenals naar de mogelijkheid om het "recht op leven" in de Grondwet op te nemen. "Recht op leven" is code voor het recht op 'ongeboren leven'- en dat laatste is een breekijzer om het recht op abortus op de helling te zetten. Ook dit slikte de PvdA-top. Voor regeringsdeelname wijken principes van gelijke rechten en van emancipatie. Over deze beleidsvoornemens schreef ik eerder, toen ik het regeerakkoord onder de loep nam.
Natuurlijk sprongen de twee liberale clubs, VVD en D66 , en bovenop. Zij brachten scherpe kritiek naar voren - een kritiek die klopte. "Rutte: dit kabinet doet op medisch-ethisch terrein een stap terug", meldde bijvoorbeeld een bericht van 26 januari op de VVD-website. Inderdaad! Maar moeten we het normaal gaan vinden dat uitgerekend de VVD met zo'n gezond standpunt goede sier maakt? Reactie ter linkerzijde kwam er ook wel, maar vaak zo tam, zo traag, zo terughoudend...
Zo kregen D66 en VVD de tijd en de ruimte om een progressief krediet op te bouwen dat ze niet verdienen. Immers, zodra emancipatie geld kost staan dit slag liberalen, vooral de VVD, vooraan om op de rem te trappen, herinvoering van de pil in het basispakket van de ziektenkosten, zoals het nieuwe kabinetafsprak, vond VVD-aanvoerder Rutte bijvoorbeeld geen goed idee. Te duur.
Juist omdat emancipatie en gelijke rechten botsen met de logica van winst boven alles, zijn die emancipatie en die rechten slechts in goede handen bij een politiek die bereid is met die oppermachtige winstmakerij te breken - bij links. Althans, zo hóórt het te zijn, maar zo is het te vaak niet.
Van deze nalatigheid ter linkerzijde, en het benutten van dit gat door delen van rechts, zien we in Utrecht weer een wrang voorbeeld. Daar hangt sinds kort een groot reclamebord met daarop een jonge vrouw met betrekkelijk weinig kleren aan. Haar afbeelding hangt daar om bikini's van Hunkemöller aan te prijzen.
Nu zijn dit soort reclameposters helaas de normaalste zaak van de wereld, maar dat we eraan gewend zijn betekent niet dat het ook deugt. Gelukkig ben ik niet de enige die dat vindt. Maar de hoek waaruit kritiek op de poster naar voren wordt gebracht is wel erg merkwaardig.
De Utrechtse gemeenteraadsfractie van de ChristenUnie (CU) tekende protest aan tegen het bord. Te groot, niet passend in het straatbeeld. Maar in de NRC lezen we ook: "Ze vindt bovendien dat de vrouw wordt afgebeeld als lustobject." Welnu, dat vind ik ook. Zoals zo vaak in reclame gebruiken bedrijven afbeeldingen van bijna naakte vrouwen als middel om spullen te verkopen, waarbij ze de vrouw feitelijk als ding laten zien dat er vooral is ter bevrediging van mannelijke lusten. Seksisme en commercie gaan hand in had, uit winstbejag wordt de vrouw tot instrument gemaakt - tot lustobject.
Wat is de reactie van velen? Columnist "Jan Blokker vroeg zich in deze krant al af of 'de christenen niet gewoon praatjes begonnen te krijgen.'" Het woord "betutteling" weerklonk, en mensen noemden de kritiek van de ChristenUnie op de reclameposter in één adem met hun aanval op homorechten, abortus, euthanasie.
Dat laatste is helemaal niet onlogisch. het probleem is hier dat de opvattingen over seksualiteit van de CU haaks staan op die van voorstanders van emancipatie en gelijke rechten. Het is bepaald niet onwaarschijnlijk dat het echte bezwaar van de CU tegen de poster is dat het te openlijk refereert aan lichamelijk plezier en seksueel genot. Anders gezegd: het bezwaar van de CU zou wel eens niet zozeer kunnen zijn dat de poster seksistisch is, maar gewoon dat ze seksueel geladen is. Expliciet is een veel te groot woord, maar dat is wel de onderliggende conservatieve angst waar de CU waarschijnlijk uiting aan geeft. En verzet tegen seksuele openheid is op geen enkele manier progressief.
Punt is echter dat dit best kan zijn wat de CU denkt en bedoelt - maar het is niet wat de CU over de poster zegt. Wat de CU zegt - op die poster wordt de vrouw als lustobject neergezet, en dat deugt niet - klopt gewoon. Het feit dat de CU met de kritiek op de poster bedoelingen heeft die niet kloppen, doet daar niets aan af. En het is iets dat, alweer, links zou moeten zeggen, zodat een conservatieve club als de CU het onderwerp niet kan kapen.
Cisca Dresselhuys, van het aloude feministische blad Opzij, erkent dat er een probleem ligt. "Walgelijk groot" noemt ze de poster. Maar van de kritiek van de CU moet ze niets hebben. "Dit is zó hypocriet, ik heb hen nooit kunnen betrappen op een bijdrage aan de emancipatie van vrouwen." Kan best zijn, denk ik dan. Maar waarom brengt een blad als Opzij de kritiek zoals de CU die nu verwoordt, niet zelf allang met kracht naar voren? Waar zijn de consistente voorvechters van vrouwenrechten nu het hard nodig is, waar is het klassieke feminisme, en vooral, waar is wederom links?
De CU zegt, met reactionaire ondertonen, wat links consequent en met overtuigingskracht hoort te zeggen. De CU kritiseren vanwege de reactionaire moraal die ze predikt, is juist en nodig. Maar de CU-kritiek op een seksistische poster afkraken zónder het zelf op dit front véél beter te doen is eenvoudig niet goed genoeg.
Zo accepteerde de PvdA-top het opnemen in het regeerakkoord van de bescherming van ambtenaren die weigeren een huwelijk tussen twee mannen of twee vrouwen af te sluiten. Daarmee stelden ze de rechten van homofobe ambtenaren boven de rechten van homo 's en lesbo's om te trouwen. Je mag van een linkse club het omgekeerde verwachten en eisen.
Ook accepteerde de PvdA dat de overtijd-behandeling behandeld wordt als een vorm van abortus waarvoor bedenktijd ingevoerd moet worden. Naar de gevolgen van abortus moet extra onderzoek komen, evenals naar de mogelijkheid om het "recht op leven" in de Grondwet op te nemen. "Recht op leven" is code voor het recht op 'ongeboren leven'- en dat laatste is een breekijzer om het recht op abortus op de helling te zetten. Ook dit slikte de PvdA-top. Voor regeringsdeelname wijken principes van gelijke rechten en van emancipatie. Over deze beleidsvoornemens schreef ik eerder, toen ik het regeerakkoord onder de loep nam.
Natuurlijk sprongen de twee liberale clubs, VVD en D66 , en bovenop. Zij brachten scherpe kritiek naar voren - een kritiek die klopte. "Rutte: dit kabinet doet op medisch-ethisch terrein een stap terug", meldde bijvoorbeeld een bericht van 26 januari op de VVD-website. Inderdaad! Maar moeten we het normaal gaan vinden dat uitgerekend de VVD met zo'n gezond standpunt goede sier maakt? Reactie ter linkerzijde kwam er ook wel, maar vaak zo tam, zo traag, zo terughoudend...
Zo kregen D66 en VVD de tijd en de ruimte om een progressief krediet op te bouwen dat ze niet verdienen. Immers, zodra emancipatie geld kost staan dit slag liberalen, vooral de VVD, vooraan om op de rem te trappen, herinvoering van de pil in het basispakket van de ziektenkosten, zoals het nieuwe kabinetafsprak, vond VVD-aanvoerder Rutte bijvoorbeeld geen goed idee. Te duur.
Juist omdat emancipatie en gelijke rechten botsen met de logica van winst boven alles, zijn die emancipatie en die rechten slechts in goede handen bij een politiek die bereid is met die oppermachtige winstmakerij te breken - bij links. Althans, zo hóórt het te zijn, maar zo is het te vaak niet.
Van deze nalatigheid ter linkerzijde, en het benutten van dit gat door delen van rechts, zien we in Utrecht weer een wrang voorbeeld. Daar hangt sinds kort een groot reclamebord met daarop een jonge vrouw met betrekkelijk weinig kleren aan. Haar afbeelding hangt daar om bikini's van Hunkemöller aan te prijzen.
Nu zijn dit soort reclameposters helaas de normaalste zaak van de wereld, maar dat we eraan gewend zijn betekent niet dat het ook deugt. Gelukkig ben ik niet de enige die dat vindt. Maar de hoek waaruit kritiek op de poster naar voren wordt gebracht is wel erg merkwaardig.
De Utrechtse gemeenteraadsfractie van de ChristenUnie (CU) tekende protest aan tegen het bord. Te groot, niet passend in het straatbeeld. Maar in de NRC lezen we ook: "Ze vindt bovendien dat de vrouw wordt afgebeeld als lustobject." Welnu, dat vind ik ook. Zoals zo vaak in reclame gebruiken bedrijven afbeeldingen van bijna naakte vrouwen als middel om spullen te verkopen, waarbij ze de vrouw feitelijk als ding laten zien dat er vooral is ter bevrediging van mannelijke lusten. Seksisme en commercie gaan hand in had, uit winstbejag wordt de vrouw tot instrument gemaakt - tot lustobject.
Wat is de reactie van velen? Columnist "Jan Blokker vroeg zich in deze krant al af of 'de christenen niet gewoon praatjes begonnen te krijgen.'" Het woord "betutteling" weerklonk, en mensen noemden de kritiek van de ChristenUnie op de reclameposter in één adem met hun aanval op homorechten, abortus, euthanasie.
Dat laatste is helemaal niet onlogisch. het probleem is hier dat de opvattingen over seksualiteit van de CU haaks staan op die van voorstanders van emancipatie en gelijke rechten. Het is bepaald niet onwaarschijnlijk dat het echte bezwaar van de CU tegen de poster is dat het te openlijk refereert aan lichamelijk plezier en seksueel genot. Anders gezegd: het bezwaar van de CU zou wel eens niet zozeer kunnen zijn dat de poster seksistisch is, maar gewoon dat ze seksueel geladen is. Expliciet is een veel te groot woord, maar dat is wel de onderliggende conservatieve angst waar de CU waarschijnlijk uiting aan geeft. En verzet tegen seksuele openheid is op geen enkele manier progressief.
Punt is echter dat dit best kan zijn wat de CU denkt en bedoelt - maar het is niet wat de CU over de poster zegt. Wat de CU zegt - op die poster wordt de vrouw als lustobject neergezet, en dat deugt niet - klopt gewoon. Het feit dat de CU met de kritiek op de poster bedoelingen heeft die niet kloppen, doet daar niets aan af. En het is iets dat, alweer, links zou moeten zeggen, zodat een conservatieve club als de CU het onderwerp niet kan kapen.
Cisca Dresselhuys, van het aloude feministische blad Opzij, erkent dat er een probleem ligt. "Walgelijk groot" noemt ze de poster. Maar van de kritiek van de CU moet ze niets hebben. "Dit is zó hypocriet, ik heb hen nooit kunnen betrappen op een bijdrage aan de emancipatie van vrouwen." Kan best zijn, denk ik dan. Maar waarom brengt een blad als Opzij de kritiek zoals de CU die nu verwoordt, niet zelf allang met kracht naar voren? Waar zijn de consistente voorvechters van vrouwenrechten nu het hard nodig is, waar is het klassieke feminisme, en vooral, waar is wederom links?
De CU zegt, met reactionaire ondertonen, wat links consequent en met overtuigingskracht hoort te zeggen. De CU kritiseren vanwege de reactionaire moraal die ze predikt, is juist en nodig. Maar de CU-kritiek op een seksistische poster afkraken zónder het zelf op dit front véél beter te doen is eenvoudig niet goed genoeg.
maandag 9 april 2007
Justitie treitert Holleeder
Het is niet mijn gewoonte om te berichten over de rechtszaken waarmee het Openbaar Ministerie in Nederland georganiseerde misdaad denkt aan te pakken. Ik volg het niet in detail, en de nogal sensationele berichtgeving over afrekeningen tussen criminelen, snelle advocaten, hooghartige aanklagers, verveelde rechters en gehaaide verslaggevers vormt een spektakel dat maar al te vaak afleidt van belangrijker zaken.
Er staat ook niets wezenlijks op het spel, op het eerste gezicht. Het is een strijd tussen ondernemers onderling, in feite. Aan de ene kant de ondernemers - vastgoedmagnaten, drugshandelaars, pornobazen - die in hun jacht op winst de wet aan hun laars lappen, elkaar afpersen, de belasting grootschalig ontduiken en als de concurrent te lastig wordt een killer inhuren. In feite gaat het hier om zeer doortastend neoliberalisme: concurreren tot iedere prijs.
Aan de andere kant de staat die, feitelijk namens ondernemers die minder illegaal opereren, aan de illegale praktijken van mafiosi paal en perk probeert te stellen en zich tegelijk naar voren schuift als Handhaver van Recht en Orde in de Ogen des Volks. Legale ondernemers gezamenlijk, via hun staat, aan de ene kant; illegale ondernemers, ieder voor zich, aan de andere kant. Daar komen processen tegen topcriminelen feitelijk op neer. Het is een onderwerp dat ik doorgaans gaarne aan naamgenoot R. de Vries overlaat.
Legaal is niet hetzelfde als sociaal, en de verdediging van de huidige legaliteit zoals het OM dat doet, verdient bepaald niet bij voorbaat steun. Tussen mafiosi en OM valt wat mij betreft doorgaans bitter weinig te kiezen: het ene stuk kapitalisme bevecht een ander stuk kapitalisme. Ze doen maar, onze tijd komt nog wel.
Maar soms verschuift deze lood-om-oud-ijzer-benadering. Soms valt er wel degelijk partij te kiezen. Soms gaat justitie, in haar pogingen om mafiosi veroordeeld te krijgen, zodanig over de schreef dat protesteren nodig is. Daarvan is momenteel in de zaak tegen Holleeder overduidelijk sprake.
Over de zaak zelf ben ik kort: ik weet er te weinig van, en voor waar het me nu om te doen is, doet dat er weinig toe. Holleeder is vastgoedmagnaat, wordt verdacht van afpersing en wordt ook genoemd als opdrachtgever voor liquidaties in het criminele milieu. Geen fraai exemplaar van de menselijke soort, ook als de verdenkingen niet zouden blijken te kloppen. Maar van lui die geldvergaren tot hoogste norm verheffen verwacht je niet echt anders. En geldvergaren functioneert in deze maatschappij zo ongeveer als hoogste norm. Kijk maar hoe topmanagers zichzelf belonen, en hoe het kabinet weigert daar iets tegen te ondernemen. "Graaitax afgewezen" , stelt Jan Marijnissen vast. Hij concludeert: "Dit kabinet doet niets om de topinkomens in de private sector tegen te gaan." Inderdaad. Een plus voor Jan, na de Dikke Vette Min die hij vorige week over zich afriep.
Met zo'n kabinet kunnen de supergrote ondernemers zich best aan de wet houden: ze kunnen immers vrijwel ongehinderd hun eigen inkomens vaststellen. Wie dat normaal vindt, moet niet verbaast zijn dat hebzucht, ongebreidelde hebzucht, hoogste norm in hoge kring is. En waar hebzucht de hoogste norm is, krijg je vroeg of laat Holleeders die deze inhaligheid om wetsoverschrijdende wijze uitleven.
Geen aangenaam individu dus ongetwijfeld, deze mijnheer Holleeder. Maar dat rechtvaardigt op geen enkele manier de behandeling die hij de afgelopen dagen te verduren kreeg. Hij werd om drie uur s nachts uit zijn cel in Vught gehaald, om dan met een ingewikkelde omweg naar de rechtbank in Amsterdam te worden gebracht. Pas zeer laat op de dag ging hij dan weer terug naar Vught. En dat dag na dag.
Binnen een week ging dat mis. Op donderdag 5 april werd Holleeder tijdens de rechtszitting niet goed. Op maandag 9 april werd hij naar een ziekenhuis gebracht. verhoogde bloeddruk, verhoogde hartslag, uitputting. "Holleeder gaf zelf aan dat het transport van de Extra beveiligde Inrichting (EBI) in Vught hem uitputte. Deze transporten geschiedden voor dag en dauw, waardoor bij Holleeder slaapgebrek zou zijn ontstaan" , zo meldt de NRC.
Ja, dit getreiter verbleekt bij de behandeling die bijvoorbeeld vluchtelingen ondergaan. En de EBI is geen Guantanamo Bay. Maar getreiter door het gezag moeten we afwijzen, hoeveel weerzin het slachtoffers ervan ons ook mag inboezemen. Als de autoriteiten van Ondernemersland Nederland dit soort pesterij kunnen doen met iemand die uiteindelijk op vele punten één van hun is, een mede-ondernemer die uit de pas loopt - hoeveel verder zullen ze dan durven te gaan tegen mensen zónder geld, zónder dure advocaat die dit machtsmisbruik kan aanklagen?
We moeten dan ook tegen de slechte behandeling die Holleeder kennelijk krijgt, stelling nemen - niet uit sympathie voor de vastgoedmagnaat, maar uit democratische zelfverdediging. Vandaag doen ze het met hem. Morgen doen ze ergere dingen met ons - als we ze hun gang laten gaan.
Er staat ook niets wezenlijks op het spel, op het eerste gezicht. Het is een strijd tussen ondernemers onderling, in feite. Aan de ene kant de ondernemers - vastgoedmagnaten, drugshandelaars, pornobazen - die in hun jacht op winst de wet aan hun laars lappen, elkaar afpersen, de belasting grootschalig ontduiken en als de concurrent te lastig wordt een killer inhuren. In feite gaat het hier om zeer doortastend neoliberalisme: concurreren tot iedere prijs.
Aan de andere kant de staat die, feitelijk namens ondernemers die minder illegaal opereren, aan de illegale praktijken van mafiosi paal en perk probeert te stellen en zich tegelijk naar voren schuift als Handhaver van Recht en Orde in de Ogen des Volks. Legale ondernemers gezamenlijk, via hun staat, aan de ene kant; illegale ondernemers, ieder voor zich, aan de andere kant. Daar komen processen tegen topcriminelen feitelijk op neer. Het is een onderwerp dat ik doorgaans gaarne aan naamgenoot R. de Vries overlaat.
Zo verkeerd als het is om een Holleeder als een soort rebel of volksheld te zien, zo verkeerd is het om het Openbaar Ministerie te zien als onberispelijk fatsoenlijk. Immers, de orde die de staat, en dus het OM, hooghoudt, is bij uitstek een ondernemersorde, een orde waarin vooral de rijken goed gedijen en de wet naar hun hand zetten.
Legaal is niet hetzelfde als sociaal, en de verdediging van de huidige legaliteit zoals het OM dat doet, verdient bepaald niet bij voorbaat steun. Tussen mafiosi en OM valt wat mij betreft doorgaans bitter weinig te kiezen: het ene stuk kapitalisme bevecht een ander stuk kapitalisme. Ze doen maar, onze tijd komt nog wel.
Maar soms verschuift deze lood-om-oud-ijzer-benadering. Soms valt er wel degelijk partij te kiezen. Soms gaat justitie, in haar pogingen om mafiosi veroordeeld te krijgen, zodanig over de schreef dat protesteren nodig is. Daarvan is momenteel in de zaak tegen Holleeder overduidelijk sprake.
Over de zaak zelf ben ik kort: ik weet er te weinig van, en voor waar het me nu om te doen is, doet dat er weinig toe. Holleeder is vastgoedmagnaat, wordt verdacht van afpersing en wordt ook genoemd als opdrachtgever voor liquidaties in het criminele milieu. Geen fraai exemplaar van de menselijke soort, ook als de verdenkingen niet zouden blijken te kloppen. Maar van lui die geldvergaren tot hoogste norm verheffen verwacht je niet echt anders. En geldvergaren functioneert in deze maatschappij zo ongeveer als hoogste norm. Kijk maar hoe topmanagers zichzelf belonen, en hoe het kabinet weigert daar iets tegen te ondernemen. "Graaitax afgewezen" , stelt Jan Marijnissen vast. Hij concludeert: "Dit kabinet doet niets om de topinkomens in de private sector tegen te gaan." Inderdaad. Een plus voor Jan, na de Dikke Vette Min die hij vorige week over zich afriep.
Met zo'n kabinet kunnen de supergrote ondernemers zich best aan de wet houden: ze kunnen immers vrijwel ongehinderd hun eigen inkomens vaststellen. Wie dat normaal vindt, moet niet verbaast zijn dat hebzucht, ongebreidelde hebzucht, hoogste norm in hoge kring is. En waar hebzucht de hoogste norm is, krijg je vroeg of laat Holleeders die deze inhaligheid om wetsoverschrijdende wijze uitleven.
Geen aangenaam individu dus ongetwijfeld, deze mijnheer Holleeder. Maar dat rechtvaardigt op geen enkele manier de behandeling die hij de afgelopen dagen te verduren kreeg. Hij werd om drie uur s nachts uit zijn cel in Vught gehaald, om dan met een ingewikkelde omweg naar de rechtbank in Amsterdam te worden gebracht. Pas zeer laat op de dag ging hij dan weer terug naar Vught. En dat dag na dag.
Binnen een week ging dat mis. Op donderdag 5 april werd Holleeder tijdens de rechtszitting niet goed. Op maandag 9 april werd hij naar een ziekenhuis gebracht. verhoogde bloeddruk, verhoogde hartslag, uitputting. "Holleeder gaf zelf aan dat het transport van de Extra beveiligde Inrichting (EBI) in Vught hem uitputte. Deze transporten geschiedden voor dag en dauw, waardoor bij Holleeder slaapgebrek zou zijn ontstaan" , zo meldt de NRC.
Ja, dit getreiter verbleekt bij de behandeling die bijvoorbeeld vluchtelingen ondergaan. En de EBI is geen Guantanamo Bay. Maar getreiter door het gezag moeten we afwijzen, hoeveel weerzin het slachtoffers ervan ons ook mag inboezemen. Als de autoriteiten van Ondernemersland Nederland dit soort pesterij kunnen doen met iemand die uiteindelijk op vele punten één van hun is, een mede-ondernemer die uit de pas loopt - hoeveel verder zullen ze dan durven te gaan tegen mensen zónder geld, zónder dure advocaat die dit machtsmisbruik kan aanklagen?
We moeten dan ook tegen de slechte behandeling die Holleeder kennelijk krijgt, stelling nemen - niet uit sympathie voor de vastgoedmagnaat, maar uit democratische zelfverdediging. Vandaag doen ze het met hem. Morgen doen ze ergere dingen met ons - als we ze hun gang laten gaan.
zondag 8 april 2007
Dag van schande in Oss (deel 2)
De nazi-optocht van de Nederlandse Volks Unie (NVU), waar ik gisteren over berichtte, is door de burgemeester toegestaan omdat hij geen juridische mogelijkheden voor een verbod zag. Curieus genoeg vindt hij hierin Anti Fascistische Actie (AFA) aan zijn zijde. AFA berichtte op 7 april: "het is juridisch onmogelijk om NVU demonstraties te verbieden." Argumentatie ontbreekt. Wel roept AFA de gemeente op om strafbare uitingen van racisme aan te pakken; AFA spreekt van "het stelselmatig karakter van racistische en antisemitische (en dus strafwaardige) uitingen tijdens demonstraties van de NVU". Welnu, als "strafwaardige" op NVU-optochten een "stelselmatig karakter" hebben, maakt dat de NVU-mars dan zelf niet "strafwaardig"?
Mij lijkt, zoals ik gisteren al schreef, dat een verbod op de NVU-optocht wel degelijk mogelijk was geweest. Het is een kwestie van politieke wil, zowel bij burgemeesters als bij rechters die bij eerdere gelegenheden een poging om dit type optocht te verbieden van tafel veegden. Gemeentebestuurders en rechters maken hier een politieke, en geen puur-juridische keus. Ze accepteren nazi-marsen als legitiem onderdeel van het politieke gebeuren, in plaats van zulke uitingen te behandelen als politiek gangsterisme, wat het feitelijk is.
Maar zeggen dat een verbod best te doen valt, is niet hetzelfde als daadwerkelijk oproepen tot zo'n verbod. Voor links, voor antifascisten, is het vertrekpunt niet zozeer het Wetboek van Strafrecht, maar de politieke principes die links verdedigt - of dient te verdedigen. Het gaat daarbij om het verdedigen van gelijke rechten, van maximale democratische speelruimte ook waarmee arbeiders en onderdrukte groepen hun rechten kunnen verdedigen. Het gaat om democratische machtsvorming van onderin de maatschappij tegen een gevestigde orde waarmij een kleine top heerst over de rest van de maatschappij. Die gevestigde orde, waarbinnen die bovenlaag domineert over ons, is verweven met de staat, dat lichaam dat ordehandhaving tot hoogste doel heeft. Links staat tegenover die orde, tegenover die bovenlaag en ook tegenover de daarmee verbonden staat.
Daarom is het op zijn minst problematisch om kopstukken uit die orde - burgemeesters, rechters - op te roepen om onderdelen van hun staat - politie, rechtbanken, gevangenissen - in te zetten tegen nazi's. Zelfs als burgemeester en politie aan dit verlangen tegemoetkomen dan nog bereiken we een tijdelijke tegenslag voor nazi's tegen en erg hoge prijs: versterking van de bevoegdheden van de staat, versterking ook van het antifascistische, democratische krediet van die staat in de ogen van mensen. Op het hanteren van die bevoegdheden heeft links vervolgens geen wezenlijke controle.
Dat betekent dat we onze tegenstander, de staat, helpen zich te versterken - vroeg of laat ook tegenover links. Staatsfunctionarissen en politici zullen het precedent van een verbod op een nazi-mars maar al te gemakkelijk misbruiken om ook demonstraties van links, arbeidersacties en dergelijke te verbieden. dat verbod treft dan des te makkelijker ook straatactiviteiten tegen nazi's. Zo kan een oproep tot verbod van nazi-marsen op termijn juist antifascisten het leven zuur maken.
Zozeer de staat haar profijt kan doen met een verbod van nazi-activiteiten, zozeer ondermijnt die oproep de wezenlijke kracht van antifascistische politiek: vertrouwen in de solidariteit van mensen aan de onderkant, zelfvertrouwen van mensen om zelf tegen nazi's in actie te komen. Immers, als de staat het voor ons oplost, als de burgemeester verbiedt en de politie handhaaft, kunnen wij op ons gemak thuisblijven. Dat leidt tot een valse geruststelling, met grote risico's. Wat immers als opeens een burgemeester een nazimars niet verbiedt? Wat als een verbod door de politie slechts halfslachtig wordt doorgezet? Wat als nazi's voldoende kracht weten te vergaren om een verbod te trotseren en toch één van hun intimiderende marsen te houden?
Kern van een serieuze strategie tegen nazi's is: vertrouwen op de kracht van onszelf, van elkaar. Precies dat zelfvertrouwen wordt ondermijnd door naar boven te kijken, naar gezagsdragers en hun geüniformeerde dienaren. Daarom is oproepen tot een verbod niet slim. Hetzelfde bezwaar geldt ook de oproep van AFA aan politici en politie in Oss om "zich voor te bereiden op het handhaven van de antiracisme wetgeving tijdens NVU-demonstraties" . Ook dat is een teken van naar boven kijken, de oplossing van hogerhand te verwachten - een hogerhand dat onze bondgenoot niet is.
Wat dan wel? AFA koos ervoor om deze keer geen tegendemonstratie te organiseren. "We verwachten niet dat de aanhang van de NVU verder groeit" , aldus een woordvoerder van AFA volgens nieuws.nl . Ik ben daar niet gerust op, en ik denk dat juist een zeer stevig tegengeluid op straat nodig is om te zorgen dat die verwachting ook werkelijk uitkomt. Nazi's horen niet ongestoord te kunnen marcheren; dit soort marsen zijn opstapjes naar verder gaande intimidatie, een stukje verovering van de straat als opstapje naar verovering van de staat. Het is niet aan burgemeester en politie, maar allereerst aan een brede antifascistische beweging om ontwikkelingen in die richting tegen te werken. Tegendemonstraties horen daarbij, en het uitblijven ervanzal de nazi's een volgende keer alleen maar minder bevreesd maken.
Het is wel zaak om te zien wat voor soort tegendemonstraties wel en niet zinnig zijn. Het gebruikelijke patroon van AFA-acties is helaas: een handvol mensen uit een handvol steden gaat naar de plaats des nazi-onheils en houdt daar een tegendemonstratie die nauwelijks groter is dan de nazi-mars zelf. Voor een groot deel van de mensen ziet dat eruit als extreem-links tegen nazi-rechts, de ene potentiële knokploeg tegen de andere, Palestijnensjaals tegen Lonsdale, Che Guevara tegen Rudolf Hess. Links zal er alles aan moeten doen om deel te zijn van, en aanzet te geven tot, iets veel breders. En als je ziet aankomen dat een tegendemonstratie bovengenoemd beperkt resultaat en uitstraling heeft, dan is het beslist zinnig om een keertje over te slaan - en energie te steken in het doorbreken van het isolement waarin AFA, en radicale antifascisten sowieso, zich in bevinden.
Hoe het wel kan werd enige tijd geleden zichtbaar in Doetinchem. Daar marcheerde op 24 februari ook al de NVU. De rechtbank verbood een aangekondigde tegendemonstratie. Honderdvijftig jongeren uit de plaats zelf trotseerden de grootschalig aanwezige oproerpolitie en lieten hun woede en weerzin tegen de nazi-mars blijken. De politie arresteerde zestig van deze dappere mensen, en verdedigde daarmee feitelijk nazi's tegen antifascistische jongeren. De gang van zaken is na te lezen via Indymedia.
Dit plaatselijke activisme, deze op straat tastbare antifascistische woede die Doetinchem tot een inspirerend woord in de strijd tegen fascisme maakt - dat is wat zo pijnlijk ontbrak in Oss (vrijwel althans, zo bleek na eerste plaatsing van dit stuk; zie voetnoot 1.). Dat is des te schokkender, aangezien Oss een rood bolwerk is, de plaats immers waar de SP supersterk is. En waar de NVU die SP expliciet tot doelwit van haar provocatie maakt (zie mijn stuk van gisteren) zou je denken dat de SP krachtig tegengeluid helpt organiseren. Waarom geen oproep aan leden, sympathisanten en wie het maar wil horen om zich langs de route van de optocht te verzamelen en de nazi's een hoogst onwelkom gevoel te geven?
Maar nee, niets hiervan. Via de website van de SP-afdeling ter plekke vond ik op het weblog van Lilian Marijnissen één stukje voorafgaande aan de NVU-mars. Daarin zegt dit SP-gemeenteraadslid over de NVU-opvattingen dat ze "niet kan begrijpen dat iemand die (...) nog serieus genomen worden" , om vervolgens doodleuk vast te stellen: "De gemeente Oss heeft duidelijke voorwaarden gesteld (...) en de NVU heeft die netjes op haar site geplaatst en roept iedereen op hieraan mee te werken." Dat laatste is gewoon een compliment aan de nazi's wegens voorgenomen goed gedrag!
Direct na afloop van de NVU-mars hielden gemeentelijke politici een symbolische actie tegen de nazi's: ze veegden de straten van de route schoon. Daaraan deden volgens de plaatselijke SP-website "vertegenwoordigers van bijna alle politieke partijen uit de Osse gemeenteraad" mee, waaronder "vrijwel de complete SP-fractie en de SP-wethouders Iding en Ermers" mee. Dat de SP zich alsnog liet horen tegen de NVU is goed, al is het zowel te laat als te beperkt.
Maar door het samen met een zo breed front van de gevestigde politiek te spelen geef je gen goed signaal af. Nazi's parasiteren immers op onvrede en frustraties tegenover de gevestigde politiek. Die frustraties hebben oorzaken, mensen hebben gelijk dat ze boos zijn op een gevestigde orde waar die politiek deel van uitmaakt. Links, en dus de SP, zou die woede een goede richting moeten helpen geven, zodat de foute richting van de NVU tenminste niet de enige actieve richting is. Maar als linkse politici zich opstellen als deel van de gevestigde politiek wordt het makkelijker voor nazi's om de woede tegen die politiek des te meer een rechtse draai te geven.
Het model-Oss, met zijn braafheid, zijn passiviteit jegens de NVU en zijn gerichtheid op de officiële politiek, inspireert niet. Geef mij maar het model-Doetinchem, met zijn boze jonge mensen die nazi's en politie trotseren en daarmee een antifascistisch voorbeeld gaven dat navolging verdient.
(1) Pal nadat bovenstaande online stond kreeg ik informatie van een dappere antifascist die in Oss rondgekeken heeft tijdens de nazi-mars. Hij wees erop dat er wel degelijk jongeren - rond de veertig, volgens hem - tegen de nazi's tekeer gingen. Aan het hele beeld dat ik hierboven schets verandert dan niet veel, en aan de nalatigheid van de SP om dit soort woede tegen nazi-optochten te helpen organiseren verandert het helemaal niets. (deze noot is gewijzigd op 13 april 2007)
Mij lijkt, zoals ik gisteren al schreef, dat een verbod op de NVU-optocht wel degelijk mogelijk was geweest. Het is een kwestie van politieke wil, zowel bij burgemeesters als bij rechters die bij eerdere gelegenheden een poging om dit type optocht te verbieden van tafel veegden. Gemeentebestuurders en rechters maken hier een politieke, en geen puur-juridische keus. Ze accepteren nazi-marsen als legitiem onderdeel van het politieke gebeuren, in plaats van zulke uitingen te behandelen als politiek gangsterisme, wat het feitelijk is.
Maar zeggen dat een verbod best te doen valt, is niet hetzelfde als daadwerkelijk oproepen tot zo'n verbod. Voor links, voor antifascisten, is het vertrekpunt niet zozeer het Wetboek van Strafrecht, maar de politieke principes die links verdedigt - of dient te verdedigen. Het gaat daarbij om het verdedigen van gelijke rechten, van maximale democratische speelruimte ook waarmee arbeiders en onderdrukte groepen hun rechten kunnen verdedigen. Het gaat om democratische machtsvorming van onderin de maatschappij tegen een gevestigde orde waarmij een kleine top heerst over de rest van de maatschappij. Die gevestigde orde, waarbinnen die bovenlaag domineert over ons, is verweven met de staat, dat lichaam dat ordehandhaving tot hoogste doel heeft. Links staat tegenover die orde, tegenover die bovenlaag en ook tegenover de daarmee verbonden staat.
Daarom is het op zijn minst problematisch om kopstukken uit die orde - burgemeesters, rechters - op te roepen om onderdelen van hun staat - politie, rechtbanken, gevangenissen - in te zetten tegen nazi's. Zelfs als burgemeester en politie aan dit verlangen tegemoetkomen dan nog bereiken we een tijdelijke tegenslag voor nazi's tegen en erg hoge prijs: versterking van de bevoegdheden van de staat, versterking ook van het antifascistische, democratische krediet van die staat in de ogen van mensen. Op het hanteren van die bevoegdheden heeft links vervolgens geen wezenlijke controle.
Dat betekent dat we onze tegenstander, de staat, helpen zich te versterken - vroeg of laat ook tegenover links. Staatsfunctionarissen en politici zullen het precedent van een verbod op een nazi-mars maar al te gemakkelijk misbruiken om ook demonstraties van links, arbeidersacties en dergelijke te verbieden. dat verbod treft dan des te makkelijker ook straatactiviteiten tegen nazi's. Zo kan een oproep tot verbod van nazi-marsen op termijn juist antifascisten het leven zuur maken.
Zozeer de staat haar profijt kan doen met een verbod van nazi-activiteiten, zozeer ondermijnt die oproep de wezenlijke kracht van antifascistische politiek: vertrouwen in de solidariteit van mensen aan de onderkant, zelfvertrouwen van mensen om zelf tegen nazi's in actie te komen. Immers, als de staat het voor ons oplost, als de burgemeester verbiedt en de politie handhaaft, kunnen wij op ons gemak thuisblijven. Dat leidt tot een valse geruststelling, met grote risico's. Wat immers als opeens een burgemeester een nazimars niet verbiedt? Wat als een verbod door de politie slechts halfslachtig wordt doorgezet? Wat als nazi's voldoende kracht weten te vergaren om een verbod te trotseren en toch één van hun intimiderende marsen te houden?
Kern van een serieuze strategie tegen nazi's is: vertrouwen op de kracht van onszelf, van elkaar. Precies dat zelfvertrouwen wordt ondermijnd door naar boven te kijken, naar gezagsdragers en hun geüniformeerde dienaren. Daarom is oproepen tot een verbod niet slim. Hetzelfde bezwaar geldt ook de oproep van AFA aan politici en politie in Oss om "zich voor te bereiden op het handhaven van de antiracisme wetgeving tijdens NVU-demonstraties" . Ook dat is een teken van naar boven kijken, de oplossing van hogerhand te verwachten - een hogerhand dat onze bondgenoot niet is.
Wat dan wel? AFA koos ervoor om deze keer geen tegendemonstratie te organiseren. "We verwachten niet dat de aanhang van de NVU verder groeit" , aldus een woordvoerder van AFA volgens nieuws.nl . Ik ben daar niet gerust op, en ik denk dat juist een zeer stevig tegengeluid op straat nodig is om te zorgen dat die verwachting ook werkelijk uitkomt. Nazi's horen niet ongestoord te kunnen marcheren; dit soort marsen zijn opstapjes naar verder gaande intimidatie, een stukje verovering van de straat als opstapje naar verovering van de staat. Het is niet aan burgemeester en politie, maar allereerst aan een brede antifascistische beweging om ontwikkelingen in die richting tegen te werken. Tegendemonstraties horen daarbij, en het uitblijven ervanzal de nazi's een volgende keer alleen maar minder bevreesd maken.
Het is wel zaak om te zien wat voor soort tegendemonstraties wel en niet zinnig zijn. Het gebruikelijke patroon van AFA-acties is helaas: een handvol mensen uit een handvol steden gaat naar de plaats des nazi-onheils en houdt daar een tegendemonstratie die nauwelijks groter is dan de nazi-mars zelf. Voor een groot deel van de mensen ziet dat eruit als extreem-links tegen nazi-rechts, de ene potentiële knokploeg tegen de andere, Palestijnensjaals tegen Lonsdale, Che Guevara tegen Rudolf Hess. Links zal er alles aan moeten doen om deel te zijn van, en aanzet te geven tot, iets veel breders. En als je ziet aankomen dat een tegendemonstratie bovengenoemd beperkt resultaat en uitstraling heeft, dan is het beslist zinnig om een keertje over te slaan - en energie te steken in het doorbreken van het isolement waarin AFA, en radicale antifascisten sowieso, zich in bevinden.
Hoe het wel kan werd enige tijd geleden zichtbaar in Doetinchem. Daar marcheerde op 24 februari ook al de NVU. De rechtbank verbood een aangekondigde tegendemonstratie. Honderdvijftig jongeren uit de plaats zelf trotseerden de grootschalig aanwezige oproerpolitie en lieten hun woede en weerzin tegen de nazi-mars blijken. De politie arresteerde zestig van deze dappere mensen, en verdedigde daarmee feitelijk nazi's tegen antifascistische jongeren. De gang van zaken is na te lezen via Indymedia.
Dit plaatselijke activisme, deze op straat tastbare antifascistische woede die Doetinchem tot een inspirerend woord in de strijd tegen fascisme maakt - dat is wat zo pijnlijk ontbrak in Oss (vrijwel althans, zo bleek na eerste plaatsing van dit stuk; zie voetnoot 1.). Dat is des te schokkender, aangezien Oss een rood bolwerk is, de plaats immers waar de SP supersterk is. En waar de NVU die SP expliciet tot doelwit van haar provocatie maakt (zie mijn stuk van gisteren) zou je denken dat de SP krachtig tegengeluid helpt organiseren. Waarom geen oproep aan leden, sympathisanten en wie het maar wil horen om zich langs de route van de optocht te verzamelen en de nazi's een hoogst onwelkom gevoel te geven?
Maar nee, niets hiervan. Via de website van de SP-afdeling ter plekke vond ik op het weblog van Lilian Marijnissen één stukje voorafgaande aan de NVU-mars. Daarin zegt dit SP-gemeenteraadslid over de NVU-opvattingen dat ze "niet kan begrijpen dat iemand die (...) nog serieus genomen worden" , om vervolgens doodleuk vast te stellen: "De gemeente Oss heeft duidelijke voorwaarden gesteld (...) en de NVU heeft die netjes op haar site geplaatst en roept iedereen op hieraan mee te werken." Dat laatste is gewoon een compliment aan de nazi's wegens voorgenomen goed gedrag!
Direct na afloop van de NVU-mars hielden gemeentelijke politici een symbolische actie tegen de nazi's: ze veegden de straten van de route schoon. Daaraan deden volgens de plaatselijke SP-website "vertegenwoordigers van bijna alle politieke partijen uit de Osse gemeenteraad" mee, waaronder "vrijwel de complete SP-fractie en de SP-wethouders Iding en Ermers" mee. Dat de SP zich alsnog liet horen tegen de NVU is goed, al is het zowel te laat als te beperkt.
Maar door het samen met een zo breed front van de gevestigde politiek te spelen geef je gen goed signaal af. Nazi's parasiteren immers op onvrede en frustraties tegenover de gevestigde politiek. Die frustraties hebben oorzaken, mensen hebben gelijk dat ze boos zijn op een gevestigde orde waar die politiek deel van uitmaakt. Links, en dus de SP, zou die woede een goede richting moeten helpen geven, zodat de foute richting van de NVU tenminste niet de enige actieve richting is. Maar als linkse politici zich opstellen als deel van de gevestigde politiek wordt het makkelijker voor nazi's om de woede tegen die politiek des te meer een rechtse draai te geven.
Het model-Oss, met zijn braafheid, zijn passiviteit jegens de NVU en zijn gerichtheid op de officiële politiek, inspireert niet. Geef mij maar het model-Doetinchem, met zijn boze jonge mensen die nazi's en politie trotseren en daarmee een antifascistisch voorbeeld gaven dat navolging verdient.
(1) Pal nadat bovenstaande online stond kreeg ik informatie van een dappere antifascist die in Oss rondgekeken heeft tijdens de nazi-mars. Hij wees erop dat er wel degelijk jongeren - rond de veertig, volgens hem - tegen de nazi's tekeer gingen. Aan het hele beeld dat ik hierboven schets verandert dan niet veel, en aan de nalatigheid van de SP om dit soort woede tegen nazi-optochten te helpen organiseren verandert het helemaal niets. (deze noot is gewijzigd op 13 april 2007)
zaterdag 7 april 2007
Dag van schande in Oss (deel 1)
Zaterdag 7 april is een dag van schande geworden. Een kleine honderd nazi's marcheerden - met toestemming van de plaatselijke autoriteiten - door Oss. Oppositie in enige serieuze vorm was in geen velden of wegen te bekennen. En dat in een plaats die bekend staat als bolwerk van de SP, thuisbasis van Jan Marijnissen. Treurig is het, en gevaarlijk ook.
Eerst kort de aanloop en de gebeurtenissen zelf. Op 31 maart viel op Indymedia te lezen: "NVU zaterdag naar Oss" . Met daaronder het zinnetje: "a.s. zaterdag marcheren de neo-nazi's weer de Nederland, deze keer moet Oss het bezuren." Bron was een nazi-forum op internet. De NVU staat voor Nederlandse Volks Unie, een al vele jaren bestaand nazi-partijtje waar momenteel Constant Kusters mee denkt te scoren als leider-in-spé.
Op 6 april bracht Anti Fascistische Actie (AFA) een bericht uit waarin ze wees op het nazi-karakter van de komende optocht en de deelnemers eraan. AFA voegde toe; "het is juridisch onmogelijk om NVU demonstraties te verbieden". AFA vroeg tenslotten de politiek van Oss om erop toe te zien dat de antiracisme-wetgeving op de mars goed gehandhaafd zou worden en stuurde de gemeente een lijst met kennelijk te verwachten verboden symbolen, zoals hakenkruisen.
Inderdaad gaf burgemeester Herman Klitsie toestemming aan de NVU voor hun optocht, "met pijn in de buik. Bij uitingen van racisme grijpen we meteen in" , aldus een bericht in het Brabants Dagblad op 7 april zelf. En inmiddels is de optocht achter de rug.
Zoals gezegd liepen er een kleine honderd fascisten mee, waaronder enkele tientallen "nationaal-socialisten" uit Duitsland. De nazi's hadden een pseudo-linkse invalshoek gekozen: ze protesteerden tegen "casino-kapitalisme" en "hebzucht" , zo beweerden ze.
Maar hun wezenlijke motieven bleven niet verborgen: Oss was, als plaats waar de SP zo sterk is, doelbewust gekozen. "De NVU was kwaad om de steun die de SP gaf aan het generaal pardon", aldus het Brabants Dagblad. Kusters riep tevens dat "idioten" geen kinderen meer mochten krijgen - en rekende Marijnissen onder dat scheldwoord. Tegelijk dus een aanval op vluchtelingen èn op links door juist SP-aanvoerder Marijnissen aan te vallen en hem mede het generaal pardon voor mensen die jaren op een beslissing rond hun asielaanvraag moesten wachten te verwijten. Ook jammerde Kusters nog wat over het "blanke ras" waarvan het "overleven (...) op het spel" zou staan. Het nazi-sfeertje was evident.
De politie pakte uiteindelijk 30 mensen op, nam spandoeken in beslag "omdat deze volgens de politie te veel geassocieerd konden worden met het nationaal-socialistische gedachtengoed" , meldt De Volkskrant. "Om 15.00 uur heeft de politie wel demonstranten aangesproken op het dragen bijvoorbeeld een hakenkruis" , meldt nieuws.nl.
Inmiddels is de naargeestige vertoning achter de rug. Maar Kusters kondigde volgens nu.nl aan dat hij over twee maanden een nieuwe optocht met zijn club wil houden en intussen wil hij "alle beperkingen die burgemeester Herman Klitsie van Oss de NVU oplegde aanvechten bij de rechter." Er komt zeker een een vervolg, in Oss of - als Kusters' voornemens daar bluf blijken - elders. En dan moeten tegenstanders van racisme en fascisme beter voorbereid zijn, want het gebrek aan tegenstand van linkse kant was beschamend.
Laten we eens kijken hoe de nazi-mars dan wel had kunnen worden tegengewerkt. De burgemeester zag geen juridische mogelijkheden om de NVU-actie te verbieden. Dat lijkt mij onzin. Als de autoriteiten ook maar een deel van de spitsvondige vindingrijkheid tegen de nazi's hadden ingezet die tegen radicalisering onder Moslims, of bijvoorbeeld tegen de Hell's Angels in stelling wordt gebracht, dan hadden ze er echt wel iets op gevonden.
Zo'n verbod had gekund, zonder wezenlijke grondrechten aan te tasten, en zonder de te verwachten "wanordelijkheden"als excuus voor een verbod aan te grijpen. "Wanordelijkheden" liggen op de loer bij elke voetbalwedstrijd, elk popconcert, elke demonstratie, en in elke binnenstad als het uitgaansavond is. Overal waar grote groepen mensen samen zijn kun je "wanordelijkheden" verwachten.
Dat feit aangrijpen om een nazi-optocht te verbieden schept alleen maar een gevaarlijk precedent, het geeft het gezag een handvat om alles wat ze niet bevalt op het gebied van "samenscholingen" te verbieden. De ervaring leert dat de autoriteiten in deze maatschappij die bevoegdheid vooral zullen inzetten tegen protest van links, verzet van arbeiders, en tegen uitingen van meer alternatief uitgaansleven. Die lol moeten we het gezag niet gunnen.
Nee, nazi-marsen kunnen uitstekend verboden worden vanwege het criminele karakter ervan dat inherent is aan nazi-activiteit. Dat misdadige karakter is geen bijkomstigheid, geen kwestie van een hakenkruis meer of minder. Om een fictief voorbeeld te nemen: stel, een groepering kondigt aan om in de binnenstad van Oss ruiten in te gaan gooien, brand te gaan stichten en mensen op hun gezicht te gaan slaan. Daartoe neemt de organisatie maatregelen: brandbaar materiaal, stenen, knuppels zijn voorradig. De leden van de organisatie worden uitgenodigd zich op een bepaalde plek te verzamelen om vervolgens samen op stap te gaan en hun agressie op bovengenoemde wijze uit te leven.
Anders gezegd: de leden van zo'n groepering komen samen om een reeks misdrijven en overtredingen te begaan, in georganiseerd verband. Natuurlijk zou de politie klaar te staan om deze hele activiteit te verhinderen en de deelnemers eraan desnoods op te pakken. Natuurlijk zou een burgemeester aankondigen dat zo'n activiteit niet toegelaten zou worden. Dit soort activiteit valt immers niet onder de vrijheid van meningsuiting, maar onder het verbod op vandalisme, brandstichting en openlijke geweldpleging.
Tot zover het verzonnen voorbeeld. Nu de NVU-mars. Die is in feite eveneens inherent misdadig. Nazi-politiek is het georganiseerd bedreigen van hele bevolkingsgroepen - en gezien het verleden betekent dit: bedreigen met genocide. Nazi-politiek is het georganiseerd intimideren van andersdenkenden, ter voorbereiding van een nieuwe dictatuur. Nazi-politiek is het ten diepste beledigen van nabestaanden van de Holocaust, overlevenden uit de nazi-concentratiekampen. Bedreiging, intimidatie, grove discriminatie, belediging - het valt niet onder de vrijheid van meningsuiting, het zijn overtredingen en misdrijven, met een levensgevaarlijke strekking. Zoveel historisch besef zal ook de burgemeester van Oss toch nog wel hebben?
Een optocht verbieden op inhoudelijke gronden, op grond van het feit dat de essentie ervan bestaat uit een reeks criminele daden lijkt mij juridisch zeer goed te realiseren. Het niet verbieden ervan in Oss door het gezag is een keuze, geen noodzaak. Maar het feit dat een verbod mogelijk is, en dat daar goede redenen voor zijn ook, betekent nog niet dat het aandringen op een verbod een verstandige strategie is. Daarover, en over andere mogelijkheden tegenover nazi-marsen, in een vervolgstuk nog wat meer.
Eerst kort de aanloop en de gebeurtenissen zelf. Op 31 maart viel op Indymedia te lezen: "NVU zaterdag naar Oss" . Met daaronder het zinnetje: "a.s. zaterdag marcheren de neo-nazi's weer de Nederland, deze keer moet Oss het bezuren." Bron was een nazi-forum op internet. De NVU staat voor Nederlandse Volks Unie, een al vele jaren bestaand nazi-partijtje waar momenteel Constant Kusters mee denkt te scoren als leider-in-spé.
Op 6 april bracht Anti Fascistische Actie (AFA) een bericht uit waarin ze wees op het nazi-karakter van de komende optocht en de deelnemers eraan. AFA voegde toe; "het is juridisch onmogelijk om NVU demonstraties te verbieden". AFA vroeg tenslotten de politiek van Oss om erop toe te zien dat de antiracisme-wetgeving op de mars goed gehandhaafd zou worden en stuurde de gemeente een lijst met kennelijk te verwachten verboden symbolen, zoals hakenkruisen.
Inderdaad gaf burgemeester Herman Klitsie toestemming aan de NVU voor hun optocht, "met pijn in de buik. Bij uitingen van racisme grijpen we meteen in" , aldus een bericht in het Brabants Dagblad op 7 april zelf. En inmiddels is de optocht achter de rug.
Zoals gezegd liepen er een kleine honderd fascisten mee, waaronder enkele tientallen "nationaal-socialisten" uit Duitsland. De nazi's hadden een pseudo-linkse invalshoek gekozen: ze protesteerden tegen "casino-kapitalisme" en "hebzucht" , zo beweerden ze.
Maar hun wezenlijke motieven bleven niet verborgen: Oss was, als plaats waar de SP zo sterk is, doelbewust gekozen. "De NVU was kwaad om de steun die de SP gaf aan het generaal pardon", aldus het Brabants Dagblad. Kusters riep tevens dat "idioten" geen kinderen meer mochten krijgen - en rekende Marijnissen onder dat scheldwoord. Tegelijk dus een aanval op vluchtelingen èn op links door juist SP-aanvoerder Marijnissen aan te vallen en hem mede het generaal pardon voor mensen die jaren op een beslissing rond hun asielaanvraag moesten wachten te verwijten. Ook jammerde Kusters nog wat over het "blanke ras" waarvan het "overleven (...) op het spel" zou staan. Het nazi-sfeertje was evident.
De politie pakte uiteindelijk 30 mensen op, nam spandoeken in beslag "omdat deze volgens de politie te veel geassocieerd konden worden met het nationaal-socialistische gedachtengoed" , meldt De Volkskrant. "Om 15.00 uur heeft de politie wel demonstranten aangesproken op het dragen bijvoorbeeld een hakenkruis" , meldt nieuws.nl.
Inmiddels is de naargeestige vertoning achter de rug. Maar Kusters kondigde volgens nu.nl aan dat hij over twee maanden een nieuwe optocht met zijn club wil houden en intussen wil hij "alle beperkingen die burgemeester Herman Klitsie van Oss de NVU oplegde aanvechten bij de rechter." Er komt zeker een een vervolg, in Oss of - als Kusters' voornemens daar bluf blijken - elders. En dan moeten tegenstanders van racisme en fascisme beter voorbereid zijn, want het gebrek aan tegenstand van linkse kant was beschamend.
Laten we eens kijken hoe de nazi-mars dan wel had kunnen worden tegengewerkt. De burgemeester zag geen juridische mogelijkheden om de NVU-actie te verbieden. Dat lijkt mij onzin. Als de autoriteiten ook maar een deel van de spitsvondige vindingrijkheid tegen de nazi's hadden ingezet die tegen radicalisering onder Moslims, of bijvoorbeeld tegen de Hell's Angels in stelling wordt gebracht, dan hadden ze er echt wel iets op gevonden.
Zo'n verbod had gekund, zonder wezenlijke grondrechten aan te tasten, en zonder de te verwachten "wanordelijkheden"als excuus voor een verbod aan te grijpen. "Wanordelijkheden" liggen op de loer bij elke voetbalwedstrijd, elk popconcert, elke demonstratie, en in elke binnenstad als het uitgaansavond is. Overal waar grote groepen mensen samen zijn kun je "wanordelijkheden" verwachten.
Dat feit aangrijpen om een nazi-optocht te verbieden schept alleen maar een gevaarlijk precedent, het geeft het gezag een handvat om alles wat ze niet bevalt op het gebied van "samenscholingen" te verbieden. De ervaring leert dat de autoriteiten in deze maatschappij die bevoegdheid vooral zullen inzetten tegen protest van links, verzet van arbeiders, en tegen uitingen van meer alternatief uitgaansleven. Die lol moeten we het gezag niet gunnen.
Nee, nazi-marsen kunnen uitstekend verboden worden vanwege het criminele karakter ervan dat inherent is aan nazi-activiteit. Dat misdadige karakter is geen bijkomstigheid, geen kwestie van een hakenkruis meer of minder. Om een fictief voorbeeld te nemen: stel, een groepering kondigt aan om in de binnenstad van Oss ruiten in te gaan gooien, brand te gaan stichten en mensen op hun gezicht te gaan slaan. Daartoe neemt de organisatie maatregelen: brandbaar materiaal, stenen, knuppels zijn voorradig. De leden van de organisatie worden uitgenodigd zich op een bepaalde plek te verzamelen om vervolgens samen op stap te gaan en hun agressie op bovengenoemde wijze uit te leven.
Anders gezegd: de leden van zo'n groepering komen samen om een reeks misdrijven en overtredingen te begaan, in georganiseerd verband. Natuurlijk zou de politie klaar te staan om deze hele activiteit te verhinderen en de deelnemers eraan desnoods op te pakken. Natuurlijk zou een burgemeester aankondigen dat zo'n activiteit niet toegelaten zou worden. Dit soort activiteit valt immers niet onder de vrijheid van meningsuiting, maar onder het verbod op vandalisme, brandstichting en openlijke geweldpleging.
Tot zover het verzonnen voorbeeld. Nu de NVU-mars. Die is in feite eveneens inherent misdadig. Nazi-politiek is het georganiseerd bedreigen van hele bevolkingsgroepen - en gezien het verleden betekent dit: bedreigen met genocide. Nazi-politiek is het georganiseerd intimideren van andersdenkenden, ter voorbereiding van een nieuwe dictatuur. Nazi-politiek is het ten diepste beledigen van nabestaanden van de Holocaust, overlevenden uit de nazi-concentratiekampen. Bedreiging, intimidatie, grove discriminatie, belediging - het valt niet onder de vrijheid van meningsuiting, het zijn overtredingen en misdrijven, met een levensgevaarlijke strekking. Zoveel historisch besef zal ook de burgemeester van Oss toch nog wel hebben?
Een optocht verbieden op inhoudelijke gronden, op grond van het feit dat de essentie ervan bestaat uit een reeks criminele daden lijkt mij juridisch zeer goed te realiseren. Het niet verbieden ervan in Oss door het gezag is een keuze, geen noodzaak. Maar het feit dat een verbod mogelijk is, en dat daar goede redenen voor zijn ook, betekent nog niet dat het aandringen op een verbod een verstandige strategie is. Daarover, en over andere mogelijkheden tegenover nazi-marsen, in een vervolgstuk nog wat meer.
donderdag 5 april 2007
Extra plus voor extra paspoort, en andere hoopvolle signalen
Wilders en zijn agressieve politiek beginnen her en der op stevig tegengeluid te gooien. Ook degenen die naar rechts uitglijden en deels tegemoetkomen aan nationalistische obsessies krijgen de wind van voren.
Zo kreeg Jan Marijnissen na zijn kwalijke "dikke extra plus" waarmee hij het afstand doen van een tweede paspoort graag beloond zag, in zijn inmiddels terecht beruchte Telegraaf-interview, tot nu toe maar liefst 1077 reacties, waaronder heel veel mensen uit SP-kringen zelf zelf die het er helemaal niet mee eens waren dat Marijnissen zo meegeeft met de gure loyaliteitswind. Binnen de SP zit duidelijk links en antiracistisch leven, zo blijkt. Dat stelt paal en perk aan de ruimte die Marijnissen heeft voor zijn, op dit punt niet bepaald linkse, geluid.
Prominent wapen van de tegenstanders van het hatelijke racisme waarmee wilders tracht te scoren: argumenten, een beroep op elementaire menselijke verbondenheid en gelijkwaardigheid en - humor. Het prachtigste initiatief kreeg ik vandaag onder ogen (dank, Miriyam!): het "gastvrije en hartelijke Anderland" biedt iedereen een extra paspoort aan. Immers: "Een paspoort van Anderland is een dikke extra plus!" Het tweede en derde punt uit de loyaliteitsverklaring die je daartoe kunt ondertekenen:
"Ik verklaar dat alle mensen wereldburgers zijn.
Ik verklaar dat ieder mens tegelijk loyaal kan zijn aan één land."
De vraag waar dat Anderland dan wel ligt krijgt als antwoord: "Het is niet op een kaart te vinden, maar het is overal waar u het zoekt: bij de overburen, op de Maan, achter het glas van uw computerscherm, of in uw eigen hoofd. Anderland staat voor de hoop op een betere wereld." Andersland zoekt "een tsunami aan nieuwe burgers." Op het moment dat ik dit intik staat de teller van mensen die zich daartoe hebben aangemeld op 1605.
Anderland heeft "geen inburgeringsplicht. Het is voldoende als u het eens bent met de loyaliteitsverklaring." Van een officiële taal is geen sprake en "er is ook nauwelijks een overheid. Iedereen in Anderland spreekt de taal die hij (opm. Rooieravotr: en zij, mag ik aannemen) zelf wil, en toch begrijpt iedereen elkaar. Hoe dat kan is niet helemaal duidelijk", zo lezen we bij de veelgestelde vragen.
Je kunt ook, als je je aanmeldt, een reactie achterlaten. Een aantal staat op de site. Daar zitten prachtige tussen. "Eindelijk een Koerd met een eigen paspoort en een eigen land" , bijvoorbeeld, en "ik voel me nu al thuis". Ook stelt iemand al voor om een "ferm, niet hartsnellerkloppend niet te kort volkslied wat makkelijk mee te zingen is" op de site te zetten. "Wellicht kunnen alle burgers van Anderland dit lied inzetten op de vieringsdag van de verjaardag van de koningin van een naburig best bekend land. Dat zou de burgers van dat land moed insprekenbij hun dagelijkse strijd tegen moedeloosheid." Geweldig vind ik het. Ik heb me enkele uren geleden aangemeld en heb nu eindelijk een paspoort waar ik enigszins trots
op kan zijn.
Heel anders van toon is de website "Samen Verder?" Wie die opent krijgt "Dreaming of a world" van Tracey Chapman te horen, plus de oproep: "Stop de hetze tegen onze allochtone/ moslim broeders en zusters." Je kunt online een formulier tekenen om deze oproep kracht bij te zetten. De website heeft ook een heel nuttige nieuwsrubriek met artikelen over Wilders en wat er rond zijn hetze-politiek loskomt. Daarin valt op dat vrijwel alle berichten afkomstig zijn uit het zwaar gereformeerde Nederlands Dagblad. het doet vermoeden dat deze website uit protestants-christelijke hoek afkomstig is. Dat zou me niet helemaal verbazen, juist ook in dagblad Trouw (vergelijkbare achtergrond maar ideologisch veel opener) staan ook geregeld behoorlijk felle stukken over Wilders 'politiek.
Tenslotte is er de belangrijke web-initiatief "Tegen Haatzaaien". Op de pagina "Onze Missie" op die site stellen ze: "De verhoudingen tussen bevolkingsgroepen ij Nederland zijn er de afgelopen jaren niet beter op geworden. Als aanjager daarvan heeft vooral Geert Wilders zich de laatste tijd in de schijnwerpers geplaatst. En in wat hij in maart aan de orde stelde ging het natuurlijk niet over paspoorten en conflicterende belangen, het ging om haatzaaien tegen islamitische medeburgers. Hij sprak mensen niet aan op hun daden maar op hun achtergronden en dat is de kern van discriminatie." Even verder: "Wij hebben daarom het initiatief genomen tot het veroorzaken van tegenwind, deze website is daar het eerste voertuig van."
Veel documentatie over Wilders en wat hij losmaakt, in de vorm van een handige "Subsite voor Stukken" , waarin achtergrondartikelen en columns van bijvoorbeeld Marcel van Dam en Ed van Thijn te vinden zijn. Het initiatief komt, aldus de Volkskrant, van "een aantal Amsterdamse PvdA-leden". Ook in die partij blijkt wel degelijk niet alle linkse leven te zijn geweken. Samen met de eerder vermelde initiatieven, en de uiterst succesvolle bijeenkomst "Wat is het antwoord op Geert Wilders?" op de UvA van 18 maart waar ik gister iets over schreef, geeft het aan hoe breed en veelvormig de weerzin en weerstand tegen Wilders' racistische hetze inmiddels is.
Zo kreeg Jan Marijnissen na zijn kwalijke "dikke extra plus" waarmee hij het afstand doen van een tweede paspoort graag beloond zag, in zijn inmiddels terecht beruchte Telegraaf-interview, tot nu toe maar liefst 1077 reacties, waaronder heel veel mensen uit SP-kringen zelf zelf die het er helemaal niet mee eens waren dat Marijnissen zo meegeeft met de gure loyaliteitswind. Binnen de SP zit duidelijk links en antiracistisch leven, zo blijkt. Dat stelt paal en perk aan de ruimte die Marijnissen heeft voor zijn, op dit punt niet bepaald linkse, geluid.
Prominent wapen van de tegenstanders van het hatelijke racisme waarmee wilders tracht te scoren: argumenten, een beroep op elementaire menselijke verbondenheid en gelijkwaardigheid en - humor. Het prachtigste initiatief kreeg ik vandaag onder ogen (dank, Miriyam!): het "gastvrije en hartelijke Anderland" biedt iedereen een extra paspoort aan. Immers: "Een paspoort van Anderland is een dikke extra plus!" Het tweede en derde punt uit de loyaliteitsverklaring die je daartoe kunt ondertekenen:
"Ik verklaar dat alle mensen wereldburgers zijn.
Ik verklaar dat ieder mens tegelijk loyaal kan zijn aan één land."
De vraag waar dat Anderland dan wel ligt krijgt als antwoord: "Het is niet op een kaart te vinden, maar het is overal waar u het zoekt: bij de overburen, op de Maan, achter het glas van uw computerscherm, of in uw eigen hoofd. Anderland staat voor de hoop op een betere wereld." Andersland zoekt "een tsunami aan nieuwe burgers." Op het moment dat ik dit intik staat de teller van mensen die zich daartoe hebben aangemeld op 1605.
Anderland heeft "geen inburgeringsplicht. Het is voldoende als u het eens bent met de loyaliteitsverklaring." Van een officiële taal is geen sprake en "er is ook nauwelijks een overheid. Iedereen in Anderland spreekt de taal die hij (opm. Rooieravotr: en zij, mag ik aannemen) zelf wil, en toch begrijpt iedereen elkaar. Hoe dat kan is niet helemaal duidelijk", zo lezen we bij de veelgestelde vragen.
Je kunt ook, als je je aanmeldt, een reactie achterlaten. Een aantal staat op de site. Daar zitten prachtige tussen. "Eindelijk een Koerd met een eigen paspoort en een eigen land" , bijvoorbeeld, en "ik voel me nu al thuis". Ook stelt iemand al voor om een "ferm, niet hartsnellerkloppend niet te kort volkslied wat makkelijk mee te zingen is" op de site te zetten. "Wellicht kunnen alle burgers van Anderland dit lied inzetten op de vieringsdag van de verjaardag van de koningin van een naburig best bekend land. Dat zou de burgers van dat land moed insprekenbij hun dagelijkse strijd tegen moedeloosheid." Geweldig vind ik het. Ik heb me enkele uren geleden aangemeld en heb nu eindelijk een paspoort waar ik enigszins trots
op kan zijn.
Heel anders van toon is de website "Samen Verder?" Wie die opent krijgt "Dreaming of a world" van Tracey Chapman te horen, plus de oproep: "Stop de hetze tegen onze allochtone/ moslim broeders en zusters." Je kunt online een formulier tekenen om deze oproep kracht bij te zetten. De website heeft ook een heel nuttige nieuwsrubriek met artikelen over Wilders en wat er rond zijn hetze-politiek loskomt. Daarin valt op dat vrijwel alle berichten afkomstig zijn uit het zwaar gereformeerde Nederlands Dagblad. het doet vermoeden dat deze website uit protestants-christelijke hoek afkomstig is. Dat zou me niet helemaal verbazen, juist ook in dagblad Trouw (vergelijkbare achtergrond maar ideologisch veel opener) staan ook geregeld behoorlijk felle stukken over Wilders 'politiek.
Tenslotte is er de belangrijke web-initiatief "Tegen Haatzaaien". Op de pagina "Onze Missie" op die site stellen ze: "De verhoudingen tussen bevolkingsgroepen ij Nederland zijn er de afgelopen jaren niet beter op geworden. Als aanjager daarvan heeft vooral Geert Wilders zich de laatste tijd in de schijnwerpers geplaatst. En in wat hij in maart aan de orde stelde ging het natuurlijk niet over paspoorten en conflicterende belangen, het ging om haatzaaien tegen islamitische medeburgers. Hij sprak mensen niet aan op hun daden maar op hun achtergronden en dat is de kern van discriminatie." Even verder: "Wij hebben daarom het initiatief genomen tot het veroorzaken van tegenwind, deze website is daar het eerste voertuig van."
Veel documentatie over Wilders en wat hij losmaakt, in de vorm van een handige "Subsite voor Stukken" , waarin achtergrondartikelen en columns van bijvoorbeeld Marcel van Dam en Ed van Thijn te vinden zijn. Het initiatief komt, aldus de Volkskrant, van "een aantal Amsterdamse PvdA-leden". Ook in die partij blijkt wel degelijk niet alle linkse leven te zijn geweken. Samen met de eerder vermelde initiatieven, en de uiterst succesvolle bijeenkomst "Wat is het antwoord op Geert Wilders?" op de UvA van 18 maart waar ik gister iets over schreef, geeft het aan hoe breed en veelvormig de weerzin en weerstand tegen Wilders' racistische hetze inmiddels is.
woensdag 4 april 2007
Meningsverschil in proportie
Pepijn Brandon en Rooieravotr verschillen van mening over de analyse van het verschijnsel-Wilders, en wat een passende naam voor dat verschijnsel is. Ik spreek van fascisme, en ben een serie begonnen waar in ik aannemelijk tracht te maken dat dit terecht is: "Hoe je een fascist herkent", waarvan ik inmiddels deel 1 heb geplaatst, deel 2 en ook deel 3. Pepijn denkt daar anders over. Hij vindt het onjuist en onverstandig om in Wilders' geval van fascisme te spreken, en beargumenteert dat in "Hoe herkent Ravotr fascisten?" , zijn reactie die ik op 3 april als gastcolumn op dit weblog heb geplaatst.
Duidelijk mag hier overigens wel zijn dat Pepijns afwijzing van het woord 'fascisme' als typering van Wilders in lijn ligt met het standpunt van de Internationale Socialisten (IS) als organisatie, al zegt hij dat niet met zoveel woorden. Niet alleen is hij niet voor niets hoofdredacteur van De Socialist, en staat dat ook duidelijk bij zijn gastcolumn. Ook zul je in De Socialist en in andere uitingen van de IS in dit verband tevergeefs zoeken naar dat f-woord als typering van Wilders. Zoiets is, zoals Pepijn het zelf wellicht ook zou formuleren, geen toeval.
Ik ben niet overtuigd van zijn gelijk, maar het waarom komt in volgende weblogstukken uitvoeriger terug. Hier wil ik de gelegenheid nemen om mijn eigen rol in dit soort discussies te verhelderen. In welke hoedanigheid neem ik stelling? Pepijn en ik zijn allebei lid van de IS, met in dit geval echter een verschillende benadering van een actueel politiek vraagstuk. Hoe zit dat?
Welnu, ik schrijf hier om mijn analyse van zaken te geven, om een onderbouwde politieke mening naar voren te brengen, om de werkelijkheid te helpen doorgronden. Daarmee hoop ik een kleine bijdrage aan kritische meningsvorming te geven, in de hoop daarmee ook bij te dragen aan de broodnodige verandering van die werkelijkheid. Ik doe dat vanuit mijn overtuiging, die wortelt in het marxisme. Ik doe dat openlijk als lid van de organisatie die dat marxisme gestalte probeert te geven: de IS.
Maar ik spreek hier niet namens de IS. Wie wil weten wat de IS als organisatie vindt, kan daarvoor terecht in De Socialist, op de website van de IS, bij sprekers die namens de organisatie op bijeenkomsten spreken. En ja, als ik bij zo'n gelegenheid spreek, dán spreek ik namens de IS. Maar hier niet. Hier ben ik gewoon Rooieravotr, no more, no less.
Ja, ik ben IS-er, met grote overtuiging - maar een eigenzinnige IS-er. Doorgaans neem ik dezelfde standpunten in als de organisatie waarvan ik immers niet voor niets deel uitmaak. Ik breng daarbij eigen accenten en ingrediënten aan waar ik dat nuttig vindt. Af en toe wijkt mijn mening af van de opvatting die de organisatie uitdraagt, en soms klinkt dat meningsverschil door in mijn weblogstukken. Zo gaat dat, en ik ben er erg trots op dat ik deel uitmaak van een groepering waarin dit in alle openheid kan. Marxisten die niet hardop nadenken over de wereld en die daar niet hardop van mening over durven te verschillen - dat zijn beroerde marxisten. Zo goed als een marxistische organisatie die dit soort van hardop nadenken zou ontmoedigen haar marxistische doeleinden een slechte dienst zou bewijzen. Maar van zo'n beroerde organisatie ben ik dus geen lid, integendeel.
Tot zover is er dus geen wezenlijk probleem. Zulke problemen ontstaan pas als meningsverschillen tot wezenlijke tegenstellingen in de gevoerde praktijk, in strategie en tactiek, zouden leiden. Dit weblog is niet de plek om die discussies uit te vechten die binnen een organisatie soms uitgevochten moeten worden, al kan er wel eens iets van doorklinken alhier. Maar van een wezenlijk meningsverschil tussen Pepijn en mij in die zin, rond de aanpak die tegen het fenomeen-Wilders is vereist, is volgens mij geen sprake.
Ik kan me namelijk uitstekend vinden in de benadering die te lezen is in De Socialist: Wilders ontmaskeren als islamofobe racist, de die daarmee zijn sociaal-economische plannen - een verdere verheviging van neoliberaal afbraakbeleid - aan het gezicht onttrekt, en breed levende frustraties kanaliseert in een reactionaire richting. Met of zonder het hanteren van het woord 'fascisme' - ontmaskeren, waarschuwen en uitleggen is wat moet gebeuren, en dat is wat de IS momenteel doet.
Daarin passen ook openbare bijeenkomsten waarvan de IS mede initiatiefnemer is, zoals onlangs op de UvA. Die dragen bij aan kritische meningsvorming, aan inhoudelijk onderbouwde stellingname tegen de opkomst van Wilders' racistische politiek. Ik vind die aanpak zeer gezond.
Van de verslagen over de Uva-bijeenkomst - "Wat is het antwoord op Wilders?" - bijvoorbeeld in de Volkskrant en in universiteitsblad Folia - werd ik uitermate vrolijk. De weerklank die het debat had, de uitstraling vanhet geluid dat op deze manier tegen Wilders tot klinken wordt gebracht - het laat zien dat hoe nuttig dit soort initiatieven - breed gedragen, in alle openheid - zijn in het opbouwen van verzet tegen Wilders' politiek. Geen groter compliment voor deze aanpak trouwens dan de poging van Wilders' PVV om de bijeenkomst te laten verhinderen: hij ziet kennelijk hoezeer een effectieve en onderbouwde ontmaskering zijn politieke opmars in gevaar kan brengen.
En nee, het feit dat ik Wilders als fascist meen aan te moeten duiden wil niet zeggen dat ik dus vindt dat militante fysieke confrontaties met de PVV onverwijld op gang gebracht moeten worden, als ware de SA zelve al in aantocht. De PVV is niet de NVU of de Nationale Alliantie. Het idee dat Wilders op dit moment dezelfde bejegening verdient als Constant Kusters of Eite Homans is absurd en nimmer door mij bepleit. De confrontatie aangaan met niet-bestaande knokploegen aan Wilderszijde - mocht Pepijn bang zijn dat dàt is waar ik naartoe wil, dan hoop ik hem op dit punt enigszins te hebben kunnen geruststellen. Maar daarmee loop ik vooruit op een meer inhoudelijke repliek die Pepijns zeer welkome discussiebijdrage nog gaat krijgen.
Duidelijk mag hier overigens wel zijn dat Pepijns afwijzing van het woord 'fascisme' als typering van Wilders in lijn ligt met het standpunt van de Internationale Socialisten (IS) als organisatie, al zegt hij dat niet met zoveel woorden. Niet alleen is hij niet voor niets hoofdredacteur van De Socialist, en staat dat ook duidelijk bij zijn gastcolumn. Ook zul je in De Socialist en in andere uitingen van de IS in dit verband tevergeefs zoeken naar dat f-woord als typering van Wilders. Zoiets is, zoals Pepijn het zelf wellicht ook zou formuleren, geen toeval.
Ik ben niet overtuigd van zijn gelijk, maar het waarom komt in volgende weblogstukken uitvoeriger terug. Hier wil ik de gelegenheid nemen om mijn eigen rol in dit soort discussies te verhelderen. In welke hoedanigheid neem ik stelling? Pepijn en ik zijn allebei lid van de IS, met in dit geval echter een verschillende benadering van een actueel politiek vraagstuk. Hoe zit dat?
Welnu, ik schrijf hier om mijn analyse van zaken te geven, om een onderbouwde politieke mening naar voren te brengen, om de werkelijkheid te helpen doorgronden. Daarmee hoop ik een kleine bijdrage aan kritische meningsvorming te geven, in de hoop daarmee ook bij te dragen aan de broodnodige verandering van die werkelijkheid. Ik doe dat vanuit mijn overtuiging, die wortelt in het marxisme. Ik doe dat openlijk als lid van de organisatie die dat marxisme gestalte probeert te geven: de IS.
Maar ik spreek hier niet namens de IS. Wie wil weten wat de IS als organisatie vindt, kan daarvoor terecht in De Socialist, op de website van de IS, bij sprekers die namens de organisatie op bijeenkomsten spreken. En ja, als ik bij zo'n gelegenheid spreek, dán spreek ik namens de IS. Maar hier niet. Hier ben ik gewoon Rooieravotr, no more, no less.
Ja, ik ben IS-er, met grote overtuiging - maar een eigenzinnige IS-er. Doorgaans neem ik dezelfde standpunten in als de organisatie waarvan ik immers niet voor niets deel uitmaak. Ik breng daarbij eigen accenten en ingrediënten aan waar ik dat nuttig vindt. Af en toe wijkt mijn mening af van de opvatting die de organisatie uitdraagt, en soms klinkt dat meningsverschil door in mijn weblogstukken. Zo gaat dat, en ik ben er erg trots op dat ik deel uitmaak van een groepering waarin dit in alle openheid kan. Marxisten die niet hardop nadenken over de wereld en die daar niet hardop van mening over durven te verschillen - dat zijn beroerde marxisten. Zo goed als een marxistische organisatie die dit soort van hardop nadenken zou ontmoedigen haar marxistische doeleinden een slechte dienst zou bewijzen. Maar van zo'n beroerde organisatie ben ik dus geen lid, integendeel.
Tot zover is er dus geen wezenlijk probleem. Zulke problemen ontstaan pas als meningsverschillen tot wezenlijke tegenstellingen in de gevoerde praktijk, in strategie en tactiek, zouden leiden. Dit weblog is niet de plek om die discussies uit te vechten die binnen een organisatie soms uitgevochten moeten worden, al kan er wel eens iets van doorklinken alhier. Maar van een wezenlijk meningsverschil tussen Pepijn en mij in die zin, rond de aanpak die tegen het fenomeen-Wilders is vereist, is volgens mij geen sprake.
Ik kan me namelijk uitstekend vinden in de benadering die te lezen is in De Socialist: Wilders ontmaskeren als islamofobe racist, de die daarmee zijn sociaal-economische plannen - een verdere verheviging van neoliberaal afbraakbeleid - aan het gezicht onttrekt, en breed levende frustraties kanaliseert in een reactionaire richting. Met of zonder het hanteren van het woord 'fascisme' - ontmaskeren, waarschuwen en uitleggen is wat moet gebeuren, en dat is wat de IS momenteel doet.
Daarin passen ook openbare bijeenkomsten waarvan de IS mede initiatiefnemer is, zoals onlangs op de UvA. Die dragen bij aan kritische meningsvorming, aan inhoudelijk onderbouwde stellingname tegen de opkomst van Wilders' racistische politiek. Ik vind die aanpak zeer gezond.
Van de verslagen over de Uva-bijeenkomst - "Wat is het antwoord op Wilders?" - bijvoorbeeld in de Volkskrant en in universiteitsblad Folia - werd ik uitermate vrolijk. De weerklank die het debat had, de uitstraling vanhet geluid dat op deze manier tegen Wilders tot klinken wordt gebracht - het laat zien dat hoe nuttig dit soort initiatieven - breed gedragen, in alle openheid - zijn in het opbouwen van verzet tegen Wilders' politiek. Geen groter compliment voor deze aanpak trouwens dan de poging van Wilders' PVV om de bijeenkomst te laten verhinderen: hij ziet kennelijk hoezeer een effectieve en onderbouwde ontmaskering zijn politieke opmars in gevaar kan brengen.
En nee, het feit dat ik Wilders als fascist meen aan te moeten duiden wil niet zeggen dat ik dus vindt dat militante fysieke confrontaties met de PVV onverwijld op gang gebracht moeten worden, als ware de SA zelve al in aantocht. De PVV is niet de NVU of de Nationale Alliantie. Het idee dat Wilders op dit moment dezelfde bejegening verdient als Constant Kusters of Eite Homans is absurd en nimmer door mij bepleit. De confrontatie aangaan met niet-bestaande knokploegen aan Wilderszijde - mocht Pepijn bang zijn dat dàt is waar ik naartoe wil, dan hoop ik hem op dit punt enigszins te hebben kunnen geruststellen. Maar daarmee loop ik vooruit op een meer inhoudelijke repliek die Pepijns zeer welkome discussiebijdrage nog gaat krijgen.
dinsdag 3 april 2007
Hoe herkent Ravotr fascisten? - gastcolumn van Pepijn Brandon
Met groot genoegen presenteert de Rooieravotr onderstaande gastcolumn van Pepijn Brandon, hoofdredacteur van De Socialist, vertaler van "Hervorming of Revolutie" van Rosa Luxemburg en schrijver van een glasheldere inleiding bij dat klassieke werk. Pepijn, the floor is yours - repliek volgt in due time:-)
Hoe herkent Ravotr fascisten?
Net als een aantal anderen die tot nu toe op deze serie hebben gereageerd, wacht ik met spanning het vervolg af. Ook met lichte vrees, moet ik toegeven. Beginnen met de verkeerde vraagstelling leidt namelijk wel eens tot een overdreven galop in het onderzoek en modderige conclusies aan het eind.
Hoe herken je een fascist? Interessante en belangrijke vraag. Peter legt in deel 1 heel netjes uit waaraan je een fascist allemaal niet herkent. De uitleg van wat een fascist wel is, heeft hij verschoven naar een later deel, maar in deel 2 en 3 neemt Peter wel alvast een voorschot op de beoordeling van Wilders.
Rechtse populisten zijn er in de geschiedenis van het kapitalisme in alle soorten en maten. Maar fascisme is niet zomaar een vorm van rechts populisme, en ook niet zomaar een vorm van autoritaire politiek. Fascisme is een militante massabeweging van de middenklasse, die in tijden van extreme crisis (economisch, politiek, sociaal) door de heersende klasse gebruikt kan worden om buiten de normale, burgerlijk-democratische kanalen om, elke vorm van verzet van onderaf
grondig stuk te slaan.
Allerlei ideologische hulpmiddelen kunnen dienst doen om delen van de middenklasse, die geen ‘organische’ samenhang van zichzelf heeft, samen te bundelen tot zo’n massabeweging. Extreme vormen van racisme en nationalisme horen daar zeker bij. Maar precies het verschil tussen de socialistische benadering en de meeste andere vormen van analyse van het fascisme is de nadruk op de specifieke klassenbasis van het fascisme, en de functie van dit soort bewegingen in het oplossen van een crisis in de maatschappij.
Wilders is een extreme racist, een nationalist en een populist (een
doelbewust vage verzamelterm voor iemand die bereid is om een beroep te doen op krachten buiten de gevestigde politieke structuur om, om die structuur zelf onder druk te zetten of stormenderhand in te nemen). Maar waar is de militante massabeweging van de middenklasse als antwoord op de organische crisis?
Peter begint zijn analyse niet toevallig met een lange omweg langs Wilders’ ideologie – een ondergeschikte factor als we iemand tot fascist willen bestempelen. Want ook al zijn er een aantal nuttige onderzoeken die laten zien dat in de marge van Wilders’ partij ook een paar neo-nazi’s ronddobberen – dit verheffen tot een centraal definiërend kenmerk van wat Wilders aan het opbouwen is, zou geen serieuze analyse zijn maar een kinderachtige discussieertruc.
Er is in Europa in de afgelopen 25 jaar een breed spectrum gegroeid dat grofweg loopt van hard rechts of extreem-rechts populisme tot aan echt fascisme. Die laatste variant is niet de hoofdmoot, maar de uitzondering. De BNP in Engeland en de NPD in Duitsland zijn daar uitingen van. Hun zusterpartijen in Nederland zijn tot nu toe sterk gemarginaliseerd, ook al is hun groeiende zelfvertrouwen – o.a. gestimuleerd door het racisme van politici zoals Wilders - een reëel gevaar. Daarnaast is er een groot aantal (meestal veel succesvoller)
formaties dat, juist omdat de crisis niet in de buurt komt van de hevigheid die bijvoorbeeld in de jaren dertig delen van de heersende klasse naar Mussolini of de nazi’s liet kijken, balanceren tussen een ‘gewone’ extreem-rechtse vleugel voor de buitenwereld en een opbouw van hardere nazi-knokploegen in het geheim.
Zelfs bij die laatste variant kan je Wilders niet indelen. Het vraagt
misschien wat subtiliteit, maar er bestaan ook politici die niet zomaar
gevestigd rechts zijn, die een soort van dynamiek buiten de normale
parlementaire orde om proberen te bewerkstelligen, maar toch nog niet in de buurt komen van echt fascisme. In de jaren twintig bestonden er heel veel van dit soort formaties, ook in Duitsland, en pas onder druk van zware crisis en het daaropvolgende succes van de nazi’s begon een deel van deze formaties (niet alle) zich in de baan van Hitlers NSDAP te bewegen (of buiten Duitsland aan dit ‘succesmodel’ een voorbeeld te nemen). Wie weet kan ook Wilders zich in de toekomst, onder druk van de omstandigheden en opgejaagd door zijn eigen succes, nog veel verder naar rechts schuiven op dit spectrum tussen naar rechts
populisme en fascisme. Maar ik ben, net als een van de eerdere commentatoren op dit weblog, van mening dat om hem daarom nu alvast maar in te delen in de laatste categorie ‘wat veel eer’ voor hem is.
Deze discussie vormt niet zomaar een interessant historisch debat. Wilders moet ontmaskerd worden, zeggen we terecht. Hij is een racist, en hij doet zich voor als anti-establishment politicus maar is een vijand van de rechten (politiek en sociaal-economisch) van gewone mensen. Maar als Wilders een fascist was, zouden beide punten ondergeschikt zijn aan iets anders: we zouden Wilders’ beweging op straat en waar ze verder ook maar bijeen komt moeten confronteren en blokkeren, met alle mogelijke middelen, om een herhaling van Auschwitz te voorkomen.
Het bestrijden en ontmaskeren van Wilders is een belangrijke taak, waaraan we in de komende periode onze handen vol zullen hebben. Met een vergrootglas op zoek gaan naar zijn niet-bestaande knokploegen of de vermeende voorbodes daarvan is een dwaalspoor, dat het serieus bouwen aan brede anti-racistische eenheid tegen Wilders eerder in de weg staat dan bevordert.
Pepijn Brandon
maandag 2 april 2007
SP en PvdA: wedloop in opportunisme
Jan Marijnissen wordt bedànkt, met zijn kwalijke uitspraken in De Telegraaf over dubbele nationaliteit. En hij maakt het er in een handvol opmerkingen op zijn weblog niet bepaald beter op. Intussen reageert de PvdA met een woedeuitbarsting, die zelf bepaald niet van huichelarij is ontbloot. Het is een beschamende vertoning voor links, het is vooral nalatigheid jegens al degenen die onder het kwaadaardige verbale kanonsvuur van Wilders liggen.
Eerst dat Telegraaf-interview, door Marijnissen op zijn weblog neergezet alsof het iets is om trots op te zijn. Nee, hij wil niet meedoen met Wilders' grove persoonlijke aanval op staatssecretarissen Albayrak en Aboutaleb. "Als je mensen (...)zo schoffeert zoals hij gedaan heeft met de twee staatssecretarissen (...) en met het PvdA-kamerlid Arib - zeer op de persoon, hij heeft er plezier in dat te doen - dan zegt dat iets over de man en zijn ideeën." Maar hij wil mensen die zich in Nederland vestigen ook meegeven: "wij hebben een voorkeur dat u gewoon Nederlander wordt, zich aanpast, de taal leert en dat u zoveel mogelijk probeert te participeren." Dit zegt hij als bevestigend antwoord op een opmerking van de interviewer: "De problemen die Wilders aankaart zijn anders ook de zorgen van een deel van de SP-achterban."
Eigenlijk had hij er willen zwijgen over Albayrak en haar paspoort, geeft hij aan: "omdat ik niet in het kamp van Wilders en de VVD wil zitten." Goed zo! Waarom dan toch zeggen: "Ik wil ze geenszins in verlegenheid brengen, maar het zou een extra plus zijn als mensen die zo'n belangrijke taak in Nederland vervullen, dat zouden doen" (het Turkse paspoort omgeven, in het geval van Albayrak). "Om de beeldvorming. een bewindspersoon heeft een voorbeeldfunctie." Een voorbeeldfunctie in het uitstralen van een éénduidige Nederlanderschap, heel veel anders kan ik er niet in lezen. Dat staat haaks op zijn opmerking, iets eerder in het interview: "de loyaliteitsdiscussie staat hier los van" .
Maar kiezen voor dat éne Nederlandse papier, en dat andere document loslaten is toch, hoe je het ook wendt of keert: jezelf loyaal verklaren aan dat mysterieuze geval, genaamd 'Nederland'. Déze uitstraken doen, op dít moment, terwijl Wilders er zo'n hatelijk nummer van maakt - daarmee gaat hij wel degelijk enigszins mee in de door Wilders ontketende hetze, ook al doet hij dat misschien met tegenzin. Hij had ook kunnen zeggen: mensen moeten het helemaal zelf weten, het is hun eigen keus - en het daar verder bij laten.
Blijkbaar is Marijnissen geschrokken van de felle reacties die zijn opmerkingen losmaakten. Misschien - hopelijk - schrok hij ook van het feit dat Wilders er meteen insprong om naar Marijnissen's woorden te verwijzen als teken voor "groeiend draagvlak" in zijn oproep aan Albayrak om haar Turkse paspoort weg te doen. Hoe dan ook, Marijnissen gaf al snel een toelichting op zijn weblog.
Daaruit het volgende, met commentaar van mijn kant: "Als een migrant (...) kiest voor een toekomst in Nederland, en uit zichzelf kiest om zijn of haar andere nationaliteit op te geven, dan heb ik diep respect voor die moedige beslissing." Wat maakt die beslissing zo moedig dan? Gezien de felle aanval die uiterst rechts juist rond de dubbele nationaliteit ontketend heeft, vind ik het vasthouden aan die andere nationaliteit getuigen van ruggengraat, van een weigering om te capituleren voor Wilders' hetze. En wat is nu eigenlijk het probleem met het aanhouden van die andere nationaliteit, als loyaliteit er niets mee te maken heeft, zoals Marijnissen hier opnieuw stelt?
Dan herhaalt hij die "extra dikke plus" voor het afstand doen van de tweede nationaliteit, als het gaat om mensen met een "voorbeeldfunctie". "Maar ik zal het nooit aan iemand vragen, het zal altijd een beslissing van die persoon zelf moeten zijn en daar wil ik geen enkele druk op uitoefenen." Mooi hoor! Maar gezien de "voorbeeldfunctie" die ook Marijnissen zelf, als aanvoerder van een grote linkse partij, heeft, is zijn aanprijzing van het enkelvoudige Nederlanderschap al erg genoeg.
Dan gaat hij echter verder: "Ook vind ik het geen 'min' als iemand besluit die tweede nationaliteit wel te houden. daar kunnen hele goede (...) redenen voor zijn." Hier laat Marijnissen zich kennen, niet als socialist, maar als klassieke sociaal-democraat: hij wil een zo groot mogelijk deel van zijn potentiële achterban behagen, hij oefent in het behendig sparen van kolen en geiten. Wie wat meer nationalistisch is, kan zich blij maken met Marijnissen's voorkeur voor één paspoort. Maar hij wil degenen die vasthouden aan hun tweede paspoort, en zij die deze keus verdedigen, ook niet wegjagen. Meegaan met de stroom richting enkelvoudige nationaliteit, maar op een halfslachtige manier.
Dat lijkt nu wellicht een succesformule. Maar stevige nationalisten zullen, gesteld voor de keus tussen Marijnissen en Wilders, voor Wilders kiezen maar het gelijk dat Marijnissen hen gunt incasseren. Mensen die dit nationalisme terecht verwerpelijk vinden zullen zich door Marijnissen's halfslachtige erkenning van het recht het tweede paspoort te houden, niet voldoende ondersteund vinden. Zo verliest Marijnissen op beide vleugels. Wouter Bos kan hem uitleggen hoe zoiets voelt.
Daarmee zijn we aangekomen bij de PvdA-reactie. "PvdA woedend op SP-er Marijnissen" , schrijft de NRC. Toen de zaak speelde in de kamer, hield Marijnissen zich stil, en nu komt hij met zijn opmerkingen, klaagt Jacques Tichelaar, fractievoorzitter van de PvdA. Hij spreekt van "ronduit schaamteloos opportunisme." Hij voegt eraan toe: "De strategie is kennelijk: verstoppertje spelen in de Kamer en later viaeen interview je echte standpunt kenbaar maken."
De PvdA-woede is logisch, en inhoudelijk ook wel juist. Marijnissen zegt weliswaar nu, in de eerder geciteerde weblogtekst: "Het is dus zeker niet zo dat ik mij bij Wilders en de VVD schaar. Zo deed de SP dat ook niet in het debat rond de dubbele nationaliteit van bewindslieden(...) In dat debat werd op een zeer onbehoorlijke manier op de man gespeeld (...) Daar deden en doen we niet aan mee." Nee, dat ontbrak er nog maar aan, dat moest er nog bijkomen!
Marijnissen hield zich juist grotendeels stil. Ze deden niet mee aan de hetze, maar gaven ook niet het broodnodige tegengas. Buiten de Kamer, op TV, noemde Marijnissen de paspoortendiscussie "onbelangrijk" (terwijl hij ook toen al aangaf dat het Akbayrak zou sieren als ze haar Turkse paspoort zou opgeven). Maar als Wilders erin slaagt rond die paspoorten zoveel heisa op gang te brengen dan maakt alleen dàt de discussie al belangrijk.
Afzijdigheid en luwte zoeken zijn dan niet de juiste houding. Tegen zo'n hetze past van een linkse aanvoerder niet een braaf "daar doen wij niet aan mee." Op zo'n moment dient links stelling te nemen, en zich niet afzijdig te houden. De weigering van Albayrak om haar Turkse paspoort weg te doen, verdiende de krachtigst mogelijke bijval, juist ook van de kant van de SP-leider.
Maar de PvdA is in haar woede ook lichtelijk vergeetachtig. Zelf opereerde ze evengoed opportunistisch in deze zaak. Toen de hele zaak volop speelde, vond Wouter Bos het nodig om het kabinet op te roepen om regeringen zoals de Marokkaanse, die hun burgers verbieden om hun paspoort op te geven ook als ze daarnaast een Nederlands paspoort , daar kritisch op aan te spreken.
De NRC noemde het gekozen moment "op zijn zachtst gezegd opmerkelijk" , ook al herhaalt Bos hiermee volgend die krant een eerder via een motie naar voren gebracht standpunt. En Femke Halsema, fractievoorzitter van GroenLinks, merkte over de PvdA op: "De partij is mee gaan bewegen met Wilders, vermoedelijk om weggelopen kiezers te behagen. Het effect kan wel eens tegenovergestel;d zijn, hier snapt geen kiezer meer iets van." Halsema signaleert hier bij de PvdA terecht dezelfde dubbelheid die ik eerder aanwees in de opstelling van Marijnissen.
De woede van Tichelaar op Marijnissen heeft opportunistische trekjes, en zou wel eens samen kunnen hangen met een groeiende nervositeit over de aanval die de SP keer op keer op de PvdA inzet. En waar Marijnissens opmerkingen over paspoorten een rechtse strekking hebben, is die aanval van SP op Pvda verder overwegend links van aard.
Dat geldt voor de campagne 'Openheid over Irak' waar vooral ook de SP als aanjager optreedt, om een onderzoek rond de Irak-oorlog te eisen. Die campagne begint het kabinet wel degelijk in gevaar te brengen. "Irak-protest brengt PvdA in problemen" , zo bericht Trouw op 31 maart. Enige aandacht voor een heel andere kwestie, waarin de PvdA verschijnt als de vermoorde linkse onschuld - zou het de leiding van die partij tactisch wel zo slecht uitkomen?
Eerst dat Telegraaf-interview, door Marijnissen op zijn weblog neergezet alsof het iets is om trots op te zijn. Nee, hij wil niet meedoen met Wilders' grove persoonlijke aanval op staatssecretarissen Albayrak en Aboutaleb. "Als je mensen (...)zo schoffeert zoals hij gedaan heeft met de twee staatssecretarissen (...) en met het PvdA-kamerlid Arib - zeer op de persoon, hij heeft er plezier in dat te doen - dan zegt dat iets over de man en zijn ideeën." Maar hij wil mensen die zich in Nederland vestigen ook meegeven: "wij hebben een voorkeur dat u gewoon Nederlander wordt, zich aanpast, de taal leert en dat u zoveel mogelijk probeert te participeren." Dit zegt hij als bevestigend antwoord op een opmerking van de interviewer: "De problemen die Wilders aankaart zijn anders ook de zorgen van een deel van de SP-achterban."
Eigenlijk had hij er willen zwijgen over Albayrak en haar paspoort, geeft hij aan: "omdat ik niet in het kamp van Wilders en de VVD wil zitten." Goed zo! Waarom dan toch zeggen: "Ik wil ze geenszins in verlegenheid brengen, maar het zou een extra plus zijn als mensen die zo'n belangrijke taak in Nederland vervullen, dat zouden doen" (het Turkse paspoort omgeven, in het geval van Albayrak). "Om de beeldvorming. een bewindspersoon heeft een voorbeeldfunctie." Een voorbeeldfunctie in het uitstralen van een éénduidige Nederlanderschap, heel veel anders kan ik er niet in lezen. Dat staat haaks op zijn opmerking, iets eerder in het interview: "de loyaliteitsdiscussie staat hier los van" .
Maar kiezen voor dat éne Nederlandse papier, en dat andere document loslaten is toch, hoe je het ook wendt of keert: jezelf loyaal verklaren aan dat mysterieuze geval, genaamd 'Nederland'. Déze uitstraken doen, op dít moment, terwijl Wilders er zo'n hatelijk nummer van maakt - daarmee gaat hij wel degelijk enigszins mee in de door Wilders ontketende hetze, ook al doet hij dat misschien met tegenzin. Hij had ook kunnen zeggen: mensen moeten het helemaal zelf weten, het is hun eigen keus - en het daar verder bij laten.
Blijkbaar is Marijnissen geschrokken van de felle reacties die zijn opmerkingen losmaakten. Misschien - hopelijk - schrok hij ook van het feit dat Wilders er meteen insprong om naar Marijnissen's woorden te verwijzen als teken voor "groeiend draagvlak" in zijn oproep aan Albayrak om haar Turkse paspoort weg te doen. Hoe dan ook, Marijnissen gaf al snel een toelichting op zijn weblog.
Daaruit het volgende, met commentaar van mijn kant: "Als een migrant (...) kiest voor een toekomst in Nederland, en uit zichzelf kiest om zijn of haar andere nationaliteit op te geven, dan heb ik diep respect voor die moedige beslissing." Wat maakt die beslissing zo moedig dan? Gezien de felle aanval die uiterst rechts juist rond de dubbele nationaliteit ontketend heeft, vind ik het vasthouden aan die andere nationaliteit getuigen van ruggengraat, van een weigering om te capituleren voor Wilders' hetze. En wat is nu eigenlijk het probleem met het aanhouden van die andere nationaliteit, als loyaliteit er niets mee te maken heeft, zoals Marijnissen hier opnieuw stelt?
Dan herhaalt hij die "extra dikke plus" voor het afstand doen van de tweede nationaliteit, als het gaat om mensen met een "voorbeeldfunctie". "Maar ik zal het nooit aan iemand vragen, het zal altijd een beslissing van die persoon zelf moeten zijn en daar wil ik geen enkele druk op uitoefenen." Mooi hoor! Maar gezien de "voorbeeldfunctie" die ook Marijnissen zelf, als aanvoerder van een grote linkse partij, heeft, is zijn aanprijzing van het enkelvoudige Nederlanderschap al erg genoeg.
Dan gaat hij echter verder: "Ook vind ik het geen 'min' als iemand besluit die tweede nationaliteit wel te houden. daar kunnen hele goede (...) redenen voor zijn." Hier laat Marijnissen zich kennen, niet als socialist, maar als klassieke sociaal-democraat: hij wil een zo groot mogelijk deel van zijn potentiële achterban behagen, hij oefent in het behendig sparen van kolen en geiten. Wie wat meer nationalistisch is, kan zich blij maken met Marijnissen's voorkeur voor één paspoort. Maar hij wil degenen die vasthouden aan hun tweede paspoort, en zij die deze keus verdedigen, ook niet wegjagen. Meegaan met de stroom richting enkelvoudige nationaliteit, maar op een halfslachtige manier.
Dat lijkt nu wellicht een succesformule. Maar stevige nationalisten zullen, gesteld voor de keus tussen Marijnissen en Wilders, voor Wilders kiezen maar het gelijk dat Marijnissen hen gunt incasseren. Mensen die dit nationalisme terecht verwerpelijk vinden zullen zich door Marijnissen's halfslachtige erkenning van het recht het tweede paspoort te houden, niet voldoende ondersteund vinden. Zo verliest Marijnissen op beide vleugels. Wouter Bos kan hem uitleggen hoe zoiets voelt.
Daarmee zijn we aangekomen bij de PvdA-reactie. "PvdA woedend op SP-er Marijnissen" , schrijft de NRC. Toen de zaak speelde in de kamer, hield Marijnissen zich stil, en nu komt hij met zijn opmerkingen, klaagt Jacques Tichelaar, fractievoorzitter van de PvdA. Hij spreekt van "ronduit schaamteloos opportunisme." Hij voegt eraan toe: "De strategie is kennelijk: verstoppertje spelen in de Kamer en later viaeen interview je echte standpunt kenbaar maken."
De PvdA-woede is logisch, en inhoudelijk ook wel juist. Marijnissen zegt weliswaar nu, in de eerder geciteerde weblogtekst: "Het is dus zeker niet zo dat ik mij bij Wilders en de VVD schaar. Zo deed de SP dat ook niet in het debat rond de dubbele nationaliteit van bewindslieden(...) In dat debat werd op een zeer onbehoorlijke manier op de man gespeeld (...) Daar deden en doen we niet aan mee." Nee, dat ontbrak er nog maar aan, dat moest er nog bijkomen!
Marijnissen hield zich juist grotendeels stil. Ze deden niet mee aan de hetze, maar gaven ook niet het broodnodige tegengas. Buiten de Kamer, op TV, noemde Marijnissen de paspoortendiscussie "onbelangrijk" (terwijl hij ook toen al aangaf dat het Akbayrak zou sieren als ze haar Turkse paspoort zou opgeven). Maar als Wilders erin slaagt rond die paspoorten zoveel heisa op gang te brengen dan maakt alleen dàt de discussie al belangrijk.
Afzijdigheid en luwte zoeken zijn dan niet de juiste houding. Tegen zo'n hetze past van een linkse aanvoerder niet een braaf "daar doen wij niet aan mee." Op zo'n moment dient links stelling te nemen, en zich niet afzijdig te houden. De weigering van Albayrak om haar Turkse paspoort weg te doen, verdiende de krachtigst mogelijke bijval, juist ook van de kant van de SP-leider.
Maar de PvdA is in haar woede ook lichtelijk vergeetachtig. Zelf opereerde ze evengoed opportunistisch in deze zaak. Toen de hele zaak volop speelde, vond Wouter Bos het nodig om het kabinet op te roepen om regeringen zoals de Marokkaanse, die hun burgers verbieden om hun paspoort op te geven ook als ze daarnaast een Nederlands paspoort , daar kritisch op aan te spreken.
De NRC noemde het gekozen moment "op zijn zachtst gezegd opmerkelijk" , ook al herhaalt Bos hiermee volgend die krant een eerder via een motie naar voren gebracht standpunt. En Femke Halsema, fractievoorzitter van GroenLinks, merkte over de PvdA op: "De partij is mee gaan bewegen met Wilders, vermoedelijk om weggelopen kiezers te behagen. Het effect kan wel eens tegenovergestel;d zijn, hier snapt geen kiezer meer iets van." Halsema signaleert hier bij de PvdA terecht dezelfde dubbelheid die ik eerder aanwees in de opstelling van Marijnissen.
De woede van Tichelaar op Marijnissen heeft opportunistische trekjes, en zou wel eens samen kunnen hangen met een groeiende nervositeit over de aanval die de SP keer op keer op de PvdA inzet. En waar Marijnissens opmerkingen over paspoorten een rechtse strekking hebben, is die aanval van SP op Pvda verder overwegend links van aard.
Dat geldt voor de campagne 'Openheid over Irak' waar vooral ook de SP als aanjager optreedt, om een onderzoek rond de Irak-oorlog te eisen. Die campagne begint het kabinet wel degelijk in gevaar te brengen. "Irak-protest brengt PvdA in problemen" , zo bericht Trouw op 31 maart. Enige aandacht voor een heel andere kwestie, waarin de PvdA verschijnt als de vermoorde linkse onschuld - zou het de leiding van die partij tactisch wel zo slecht uitkomen?
zondag 1 april 2007
Slachthuis Irak, made in the USA
De productiecijfers voor maart in abattoir Irak: 2098 Iraakse doden; ruim 2700 gewonden. In dezelfde maand kwamen 85 Amerikaanse militairen om. Het aantal Iraakse doden is 15 procent hoger dan dat in februari. De cijfers zijn veelzeggend, maar met niet alles dat erover gezegd wordt, wordt ook iets zinnigs gezegd.
Berichten in de NRC en in de Volkskrant waar ik de cijfers vond, voegen toe dat die toename er is "ondanks het offensief van het Amerikaanse en Iraakse leger de rust te herstellen" . Maar het woord "ondanks" is misplaatst en weerspiegelt een verkapte vorm van propaganda. Heel veel wijst erop dat juist dankzij het Amerikaans militair optreden het geweld woedt en steeds extra slachtoffers kost.
De Amerikaanse bijdrage aan het bloedbad komt op meerdere manieren. Amerikaanse militairen doden rechtstreeks zelf, in aanzienlijke aantallen. In de stad Fallujah - eerder door Amerikaanse militairen voor een flink deel met de grond gelijk gemaakt - brengen Amerikaanse en Iraakse militairen mensen om na ze opgepakt te hebben, zo zeggen bewoners. Dat bericht persbureau IPS op 30 maart.
"Zeventien jonge mannen waren geëxecuteerd gevonden nadat ze gearresteerd waren door Amerikaanse militairen en politie van Fallujah. Mijn twee zonen zijn vastgezet door de politie, en ik ben doodsbang dat ze het zelfde lot zullen ondergaan. Ze zijn slechts 17 en 18 jaar oud" , aldus Yassen, één van die bewoners. Een ex-politieman beschrijft een andere verschrikking: "Drie mannen werden geëxecuteerd door Amerikaanse soldaten(...) even buiten Fallujah. Een van hen was 70 jaar oud en stond bekend als een goede man. De anderen waren familieleden van hem. Ze sliepen toen de inval plaatsvond." Ook vallen er geregeld doden nadat Amerikaanse soldaten in het wilde weg het vuur openen nadat ze op gewapend verzet stuiten.
Maar niet alleen voor het rechtstreekse militaire geweld door Amerikaanse troepen is de VS verantwoordelijk. Ook de bloedbaden over en weer - bomaanslagen met grote aantallen burgerdoden door schimmige gewapende Soennitische groepen, moordpartijen door Sjiitische milities, feitelijk doodseskaders - zijn een product van de bezetting. Michael Schwartz legt uit hoe Amerikaanse invallen en controleposten plaatselijke gemeenschappen juist kwetsbaarder maken voor aanslagen. Hij neemt als voorbeeld een tweetal bomaanslagen op 18 februari in op een markt in een wijk in Bagdad, die 60 mensenlevens kostten vlak nadat Amerikaanse militairen daar hadden gepatrouilleerd.
"De manier waarom een Amerikaanse patrouille vrijwel samenviel met een autobom was geen toeval. In de wijk Nieuw Bagdad, net als bijna alle Sjiitische gemeenschappen in Bagdad, opereert het Mahdi leger als politiemacht. Naast het uitvoeren van allerlei plaatselijke wetten zijn de Mahdis ook waakzaam wat betreft mogelijke plegers van zelfmoordaanslagen (...)
Als de Amerikanen passeren op patrouille of - erger nog - als ze permanente controleposten opzetten, dan moeten de Mahdis zich gedeisd houden, omdat de Amerikanen (of hun Iraakse assistenten) ze anders doden of gevangennemen. De gemeenschap is dan in wezen onbeschermd en open voor indringers.
De Soennitische jihadisten weten dit, en ze weten ook dat de Amerikanen (en hun Iraakse assistenten) niet de bekwaamheid en niet de aandrang hebben om verdacht uitziende indringers op te merken en aan te houden. Dus ze nemen precies die Sjiitische wijken die de Amerikanen druk aan het 'pacificeren' zijn als doelwit. Heel vaak, zoals in het geval van de bomaanslag in Nieuw Bagdad, plannen ze de timing van hun aanval juist nadat de Amerikanen doorgetrokken zijn, en voordat de Mahdis terug op de straten hebben kunnen terugkeren." De Mahdis zijn de militieleden van de beweging van de Sjiitische leider Moqtada al-Sadr.
Door te patrouilleren en de beweging van Sadr als vijand te behandelen maakt het Amerikaanse optreden het moorddadige werk van Soennitische sectarische gewapende groepen makelijker. Tot zover Schwartz. We kunnen daaraan toevoegen dat de aanslagen die deze groepen plegen kunnen in de Westerse propaganda mooi dienst doen als 'bewijs' dat de Irakezen niet in staat zijn tot vreedzaam samenleven. Dat is dan weer een mooi excuus voor de bezetters om nog 'even' te blijven. Zo is de bloedige cirkel rond.
Het is dus niet 'ondanks' maar eerder dankzij het Amerikaanse optreden dan mensen in Irak doodgaan in groten getale. En ook het geregeld opduikende bericht dat Iraakse troepen steeds meer van het werk overnemen van de Amerikaanse legermacht is, zacht gezegd, aanvechtbaar. Dat is ook te zien aan dodencijfers uit dezelfde maand maart.
We zagen al dat die maand 85 Amerikaanse soldaten omkwamen. Je zou verwachten dat, als Iraakse troepen meer van het bezettingswerk verrichten, ook het aantal doden onder die troepen stijgt. Maar het lijkt er niet op. Een bericht van My Way op 31 maart - dat overigens 81 en niet 84 noemt als dodental onder Amerikaanse militairen - geeft ook het aantal Iraakse militairen dat omkwam: 44. Daar komen dan nog wel 165 Iraakse politieagenten - heel vaak doelwit van gewapende verzets- en sektarische groepen, maar zelf vaak tot over hun oren betrokken in militie- en doodseskadergeweld - bij.
Van een Iraaks leger dat steeds meer de plaats inneemt van een Amerikaanse troepenmacht die zich meer op de achtergrond houdt is duidelijk niet erg sprake. Het Iraakse leger blijft hulpstuk van de Amerikaanse bezetter, moorddadig maar niet bereid of in staat om een serieuze strijd tegen het gewapend verzet te voeren. Wat er na vertrek van die Amerikaanse en ook Britse bezetters zou gebeuren, weet niemand. Maar zonder het vertrek van die bezetter, de hoofdoorzaak van het huidige geweld, gaat het geweld in Irak in ieder geval op enorme schaal door.
Berichten in de NRC en in de Volkskrant waar ik de cijfers vond, voegen toe dat die toename er is "ondanks het offensief van het Amerikaanse en Iraakse leger de rust te herstellen" . Maar het woord "ondanks" is misplaatst en weerspiegelt een verkapte vorm van propaganda. Heel veel wijst erop dat juist dankzij het Amerikaans militair optreden het geweld woedt en steeds extra slachtoffers kost.
De Amerikaanse bijdrage aan het bloedbad komt op meerdere manieren. Amerikaanse militairen doden rechtstreeks zelf, in aanzienlijke aantallen. In de stad Fallujah - eerder door Amerikaanse militairen voor een flink deel met de grond gelijk gemaakt - brengen Amerikaanse en Iraakse militairen mensen om na ze opgepakt te hebben, zo zeggen bewoners. Dat bericht persbureau IPS op 30 maart.
"Zeventien jonge mannen waren geëxecuteerd gevonden nadat ze gearresteerd waren door Amerikaanse militairen en politie van Fallujah. Mijn twee zonen zijn vastgezet door de politie, en ik ben doodsbang dat ze het zelfde lot zullen ondergaan. Ze zijn slechts 17 en 18 jaar oud" , aldus Yassen, één van die bewoners. Een ex-politieman beschrijft een andere verschrikking: "Drie mannen werden geëxecuteerd door Amerikaanse soldaten(...) even buiten Fallujah. Een van hen was 70 jaar oud en stond bekend als een goede man. De anderen waren familieleden van hem. Ze sliepen toen de inval plaatsvond." Ook vallen er geregeld doden nadat Amerikaanse soldaten in het wilde weg het vuur openen nadat ze op gewapend verzet stuiten.
Maar niet alleen voor het rechtstreekse militaire geweld door Amerikaanse troepen is de VS verantwoordelijk. Ook de bloedbaden over en weer - bomaanslagen met grote aantallen burgerdoden door schimmige gewapende Soennitische groepen, moordpartijen door Sjiitische milities, feitelijk doodseskaders - zijn een product van de bezetting. Michael Schwartz legt uit hoe Amerikaanse invallen en controleposten plaatselijke gemeenschappen juist kwetsbaarder maken voor aanslagen. Hij neemt als voorbeeld een tweetal bomaanslagen op 18 februari in op een markt in een wijk in Bagdad, die 60 mensenlevens kostten vlak nadat Amerikaanse militairen daar hadden gepatrouilleerd.
"De manier waarom een Amerikaanse patrouille vrijwel samenviel met een autobom was geen toeval. In de wijk Nieuw Bagdad, net als bijna alle Sjiitische gemeenschappen in Bagdad, opereert het Mahdi leger als politiemacht. Naast het uitvoeren van allerlei plaatselijke wetten zijn de Mahdis ook waakzaam wat betreft mogelijke plegers van zelfmoordaanslagen (...)
Als de Amerikanen passeren op patrouille of - erger nog - als ze permanente controleposten opzetten, dan moeten de Mahdis zich gedeisd houden, omdat de Amerikanen (of hun Iraakse assistenten) ze anders doden of gevangennemen. De gemeenschap is dan in wezen onbeschermd en open voor indringers.
De Soennitische jihadisten weten dit, en ze weten ook dat de Amerikanen (en hun Iraakse assistenten) niet de bekwaamheid en niet de aandrang hebben om verdacht uitziende indringers op te merken en aan te houden. Dus ze nemen precies die Sjiitische wijken die de Amerikanen druk aan het 'pacificeren' zijn als doelwit. Heel vaak, zoals in het geval van de bomaanslag in Nieuw Bagdad, plannen ze de timing van hun aanval juist nadat de Amerikanen doorgetrokken zijn, en voordat de Mahdis terug op de straten hebben kunnen terugkeren." De Mahdis zijn de militieleden van de beweging van de Sjiitische leider Moqtada al-Sadr.
Door te patrouilleren en de beweging van Sadr als vijand te behandelen maakt het Amerikaanse optreden het moorddadige werk van Soennitische sectarische gewapende groepen makelijker. Tot zover Schwartz. We kunnen daaraan toevoegen dat de aanslagen die deze groepen plegen kunnen in de Westerse propaganda mooi dienst doen als 'bewijs' dat de Irakezen niet in staat zijn tot vreedzaam samenleven. Dat is dan weer een mooi excuus voor de bezetters om nog 'even' te blijven. Zo is de bloedige cirkel rond.
Het is dus niet 'ondanks' maar eerder dankzij het Amerikaanse optreden dan mensen in Irak doodgaan in groten getale. En ook het geregeld opduikende bericht dat Iraakse troepen steeds meer van het werk overnemen van de Amerikaanse legermacht is, zacht gezegd, aanvechtbaar. Dat is ook te zien aan dodencijfers uit dezelfde maand maart.
We zagen al dat die maand 85 Amerikaanse soldaten omkwamen. Je zou verwachten dat, als Iraakse troepen meer van het bezettingswerk verrichten, ook het aantal doden onder die troepen stijgt. Maar het lijkt er niet op. Een bericht van My Way op 31 maart - dat overigens 81 en niet 84 noemt als dodental onder Amerikaanse militairen - geeft ook het aantal Iraakse militairen dat omkwam: 44. Daar komen dan nog wel 165 Iraakse politieagenten - heel vaak doelwit van gewapende verzets- en sektarische groepen, maar zelf vaak tot over hun oren betrokken in militie- en doodseskadergeweld - bij.
Van een Iraaks leger dat steeds meer de plaats inneemt van een Amerikaanse troepenmacht die zich meer op de achtergrond houdt is duidelijk niet erg sprake. Het Iraakse leger blijft hulpstuk van de Amerikaanse bezetter, moorddadig maar niet bereid of in staat om een serieuze strijd tegen het gewapend verzet te voeren. Wat er na vertrek van die Amerikaanse en ook Britse bezetters zou gebeuren, weet niemand. Maar zonder het vertrek van die bezetter, de hoofdoorzaak van het huidige geweld, gaat het geweld in Irak in ieder geval op enorme schaal door.
Abonneren op:
Posts (Atom)